Meerjarenraming 2023-2025

Inleiding

Ter voldoening aan het gestelde in de Gemeentewet en in hoofdstuk III van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten leggen wij aan u voor de meerjarenramingen 2023 t/m 2025. De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, waaronder de baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen. De toelichting op de meerjarenraming bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar. Door onder andere hiermee rekening te houden kan de meerjarenbegroting uitwijzen of de doelstelling van een sluitende begroting op termijn wordt gerealiseerd.

Uitgangspunten meerjarenraming

De begroting 2022 als basis:

De meerjarenramingen zijn opgesteld met als uitgangspunt 0% stijging, m.u.v. posten waarvan de stijging c.q. daling in te schatten is of vastligt voor de komende jaren.
Voor salarissen is een stijging van 2% meegenomen (inclusief periodieke verhogingen).
De in de begroting 2022 opgenomen raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de circulaire van mei 2021. Bij de berekening van de Algemene uitkering is geen rekening gehouden met volumegroei voor inwoners.
De opbrengst onroerende zaakbelasting is gecorrigeerd conform de uitgangspuntennotitie 2021.
De mutaties op de reserves en voorzieningen zijn verwerkt.
Financiële ontwikkelingen.

Algemene uitkering gemeentefonds

Voor de ontwikkeling van het gemeentefonds zijn vooral de volgende punten van belang;

De ontwikkeling van het aantal decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen naast de algemene uitkering;
De herijking van de verdeling van het gemeentefonds (per 2023) en de voorlopige uitkomsten hiervan (voor Twenterand bedraagt dit effect € 35 per inwoner nadelig, met een ingroeipad vanaf 2023 van € 15 per inwoner per jaar);
De gevolgen van de ontwikkelingen van het accres, rekening houdend met de ontwikkelingen die genoemd zijn in de meicirculaire 2021;
De structurele onderschrijding van het BCF-plafond;

Investeringen

Uit de in de begroting opgenomen investeringslijsten voor de periode 2023 t/m 2025 blijkt dat voor deze jaren de volgende investeringen worden geraamd, te weten:

2023 € 2.592.308
2024 € 2.256.593
2025 €     806.620

Berekende / geraamde budgetprognose 2022 t/m 2025

De resultaten van vorenstaande leidt tot de resultaten zoals eerder vermeld in het hoofdstuk "Overzicht van baten en lasten 2022"