Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Doel van deze paragraaf is weergeven hoe solide de positie van de gemeente is en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Daarvoor worden weerstandsvermogen en risicobeheersing geschetst en kengetallen over de financiële weerbaarheid en wendbaarheid gepresenteerd.

Ten aanzien van de genoemde risicobeheersing merken wij het volgende op. De gevolgen van het coronavirus duren nog steeds voort op het moment dat deze begroting wordt gemaakt. Dat betekent dat er op meerdere beleidsterreinen, ook in 2022, zich nog gevolgen kunnen manifesteren, met onzekerheden en mogelijke risico's. We zullen deze risico’s blijven monitoren en waar nodig acteren en de raad informeren. Bij de risicosessies, die zijn gehouden en gebruikt om risico’s te specificeren en kwantificeren, is de invloed van corona wel benoemd en besproken, maar dit heeft niet tot nieuwe risico’s geleid.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risicobeheersing is het expliciet en systematisch omgaan met en beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met – gewenste of ongewenste – gevolgen. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat beleid en uitvoering in gevaar komen. Weerstandsvermogen bestaat uit de beschikbare gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit is samengevat in de volgende tabel. Ultimo 2022 bedraagt de geraamde weerstandscapaciteit € 5.482.175

De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico’s die worden gelopen. Risico’s worden bepaald in het kader van risicomanagement. Doelen van risicomanagement zijn het bevorderen van risicobewustzijn, het expliciet maken en beheersen van risico’s. Dit is een continu proces gericht op:
• Het identificeren van risico’s: waar lopen we welke risico’s?
• Het classificeren van risico’s: hoe groot is de kans, de impact en het financiële effect?
• Het treffen van beheersmaatregelen bij de grootste risico’s

De aanpak voorziet erin dat tweemaal per jaar een sessie plaatsvindt met inhoudelijk en financieel betrokkenen. In die sessies worden risico’s benoemd en waarbij per risico de kans op optreden en de gevolgen (impact) ervan worden bepaald. Gevolgen in financiële zin – incidenteel of structureel (i/s in de onderstaande tabel) - en voor doelstelling en imago (in de vorm van een rapportcijfer, waarbij een hoger cijfer staat voor een groter gevolg). Zo ontstaat een actueel overzicht van alle risico’s, als basis voor beheersmaatregelen, gericht op het verminderen van de kans op optreden en/of op het beperken van de gevolgen.

De belangrijkste risico’s zijn samengevat in de tabel Risico’s en worden toegelicht. Daarmee zijn niet alle risico’s benoemd. Want de gemeente zit sterk in de Twenterandse samenleving en heeft vele relaties met bijv. sportverenigingen en culturele organisaties. Het kan dan gaan om private/maatschappelijke organisaties met een grote betekenis voor de Twenterandse samenleving. Deze kan zo groot zijn dat, wanneer zich bijv. bedrijfsvoering risico’s voordoen bij die organisaties, de gemeente als vangnet kan optreden, bestuurlijk dan wel financieel, afhankelijk van bestuurlijke afweging. Deze scenario’s zijn slecht op voorhand te bepalen omdat de gemeente veelal geen statutaire verantwoordelijkheid draagt. Ook zijn er risico’s verbonden aan economische ontwikkelingen. Zo kan de huidige hoogconjunctuur leiden tot sterk oplopende prijzen in de bouw en tot vertraging op gewenste ontwikkelingen. Verder noemen we de klimaatverandering zoals die zich kan manifesteren in wateroverlast, droogte en/of hitte. Dit zijn evenzeer risico’s.

Specifiek noemen we nog vijf risico's: de omgang met systemen, inkoop, juridische kwaliteitszorg / contractbeheer en Kanaal Almelo de Haandrik.

De toenemende digitalisering heeft geleid tot een toename aan systemen in een omvang die veel vraagt van medewerkers. De veelheid aan verschillende systemen maakt dat medewerkers regelmatig niet in staat zijn om vereiste systemen op de juiste manier te gebruiken, wat kan leiden tot fouten en verspilling kan blijken te zijn. Voor tijdelijk ingehuurd personeel speelt dit nog sterker. Ook speelt bij systemen dat koppelingen niet altijd goed werken. Waar voorheen keuzes per losse applicatie werden gemaakt (qua systeem, leverancier, kosten) zijn we een koers ingeslagen om meer vanuit het gebruikersgemak, en vanuit het besef van het gehele applicatielandschap te kijken bij vervanging van systemen.

Bij inkoop bestaat de kans dat niet alle inkooptrajecten in beeld zijn dan wel dat hierbij niet de juiste procedure is gevolgd. De hieruit voortvloeiende implicaties kunnen vertragingen zijn binnen het inkooptraject, schadevergoedingen aan aanbieders/overige inschrijvers en een aanwijzing door de accountant – in het uiterste geval het onthouden van een goedkeurende accountantsverklaring.
Juridische kwaliteitszorg betekent dat onze producten en diensten moeten voldoen aan de daaraan gestelde (wettelijke) normen. Indien daaraan niet wordt voldaan lopen wij bepaalde risico’s. Actuele wet- en regelgeving dienen te worden gevolgd. Overeenkomsten dienen tot stand te komen en te worden beheerd volgens een adequate systematiek, maar ook afspraken met derden of individuele medewerkers dienen adequaat te worden vastgelegd en gearchiveerd. Het niet voldoen aan de eisen van juridische kwaliteitszorg brengt risico’s met zich mee. Daarbij valt te denken aan het voeren van procedures, toegewezen schadeclaims, extra (ambtelijke) inzet, het niet behalen van beleidsdoelstellingen/termijnen/financiële taakstellingen, verlies van overheidsgezag (imagoschade) of bepaalde politiek-bestuurlijke gevolgen.
Goed contractmanagement voorkomt conflicten met aanbieders, zorgt voor heldere afspraken, brengt vooraf de risico’s in beeld van deze afspraken en zorgt voor nakoming. Voor beheersing van de risico’s, dat niet of niet geheel of te laat wordt nagekomen, boetes verschuldigd zijn wegens te late beëindiging, en al de zaken die van begin tot eind zien op de contractering is het van belang dat, naast een deugdelijk contractbeheer(systeem), het contractmanagement op orde is.

Bij het Kanaal Almelo de Haandrik speelt dat de gemeente mogelijk door de eigenaren (deels) aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die aan hun woningen of bedrijfspanden is opgetreden. Of door netwerkbeheerders wanneer de door hen aangevraagde vergunning of instemming wordt geweigerd, omdat de gemeente schade, die mogelijk door hun werkzaamheden zou kunnen optreden, wil voorkomen. Daarnaast leidt de gemeente zelf schade aan de eigen infrastructuur, omdat deze buiten de schaderegeling van de provincie valt.

Omschrijving Stand 31-12-2020 Stand 31-12-2021 Stand 31-12-2022
rekening begroot begroot
Algemene Risico Reserve € 863.521 € 1.929.500 € 1.813.000
Reserve minimabeleid € 34.433 € 34.433 € 34.433
Reserve Sociaal Domein € 3.904.715 € 3.668.114 € 3.396.891
Reserve risico's grondbedrijf € - € 237.851 € 237.851
Totaal € 4.802.669 € 5.869.898 € 5.482.175

Tabel risico's

Tabel Risico's
impact kans vereist weerstandsvermogen
i/s doel imago
Risico's in euro's
1 Het onvoldoende realiseren van kanteling en bijsturingsmaatregelen € 1.000.000 s 7 7 50% € 1.000.000
2 Huishoudelijke ondersteuning € 250.000 s 6 4 70% € 350.000
3 Open einde' regelingen € 1.500.000 s 7 7 50% € 1.500.000
4 Twentse visie op vervoer € 100.000 s 7 7 25% € 50.000
5 Optreden majeure procesfout of incident € 500.000 i 7 9 25% € 125.000
6 Samenwerkingsaspecten € 500.000 i 5 8 25% € 125.000
7 Wijzigingen in wetgeving en verdeelmodellen € 500.000 s 5 5 40% € 400.000
8 Uitvoering SW € 750.000 s 4 9 30% € 450.000
9 Kwetsbaarheid informatiesystemen € 750.000 i 9 8 70% € 525.000
10 Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed € 400.000 i 5 7 35% € 140.000
11 Uitvoeringsprogramma evenementen-, bouw- en milieuvergunningen € 1.000.000 i 3 8 5% € 50.000
12 Bodem € 400.000 i 3 3 15% € 60.000
13 Ruimtelijke ontwikkelingen € 300.000 i 3 6 20% € 60.000
14 Niet voldoen aan BIO / AVG € 250.000 i 4 8 5% € 12.500
15 Regelgeving en BBV € 1.000.000 i 2 2 25% € 250.000
16 Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen € 500.000 i 2 8 20% € 100.000
17 Personeel gerelateerde risico's € 500.000 i 6 7 75% € 375.000
Totaal € 5.572.500

Toelichting risico's

1. Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen.
De decentralisaties in 2015, waarbij tegelijk fors op de budgetten werd gekort, betekenen voor het sociaal domein een grote uitdaging. Van de gemeente wordt verwacht dat er zorg en ondersteuning wordt georganiseerd en daarvoor zijn te weinig middelen beschikbaar. Inmiddels zijn er extra middelen voor Jeugdzorg toegezegd met daarbij de opgave om kosten terug te dringen. Het belang van de transformatie is dan ook nog belangrijker geworden. In de aanpak waarvoor de gemeente Twenterand heeft gekozen staat deze transformatie dan ook centraal. Het vraagt een andere manier van benaderen van en kijken naar inwoners. En een daarop – waar nodig – inspelen met een aanbod, rekening houdend met eigen kracht en de omgeving van de cliënt/ het gezin en de voorliggende voorzieningen in het maatschappelijk voorveld. Dit vraagt veel van de gemeentelijke organisatie en van de medewerkers. Niet alleen lokaal maar ook regionaal in het bereiken van de doelen. Daarbij merken wij op dat de samenleving niet maakbaar is en zich ook externe effecten zich voordoen die van invloed zijn.

2. Huishoudelijke ondersteuning.
In 2022/2023 volgt een nieuwe aanbesteding van de Huishoudelijke ondersteuning. Uitkomsten van een aanbesteding kunnen een financieel effect hebben. Daarnaast heeft de Huishoudelijke ondersteuning een open einde risico en bestaat het risico dat nieuwe regelingen op dit terrein (zoals abonnementstarief eigen bijdrage en CAO-kosten) onvoldoende financieel worden gecompenseerd.

Vanaf 2019 zien we hogere kosten op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Dit komt enerzijds door een hogere indexatie door reële tarieven en anderzijds doordat het abonnementstarief en vergrijzing een aanzuigende werking heeft op de vraag naar Wmo voorzieningen. Het abonnementstarief staat op de agenda van het nieuwe kabinet. De beheersing vraagt om aanpassing van het beleid en een gerichte monitoring van de ontwikkeling van dit risico. Inmiddels zijn hiertoe de eerste stappen gezet, zowel lokaal als regionaal. Een was- en strijkservice wordt ingezet als lokale financiële beheersmaatregel.

3. ‘Open einde’ regelingen.
Binnen het sociaal domein zijn er verschillende gebieden waarbij sprake is van zogenaamde ‘open einde’ regelingen. Dit betekent dat in situaties waarin een aanvraag voor een voorziening niet afgewezen kan worden, de gemeente moet leveren. De hieruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de gemeente ook wanneer als gevolg hiervan het beschikbare budget wordt overschreden. Onder- / overschrijdingen worden in eerste instantie door een reserve opgevangen.
Dit risico speelt sterk in het sociaal domein. De beheersing richt zich o.a. op het voorliggend maatschappelijke veld, waar toenemend gebruik wordt gesignaleerd.

4. Twentse visie op vervoer.
In samenwerking met andere Twentse gemeenten is er gewerkt aan een integrale oplossing voor de huidige situatie van verschillende naast elkaar bestaande vervoersstromen. Dit heeft geleid tot een aanbesteding in 2017 en inmiddels ook een lokale bestuursopdracht vervoer; In 2022 zal er gestart worden met een nieuwe aanbesteding in deze complexe markt. De werking van de visie is afhankelijk van de ontwikkeling van het dataknooppunt. Deze ontwikkeling verloopt niet vlekkeloos, zowel in de uitvoering als in de samenwerking in de regio en met de vervoerders.

5. Optreden van een majeure procesfout of incident.
Dit risico betreft het optreden van een procesfout of incident leidend tot een grote verstoring van het proces of in de dienstverlening. Uiteraard kunnen procesfouten en incidenten altijd plaatsvinden, maar bij dit risico gaat het om een grote verstoring. Aanleiding hiervoor kan zijn: Een gebrek aan casusregie waardoor de juiste zorg niet of niet tijdig is verleend; Het onvoldoende op orde zijn van het administratieve proces met de programmatuur en het juiste gebruik daarvan; Het verlenen van andere zorg dan bedoeld of het verlenen van te dure of te langdurige zorg door rolonduidelijkheid of gebrek aan kennis bij de medewerkers.
Ten gevolge van het optreden van incidenten kan de koersvastheid onder druk komen te staan. Het bestaan van onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor participatie, hulp en ondersteuning dan wel onvoldoende doorstroming (bijv. vanuit crisisopvang) kan leiden tot extra kosten. Er kan een toename optreden van het aantal bezwaarschriften met gevolgen voor imago en kosten.
Van belang is dat indien wachttijden oplopen het risico toeneemt, daarom vindt monitoring van wachttijden plaats. Wachttijden in de toegang en in de rest van de keten vragen bijzondere aandacht.

6. Samenwerkingsaspecten.
In het sociaal domein wordt met veel partijen samengewerkt. Daar spelen ook risico’s. Dat kan gaan over een verschil van inzicht over de kwaliteit van dienstverlening, hetgeen tot aansprakelijkheidskwesties kan leiden. Er zijn verschillende coalities in Twente hetgeen invloed heeft op slagkracht, duidelijkheid en efficiency, ook richting externe partijen. Verder kan het gebeuren dat problemen ontstaan bij partijen, bijv. liquiditeitsproblemen, waardoor afspraken niet worden nagekomen en er bijvoorbeeld niet “wordt geleverd”. Ook kan het leiden tot faillissement waardoor frictiekosten kunnen ontstaan en er aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om dienstverlening gecontinueerd te krijgen, bijvoorbeeld Early warning. Early warning betreft vroegsignalering bij problemen bij zorgaanbieders. Om problemen voor te zijn wordt er toenemend strakker aan de voorkant gescreend (barrièremodel). Het werken conform de privacywetgeving kan gevolgen hebben voor de boogde integrale werkwijze en kan integraal maatwerk beperken.
De samenwerking op het gebied van inkoop kan moeizaam verlopen waardoor beoogde inkoopvoordelen niet gehaald worden.

7. Wijzigingen in wetgeving en verdeelmodellen.
Dit risico betreft de noodzaak tot aanpassingen van beleid en werkwijzen door wijzigingen in de wetgeving en/of in de verdeelmodellen c.q. omvang macrobudget. Er is een nieuw herverdelingsmodel van het gemeentefonds in de maak, (een nieuw verdeelmodel sociaal domein vormt daarvan een onderdeel) De nieuwe herverdeling gaat per 2023 in.
Er zijn extra middelen Jeugdzorg toegekend voor 2021 en 2022 . Het nieuw te vormen kabinet dient nog een besluit te nemen over 2023 en verder. Hierop vooruitlopend zijn de extra middelen al wel deels structureel in de begroting opgenomen (met instemming van de toezichthouder). Daarnaast is er ook sprake van andere wijzigingen die ook raken aan het Sociaal Domein. In het bijzonder noemen we de wijziging woonplaatsbeginsel in 2022 en de nog te trekken conclusies van het rapport "Stelsel in groei" met de komende hervormingsagenda Jeugdzorg. Daarnaast speelt nog de nieuwe verdeling van de middelen Beschermd Wonen.

8. Uitvoering Sociale Werkvoorziening vraagt extra steun.
In 2020 is besloten om SOWECO op te heffen en is de doelgroep m.i.v. 1 januari 2021 in gemeentelijk dienst getreden. De uitvoering van een en ander wordt deels lokaal en deels regionaal opgepakt. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de financiële gevolgen binnen de begroting kunnen worden opgevangen.

9. Kwetsbaarheid informatiesystemen
De afhankelijkheid van de bij het Sociaal Domein gebruikte informatiesystemen is groot. Per 1 januari 2022 wordt overgegaan naar een ander systeem binnen het Sociaal Domein. Op gebied van continuïteit zijn er risico’s van uitval met stagnerende dienstverlening, niet tijdige betalingen en extra inzet/ bypasses als gevolg. De informatie uit het systeem kan tekortschieten voor goede sturing en geeft risico’s in financiële grip (tijdigheid) en de export uit het systeem heeft een omvang die tot vervolgrisico’s kan leiden.
De komende periode zullen nieuwe ontwikkelingen m.b.t. IT in het Sociaal Domein een rol gaan spelen. Verdere doorontwikkelingen van data(analyses) worden opgepakt, zoals ook aanbevolen door de visitatiecommissie VNG, waarbij risico’s zijn wegens genoemde systeemwisseling en kwetsbaarheid in de functies rond data-aanlevering en duiding.

10. Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.
Verschillende soorten risico’s kunnen zich voordoen. Die zijn gerelateerd aan:
• De staat van onderhoud;
• De bouwkundige staat;
• De exploitatie van gebouwen;
• De leegstand van gebouwen.
Bij gemeentelijk vastgoed gaat het om vastgoed waarvan de gemeente eigenaar is. Daarnaast is er maatschappelijk vastgoed dat in eigendom en/of in gebruik is bij maatschappelijke organisaties, zoals verenigingen en stichtingen. Wanneer er zich (financiële) problemen voordoen, zal de gemeente al snel worden aangesproken.
De gemeente Twenterand ziet grote maatschappelijke opgaven op zich afkomen, zoals de decentralisaties in het sociaal domein, de energietransitie en de klimaatadaptatie. Deze opgaven vragen veel van de gemeente, zowel op inzet als ook op financieel vlak. Door de energietransitie ligt er ook een uitdaging ten aanzien van de verduurzaming van (gemeentelijk) vastgoed. Om een duidelijk beeld te krijgen van deze opgave dient bekeken te worden welk vastgoed de gemeente wil (blijven) inzetten voor het behalen van de geformuleerde doelen. Hierdoor dienen er keuzes gemaakt te worden, op welke manier ons huidige vastgoed als middel kan worden ingezet om de maatschappelijke opgaven te dienen. Ook is het goed om in het licht van de maatschappelijke opgaven het in eigendom hebben van het vastgoed te bekijken. Daarnaast kan de financiële situatie aanleiding zijn om het in bezit hebben van een deel van het vastgoed te heroverwegen.

Vastgoed in gemeentelijk eigendom draagt bij aan de maatschappelijke doelen van de gemeente Twenterand. Leegstaand of commercieel vastgoed zonder bijdrage aan de maatschappelijke doelen wordt afgestoten, in beginsel door verkoop. Op 12 november 2019 heeft het college het Beleidskader voor gemeentelijk vastgoed Twenterand vastgesteld. Door dit beleidskader wordt het vastgoed in kaart gebracht, met hierbij de relatie met de doelenbomen. Vervolgens worden uitgangspunten geformuleerd die de richting bepalen, waarmee de afwegingen per gebouw of categorie kunnen worden gemaakt. De bouwkundige staat en de staat van onderhoud wordt 3-jaarlijks door een deskundig bureau geïnspecteerd en verwerkt in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Hiermee wordt dit risico afgedekt.

11. Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving).
Het niet (kunnen) voldoen aan controles en frequenties in het uitvoeringsprogramma van evenementen-, bouw- en milieuvergunningen, als gevolg waarvan er ongewenste situaties kunnen ontstaan of optreden. Bijv. verkeerde opslag van gevaarlijke stoffen (milieu), of ten onrechte afgeven van een evenementenvergunning (denk aan Haaksbergen). Dit risico kan forse gevolgen hebben zowel qua imago/doelrealisatie als financieel.
De milieu-inspecties en vergunningen zijn vanaf 1 januari 2019 bij de Omgevingsdienst Twente ondergebracht. De overige uitvoering van het Uitvoeringsplan ligt bij het team Omgeving. Wanneer dit plan wordt uitgevoerd blijven we binnen de aanvaardbaar geachte bestaande risico’s. Het college heeft de mogelijkheid om, keuzes te maken naast de wettelijke verplichtingen, en het lokale toezicht uit te breiden in het Uitvoeringsplan. De totstandkoming van de ODT per 1 januari 2018 is van beperkte invloed op dit risico. Enerzijds zijn aan een dergelijke overgang altijd risico’s verbonden. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk. Een relevante ontwikkeling is daarnaast dat de verhaalbaarheid van kosten van verwijdering van drugsafval bij grondeigenaren een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Qua beheersing wordt geïnvesteerd in toezicht en handhaving.

12. Bodem.
Naar aanleidingen van incidenten of wijzigingen (bijv. nieuwbouw) kan het gebeuren dat bij controles zaken aan het licht komen die niet in orde zijn. Bijv. een (dreigende) verontreiniging. In die gevallen worden er maatregelen (opdracht tot sanering) genomen, al dan niet ondersteund door een dwangsom en met een termijn, een en ander ten laste van de organisatie die het betreft. Daarbij zijn situaties denkbaar waarbij de gemeente zelf bepaalde (delen van de) saneringen moet uitvoeren en de kosten ervan ook voor een deel draagt. Gedragslijn is hierbij dat aansprakelijkheid altijd direct bij de eigenaar wordt gelegd.
Deze handhavingstaken zijn per 1 januari 2019 overgegaan naar de ODT (Omgevingsdienst Twente). Qua beheersing speelt de digitalisering van het bodemsysteem, waarbij bekende verontreinigingen zoveel mogelijk in kaart worden gebracht. Voor wat betreft de aanwezigheid of het aantreffen van asbest in de bodem is het Bureau Asbest Sanering (BAS) opgericht. Dit bureau werkt voor 7 Twentse gemeenten en neemt de onderzoeken en de sanering geheel voor haar rekening. De middelen hiervoor worden als subsidie ontvangen van de Provincie.

13. Ruimtelijke ontwikkelingen.
De komst van de nieuwe Omgevingswet brengt risico’s met zich mee. Die kunnen zich voordoen t.a.v. meerdere aspecten: niet tijdig klaar zijn, digitaliseringsproblemen (functioneel of financieel), tekortschietend omgevingsinstrumentarium (omgevingsplan/omgevingsvisie). Deze risico’s zijn op dit moment nog niet goed in te schatten.

14. Niet voldoen aan BIO/ AVG
Dit risico bestaat eruit dat niet wordt voldaan aan vereisten uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO) of aan vereisten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Twenterand voldoet aan de minimum vereisten vanuit de BIO en vanuit de AVG. De beheersing van dit risico bestaat uit periodiek evalueren en acteren op de uitkomsten hiervan. Vanwege de cruciale rol die bewustzijn hier speelt wordt de in gang gezette bewustzijnscampagne vervolgd en uitgebreid naar proceseigenaren. Daarnaast speelt bij de beheersing de uitvoering van het geactualiseerde beveiligingsplan. Daar vanuit passen we onder meer in tweefactor autorisatie toe. We hebben een verzekering afgesloten waardoor we de impact van bepaalde risico's, zoals bijvoorbeeld een hack, beperken en we weer sneller online zijn. Naast digitale beveiliging gaat het ook om bewustzijn van zorgvuldig omgaan met papieren documenten, zeker nu thuiswerken/tijd- en plaats onafhankelijk werken gewoner is geworden.

15. Regelgeving, BBV en uitkeringen gemeentefonds
Op het gebied van de uitkeringen gemeentefonds is er sprake van samenhang waarbij een wijziging op één gebied gevolgen kan hebben voor de andere gebieden. Het zogenaamde ‘trap op, trap af’ mechanisme. Wat hier bijvoorbeeld speelt is het risico dat wanneer de rijksuitgaven achterblijven – bijvoorbeeld omdat een Ministerie er niet in slaagt de voorgenomen investeringsuitgaven te doen – dit automatisch betekent dat ook de algemene uitkering van het gemeentefonds neerwaarts wordt aangepast, waardoor de inkomsten van de gemeente dalen.
Daarnaast vindt er een herverdeling plaats van de algemene uitkering. Hiertoe is in juli 2021 een verdeelvoorstel aangeboden aan de Raad voor het Openbaar Bestuur. De voorlopige uitkomsten – op basis van gegevens uit 2019 - van deze herverdeling zijn slechts een indicatie. Het gaat hierbij om voorlopige effecten. Voor Twenterand bedraagt dit effect € 35 per inwoner nadelig, met een ingroeipad vanaf 2023 van € 15 per inwoner per jaar. Na definitieve besluitvorming over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten. De beheersing van dit risico bestaat uit het monitoren van ontwikkelingen op deze gebieden.

Het BBV wijzigt regelmatig, bijvoorbeeld als gevolg van een wijziging van de financiële verhoudingswet. Een onderdeel daarvan is de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. Ook die zal een nadere duiding in het BBV krijgen. Er is met een Plan van Aanpak al geanticipeerd op deze ontwikkeling.

16. Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen.
Er is en wordt veel tijd gestoken in het compleet krijgen van dossiers zodat er een actueel overzicht bestaat van alle gemaakte afspraken en mogelijke verplichtingen (op basis van boetebedingen, etc.). Desalniettemin blijft de kans bestaan dat er nog iets opduikt wat gevolgen kan hebben. De financiële implicaties hiervan kunnen fors zijn.
Voor de beheersing van dit risico is het belangrijk dat contractbeheer op orde is. Bewustzijn is van groot belang inclusief aandacht voor de vraag wie bij afspraken dienen te worden ingeschakeld.

17. Personeel gerelateerde risico’s.
Twenterand beschikt over een relatief krap personeelsbestand voor de uitvoering van alle taken. In dit verband speelt een aantal risico’s. Zo komen er regelmatig opgaven/taken bij zonder dat de daarvoor benodigde middelen in voldoende mate beschikbaar worden gesteld. Denk bijv. aan de invoering van omgevingswet en de taken op het gebied van klimaat/energietransitie. Dit kan leiden tot spanning tussen beschikbare en benodigde formatie, en daardoor te hoge werkdruk/verstoorde balans wat kan leiden tot (langdurige) uitval. Daarnaast kan de krapte op de arbeidsmarkt de invulling van reguliere en tijdelijke functies belemmeren wat mogelijk leidt tot meer verloop of hogere kosten door inhuur. Het aanbieden van arbeidsovereenkomsten voor tijdelijke functies brengt WW- en BW risico’s/verplichtingen met zicht mee. Ook kan afscheid nemen van personeel aanleiding zijn tot het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met financiële verplichtingen.

Conclusie

Conclusie:
De vereiste weerstandscapaciteit bedraagt € 5.572.500 en beschikbare € 5.482.175. Het weerstandsvermogen komt daarmee op 0,98. Na verwerking van de berap (onttrekking sociaal domein € 950.000* en storting ARR € 675.000) èn storting van het positieve saldo 2022 in de reserve, komt het weerstandsvermogen boven 1,0.

Kengetallen: financiële weerbaarheid en wendbaarheid

M.i.v. 2016 is een aantal kengetallen voorgeschreven om de inzichtelijkheid en de transparantie van de jaarstukken te vergroten. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Concreet gaat het om:
• Netto schuldquote
• Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
• Solvabiliteitsratio
• Grondexploitatie
• Structurele exploitatieruimte
• Belastingcapaciteit
Deze kengetallen worden hieronder gespecificeerd en toegelicht. Ze zijn bedoeld om inzicht te geven in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente en worden vermeld in deze paragraaf, omdat hier wordt weergegeven hoe solide de positie van de gemeente is.

Netto schuldquote en netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De netto schuldquote bestaat uit de schuldenlast van de gemeente gedeeld door de eigen middelen. Deze geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Een hoge schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, dat hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

Solvabiliteitsratio
Solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Grondexploitatie
Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeenten. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een toekomstig project hebben zij een schuld. Voor de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Als grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht loopt een gemeente weinig risico. Staat de grond tegen te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus tot een lager solvabiliteitsratio.

Structurele exploitatieruimte
Structurele exploitatieruimte geeft het verschil tussen baten en lasten als percentage van de totale baten. En schetst welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke stijging van baten of structurele daling van lasten daarvoor nodig is.

Belastingcapaciteit
Bij de belastingcapaciteit wordt de hoogte van de van de woonlasten van een gezin als percentage van de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans.

 

 

* De storting vanwege de extra kosten jeugdhulp van afgerond € 1 miljoen, die bij de berap is gedaan, is hier niet meegenomen. Deze compensatie is gereserveerd ten behoeve van de hervormingsagenda. Deze wordt daarom niet meegenomen bij de bepaling van de hoogte van het weerstandsvermogen.

Kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Netto schuldquote 49,50% 53,45% 68,54% 79,86% 77,07% 72,66%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 35,10% 37,60% 53,22% 65,03% 62,73% 58,92%
Solvabiliteitsratio 25,52% 21,09% 21,55% 19,83% 20,29% 21,01%
Structurele exploitatieruimte 3,33% -0,07% 2,24% -1,78% -3,42% -3,58%
Grondexploitatie 7,54% 12,81% 1,37% 3,81% 3,07% 2,07%
Belastingcapaciteit 94,87% 95,86% 95,17% 96,53% 96,57% 96,59%

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Inleiding

De kapitaalgoederen vormen het gemeentelijk kapitaal waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten. Het is van belang, dat voor de openbare voorzieningen en gebouwen goede onderhoudsplanningen aanwezig zijn.

Beleid
De gemeentelijke kapitaalgoederen bestaan uit veel uiteenlopende onderdelen, zoals groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, gebouwen voor uiteenlopende functies, bestrating wegen, rioleringen, sportterreinen, afvalcontainers en dergelijke. Voor deze onderdelen wordt op basis van beheerssystemen, die zijn vastgesteld door de raad, de onderhoudsbehoefte bepaald. Daarnaast worden door de betrokken medewerkers op basis van visuele waarnemingen de nodige correcties hierop aangebracht.

Wegen

De gemeente Twenterand heeft de volgende lengte wegen en oppervlakte verharding in onderhoud en beheer:

Wegen / verharding Ariaal
Lengte wegen 436 km
Oppervlakte verharding 237 ha

Door de CROW (landelijk kennisplatform voor de openbare ruimte) is een standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Middels deze systematiek worden de wegen geïnspecteerd en wordt de onderhoudsbehoefte bepaald.

De benodigde onderhoudsmaatregelen zijn afhankelijk van de vastgestelde (technische) staat en de feitelijk optredende slijtage van een bepaalde weg door het gebruik of andere omstandigheden zoals weersinvloeden. Dit onderhoud wordt planmatig uitgevoerd, waarbij het doel is om binnen de beschikbare financiële middelen door tijdig en juist ingrijpen de technische levensduur en het goed functioneren van een weg zoveel mogelijk te verlengen. Daarom wordt gedurende de levensduur regelmatig de toestand van de wegen geïnspecteerd, zodat de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen kunnen worden bepaald. Onder wegen worden zowel de asfaltwegen als de wegen met een elementenverharding (klinkers, trottoirs) verstaan.

De begroting voor het onderhoud van wegen wordt gemaakt aan de hand van ingevoerde inspectiewaarden in het beheersysteem Obsurv. In dit systeem worden per weggedeelte ca. elke twee jaar inspectiewaarden ingevoerd. Deze waarden komen voort uit een inspectieronde, waarbij de staat van het wegdek op diverse punten beoordeeld wordt. Aan de hand van de ingevoerde inspectiewaarden en diverse instellingen worden de benodigde maatregelen bepaald en de begroting gegenereerd.

Afgevlakte planning:
De begroting voor het onderhoud wordt per jaar berekend. Hierdoor kan het zijn dat er in 1 jaar een laag bedrag benodigd is, terwijl het volgend jaar een hoog bedrag benodigd is. Omdat dat minder praktisch en werkbaar is, wordt een afgevlakte planning gemaakt. Hierin wordt (waar mogelijk) geschoven met onderhoudsjaren zodat per jaar een min of meer gelijk bedrag benodigd is.

Aan de hand van de meest recente inspectiewaarden in het beheersysteem worden de begrotingscijfers bepaald.

Aan onderhoud asfaltwegen wordt in eerste instantie voorrang gegeven om zoveel mogelijk kapitaalvernietiging te voorkomen. Wanneer namelijk asfaltwegen niet tijdig worden onderhouden zet het schadebeeld zich door in de fundering. waardoor de kosten van herstel fors toenemen. Vanaf 2020 is voor de elementenverhardingen ook extra geld beschikbaar i.v.m. achterstallig onderhoud.

In de post onderhoud wegen worden ook de aanleg en het onderhoud van grasbetonstenen en bermbeton meegenomen.

Financieel overzicht: Wegen
Omschrijving R 2020 B 2021 B 2022 B 2023 B 2024 B 2025
Onderhoud 1.194.855 1.136.017 1.158.831 1.182.288 1.205.574 1.229.328
Afschrijvingen 206.150 304.785 485.440 556.215 568.238 581.353
Totaal 1.401.005 1.440.802 1.644.271 1.738.503 1.773.812 1.810.681

Openbare verlichting

Het areaal van de openbare verlichting is geïnventariseerd en op basis van deze inventarisatie vindt de jaarlijkse vervanging plaats van armaturen en masten.

Openbare Verlichting Areaal
Lichtmasten/armaturen 7.227 stuks

De inventarisatie wordt periodiek bijgewerkt en actueel gehouden. In de investeringslijst is jaarlijks een bedrag opgenomen van bijna €134.000,-. De onderbouwing van dit bedrag is als volgt: Bij een theoretische technische levensduur van 20 jaar voor een armatuur en 40 jaar voor een mast komt men op een gemiddeld jaarlijks bedrag van €192.500,- voor vervanging. In het beleidsplan Openbare Verlichting, dat op 2 juli 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, is aangegeven dat het de verwachting is dat het bedrag van bijna €134.000,- per jaar voldoende is, aangezien in de praktijk blijkt dat de levensduur vaak enige jaren langer is. Wanneer gerekend wordt met een werkelijke vervangingstermijn van 28 jaar voor een armatuur en 50 jaar voor een mast betekent dit, dat het bedrag voldoende is.

Financieel overzicht: Openbare verlichting
Omschrijving R 2020 B 2021 B 2022 B 2023 B 2024 B 2025
Onderhoud 4.882 31.183 90.016 91.764 93.547 95.365
Afschrijvingen 37.158 62.294 72.037 79.436 86.768 94.033
Totaal 42.041 93.477 162.053 171.200 180.315 189.398

Gebouwen en civieltechnische kunstwerken

Er vindt driejaarlijks een herinspectie plaats van alle gemeentelijke gebouwen en zesjaarlijks van alle civieltechnische kunstwerken gelegen binnen de gemeente Twenterand (gebruik gemaakt wordt van van de systemen voor rationeel gebouwenbeheer en rationeel kunstwerkenbeheer van Antea). Het grootschalig onderhoud voor instandhouding van bestaande gebouwen en civieltechnische kunstwerken is voor de komende 10 jaren geregeld. In het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt voor 10 jaar de toekomstige onderhoudsbehoefte aangegeven. Wanneer een gebouw of gebouwonderdeel of een civieltechnisch kunstwerk onderhoud vergt, worden de gewenste activiteit en de onderhoudscyclus vermeld, inclusief de daarbij behorende kosten. In de meerjarenbegroting is voor de storting in het onderhoudsfonds betreffende de gemeentelijke gebouwen ieder jaar een verhoging van €45.000,- en voor de kunstwerken ieder jaar een verhoging van €6.000,- opgenomen. Uit de inspecties blijkt dat indien men bovengenoemde jaarlijkse verhoging handhaaft, er voor de komende 10 jaar voldoende dekking aanwezig is om het noodzakelijke onderhoud uit te kunnen voeren. De gemeente heeft de volgende aantallen accommodaties/gebouwen en civieltechnische kunstwerken in beheer:

Accommodaties/gebouwen Areaal
aantal accommodaties/gebouwen 50
Civieltechnische kunstwerken Areaal
aantal kunstwerken 55

 

Financieel overzicht: Gebouwen
Omschrijving R 2020 B 2021 B 2022 B 2023 B 2024 B 2025
Onderhoud 346.950 279.544 283.999 288.396 292.881 297.454
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 415.775 487.269 537.152 725.683 879.995 826.574
Kapitaallasten 960.114 981.433 1.213.851 1.391.876 1.731.471 1.714.860
Totaal 1.722.839 1.748.246 2.035.002 2.405.955 2.904.347 2.838.888
Financieel overzicht: Bruggen en kunstwerken
Omschrijving R 2020 B 2021 B 2022 B 2023 B 2024 B 2025
Onderhoud 6.572 15.918 16.236 16.561 16.892 17.230
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 5.885 37.729 80.317 34.989 47.762 111.492
Afschrijvingen 15.127 15.353 14.895 14.779 14.664 14.548
Totaal 27.584 69.000 111.448 66.329 79.318 143.270

Groen

Door de CROW (kennisplatform voor de openbare ruimte) is een landelijke standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Op basis van die standaard heeft Sweco het rapport geschreven Keuzemodellen kwaliteitsniveaus Wegen en Groen (oktober 2010). Voor openbaar groen is een aantal kwaliteitsniveaus doorgerekend. Middels het pakket rationeel groenbeheer van Sweco zijn deze onderhoudsniveaus vertaald in de werkpakketten (technisch en financieel). De onderhoudsbudgetten staan onder druk vanwege enkele ontwikkelingen, die kosten verhogend werken (wijziging regelgeving, verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op verhardingen, areaaluitbreiding en prijsindexatie). Er wordt gezocht naar maatregelen en aanpassing van werkzaamheden om binnen de bestaande budgetten de vastgelegde onderhoudsniveaus zoveel mogelijk te handhaven. Daarbij zal het voorkomen, dat die onderhoudsniveaus niet in de volle breedte worden gehaald. Mutaties in het areaal worden op structurele wijze bijgehouden en verwerkt.

Dat areaal bestaat uit: 

Openbaar groen Areaal
Bomen 25.271 stuks
Hagen 16,5 km
Oppervlakte openbaar groen 156 ha

 

Financieel overzicht: Openbaar groen
Omschrijving R 2020 B 2021 B 2022 B 2023 B 2024 B 2025
Onderhoud 1.913.573 1.806.632 1.835.204 1.864.309 1.893.979 1.924.240
Afschrijvingen 22.909 19.325 20.149 18.088 17.927 17.766
Totaal 1.936.482 1.825.957 1.855.353 1.882.397 1.911.906 1.942.006

Grondwater

Het hoge grondwaterbeheer is opgenomen in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2019-2023. Voor zover bekend zijn binnen de gemeentegrenzen geen gebieden met grote problemen. Mochten zich toch problemen voor doen, dan zijn gelden beschikbaar binnen het product Riool om de oorzaak van de problemen te onderzoeken en zo nodig maatregelen te treffen.

Riolering

De volgende rioolvoorzieningen zijn aanwezig in de gemeente:

Riolering  Areaal
Vrij verval riolering  231 km
(mini)gemalen  760 stuks


In 2018 is een nieuw GRP vastgesteld en is bepaald welke maatregelen er aan het rioolstelsel getroffen dienen te worden voor met name de komende planperiode van 5 jaar. In de eerste 5 jaar is daar gedetailleerd naar gekeken en zijn ook de benodigde budgetten vastgelegd. Voor de periode daarna is dat ook gedaan, maar dan meer op hoofdlijnen. Op het gebied van de riolering gaat het om het onderhoud en beheer van bestaande riolering en gedeelten van de riolering, die vervangen moeten worden. In het GRP 2019-2023 is ingespeeld op de klimaatverandering. Er zijn maatregelen ingepland voor de locaties, waar via modelberekeningen is gebleken, dat daarbij toenemende hoeveelheden neerslag problemen kunnen gaan optreden. De gemeente Twenterand gaat in deze GRP-periode ervaring opdoen met risicogestuurd rioolbeheer. Wij gaan vervangen op basis van risico en dus op functioneren. Door verbetering van methodieken kunnen wij nauwkeuriger bepalen hoe lang een riool meegaat en wat de gevolgen van bepaalde schades zijn. Door risicogestuurd rioolbeheer blijven de kosten maatschappelijk aanvaardbaar. Zowel m.b.t. het opstellen van het nieuwe GRP als de doelmatigheid van te treffen maatregelen heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap Vechtstromen. Het overleg met het Waterschap heeft o.a. tot doel dat er zowel voor het waterschap als voor de gemeente een win- win-situatie ontstaat, m.a.w. zo slim mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten de noodzakelijke maatregelen treffen. Middels het kostendekkingsplan is de hoogte van de rioolheffing bepaald op basis van 100% kostendekkendheid. Planmatig wordt het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd, waardoor de kwaliteit wordt bewaakt. Ter plekke van de overstorten en de gemalen worden permanent metingen verricht om de werking van het stelsel te kunnen monitoren. Er wordt gewerkt met het programma rationeel rioolbeheer van Sweco.

Financieel overzicht: Riolering
Omschrijving R 2020 B 2021 B 2022 B 2023 B 2024 B 2025
Onderhoud 259.031 241.894 246.731 251.665 256.699 240.436
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 1.139 500 0 1.312 1.589 1.589
Afschrijvingen 2.012.469 726.998 726.037 721.060 716.082 711.105
Totaal 2.272.639 969.392 972.768 974.037 974.370 953.130

Kaderplan speelruimte

Voor het kaderplan speelruimte (door de Raad vastgesteld in 2018) is jaarlijks gemiddeld €76.000,- nodig. Dit is meegenomen in de begroting 2020 en verder. Alle centrale plekken en steunplekken blijven hiermee ingericht. 

Speeltoestellen  Areaal
Aantal speeltoestellen 569 stuks

 

Tractie en gereedschappen

Tractie en gereedschappen hebben blijvend aandacht nodig in relatie tot bezetting en daarmee effectief gebruik. Door gewijzigde inzichten of anders uitvoeren van werkzaamheden is het zinvol het gebruik van deze middelen constant tegen het licht te houden. De kapitaallasten van de tractie zijn in de begroting opgenomen voor een vast bedrag. Het verschil tussen werkelijk en begroot wordt gestort c.q. onttrokken uit de reserve tractie. Jaarlijks wordt beoordeeld of de vervangingen, die zijn opgenomen in het tractieplan, noodzakelijk zijn.

Paragraaf Financiering

Inleiding

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarrekening neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV, in ieder geval op:
A. de kasgeldlimiet;
B. de renterisiconorm;
C. een overzicht van verstrekte geldleningen.

Paragraaf financiering

Algemene ontwikkelingen
De gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen waarin aangegeven wordt wat de beleidsvoornemens zijn ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geeft de paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Om volledig te voldoen aan de wetgeving op het gebied van treasury heeft de gemeente Twenterand een treasurystatuut. In dit treasurystatuut zijn de uitgangspunten, de doelstellingen, de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief het toezicht op de uitvoering van de treasury) voor de treasuryfunctie vastgelegd. De wet FIDO definieert treasury als volgt: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.

Treasurybeleid
De beleidsdoelstelling van het treasurybeleid van de gemeente Twenterand kan als volgt worden omschreven: De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdende beleid stelt de gemeente zich ten doel zo laag mogelijke kosten over leningen en/of een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen te realiseren, voor zover nog mogelijk binnen de opgelegde regeling voor schatkistbankieren. Dit binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden en ter beperking van risico’s.

Renterisico’s
Een hoofddoel van treasury is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Aan de andere kant dient er optimaal geprofiteerd te worden van lage rentestanden.
Met het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten wordt continue geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico, eventueel ondersteund door een liquiditeitsprognose.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico's die ontstaan door het aangaan van overmatige korte-termijnfinancieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte schuld waarover de gemeente renterisico mag lopen.
Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt voor het gehele begrotingsjaar aangehouden de omvang van de jaarbegroting per 1 januari van het betreffende jaar. Op grond hiervan is de door het rijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet voor 2022 vastgesteld op 8,5% van € 100.892.244 = € 8.576.000. Dit betekent dat de gemeente Twenterand door het jaar heen tot het hierboven berekende bedrag met kort geld mag financieren (ook investeringen). Wanneer de kasgeldlimiet structureel overschreden dreigt te worden, moeten langlopende leningen (leningen met een looptijd langer dan 1 jaar) aangetrokken worden. Tot maximaal het bedrag van de kasgeldlimiet loopt de gemeente renterisico, gebaseerd op leningen met een termijn van korter dan een jaar.
Met betrekking tot gelden in rekening-courant/kort geld loopt er met onze huisbankier een overeenkomst waarin is afgesproken dat deze dagelijks de saldi in rekening-courant in daggeld uitzet of aanvult. Daarnaast wordt, indien noodzakelijk, kasgeld aangetrokken c.q. gelden via schatkistbankieren weggezet voor periodes variërende van 1 week tot 1 jaar afhankelijk van geldbehoefte en mogelijkheden op de geldmarkt.

Renterisiconorm
In de wet FIDO is door het rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteaanpassing doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet.

De doelstelling van de renterisiconorm is in feite dat bij een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille, waarbij niet in enig jaar een onevenredig deel van de leningenportefeuille geherfinancierd hoeft te worden, het renterisico op de vaste schuld over de jaren gespreid wordt. De renterisiconorm is door het rijk vastgesteld op maximaal 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat voor het jaar 2022 de renterisiconorm als volgt kan worden berekend:

Begrotingstotaal 2022: € 100.892.244
Renterisiconorm voor 2022 bedraagt 20% = € 20.178.449

Onderstaand de berekening van het renterisico op de vaste schulden voor het jaar 2022:

1. Begrotingstotaal € 100.892.244
2. Wettelijk percentage 20%
3. Renterisiconorm (1x2) € 20.178.449
4. Renteherzieningen € 0
5. Aflossingen € 3.820.461
6. Bedrag van renterisico (4+5) € 3.820.461
7. Ruimte onder renterisiconorm € 16.357.987

Rentetoerekening en kredietrisico's

Rentetoerekening
Rente wordt op basis van het rente-omslagpercentage doorberekend aan de taakvelden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het grondbedrijf een ander percentage wordt berekend op de in het BBV voorgeschreven wijze. De rente wordt samen met de afschrijvingslasten middels de kapitaallasten doorberekend aan de diverse taakvelden. Aan investeringen wordt geen rente rechtstreeks toegerekend.

Kredietrisico’s
Ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken.
Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen (het terugbetalen van de verstrekte lening). Hieronder treft u een overzicht aan van de verstrekte leningen door de gemeente.

Omschrijving 2022
Lening Zonnepark BV 5.680.001
Lening Activiteitencentrum 4.169.906
BAGL GR Vechtdal 923.265
Lening tennisvereniging Den Ham 2002 1.696
Lening Den Ham FC Twente Madness 8.470
Peuterspeelzaal 2002 189.393
Startersleningen 1.024.304
Hypotheekverstrekkingen ambtenaren 2.262.031
Lening korfbalvereniging TOP 14.000
Lening Voorwaarts 2013 6.000
Lening St.Kulturhus De Klaampe 77.598
€ 14.356.665

Financieringspositie en -behoefte

Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van onze gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-)investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. De activa van de gemeente Twenterand zullen per begin 2022 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:

Boekwaarde vaste activa € 97.565.845
Vaste financieringsmiddelen
Reserves € 26.304.956
Voorzieningen € 12.403.633
Langlopende leningen € 43.739.312
Totaal financieringsmiddelen € 82.447.900
Gefinancierd met vlottende middelen € 15.117.945

Mutaties leningenportefeuille

In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille (exclusief leningen ten behoeve van woningbouw) voor het begrotingsjaar 2022 weergegeven:

Bedrag Gemiddelde rente Invloed op gem.rente
Stand per 1 januari 2022 € 43.739.312 1,115%
Nieuwe leningen € 5.000.000
Reguliere aflossingen € 3.820.461 0,029%
Vervroegde aflossingen € 0
Stand per 31 december 2022 € 44.918.851 1,086%

Renteverwachting

Voor het begrotingsjaar 2022 is rekening gehouden met de volgende percentages:
- Voor aan te trekken kort geld 0,5%
- Voor aan te trekken lang geld 1%

De behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor de aanpassingen van het BBV is hier sprake van een verplichting.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf Bedrijfsvoering gaat over bedrijfsvoering en over de Griffie. Dit omvat de intern gerichte beleidsterreinen.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering omvat al die functies die het mogelijk maken dat de primaire processen, gericht op de dienstverlening aan inwoners en bedrijven, kunnen plaatsvinden. Daarnaast betreft het activiteiten gericht op het mogelijk maken van het bereiken van de doelen van de begroting (bestuurlijke en Maatschappelijke opgaven) en het in beheer zijn van bedrijfsmatige activiteiten. Kortom: bedrijfsvoering is ondersteunend, faciliterend en adviserend en betreft vooral going concern – activiteiten. Het betreft Personeel en Organisatie, (interne) Communicatie, Bestuursondersteuning burgemeester en wethouders, Planning & Control, Financiën , Informatisering & Automatisering en Bestuurlijk Juridische zaken. Vanwege de aard van deze activiteiten wordt in deze paragraaf ingegaan op een aantal zaken die binnen Bedrijfsvoering in 2022 extra aandacht of inspanningen vragen nader ingegaan. Echter, omdat de raad deze al bij de kadernota 2022 heeft vastgesteld worden deze alleen opgesomd en wordt verwezen naar de tegel verwerkte besluiten Kadernota 2022

Voor bedrijfsvoering zijn de volgende voorstellen bij de behandeling van de kadernota 2022 in de raad vastgesteld:

Uitstellen ophoging opleidingsbudget
Temporiseren datagestuurd werken
Opgave personeel
Besparing op abonnementen
Besparing door minder gebruik dienstauto’s
Software kosten
Programma Twenterand Digitaal

Op grond van Motie M14 is een eenmalig bedrag begroot van € 25.000 voor vervanging van verouderde apparatuur lokale omroep, die onder meer nodig is voor de omroep om de rol als calamiteitenzender voor de gemeente Twenterand kwalitatief waar te kunnen maken via de ether, kabel, glasvezel en internet. De dekking vindt plaats uit de reserve coalitieakkoord. 

 

 

Griffie

Maatschappelijk effect

Een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming. Dat is het maatschappelijk effect waar de activiteiten van de griffie zich op richten.
In essentie is de gemeenteraad een bestuursorgaan dat besluiten neemt. Zij doet dat vanuit haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming is van belang voor het goed functioneren van de democratie. De griffie ondersteunt en adviseert de raad hierbij (conform artikel 107 van de Gemeentewet).

Dit beoogde maatschappelijk effect is geen stip aan de horizon, maar een vrij constant gegeven waar voortdurend aan gewerkt moet worden. De ambitie ligt met name in de term “hoogwaardige”, waarbij het van belang is om continu aan te sluiten bij en te anticiperen op de (veranderende) vraag uit de raad en de samenleving.

Doelen

Om een hoogwaardige kwaliteit van besluitvorming te bereiken, werkt de griffie in een continu proces aan de realisatie en instandhouding van de volgende doelen.
• Competente raadsleden, zodat de raad (als geheel) haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak goed kan uitvoeren.
• Een efficiënte en gedragen vergaderpraktijk: structuur en cultuur, om de vele te nemen besluiten op een goede wijze te organiseren. Dit gebeurt volgens het principe Beeldvorming (informatie verzamelen), Oordeelsvorming (mening vormen) en Besluitvorming (besluit nemen). Daarnaast zijn gedragen omgangsvormen / cultuuraspecten van belang om de vergaderstructuur soepel te laten verlopen.
• Goede vergaderstukken, om als raad een zorgvuldig besluit te kunnen nemen dat recht doet aan alle belanghebbenden.
• Een competente, betrokken en flexibele griffie, om de raad te kunnen ondersteunen en adviseren.
• Goed geïnformeerde en betrokken belanghebbenden / inwoners, voor een zorgvuldige belangenafweging en een breed draagvlak voor de democratische besluitvorming. Belanghebbenden / inwoners worden daarom op een goede wijze betrokken en van informatie voorzien.

Activiteiten

De griffie probeert deze doelen te realiseren en in stand te houden door het leveren van goede advisering en ondersteuning. Dit vertaalt zich onder meer in activiteiten die gericht zijn op:
• goede wet- en regelgeving (waaronder verordeningen)
• gedragen bestuurlijke procedures en processen
• gedragen omgangsvormen
• een passende fysieke vergaderomgeving
• een effectief overleg binnen de driehoek
• een efficiënt relatienetwerk (intern en extern)
• een goed management over de griffie
• goede en efficiënt georganiseerde vergaderingen en bijeenkomsten
• een gedragen lange termijn agenda / vergaderschema
• een goede ondersteuning en advisering van de raad en al haar organen, waaronder:
o raadspresidium
o auditcommissie
o vertrouwenscommissie
o rekenkamer
o commissie onderzoek nieuwe leden en wethouders
o werkgeverscommissie
• een goede ondersteuning en advisering van werkgroepen en klankbordgroepen uit de raad
• een goede en gedragen bijdrage ten behoeve van de jaarstukken en begroting
• een goede advisering, coaching en ondersteuning van (individuele) raadsleden, o.a. bij de toepassing van de raadsinstrumenten
• een passend aanbod van raadsinfo’s / beeldvormende raadsbijeenkomsten: informatiebijeenkomsten, opleiding, excursies, werkbezoeken, scholing, hoorzittingen etc.
• goede en toegankelijke vergaderstukken die zoveel mogelijk digitaal en altijd tijdig beschikbaar zijn
• een efficiënt budgetbeheer
• een efficiënt en gebruikersvriendelijk raadsinformatiesysteem, waaronder webcasting en gebruikersondersteuning
• een efficiënte administratie en post en e-mail verwerking (waaronder archivering)
• een efficiënte verstrekking van informatie
• een efficiënte communicatie

Ontwikkelingen en budget

De volgende ontwikkelingen zullen in 2022 (en daarna) voor raad en griffie actueel zijn. Deze ontwikkelingen behoeven veelal een zoektocht om er op de juiste wijze mee om te gaan. Uitgangspunt daarbij is steeds: een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming.
• Hoe om te met gaan met de leermomenten uit de Covid-19 pandemie.
• Verminderde belangstelling voor “politiek” en opkomstbevordering
• Burgers worden mondiger: opkomst van burgerparticipatie en overheidsparticipatie (inwonersbetrokkenheid).
• Groeiende en veranderende intergemeentelijke samenwerking, met name binnen de regio Twente.
• Meer aandacht voor ondermijning en integriteit.
• Digitalisering van het besluitvormingsproces.
• Wettelijke verplichting tot ondertiteling van de uitzendingen en videoverslagen van de raadsvergaderingen en raadsdebatten, alsmede de archivering daarvan.
• Voorbereiding op de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Opleidingstraject en ondersteuning nieuwe raadsleden.

Veel van deze ontwikkelingen worden (ook) vanuit de organisatie opgepakt en behoeven derhalve vanuit het budget voor raad en griffie geen extra middelen. Dat geldt echter niet voor laatstgenoemde ontwikkeling. Deze ontwikkeling vergt wel extra middelen die bovendien niet in het krappe reguliere budget voor raad en griffie beschikbaar zijn. Het betreft hier de aanschaf van devices c.q. notebooks voor de nieuwe raadsleden, alsmede het opleidingstraject voor de nieuwe raadsleden. Hiervoor is een eenmalig bedrag van € 30.000 begroot dat gedekt zal worden uit de reserve coalitieakkoord. Bij de kadernota is dit reeds aangegeven. Op grond van de aangenomen motie M33 is de dekking evenwel gewijzigd (was dekking Algemene Risico Reserve). De verwachting is dat het bedrag van € 30.000 voldoende zal zijn. Mocht dat niet het geval blijken, dan zullen we daar bij de berap op terug komen.
Daarnaast is op grond van amendement A14 een éénmalig bedrag begroot van € 20.000 te gebruiken voor onderzoek en (individuele of groeps) coaching voor raadsfracties / raadsleden. Hiervoor moeten nog nadere regels worden opgesteld. De dekking vindt plaats uit de reserve coalitieakkoord.

Paragraaf Verbonden Partijen

Inleiding

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en of financiële belangen en mogelijke risico’s wordt in de begroting en jaarstukken aandacht besteed aan derde rechtspersonen (de verbonden partij), waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in deze relaties van de gemeente. Onder verbonden partijen moet worden verstaan: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regeling) en/of stichtingen en publiek private samenwerkingsconstructies. Onder ‘bestuurlijk belang’ wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stem-recht. Met een ‘financieel belang’ wordt bedoeld dat middelen ter beschikking zijn gesteld die verloren gaan in geval van faillissement van de ‘verbonden partij’ of als financiële problemen bij een ‘verbonden partij’ op de gemeente kunnen worden verhaald.

Wat willen we bereiken
Twenterand wil participeren in partijen die een publiek belang dienen, zodat de visies en beleidsdoelstellingen van de gemeente ondersteund en uitgedragen worden. Indien participatie leidt tot inkomsten voor de gemeente worden deze inkomsten ingezet als technisch onderdeel van de gemeentebegroting. Hierbij worden de risicobeperkingen, welke de Wet Financiering Decentrale Overheden gemeenten oplegt bij dergelijke deelnemingen, in acht genomen.

Wat doen we daarvoor
De gemeente Twenterand neemt actief deel in bestuurlijke overleggen van verbonden partijen, waarbij voorafgaand aan deze vergaderingen het college een standpunt inneemt ten aanzien van de agenda. Via de besluitenlijsten van het college worden de gemeenteraad en de inwoners over de externe vertegenwoordigingen geïnformeerd.

De verbonden partijen van de gemeente Twenterand zijn gerubriceerd naar de volgende categorieën:
A. Gemeenschappelijke regelingen

Regio Twente
Veiligheidsregio Twente
GR Soweco
GR Stadsbank Oost Nederland
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente
Omgevingsdienst Twente
B. Deelnemingen in vennootschappen (NV’s, BV’s, VOF’s en CV’s) en coöperaties

Cogas N.V.
Twence B.V.
N.V. Rova Holding
Wadinko N.V.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Enexis
Zonnepark Oosterweilanden
C. Deelnemingen in Stichtingen en Verenigingen

Dimpact
Euregio
P-10 (plattelandsgemeenten)

In bijlage D van deze begroting wordt, conform de richtlijnen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en de financiële verordening van de gemeente Twenterand, een nadere uitwerking per verbonden partij weergegeven. De eventuele risico’s rondom de verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen.

Regionale samenwerking in Twente

Programma:
De samenwerking in Twente levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van alle programma’s en diverse doelenbomen. Het grootste onderdeel is de wettelijke gemeentelijke taak GGD.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en bereikbare regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten (14) gemeenten zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. De regionale samenwerking wordt op een breed terrein verricht: algemeen bestuurlijk, economische zaken, volksgezondheid, milieu, ruimtelijke ordening en recreatie en toerisme.

De transitie van de Regio Twente is in 2021 in een afrondende fase. Er staat een nieuwe structuur voorzien met meer focus en eenvoud in regionale samenwerking. De ‘oude’ organisatie Regio Twente is opgesplitst in vier verschillende onderdelen:
GR Gezondheid: een organisatie voor gezondheid met daarin de GGD, OZJT, Veilig Thuis Twente en Kennispunt Twente.
Twente Board: een organisatie waarin 3 o’s, onderwijs, ondernemers en overheid, samenwerken aan de sociaaleconomische structuurversterking. De inbreng vanuit Twenterand wordt ingebracht via het Bestuurlijk Overleg sociaaleconomische structuurversterking.
Recreatieschap Twente: een lichte samenwerkingsvorm waarin recreatieparken, recreatieve routes en fietspaden voor inwoners van Twente worden beheerd en onderhouden. Het strategisch beleid op dit gebied ligt bij de Twente Board.

Coalitions of the willing: vrijwillige samenwerkingen op het gebied van Milieu, Duurzaamheid en Afval (MDA) en RES en Twentse Kracht.

Resttaken: samenwerking op de onderwerpen Mobiliteit en Arbeidmarktregio.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van bovengenoemde samenwerkingsvormen in Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt in de meeste gevallen op basis van inwonertal. Een uitzondering hierop is de JGZ-bijdrage, deze wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen.
De bijdrage aan de regionale samenwerking in Twente bedraagt in 2022 € 1.998.859,-. De stijging ten opzichte van 2020 hangt vooral samen met de geraamde loon- en prijsontwikkeling.

Beleidsvoornemens:
De gemeente Twenterand neemt deel aan de Agenda voor Twente voor de periode 2018-2022. In deze regionale agenda, bedoeld om de sociaaleconomische structuur van Twente te versterken, staan vier actielijnen centraal: Techniek als motor; Arbeidsmarkt & talent; Bereikbaarheid & vestigingsklimaat; Circulaire economie & duurzaamheid. Twenterand zit tot en met 2022 in de Twente Board met het geld voor de Agenda voor Twente. In 2022 komt er een evaluatie op basis waarvan het college van B en W in gesprek gaat met de gemeenteraad om uiteindelijk tot een besluit te komen voor de jaren vanaf 2023.

Veiligheidsregio Twente, Enschede

Programma:
Veiligheidsregio Twente (VRT) is een samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten en de veertien gemeenten in Twente. De samenwerking is gestoeld op de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De basis voor de ambtelijke organisatie van de VRT wordt gevormd door de volgende organisatieonderdelen: ‘Veiligheidsbureau’, ‘Brandweer Twente’, ‘GHOR’ (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en ‘Gemeenten’. Deze organisatieonderdelen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken en werken onder de verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur VRT multidisciplinair samen.

Doelstelling:
Veiligheidsregio Twente zet zich in voor effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. De VRT kent meerdere programma’s, waaronder:
- Multidisciplinaire onderwerpen
- Brandweer
- GHOR
- Gemeenten

In de programmabegroting 2022 van de VRT staat per programma benoemd wat de doelstellingen zijn en wat hier voor gedaan gaat worden.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s werken de Twentse gemeenten samen binnen de gemeenschappelijke regeling op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Het Algemeen Bestuur van de VRT wordt gevormd door de Twentse burgemeesters.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt verdeeld over de Twentse gemeenten. Sinds 2016 wordt hierbij gebruik gemaakt van de Cebeon-verdeelsystematiek (Cebeon is het bureau dat de verdeelsystematiek voor het gemeentefonds periodiek onderhoudt.). De gemeente Twenterand draagt in 2022 bijna 2,2 miljoen bij aan de VRT.  Dit bedrag wordt grotendeels gedekt uit de bijdrage die de gemeente Twenterand ontvangt vanuit het Gemeentefonds (cluster Openbare Orde en Veiligheid, subcluster Brandweer en Rampenbestrijding). 

Beleidsvoornemens:
‘Stabiele factor in tijden van verandering’.  Dat is de rode draad van de koers voor de komende jaren. We leven in een wereld
waarin ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Dit biedt kansen, tegelijkertijd stelt het ons voor een aantal uitdagingen.  De Veiligheidsregio Twente focust de komende jaren op:

- Continuiteit en stabiliteit; het goed blijven doen, zoals we dat nu doen, met voldoende mensen en
middelen
- Een nieuwe meldkamerlocatie in Apeldoorn.
- Aansluiting blijven vinden en behouden bij de Twentenaren.
- Technologische veranderingen: kansen benutten en proactief reageren op potentiele bedreigingen.
- Anticiperen op crisistypen gerelateerd aan klimaatverandering
- Anticiperen op de wijziging van meerdere wetten die invloed hebben op onze taken

Soweco NV, Almelo

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Maatschappelijke ontwikkeling en zelfredzaamheid en programma Economie en vrijetijdsbesteding.

Doelstelling:
Het doel van de GR Soweco was het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) voor de betrokken gemeenten.  Door het besluit tot opheffing is het doel gewijzigd naar het goed afwikkelen van de liquidatie

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten gemeenten waarmee een samenwerkingsverband bestaat zijn Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Wierden en Twenterand. De GR Soweco is ontstaan in 1969, toen de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in werking trad.

Financiële relatie / financieel belang:
Als gevolg van besluit tot opheffing is een liquidatieplan opgesteld. Het saldo aan het einde van de liquidatiefase zal worden verrekend met de deelnemende gemeenten.

Beleidsvoornemens:

De GR SOWECO is opgeheven. Nadat alle taken en bezittingen van Soweco zijn overgedragen aan de nieuwe uitvoeringsorganisatie, start de liquidatie. Tot en met de liquidatie blijft dit een verbonden partij. Elk kwartaal wordt er over de voortgang van de liquidatie gerapporteerd. 

 

Stadsbank Oost Nederland, Enschede

Programma:
Sociaal Domein

Doelstelling:
De Stadsbank is een kredietbank, zoals bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet. De Stadsbank heeft tot doel een verantwoord pakket aan te bieden van financiële dienstverlening.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De GR wordt gevormd door 22 deelnemende gemeenten in de Achterhoek en Twente. De portefeuillehouder Sociale Zaken heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergadert circa twee keer per jaar.

Financiële relatie/financieel belang
De begrote bijdrage voor 2022 bedraagt €260.000. Door genomen (preventieve) schuldhulpmaatregelen en de doorontwikkeling van het Meldpunt Schulden is de verwachting dat ook in 2022 het begrote bedrag voldoende zal zijn. 

In het kalenderjaar 2022 zal de nieuwe integrale schuldenaanpak verder worden geïmplementeerd; de focus in deze aanpak ligt op preventie van schulden. De effecten van corona (= meer afname van schuldhulpverleningsproducten) zullen mogelijk zichtbaar worden in het kalenderjaar 2022, doordat de ondersteuning vanuit het Rijk wordt stopgezet.  

Beleidsrelatie:
De laatste jaren laat de gemeente Twenterand een stabiel uitgavenpatroon zien, namelijk een lichte daling van het aantal afgenomen budgetbeheerrekeningen en een lichte stijging van het aantal producten op het gebied van beschermingsbewind en bewindvoering.
De daling van het aantal schuldhulpverleningsproducten is een resultaat van het gevoerde (preventieve) beleid en de economische hoogconjunctuur. De toename van het aantal producten op het gebied van beschermingsbewind en bewindvoering is een landelijke trend. Door de verdere uitrol van de Wet Adviesrecht verwachten wij bovengenoemde toename af te toppen. 

 

Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, Hengelo

Programma:
Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente) is een gemeenschappelijke regeling die een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstelling van programma Fundament.

Doelstelling:
Het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Het GBTwente wordt gevormd door de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal en Twenterand.
De gemeente Twenterand wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Financiën.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van het aantal aanslagen van de verschillende belastingen die voor de gemeente Twenterand worden uitgevoerd. De begrote bijdrage voor 2022 is € 704.745

Beleidsvoornemens: 
De visie van het GBTwente luidt: ‘Het GBTwente maakt belastingen begrijpelijk en persoonlijk’. Dit is waar het GBTwente de komende jaren naar toe wil. Omdat het belastingproces een complex geheel van beleid, uitvoering en besteding is, waarbij veel verschillende stakeholders betrokken zijn, wil het GBTwente de gemeentelijke belastingen voor iedereen begrijpelijk maken op een persoonlijke manier. Kernwaarden die aansluiten bij deze visie zijn: deskundig, helder, integer en behulpzaam. De randvoorwaarde voor de komende jaren is het geven van financiële zekerheden. Het GBTwente voorziet in de komende jaren, behoudens indexaties, wijzigingen in wet- en regelgeving en uitbreiding van gevraagde dienstverlening door gemeenten, geen aanleidingen voor kostenverhogingen. Mochten deze zich toch onverhoopt voordoen, dan zal het GBTwente compensatievoorstellen doen en die met de deelnemende gemeenten afstemmen.
De uitwerking van het bovenstaande resulteert in een strategie die gericht is op: foutloos, sneller en goedkoper werken.

Omgevingsdienst Twente

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van programma Ruimte en heeft raakvlakken met bijna alle doelenbomen binnen dit programma. Primair gaat het om de uitvoering van alle milieutaken, maar ook milieu gerelateerde taken zoals: duurzaamheid en de invoering van de Omgevingswet.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en prettige regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De deelnemende Twentse gemeenten (14) zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Ook de provincie Overijssel is deelnemer. De werkzaamheden worden milieu breed of wel omgevingsbreed verricht. Belangrijke thema's betreffen, volksgezondheid, milieu en ruimtelijke ordening.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van de Omgevingsdienst Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt in de meeste gevallen op basis van inwonertal. Een uitzondering hierop is bijdrage van de provincie. Deze bijdrage is gerelateerd aan de grootste gemeente binnen de regio Twente. .

Beleidsvoornemens:
De gemeente Twenterand neemt deel aan de ontwikkeling van beleidsregels voor alle VTH-Taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving). Primair zijn deze gericht op de milieutaken, maar dezen worden zodanig lokaal 'ingekleurd' dat ze ook voor de niet milieutaken toegepast kunnen worden. Te denken valt aan Risicoanalyses waarmee op basis van risico's bij niet naleving geprioriteerd uitvoering kan worden gegeven aan de VTH-taken. VTH-beleid betreffende kwaliteitsnormen en bodemkwaliteitskaarten. De gemeente Twenterand is vertegenwoordigd in het Portefeuillehoudersoverleg VTH en het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Twente.

Cogas, Almelo

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op het beleidsveld Milieu.

Doelstelling:
Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie-en machtigingsgebieden. Twenterand valt onder het verzorgingsgebied van Cogas. Oorspronkelijk doel van de Cogas N.V. was het voorzien in een dekkende en betrouwbare energie- en kabelinfrastructuur op het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Momenteel zijn het realiseren van duurzame en innovatieve energieoplossingen belangrijke doelen geworden.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten. Cogas is gevestigd in Almelo. Aandeelhouders zijn de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand en Wierden.

Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand bezit 558 aandelen à €454,-; totale (nominale) waarde van €253.332,-. Dit betreft 11 % van de aandelen. Hierop wordt jaarlijks dividend uitgekeerd. De dividenduitkering aan Twenterand wordt voor 2021 geraamd op €  1.106.000 

Door de verkoop van aandelen Cogas Kabel Infra in 2019 door Cogas, heeft Twenterand in 2021 een extra dividend van € 3.290.000 ontvangen. Daar staat tegenover dat vanaf 2026 de uitkering van het jaarlijkse dividend zal dalen met € 558.000.

Beleidsvoornemens: Het is de ambitie van Cogas, naast uitstekend netbeheer van bestaande netwerken, te investeren in de aanleg van nieuwe energie-infrastructuren, zoals warmte- en biogasnetwerken, om daarmee de verduurzaming van de warmtevoorziening mogelijk te maken en de energietransitie in de regio te faciliteren. Cogas wil een bijdrage leveren aan en positie nemen in de Energietransitie en is partner in de RES Twente.

Twence Holding BV, Hengelo

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.

Doelstelling:
Openbaar belang
Terugwinning van grondstoffen en energie uit huishoudelijk afval door duurzame en betaalbare verwerking van afval en bevordering van de samenwerking op het gebied van innovatief afvalbeleid (circulaire economie).

Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
Behouden van verwerkingscapaciteit voor huishoudelijk afval tegen marktconforme tarieven
In stand houding van een bedrijf dat op een duurzame wijze afval verwerkt tot grondstoffen en energie.
We stemmen alleen in met extra investeringen als deze bij kunnen dragen aan beleidsdoelen van de gemeente Twenterand.
Beheren en exploiteren van milieuvoorzieningen, het verlenen van diensten op het gebied van milieubeheersing in het algemeen, het bewerken en verwerken van huishoudelijk afval en bedrijfsafval en het produceren en leveren van (duurzame) energie en secundaire grondstoffen;

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twence is een overheidsbedrijf (uitsluitend gemeentelijke aandeelhouders) voor de verwerking van afval tot grondstoffen en energie. De Twentse gemeenten hebben gezamenlijk een aandeel van 96.35 % in Twence Holding B.V.

Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand bezit 43.909 aandelen ( 5,17 %) ter waarde van €43.909.- (nominale waarde), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. De dividenduitkering in 2022 wordt gewijzigd naar 40% van de winstuitkering. De borgstellingsvergoeding zal vervallen. De verwachting is dat het dividend dat ontvangen wordt gelijk is aan het ontvangen dividend plus borgstellingsvergoeding over eerdere jaren. De verwachte  dividenduitkering is circa €325.000.-.

Beleidsvoornemens:
In de aandeelhoudersvergadering in december 2019 is het Strategisch beleidsplan 2020-2023 vastgesteld. Dit plan bevat twee strategische lijnen: 
I. Een actieve en substantiële bijdrage leveren aan de duurzame regionale energievoorziening.
II. Meer waardevolle grondstoffen uit afval en biomassa produceren om daarmee de grondstofkringlopen te sluiten.

Twenterand heeft in 2021 geprobeerd haar aandelen te verkopen. Dit traject is afgerond nadat de onderhandelingen zijn gestaakt. In september 2021 worden de tarieven vanaf juli 2022 t/m juli 2027 in de aandeelhoudersvergadering besproken en besloten. Het dividendbeleid is in de aandeelhoudersvergadering van mei 2021 aangepast. De onderhandelingen over het nieuwe verwerkingscontract worden gestart.

N.V. Rova Holding, Zwolle

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.

Doelstelling:
Het bevorderen van en/of het doen realiseren van integraal afvalketenbeheer en het leveren van kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op het terrein van verwijdering van afvalstoffen, waaronder begrepen beleidsondersteuning en collectieve aanbestedingen ten behoeve van deelnemende overheden.
Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
- het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval tegen zo laag mogelijke kosten voor de inwoners
- het in stand houden van een bedrijf dat op duurzame wijze diensten aan gemeenten verleend op het gebied van huisvuilinzameling, terugwinning van grondstoffen en BOR taken

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
ROVA is een afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie. Het werkgebied van ROVA telt 23 gemeenten in Midden en Oost-Nederland. Het betreft de organisatie, beheer en uitvoering van publieke taken voortvloeiend uit de afvalzorgplicht van de aangesloten gemeenten en de uitvoering van de gemeentelijke reinigingstaken.
Twenterand bezit 335 aandelen (3 %) ter waarde van €38.005,75 (nominale waarde) waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het normdividend bedraagt voor 2022 €100.000,-. Dit bedrag wordt ondergebracht bij de algemene dekkingsmiddelen. 

 Beleidsvoornemens:
De ontwikkelvisie van ROVA houdt onder andere in dat afval als grondstof wordt gezien en dat ROVA er naar streeft om het dienstenpakket verder uit te breiden met taken op gebied van het Beheer van openbare ruimte. Nagenoeg alle ROVA gemeenten hebben de afgelopen jaren nieuwe afvalbeleidsprogramma’s aangenomen in de vorm van een grondstoffenplan. In alle gemeenten zijn de resultaten zeer positief. Een aantal ROVA-gemeenten laat nu al resultaten zien tot minder dan 50 kilo per inwoner per jaar. Toch ziet ROVA nog voldoende ambities. Verdere optimalisaties in de inzameling waaronder het vinden van oplossingen voor hoogbouw en het vinden van recycling oplossingen voor overblijvende reststromen zoals luiers vormen nog steeds een uitdaging.

Wadinko N.V., Zwolle

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Economie en vrijetijdsbesteding.

Doelstelling:
Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid wil bevorderen in Overijssel, de Noord-Oostpolder en Zuidwest Drenthe. Wadinko heeft op dit moment één participatie binnen de gemeente Twenterand.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten. Wadinko is gevestigd in Zwolle.

Financiële relatie / financieel belang:
Voor 2022 en verder is €42.500,- begroot aan dividend.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Den Haag

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Fundament en specifiek aan het beleidsveld Middelen.

Doelstelling:
BNG vertaalt haar missie in de volgende strategische doelstellingen:
- behoud van substantiële marktaandelen in de Nederlandse publieke sector en semipublieke domein;
- behalen van een redelijk rendement voor aandeelhouders.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De BNG is opgericht in 1914 en gevestigd in Den Haag. Het is de bank van en voor de overheid en instellingen voor het maatschappelijke belang. De BNG probeert zo goedkoop mogelijke financiële dienstverlening aan de gemeenten te bieden. Daardoor heeft zij toegevoegde waarde voor haar aandeelhouders en de Nederlandse publieke sector. De BNG is een structuurvennootschap.

Financiële relatie / financieel belang:
De aandelen zijn voor de helft in handen van de Staat, de andere helft is in handen van gemeenten en provincies. De BNG is, gemeten naar balanstotaal, de grootste overheidsbank van Nederland. De nominale waarde van de aandelen BNG van de gemeente Twenterand is €59.670,- (23.868 aandelen à € 2,50). Voor 2022 wordt een dividend verwacht en geraamd van €24.000,-.

Enexis

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op beleidsveld Milieu en programma Fundament.

Doelstelling:
Een op zo duurzaam mogelijke wijze verzorgen van een betrouwbaar en betaalbaar energietransport nu en in de toekomst.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twenterand bezit medio 2020 42.621 aandelen Enexis. Dit betreft 0,0285% van het aandelenkapitaal. 

Financiële relatie / financieel belang:
Voor 2022 en verder is €32.000,- begroot aan dividend.

Beleidsvoornemens:
Enexis heeft alle aandeelhouders gevraagd om een kapitaalinjectie in de vorm van een converteerbare hybride lening. Twenterand participeert hierin naar rato van het aandelenkapitaal voor een bedrag van €142.372,-.

Zonnepark Oosterweilanden BV, Vriezenveen

Programma:
Zonnepark Oosterweilanden B.V. wekt duurzame energie op d.m.v. zonnepanelen en levert daarmee een bijdrage aan de duurzaamheidsopgaven van de gemeente.

Doelstelling:
Het doel van Zonnepark Oosterweilanden B.V. is het opwekken van duurzame energie en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen.

Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:
De gemeente Twenterand is 100% aandeelhouder van Zonnepark Oosterweilanden B.V.

Financiële relatie/financieel belang: Twenterand verwacht van Zonnepark Oosterweilanden BV uit het resultaat over 2021 in 2022 een dividenduitkering van € 300.000.

Beleidsvoornemens:
Productie van duurzame energie.

Dimpact, Enschede

Programma:
Deze deelneming levert binnen het programma Fundament een bijdrage aan het realiseren van actuele informatie die veilig, beschikbaar, betrouwbaar en toegankelijk is in efficiënte systemen als onderdeel van ‘Solide bedrijfsvoering ten behoeve van een goed functionerende gemeente’.

Doelstelling:
De coöperatie Dimpact heeft tot doel om ‘excellente publieke dienstverlening en interactie met burgers, bedrijven en instellingen’ mogelijk te maken voor gemeenten. De klant centraal stellen en de nieuwe informatie-architectuur, spelen daarin een prominente rol. De coöperatie heeft geen winstoogmerk. Alle leden zijn eigenaar van onze coöperatie. Gezamenlijk sturen zij onze ontwikkelingen aan. Samenwerking, kennisdeling en hergebruik van oplossingen zijn daarbij de basis. Het namens de deelnemende gemeenten selecteren en aanschaffen van applicatie(licentie)s levert wezenlijke prijsvoordelen op.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Sinds 2020 bestaat het ledenbestand uit 38 gemeenten, die gezamenlijk zo'n 2.670.000 inwoners vertegenwoordigen. Dimpact vertegenwoordigt daarmee zo’n 16% van Nederland.
De coöperatieve vereniging Dimpact kent de volgende officiële (statutair vastgelegde) besluitvormende organen:
• de Algemene Leden Vergadering (ALV);
• de Raad van Commissarissen (RvC);
• het bestuur.

Financiële relatie / financieel belang:
Over de basiscontributie wordt een inflatiecorrectie toegepast van 2,4%. Hiermee komt het basisbijdrage voor 2022 uit op €120.000,-. 

Beleidsvoornemens:
In 2021 heeft de vereniging een strategische heroriëntering gedaan, met als belangrijkste uitkomst dat ingezet gaat worden op de Common Ground ontwikkeling. Dat gaat gebeuren samen met andere gemeentelijke partijen en met leveranciers van de gemeentelijke markt. Het college van Twenterand heeft besloten niet mee te gaan in deze ontwikkeling, omdat de onzekerheid over de haalbaarheid en het geambieerde tempo hoog wordt geacht. Wij zullen daarom bijvoorbeeld zelf een vervangend zaaksysteem gaan aanschaffen, in plaats van mee te gaan in de Dimpact-innovatieaanpak. Wel blijft Twenterand lid van Dimpact, omdat andere voordelen (zoals kennisdeling en architectuurvorming) ook zinvol en relevant zijn voor Twenterand. De financiële bijdrage zal fors minder worden, en ingezet gaan worden voor zelf aan te schaffen softwareprogramma's. 

Euregio, Gronau

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan alle programma’s en diverse doelenbomen. Het gaat in het algemeen om bestuurlijke samenwerking en internationale contacten.

Doelstelling:
De Euregio heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De Euregio is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van Nederlandse en Duitse gemeenten, steden en (Land-)Kreise.

Financiële relatie / financieel belang:
Voor de Nederlandse gemeenten is de bijdrage aan de Euregio € 0,29 per inwoner.

Beleidsvoornemens:
De Euregio werkt vanuit drie inhoudelijke commissies op de terreinen Maatschappelijke ontwikkeling, Economie en Arbeidsmarkt en Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling.

P-10 (Plattelandsgemeenten)

Programma: 
De P10 levert een bijdrage aan de programma’s Economie en vrijetijdsbesteding en Fundament

Doelstelling:
De P10 bestaat uit de 29 grootste plattelandsgemeenten van Nederland, die in gezamenlijk verband hun ambities en beleidsvoornemens onder de aandacht brengen van de landelijke en Europese politiek. De deelnemende plattelandsgemeenten zijn: West Betuwe, Dinkelland, Tubbergen, De Wolden, Weststellingwerf, Noardeast-Fryslân, Leudal, Altena, Westerkwartier, Het Hogeland, De Fryske Marren, Horst aan de Maas, Midden-Drenthe, Medemblik, Hof van Twente, Peel en Maas, Goeree-Overflakkee, Hollands Kroon, Berkelland, Westerveld, Borger-Odoorn, Aa en Hunze, Schouwen-Duiveland, Hulst, Opsterland, Ooststellingwerf, Sluis, Bronckhorst en Twenterand.

De P10 maakt zich sterk voor een leefbaar platteland door de uitvoering van de Agenda Platteland die bestaat uit 10 punten:

  1. Landelijke souplesse en ondersteuning voor combivervoer goederen en personen.
  2. Verdergaande digitalisering platteland: met name voor die delen van het platteland waar de aanleg van glasvezel niet rendabel is voor marktpartijen.
  3. Investeren in bedrijventerreinen op het platteland met een goede landschappelijke inpassing, ontsluiting en voorzieningen.
  4. Subregionaal arbeidsmarktbeleid om jeugd en jonge professionals te interesseren voor carrières op het platteland.
  5. Landelijke toeristische gebiedsmarketingcampagne voor het Nederlandse platteland.
  6. Betere en bereikbare eerste- en tweedelijnszorg.
  7. Volkshuisvestingsfonds om samen te investeren in nieuwbouw, sloop, verduurzaming, herstructurering bestaande woningvoorraad en alternatieve innovatieve woonvormen op het platteland.
  8. Energiecoöperaties beter positioneren, beperkende regelgeving (zoals de Energiewet en Warmtewet) wegnemen en voorkomen dat marktpartijen voorrang krijgen. Randvoorwaarde hierbij is de verzwaring van het energienetwerk en realisatie van voorzieningen voor de opslag van warmte en energie.
  9. Financieringsinstrument warmtetransitie voor verduurzaming particulier woningbezit op platteland en in lintbebouwingen.
  10. Ruimte voor de kracht van lokale gemeenschappen en krachtige agrarische bedrijven bij de aanpak van klimaatverandering en wateradaptatie (door rijk en provincie).

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De gemeente Twenterand wordt in het Algemeen bestuur vertegenwoordigd door de burgemeester en de wethouder van Economie en vrijetijdsbesteding.

Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand betaalt een jaarcontributie van circa €7.750,-.

Beleidsvoornemens:
Opkomen voor de gedeelde belangen van de gemeente aangesloten bij P-10.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Onder grondbeleid kan worden verstaan het op zodanige wijze handhaven van bestaand grondbeleid dan wel het realiseren van gewenste veranderingen in dit grondgebruik dat dit past binnen de door de gemeenteraad vastgestelde doelstellingen in het kader van de ruimtelijke ordening. Het gemeentelijk grondbeleid is geen doel op zich maar een instrument voor het te voeren ruimtelijk beleid. Het gemeentelijk grondbeleid is sterk verbonden met doelstellingen uit andere beleidsvelden. Hierbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, economische zaken, recreatie en toerisme, veiligheid en leefomgeving. De uitvoering van het grondbeleid is grotendeels onder gebracht bij het grondbedrijf. Maar binnen de Algemene Dienst bevinden zich gronden die kunnen bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen. Hierbij valt onder meer te denken aan sport, recreatie, dorpscentra en veiligheid.

Hoofdlijnen van het grondbeleid

De hoofdlijnen van het grondbeleid

In de nota grondbeleid 2016-2020 zijn de hoofdlijnen voor het beleid vastgelegd. Door de economische tijden is een faciliterende grondbeleid ingezet en zal verder gehanteerd worden. Vraag is of dit in de huidige tijd waar een grote behoefte is aan woningen nog een passend beleid is. In 2022 zal hierop een antwoord moeten worden gegeven.  In de kern Vriezenveen is dringend behoefte aan nieuwe gebieden voor woningbouw en ook de bedrijventerreinen lopen vol. Vooralsnog zijn er geen gebieden waar grotere complexen kunnen worden gerealiseerd. Den Ham beschikt nog over voldoende woningbouwkavels met Zuidmaten Oost en de Smithoek. Wel is het zaak dat het bestemmingsplan voor Zuidmaten Oost definitief vastgesteld gaat worden om stagnatie met fase 4 te voorkomen. In Kroezenhoek West is er nog voldoende ruimte voor bedrijfskavels.  In Westerhaar is Kruidenwijk geheel verkocht. Het Trioterrein is de beoogde uitbreiding voor woningbouw. Hiertoe lopen gesprekken met de ontwikkelaar van dit gebied. In Vroomshoop is voldoende ruimte voor woningbouw in het plan Vroomshoop Oost waar fase 3 en 4 nog vorm gegeven moeten worden. Ook zijn er in dit plan nog bedrijfskavels beschikbaar.

Op niet te lange termijn zal er gekeken moeten worden waar Twenterand de grote uitbreidingen ziet in de nabije toekomst. Voor de leefbaarheid van de kernen is het van levensbelang dat tijdig ingesprongen kan worden op de behoefte en er niet pas begonnen wordt als de behoefte er is.

Geactualiseerde exploitatieopzetten 2021

Bedrijventerreinen
kosten inkomsten winst
totaal gemaakt totaal gemaakt verwacht
Garstelanden 3.090.252,46 1.847.107,37 3.451.816,00 1.297.576,00 361.563,54
Almeloseweg Oost 11.008.024,75 10.359.768,11 11.923.360,35 9.610.207,35 915.335,60
Oosterweilanden 9.907.691,85 5.771.741,24 10.248.360,00 2.003.360,00 340.668,15
restkavels bedrijven 558.215,04 551.758,24 1.055.699,42 304.474,42 497.484,38
Totaal bedrijven 24.564.184,10 18.530.374,96 26.679.235,77 13.215.617,77 2.115.051,67
Woningbouw
kosten inkomsten winst
totaal gemaakt totaal gemaakt verwacht
Kruidenwijk 2.103.874,58 1.266.706,65 4.314.681,87 4.070.513,37 2.210.807,29
Zuidmaten Oost 11.127.871,89 7.689.496,58 10.760.189,62 5.076.075,62 -367.682,27
Vroomshoop centrum 1e fase 4.928.263,19 4.836.811,94 5.199.027,00 4.844.588,00 270.763,81
Poorthuis 2.214.956,68 2.214.956,70 1.719.315,16 1.719.316,16 -495.641,52
Smithoek 809.701,50 398.751,03 1.107.350,00 7.553,00 297.648,50
Mozaïek 1.517.592,54 79.519,16 1.953.972,00 0,00 436.379,46
restkavels woningbouw 1.303.114,87 1.292.849,57 1.674.794,44 1.304.194,44 371.679,57
Totaal woningbouw 24.005.375,25 17.779.091,63 26.729.330,09 17.022.240,59 2.723.954,84
Totaal exploitaties 48.569.559,35 36.309.466,59 53.408.565,86 30.237.858,36 4.839.006,51

Paragraaf Lokale Heffingen

Inleiding

De paragraaf lokale heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van de gemeente Twenterand. Hierbij wordt met name ingegaan op de onroerendezaakbelasting (OZB), de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de begraafrechten en de toeristen- en forensenbelasting.

Lokale Heffingen

Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vindt plaats in de laatste raadsvergadering van 2021.

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (zoals OZB en hondenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:

a. de geraamde inkomsten;
b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
d. een aanduiding van de lokale lastendruk;
e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen

2020 2021 2022
Omschrijving Raming Realisatie Raming Raming
Afvalstoffenheffing € 2.145.706 € 2.096.721 € 2.255.275 € 2.494.815
Begraafplaatsrechten € 580.000 € 856.040 € 580.000 € 580.000
Forensenbelasting € 5.000 € 4.839 € 5.000 € 5.000
Leges burgerzaken € 418.070 € 328.151 € 418.070 € 421.607
Leges omgevingsvergunning € 789.500 € 811.489 € 789.500 € 812.014
OZB eigenaren woning € 4.787.799 € 4.744.069 € 5.056.439 € 5.534.261
OZB eigenaren niet-woning € 1.480.315 € 1.466.266 € 1.501.831 € 1.576.922
OZB gebruikers niet-woning € 1.014.761 € 1.027.232 € 1.061.749 € 1.359.836
Rioolheffing € 3.432.464 € 3.522.711 € 3.569.863 € 3.641.260
Toeristenbelasting € 45.000 € 38.789 € 45.000 € 45.000
€ 14.698.615 € 14.896.307 € 15.282.727 € 16.470.715

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Landelijk

Hervorming lokaal belastinggebied
Het vorige kabinet heeft in een brief d.d. 24 juni 2016, kenmerk 2017-0000356712, aan de Tweede Kamer bouwstenen gegeven voor een hervorming van het lokaal belastinggebied. Verschuiving van Rijks- naar gemeentebelastingen zou op de agenda van het nieuw te vormen kabinet moeten staan. De staatssecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het syntheserapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport over de uitbreiding bevat meerdere varianten en ondersteunt de door de VNG uitgesproken wens om te komen tot een uitbreiding van het eigen belastinggebied. De volgende kabinetsformatie is hét moment om op te koersen om e.e.a. in beleid om te zetten. In de komende periode zal de VNG in samenspraak met de leden (mede op basis van dit rapport) de koers uitzetten om een kleinere financiële afhankelijkheid te realiseren.

Bezwaar en beroep bij kwijtschelding
Momenteel is geen bezwaar mogelijk tegen een beschikking uitstel van betaling. Tegen een beschikking kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is nu administratief beroep bij het college mogelijk. In de toekomst is in beide gevallen eerst bezwaar bij de invorderingsambtenaar mogelijk en is daarna de fiscale rechter bevoegd (rechtbank in eerste aanleg, gerechtshof in hoger beroep en Hoge Raad in cassatie). Wanneer deze landelijke wijziging in werking treedt is nog niet bekend.

Zonnepanelen
De WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de Wet WOZ. Op de uitvoering van deze wet door gemeenten wordt toegezien door de Waarderingskamer. Jaarlijks controleert de Waarderingskamer of het GBTwente de wet uitvoert conform de wettelijke bepalingen. Bij de waardebepaling moet de onroerende zaak worden gewaardeerd. De waarde in het economisch verkeer wordt bepaald op basis van marktgegevens. Tot de onroerende zaak behoren ook eventuele zonnepanelen. Het GBTwente heeft dan ook geen beleidsvrijheid om zonnepanelen niet in de waarde te betrekken. In hoeverre de aanwezigheid van zonnepanelen van invloed is op de waarde, blijkt uit de beschikbare marktinformatie. Uit de permanente marktanalyse tot nu toe, is niet gebleken dat de aanwezigheid van zonnepanelen van invloed is op de verkoopwaarde.
Mocht het in de toekomst zo zijn dat uit onze permanente marktanalyse blijkt dat de aanwezigheid van zonnepanelen wel van invloed is op de verkoopwaarde, dan heeft een gemeente bij een positieve invloed de mogelijkheid een facultatieve vrijstellingsbepaling op te nemen. Het GBTwente zal dan per object met zonnepanelen moeten bepalen wat de waarde is van de zonnepanelen op basis van levensduur, kwaliteit, aantal, ligging, etc.

Bij de behandeling van het Belastingplan 2019 (fiscale vergroeningsmaatregelen 2019) in het najaar van 2018 is de regering bij motie (Lodders / Van Weyenberg1) verzocht een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de onroerendezaakbelasting gehouden worden en tevens te onderzoeken hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. Minister Ollongren heeft begin 2021 hierover een brief verzonden aan de 2e Kamer. De minister geeft hierin aan dat een wettelijke belastingvrijstelling via de OZB of de WOZ de nodige uitvoeringsproblemen kent. Een subsidie of ‘groene’ heffingskorting is volgens de minister een beter oplossing. De groene heffingskorting kan worden vormgegeven door een vermindering van de verschuldigde belasting nadat het verschuldigde belastingbedrag (bijvoorbeeld voor ozb) is berekend. Een eventuele verplichte groene heffingskorting vraagt wel om een wetswijziging. De minister gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan bijdraagt.

Amendement Omtzigt
De Gemeentewet maakt voor de OZB onderscheid tussen woningen en niet-woningen. Eigenaren van woningen worden in de OZB-eigenarenheffing betrokken, de gebruikers van woningen betalen geen OZB en de eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen respectievelijk de OZB eigenaren niet-woning en gebruikersheffing niet-woning. Beide tarieven voor niet-woningen zijn hoger dan het eigenarentarief voor woningen. Sportvelden, dorpshuizen, sportkantines, dorps- en buurthuizen worden voor de OZB aangemerkt als niet-woning en worden dienovereenkomstig in de belastingheffing betrokken. Een aantal gemeenten compenseert buiten de belastingheffing om de OZB geheel of gedeeltelijk of overweegt dit te doen.
In het Belastingplan 2019 is het zogenaamde amendement Omtzigt opgenomen waardoor artikel 220f van de Gemeentewet per 1 januari 2019 is gewijzigd in die zin dat voor - nader door de gemeente te bepalen - sociaal behartigende instellingen niet de hoge niet-woning tarieven kunnen gelden, maar het woningtarief.
Op 30 november 2020 heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomst van het gesprek met de VNG over de toepassing van artikel 220f Gemeentewet (amendement Omtzigt). De minister schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat deze wettelijke bepaling voor gemeenten niet toepasbaar is. Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken kan onderzocht worden hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden. De minister is bereid om dit onderzoek op te starten. Dit onderzoek kan leiden tot een aanpassing van artikel 220f Gemeentewet (of een alternatieve bepaling of instrument die het doel beter bereikt). De keuze hiertoe is voorbehouden aan een nieuw kabinet. Zolang er geen duidelijkheid is, is het advies vooralsnog geen gebruik te maken van de wetswijziging.

Afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen
Een van de instrumenten binnen het nieuwe stelsel van omgevingsrecht is het omgevingsplan. Gemeenten moeten in het nieuwe stelsel hun bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere regelingen over de fysieke leefomgeving uit andere verordeningen bundelen en omvormen tot één samenhangend en consistent omgevingsplan.
Artikel 3.1, lid 4, Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt nu nog dat wanneer een bestemmingsplan niet tijdig is vastgesteld of is verlengd, voor de gemeente 'de bevoegdheid tot het invorderen van rechten ter zake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan' vervalt (de zgn. legessanctie). In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt met deze wet de actualiseringsplicht uit de Wro voor een belangrijk deel van de bestemmingsplannen en beheersverordeningen afgeschaft. Hierdoor komt ruimte beschikbaar, zodat gemeenten in aanloop naar de Omgevingswet al kunnen starten met de voorbereiding van het tot stand te brengen omgevingsplan.

Op 1 januari 2022 zou de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking treden. Dit is echter voorlopig uitgesteld tot 1 juli 2022. Dit geeft het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden. Door deze inwerkingtreding van beide wetten kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen:

- Nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen;
- (Mogelijk) minder vergunningplichten;
- De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning;
- Gemeentelijke kosten worden hoger of lager;
- Gemeentelijke kosten verschuiven;
- Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken);
- Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer).

De VNG vraagt met de notitie 'Discussie-leidraad leges en de stelselwijziging Omgevingswet' aandacht voor het onderwerp en het belang voor gemeenten om hier - op basis van de eigen keuzes - over na te gaan denken. Ook worden suggesties gedaan voor de onderwerpen. Zij vragen gemeenten om hierover met hen van gedachten te wisselen. Via de regionale implementatiecoaches (RIO's) zullen er (digitale) discussies-sessies worden opgezet, om deze materie samen verder uit te diepen.

Gebruiksoppervlakte Wet WOZ
Met ingang van 2022 wordt voor alle woningen in de gemeente de gebruiksoppervlakte gebruikt om de WOZ-waarde te bepalen. Tot 2022 gebruikten we de bruto inhoud. De Waarderingskamer heeft gesteld dat alle woningen in Nederland op 1 januari 2022 gewaardeerd dienen te worden op basis van de gebruiksoppervlakte. Dit omdat veel andere instanties ook de gebruiksoppervlakte gebruiken, zoals makelaars, taxateurs en woningbouwverenigingen. Met de gebruiksoppervlakte wordt de grootte van de woningen bepaald. Alle professionele organisaties gebruiken hiervoor dezelfde meetinstructies (meetinstructie gebruikersoppervlakte woningen juli 2019) waardoor de onderlinge vergelijkbaarheid wordt vergroot.

Lokaal

Ontwikkeling tarieven
De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De opbrengst OZB stijgt t.o.v. 2021 met 5%.

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet.
Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. De opbrengsten van de belastingen en overige heffingen worden in beginsel alleen aangepast aan de inflatiecorrectie. Deze bedraagt voor 2022 1,3%.
De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2022 in de gemeente Twenterand worden geheven zijn:

Ongebonden belastingen

Forensenbelasting
Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kunnen gemeenten forensenbelasting heffen. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Met de forensenbelasting kunnen gemeenten de kosten van bepaalde voorzieningen ook verhalen op mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de voorziening. De forensenbelasting wordt door Nederlandse gemeenten alleen geheven van mensen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning ter beschikking houden.

Toeristenbelasting
Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Onroerendezaakbelastingen
Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen.

De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.

Belastingplichtige
- eigenaren van woningen;
- eigenaren van niet-woningen;
- gebruikers van niet-woningen.
Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.

Grondslag onroerendezaakbelastingen
De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt.

De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt.

Gebonden belastingen

Afvalstoffenheffing
De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.
Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt sinds 2002 uitgevoerd door Rova. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.

Belastingplichtige
Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt.

Grondslag
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. De gemeente Twenterand hanteert als grondslag een vast bedrag plus een opslag op basis van het aantal aanbiedingen.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval (€ 2.954.715). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval en de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Daarnaast begroten wij € 400.000,- voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. 

Voor het vastrecht wordt een tarief voorgesteld van €116,52 (€ 105,84 in 2021). Voor de aanbiedingstarieven wordt een tarief voorgesteld van € 13,50 voor een 240 l. restafvalcontainer,  € 8,15 voor een 140 l. restafvalcontainer en € 2,- voor opening van een verzamelcontainer voor restafval.  Deze variabele tarieven zijn niet verhoogd ten opzichte van voorgaand jaar.

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Afvalstoffenheffing Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten- dekkendheid
7.3 Afval 2.110.904 400.000 443.811 2.954.715 2.494.815 529.900 3.024.715 102,37%
6.3 Inkomensregelingen 70.000 70.000 -2,37%
Totaal 2.180.904 400.000 443.811 3.024.715 2.494.815 529.900 3.024.715 100,00%

Leges en rechten

Leges

De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening.

Begraafrechten

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen.
In totaal verwachten we het komende jaar € 705.258 aan kosten te maken om onze zorgplichten na te komen. De totale baten voor 2022 zijn € 584.020 Per saldo resulteert dit in een tekort op het taakveld begraafplaatsen van € 121.238. Omdat het saldo maximaal € 125.000 mag zijn, wordt een bedrag van € 3.762 gestort in de reserve exploitatie begraafplaatsen.

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Begraafrechten Lasten taakveld Overhead (0.4) Mutatie reserves Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten- dekkendheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria 455.258 250.000 705.258 580.000 4.020 584.020 82,81%
Totaal 455.258 250.000 - 705.258 580.000 4.020 584.020 82,81%

Rioolheffing

De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel.

Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing.

De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. De gemeente Twenterand hanteert één rioolheffing voor alle watertaken.

Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. In 2018 heeft de gemeenteraad het GRP 2019-2023 vastgesteld.

Verwachte kosten
In totaal verwachten we het komende jaar € 5.135.096 aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering (€ 4.858.684). De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en in de kosten voor heffing en invordering van de rioolheffing. Door machinaal te vegen worden onze straten gereinigd en wordt voorkomen dat het riool dichtslibt en bovenmatig slijt door (veeg)zand. De kosten van het vegen worden daarom deels (50% : € 48.980,- ) ten laste van het riool gebracht. De kapitaallasten op het product zijn lager dan in het GRP opgenomen door een lager rentepercentage. Dit voordeel wordt verrekend met de voorziening riool, zoals in de kadernota besloten.
Daarnaast begroten wij € 578.358 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Aan de raad wordt voorgesteld om het tarief voor rioolrechten voor 2022 te verhogen conform het GRP met 2% tot € 265,32 (was € 260,04).

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Rioolheffing Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten- dekkendheid
7.2 Riolering 4.028.090 578.358 252.236 4.858.684 3.641.260 1.493.519 5.134.779 105,68%
0.64 Belastingen overig - 318 318 0,01%
2.1 Verkeer en vervoer 48.980 48.980 - -1,01%
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 84.169 84.169 - -1,73%
6.3 Inkomensregelingen 143.263 143.263 - -2,95%
Totaal 4.304.502 578.358 252.236 5.135.096 3.641.260 1.493.837 5.135.097 100,00%

Woonlastenontwikkeling

De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot een aanpassing van de woonlasten.
Onderstaand treft u een overzicht aan van de lastendruk van een inwoner van onze gemeente die in het kader van de afvalstoffenheffing in 2022 1 restcontainer van 240 liter in gebruik heeft, welke 6 keer geleegd wordt. De bedragen in onderstaand overzicht zijn bedragen per maand.

Eigen woning: € 203.000 2021 2022 2023 2024 2025
Afvalstoffenheffing, vast deel € 8,82 € 9,71 € 11,16 € 11,57 € 11,98
Afvalstoffenheffing, variabel deel € 6,75 € 6,75 € 6,75 € 6,75 € 6,75
Rioolheffing € 21,67 € 22,11 € 22,55 € 23,00 € 23,46
OZB € 25,75 € 25,75 € 26,08 € 26,58 € 27,08
Totaal lastendruk € 62,99 € 64,32 € 66,54 € 67,90 € 69,27
Eigen woning: € 240.000 2021 2022 2023 2024 2025
Afvalstoffenheffing € 8,82 € 9,71 € 11,16 € 11,57 € 11,98
Afvalstoffenheffing, variabel deel € 6,75 € 6,75 € 6,75 € 6,75 € 6,75
Rioolheffing € 21,67 € 22,11 € 22,55 € 23,00 € 23,46
OZB € 30,50 € 30,50 € 30,83 € 31,42 € 32,08
Totaal lastendruk € 67,74 € 69,07 € 71,29 € 72,74 € 74,27
Huurwoning: 2021 2022 2023 2024 2025
Afvalstoffenheffing € 8,82 € 9,71 € 11,16 € 11,57 € 11,98
Afvalstoffenheffing, variabel deel € 6,75 € 6,75 € 6,75 € 6,75 € 6,75
Rioolheffing € 21,67 € 22,11 € 22,55 € 23,00 € 23,46
Totaal lastendruk € 37,24 € 38,57 € 40,46 € 41,32 € 42,19

Kwijtscheldingsmogelijkheden

De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:

- Voor de ozb (voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen), riool- en voor de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
- Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 500m3
- Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
- Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
- Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;
- Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.