Meer
Publicatiedatum: 25-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Doel van deze paragraaf is weergeven hoe solide de positie van de gemeente is en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Daarvoor worden weerstandsvermogen en risicobeheersing geschetst en kengetallen over de financiële weerbaarheid en wendbaarheid gepresenteerd.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risicobeheersing is het geheel aan activiteiten en maatregelen voor het expliciet en systematisch omgaan met en beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met – gewenste of ongewenste – gevolgen. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering ervan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare versus de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de componenten zoals die in de onderstaande tabel zijn samengevat. Ultimo 2020 bedraagt de weerstandscapaciteit € 6.354.751

De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico’s die worden gelopen. Risico’s worden bepaald in het kader van risicomanagement. Doelen van risicomanagement zijn het bevorderen van risicobewustzijn, het expliciet maken en beheersen van risico’s. Dit is een continu proces gericht op:
1) Het identificeren van risico’s: waar lopen we welke risico’s?
2) Het classificeren van risico’s: hoe groot is de kans, de impact en het financiële effect?
3) Het treffen van beheersmaatregelen bij de grootste risico’s

De aanpak voorziet erin dat twee maal per jaar een sessie plaatsvindt met inhoudelijk en financieel betrokkenen. In die sessies worden risico’s benoemd en waarbij per risico de kans op optreden en de gevolgen (impact) ervan worden bepaald. Gevolgen in financiële zin – incidenteel of structureel (i/s in de onderstaande tabel) - en voor doelstelling en imago (in de vorm van een rapportcijfer, waarbij een hoger cijfer staat voor een groter gevolg). Zo ontstaat een actueel overzicht van alle risico’s, als basis voor beheersmaatregelen, gericht op het verminderen van de kans op optreden en/of op het beperken van de gevolgen.

De belangrijkste risico’s zijn samengevat in de tabel Risico’s en daaronder toegelicht. Daarmee zijn niet alle risico’s benoemd. Want de gemeente zit sterk in de Twenterandse samenleving en heeft vele relaties met bijv. sportverenigingen en culturele organisaties. Het kan dan gaan om private / maatschappelijke organisaties met een grote betekenis voor de Twenterandse samenleving. Deze kan zo groot zijn dat, wanneer zich bijv. bedrijfsvoering risico’s voordoen bij die organisaties, de gemeente als vangnet kan optreden, bestuurlijk dan wel financieel, afhankelijk van bestuurlijke afweging. Deze scenario’s zijn slecht op voorhand te bepalen omdat de gemeente veelal geen statutaire verantwoordelijkheid draagt. Ook zijn er risico’s verbonden aan economische ontwikkelingen. Zo kan de huidige hoogconjunctuur leiden tot sterk oplopende prijzen in de bouw en tot vertraging op gewenste ontwikkelingen. Verder noemen we de klimaatverandering zoals die zich kan manifesteren in wateroverlast, droogte en/of hitte. Dit zijn evenzeer risico’s.

Specifiek noemen we nog verzekeringen. Verzekeringen worden gezien als beheersmaatregel om gevolgen van risico's op te vangen. Al een aantal jaren zorgen toenemende schadelasten  in samenhang met klimatologische veranderingen voor een negatief effect op de resultaten van verzekeraars. De komende jaren zullen de premies voor alle verzekeringen fors stijgen. Een goed voorbeeld is de brandverzekering. De premie en het risico zijn niet meer in balans en we zijn verplicht de verzekering opnieuw aan te besteden. Dit zal gaan resulteren in een veel hogere premie dan we de afgelopen jaren hadden. De hoogte van de premie is nog niet bekend. De nieuwe verzekering moet per 1-1-2020 ingaan.

Omschrijving Stand 31-12-2018 Stand 31-12-2019 Stand 31-12-2020
rekening begroot begroot
Algemene Risico Reserve € 4.814.656 € 3.124.129 € 2.739.129
Reserve minimabeleid € 195.399 € 70.399 € -
Reserve Sociaal Domein € 3.049.316 € 4.315.622 € 2.765.622
Reserve risico's grondbedrijf € 1.000.000 € 1.000.000 € 850.000
Totaal € 9.059.371 € 8.510.150 € 6.354.751

Tabel risico's

Tabel Risico's
impact kans vereist weerstandsvermogen
i/s doel imago
Risico's in euro's
1 Het onvoldoende realiseren van kanteling en bijsturingsmaatregelen € 1.000.000 s 7 7 60% € 1.200.000
2 Huishoudelijke ondersteuning € 200.000 s 6 4 80% € 320.000
3 Open einde' regelingen € 1.000.000 s 7 7 50% € 1.000.000
4 Twentse visie op vervoer € 100.000 s 7 7 25% € 50.000
5 Optreden majeure procesfout of incident € 500.000 i 7 9 20% € 100.000
6 Samenwerkingsaspecten € 500.000 i 5 8 25% € 125.000
7 Wijzigingen in wetgeving en verdeelmodellen € 500.000 s 5 5 75% € 750.000
8 SW bedrijven vergen extra steun € 1.000.000 i 4 9 20% € 200.000
9 Kwetsbaarheid informatiesystemen € 750.000 i 9 8 70% € 525.000
10 Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed € 400.000 i 5 7 35% € 140.000
11 Uitvoeringsprogramma evenementen-, bouw- en milieuvergunningen € 1.000.000 i 3 8 5% € 50.000
12 Bodem € 400.000 i 3 3 15% € 60.000
13 Ruimtelijke ontwikkelingen € 300.000 i 3 6 20% € 60.000
14 Niet voldoen aan BIG / AVG € 250.000 i 4 8 10% € 25.000
15 Regelgeving en BBV € 500.000 i 2 2 25% € 125.000
16 Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen € 500.000 i 2 8 10% € 50.000
17 Grondexploitaties € 1.600.000 i 3 6 15% € 240.000
Totaal € 5.020.000

Toelichting risico's

1. Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen.

De decentralisaties in 2015, waarbij tegelijk fors op de budgetten werd gekort, betekenen voor het sociaal domein een grote uitdaging. Van de gemeente wordt verwacht dat er zorg en ondersteuning wordt georganiseerd en daarvoor zijn aanzienlijk minder middelen beschikbaar als in de jaren daarvoor, en ook na 2015 zijn er negatieve correcties geweest op onze inkomsten in het sociaal domein van rijkswege. In de aanpak waarvoor de gemeente Twenterand heeft gekozen staat nu de transformatie centraal. Het vraagt een andere manier van benaderen van en kijken naar inwoners. En een daarop – waar nodig – inspelen met een aanbod, rekening houdend met eigen kracht en de omgeving van de cliënt / het gezin en de voorliggende voorzieningen in het maatschappelijk voorveld. Dit vraagt veel van de gemeentelijke organisatie en van de medewerkers. Niet alleen lokaal maar ook regionaal in het bereiken van de doelen.

Het risico bestaat dat de transformatie onvoldoende wordt gerealiseerd op het moment dat de personele capaciteit in kwantitatieve en/of kwalitatieve zin niet toereikend is. Ook kan dit de voor kanteling en transformatie vereiste cultuuromslag doorkruisen. Dit vormt een risico voor de doelen van de transformatie en daarmee voor de exploitatie.

Ontwikkelingen in de afgelopen jaren hebben geleid tot het treffen van aanvullende maatregelen en tot het besluit om het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit voor het Sociaal Domein los te laten.

Voor de beheersing van de risico’s is het van belang dat het Twents inkoopmodel goed functioneert, dat het voorliggend veld goed wordt benut, dat er voldoende balans is tussen uit te voeren werk en beschikbare capaciteit en dat de informatievoorziening op orde is t.b.v. monitoring en sturing. 

2. Huishoudelijke ondersteuning.

Er heeft in 2017 een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden. Daarnaast is ook het nieuwe beleidskader 2018 vastgesteld. Voor de uitvoering betekende dit nieuwe beleidskader dat alle cliënten met een HO indicatie opnieuw geïndiceerd zijn. Afgezien van het open einde risico, bestaan risico’s er uit dat enerzijds het nieuwe beleid juridisch geen stand houdt in procedures en anderzijds dat nieuwe regelingen op dit terrein (zoals abonnementstarief eigen bijdrage en CAO-kosten) onvoldoende financieel worden gecompenseerd. 

Vanaf 2019 worden er hogere kosten verwacht op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Dit zal enerzijds komen door een hoge indexatie in verband met diverse loonsverhogingen in de geldende CAO / contractafspraken en anderzijds doordat het abonnementstarief waarschijnlijk een aanzuigende werking zal hebben op de vraag naar Wmo voorzieningen.

De beheersing vraagt om aanpassing van het beleid en een gerichte monitoring van de ontwikkeling van dit risico.

3. ‘Open einde’ regelingen.

Binnen het sociaal domein zijn er verschillende gebieden waarbij sprake is van zogenaamde ‘open einde’ regelingen. Dit betekent dat in situaties waarin een aanvraag voor een voorziening niet afgewezen kan worden, de gemeente moet leveren. De hieruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de gemeente ook wanneer als gevolg hiervan het beschikbare budget wordt overschreden. Onder- / overschrijdingen worden in eerste instantie door een reserve opgevangen.

Dit risico speelt sterk in het sociaal domein en worden zichtbaar door oplopende tekorten. De  beheersing richt zich o.a. op het voorliggend maatschappelijke veld, waar toenemend gebruik wordt gesignaleerd. Met ingang van 2019 wordt zorg geleverd op basis van het nieuwe Twentse inkoopmodel en vinden er ook herindicaties plaats. Van de werking van dit model en van de financiële consequenties bestaat nog geen compleet beeld.

4. Twentse visie op vervoer.

In samenwerking met  andere Twentse gemeenten  is er gewerkt aan een integrale oplossing voor de huidige situatie van verschillende naast elkaar bestaande vervoersstromen. Dit  heeft geleid tot een aanbesteding in 2017, die is geëffectueerd vanaf juli 2017 voor wat betreft het collectieve vraagafhankelijke vervoer. De effectuering van het vervoer naar jeugdhulpinstellingen ging in per 1 augustus 2017, het OMD-vervoer vanaf 1 januari 2018 en het leerlingenvervoer vanaf 1 augustus 2018. Inmiddels is het eerste optiejaar gelicht tot 1 januari 2021. Risico’s (naast open einde): er is grote kans op wisselingen van goedkopere naar duurdere vervoersstromen door maatwerkarrangementen, waardoor een duurder onderdeel van het bestek van toepassing is. Daarnaast is er grote kans op bovenmatige indexeringen (zgn. NEA-index). Naast de reguliere uitvoering van het complexe dossier, ontwikkelt het vervoersdossier zich door. Dit geeft de nodige implicaties in implementatie en administratie/facturatie met de vervoerder, maar ook in de regio (o.a. vanwege gezamenlijk bestek en dataknooppunt).

5. Optreden van een majeure procesfout of incident.

Dit risico betreft het optreden van een procesfout of incident leidend tot een grote verstoring van het proces of in de dienstverlening. Uiteraard kunnen procesfouten en incidenten altijd plaatsvinden, maar bij dit risico gaat het om een grote verstoring.

Aanleiding hiervoor kan zijn:

  • een gebrek aan casusregie waardoor de juiste zorg niet of niet tijdig is verleend;
  • het onvoldoende op orde zijn van het administratieve proces met de programmatuur en het juiste gebruik daarvan;
  • het verlenen van andere zorg dan bedoeld of het verlenen van te dure of te langdurige zorg door rolonduidelijkheid of gebrek aan kennis bij de medewerkers..

Ten gevolge van het optreden van incidenten kan de koersvastheid onder druk komen te staan.

Het bestaan van onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor participatie, hulp en ondersteuning  dan wel onvoldoende doorstroming (bijv. vanuit crisisopvang) kan leiden tot extra kosten.

Er kan een toename optreden van het aantal bezwaarschriften met gevolgen voor imago en kosten.

Van belang is dat indien wachttijden oplopen het risico toeneemt, daarom vindt monitoring van wachttijden plaats.

6. Samenwerkingsaspecten.

In het sociaal domein wordt met veel partijen samengewerkt. Daar spelen ook risico’s. Dat kan gaan over een verschil van inzicht over de kwaliteit van dienstverlening, hetgeen tot aansprakelijkheidskwesties kan leiden. Er zijn verschillende coalities in Twente hetgeen invloed heeft op slagkracht, duidelijkheid en efficiency, ook richting externe partijen. Verder kan het gebeuren dat problemen ontstaan bij partijen, bijv. liquiditeitsproblemen, waardoor afspraken niet worden nagekomen en er bijvoorbeeld niet “wordt geleverd”. Ook kan het leiden tot faillissement waardoor frictiekosten kunnen ontstaan en er aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om dienstverlening gecontinueerd te krijgen. Om problemen voor te zijn wordt er toenemend strakker aan de voorkant gescreend.

Naast de aspecten binnen het sociaal domein gelden regionale samenwerkingen. Frictiekosten versterking regionale samenwerking. Binnen Regio Twente wordt op dit moment gesproken over versterking van de regionale samenwerking. Middels een raadsbrief (Extra vergadering AB Regio Twente/ Regio Deal) bent u hierover geïnformeerd. De voorgenomen verandering zal frictiekosten (bijvoorbeeld extra inzet en deskundigheid, mogelijk boventalligheid personeel) met zich meebrengen. Het inschatten hiervan is lastig. Op dit moment worden de frictiekosten voor 2019 op € 125.000 ingeschat en voor 2020 op € 500.000. Voor de kosten op de langere termijn is nog geen reële inschatting te maken. Voor de dekking wordt onderstaande ladder gebruikt:

  1. Voor het dekken van de frictiekosten wordt in eerste instantie gekeken naar de mogelijkheden binnen Regio Twente (reserves, vrijval van formatie of inverdien effecten binnen de nieuwe organisatie).
  2. Er wordt een beroep gedaan op beschikbare kennis en expertise van de 14 gemeenten. Het DB verwacht voor deze veranderopdracht van iedere gemeente een bijdrage in natura.
  3. Indien ondanks stap 1 en 2 er toch extra kosten worden gemaakt, dan zal dit voor rekening zijn van de veertien gemeenten.

 Het werken conform de privacywetgeving kan gevolgen hebben voor de boogde integrale werkwijze en kan integraal maatwerk beperken.

De samenwerking op het gebied van inkoop kan moeizaam verlopen waardoor beoogde inkoopvoordelen niet gehaald worden.

7. Wijzigingen in wetgeving en verdeelmodellen.

Dit risico betreft de noodzaak tot aanpassingen van beleid en werkwijzen door wijzigingen in de wetgeving en/of in de verdeelmodellen c.q. omvang macrobudget. Dit staat de komende jaren naar verwachting te gebeuren.

8. SW bedrijven vergen extra steun.

SOWECO is een verbonden partij waarbij de gemeente jaarlijks een bijdrage betaalt als deelnemer in de gemeenschappelijke regeling. Hoger uitvallende kosten van de SOWECO dan wel risico’s rond de  omslag naar de maatschappelijke onderneming betekenen voor de gemeente ook hoger uitvallende kosten.

Bij de SOWECO loopt momenteel een onderzoek naar aandeelhouderschap van Soweco NV en afbouw van de GR. Uitkomsten worden verwacht in de tweede helft van 2019. Besluiten voortvloeiende uit het onderzoek kunnen ter zijner tijd financiële consequenties hebben.

Daarnaast bestaat er een relatie met LARCOM. Hoewel dit een inkooprelatie betreft kunnen ook hier kostentegenvallers optreden.

9. Kwetsbaarheid informatiesystemen.

De afhankelijkheid van de bij het Sociaal Domein gebruikte informatiesystemen is groot. Op gebied van continuïteit zijn er risico’s van uitval met stagnerende dienstverlening, niet tijdige betalingen en extra inzet / bypasses als gevolgen. Ook is de kwaliteit van het systeem een aandachtspunt. De informatie uit het systeem kan tekortschieten voor goede sturing en geeft risico’s in financiële grip (tijdigheid) en de export uit het systeem heeft een omvang die tot vervolgrisico’s kan leiden.

De komende periode zullen nieuwe ontwikkelingen m.b.t. IT in het Sociaal Domein een rol gaan spelen. Omdat er met twee verschillende systemen wordt gewerkt vormt dit een uitdaging waarvoor een plan van aanpak gaat worden gemaakt.  

10. Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.

Hierbij gaat het verschillende soorten risico’s, zoals bijv. gerelateerd aan:

  • de staat van onderhoud;
  • de bouwkundige staat;
  • de exploitatie van gebouwen;
  • de leegstand van gebouwen. 

Dit betreft vastgoed waarvan de gemeente eigenaar is. Daarnaast is er ook zogenaamd maatschappelijk vastgoed, eigendom van en/of in gebruik bij maatschappelijke organisaties zoals verenigingen en stichtingen, waarbij het onvermijdelijk is dat de gemeente wordt aangesproken wanneer zich problemen voordoen. Hetzij problemen direct gerelateerd aan het betreffende vastgoed, hetzij problemen gerelateerd aan de exploitatie ervan. 

Voor de beheersing van dit risico is nader onderzoek nodig, evenals oriëntatie elders en beleidsbepaling.

In 2018 is gestart met het opstellen van een beleidsnota die in 2019 wordt vastgesteld. Bij leegstand van vastgoed in afwachting van ontwikkeling of verkoop wordt de stichting Ad Hoc ingeschakeld.

De bouwkundige staat en de staat van onderhoud wordt 3-jaarlijks door een deskundig bureau geïnspecteerd en verwerkt in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Hiermee wordt dit risico afgedekt.

11. Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving).

Het niet (kunnen) voldoen aan controles en frequenties in het uitvoeringsprogramma van evenementen-, bouw- en milieuvergunningen, als gevolg waarvan er ongewenste situaties kunnen ontstaan of optreden. Bijv. verkeerde opslag van gevaarlijke stoffen (milieu), of ten onrechte afgeven van een evenementenvergunning (denk aan Haaksbergen). Dit risico kan forse gevolgen hebben zowel qua imago/doelrealisatie als financieel.

Het proces van verlenen van evenementenvergunningen loopt steeds beter, door een professionelere rolinvulling van betrokken actoren. Voor de beheersing is verder van belang dat er onderzoek plaatsvindt naar het risico van aansprakelijkheidsstellingen op het terrein van openbare orde en veiligheid.

De milieu inspecties en vergunningen zijn vanaf 1 januari 2019 bij de Omgevingsdienst Twente  ondergebracht. De overige uitvoering van het Uitvoeringsplan ligt bij het team Omgeving. Wanneer dit plan wordt uitgevoerd blijven we binnen de aanvaardbaar geachte bestaande risico’s.

Het college heeft de mogelijkheid om, keuzes te maken naast de wettelijke verplichtingen, en het lokale toezicht uit te breiden in het Uitvoeringsplan.

De totstandkoming van de ODT per 1 januari 2018 is van beperkte invloed op dit risico. Enerzijds zijn aan een dergelijke overgang altijd risico’s verbonden. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk.

Een relevante ontwikkeling is daarnaast dat de verhaalbaarheid van kosten van verwijdering van drugsafval bij grondeigenaren een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. 

Qua beheersing wordt geïnvesteerd in toezicht en handhaving.

12. Bodem.

Naar aanleidingen van incidenten of wijzigingen (bijv. nieuwbouw) kan het gebeuren dat bij controles zaken aan het licht komen die niet in orde zijn. Bijv. een (dreigende) verontreiniging. In die gevallen worden er maatregelen (opdracht tot sanering) genomen, al dan niet ondersteund door een dwangsom en met een termijn, een en ander ten laste van de organisatie die het betreft. Daarbij zijn situaties denkbaar waarbij de gemeente zelf bepaalde (delen van de) saneringen moet uitvoeren en de kosten ervan ook voor een deel draagt. Gedragslijn is hierbij dat aansprakelijkheid altijd direct bij de eigenaar wordt gelegd.

Deze handhavingstaken zijn per 1 januari 2019 over gegaan naar de ODT (Omgevingsdienst Twente).

Qua beheersing speelt de digitalisering van het bodemsysteem, waarbij bekende verontreinigingen zoveel mogelijk in kaart worden gebracht.

Voor wat betreft de aanwezigheid of het aantreffen van asbest in de bodem is het Bureau Asbest Sanering (BAS) opgericht. Dit bureau werkt voor 7 Twentse gemeenten en neemt de onderzoeken en de sanering geheel voor haar rekening. De middelen hiervoor worden als subsidie ontvangen van de Provincie.

13. Ruimtelijke ontwikkelingen.

De komst van de nieuwe omgevingswet brengt risico’s met zich mee. Die kunnen zich voordoen t.a.v. meerdere aspecten: niet tijdig klaar zijn, digitaliseringsproblemen (functioneel of financieel), tekortschietend omgevingsinstrumentarium (omgevingsplan/omgevingsvisie). Deze risico’s zijn op dit moment nog niet in te kaderen, daarvoor zou voor de nieuwe omgevingswet eerst een plan van aanpak moeten worden gemaakt.

De actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen is per 1 juli 2018 afgeschaft.

De opstelling van het plan van aanpak in verband met de nieuwe omgevingswet start in 2019, hiervoor zijn middelen beschikbaar.

14. Niet voldoen aan BIO / AVG.

Dit risico bestaat eruit dat niet wordt voldaan aan vereisten uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO) of aan vereisten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Twenterand voldoet aan de minimum vereisten vanuit de BIO en vanuit de AVG.

De beheersing van dit risico bestaat uit periodiek evalueren en acteren op de uitkomsten hiervan. Vanwege de cruciale rol die bewustzijn hier speelt wordt de in gang gezette bewustzijnscampagne vervolgd.

Daarnaast speelt bij de beheersing de uitvoering van het beveiligingsplan. Dit voorziet onder meer in tweefactor auto notificatie.

15. Regelgeving, BBV en uitkeringen gemeentefonds.

Op dit gebied is er sprake van samenhangen waarbij wijziging op één gebied gevolgen kan hebben voor de andere gebieden. Het zogenaamde ‘trap op trap af’ mechanisme  Wat hier bijvoorbeeld speelt is het risico dat wanneer de rijksuitgaven achterblijven – bijvoorbeeld omdat een Ministerie er niet in slaagt de voorgenomen investeringsuitgaven te doen – dit automatisch betekent dat ook de algemene uitkering van het gemeentefonds neerwaarts wordt aangepast. Waardoor de inkomsten van de gemeente dalen.

De beheersing van dit risico bestaat uit het monitoren van ontwikkelingen op deze gebieden.

16. Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen.

Er is veel tijd gestoken in het compleet krijgen van dossiers zodat er een actueel overzicht bestaat van alle gemaakte afspraken en mogelijke verplichtingen (op basis van boetebedingen, etc.). Desalniettemin blijft de kans bestaan dat er nog iets opduikt wat gevolgen kan hebben. De financiële implicaties hiervan kunnen fors zijn.

Voor de beheersing van dit risico is bewustzijn van groot belang inclusief aandacht voor de vraag wie bij afspraken dienen te worden ingeschakeld.

17. Grondexploitatie Oosterweilanden.

In het kader van Regionale Bedrijventerrein Programmering Twente 2019 – 2022 is een teveel aanbod aan bedrijventerreinen in Twente geconstateerd. De provincie Overijssel heeft met de Twentse gemeenten, met uitzondering van de gemeente Almelo, afspraken gemaakt om dit overschot aan bedrijventerrein terug te dringen. Volgens deze afspraken heeft Twenterand ook meer aanbod dan de geprognotiseerde vraag. De gemeente Twenterand heeft echter positieve vooruitzichten en verwacht de komende jaren qua uitgifte een inhaalslag te maken. Deze inhaalslag is onder meer gericht om verliesneming op gronden te voorkomen. Instrumenten die hiervoor ingezet worden zijn het opzetten van een strategisch plan, gericht op het bespoedigen van de afzet van bedrijventerreinen. Onderdeel van dit strategisch plan is onder meer een marketingplan en een zogenoemde task force (een ambtelijke werkgroep die tijdelijk de verkoop aanjaagt) en een extra bedrijfscontactfunctionaris.

Conclusie

Het vereiste weerstandsvermogen bedraagt (zie tabel risico’s) € 5.020.000 en vooralsnog lijkt de beschikbare weerstandscapaciteit met € 6.354.751 voldoende.

Kengetallen: financiële weerbaarheid en wendbaarheid

M.i.v. 2016 zijn een aantal kengetallen voorgeschreven om de inzichtelijkheid en de transparantie van de jaarstukken te vergroten. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Concreet gaat het om:

Teneinde de inzichtelijkheid en de transparantie van de begroting verder te vergrote geldt m.i.v. de programmabe-groting 2016 de verplichting om een aantal kengetallen op te nemen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Ze helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Concreet zijn de volgende kengetallen voorgeschreven:
- Netto schuldquote
- Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
- Solvabiliteitsratio
- Grondexploitatie
- Structurele exploitatieruimte
- Belastingcapaciteit

Deze kengetallen worden in onderstaande tabel gespecificeerd en toegelicht. Ze maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zo-doende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. De kengetallen worden gezamenlijk opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, omdat die paragraaf weergeeft hoe solide de begroting is en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen.

Netto schuldquote en netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De netto schuldquote bestaat uit de schuldenlast van de gemeente gedeeld door de eigen middelen. Deze geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie.
Een hoge schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, dat hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorge-leend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

Solvabiliteitsratio
Solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Grondexploitatie
Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeenten. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een toekomstig project hebben zij een schuld. Voor de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Als grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht loopt een gemeente weinig risico. Staat de grond tegen te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus tot een lager solvabiliteitsratio.

Structurele exploitatieruimte
Structurele exploitatieruimte geeft het verschil tussen baten en lasten als percentage van de totale baten. En schetst welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke stijging van baten of structurele daling van lasten daarvoor nodig is.

Belastingcapaciteit
Bij de belastingcapaciteit wordt de hoogte van de van de woonlasten van een gezin als percentage van de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin.

Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans.

Kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Netto schuldquote 58,67% 40,77% 55,90% 52,92% 56,61% 57,69%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 39,21% 35,15% 42,72% 41,29% 45,03% 46,63%
Solvabiliteitsratio 29,54% 24,61% 22,73% 23,82% 22,80% 24,43%
Structurele exploitatieruimte -0,49% -1,29% -2,03% -0,59% -2,23% -0,98%
Grondexploitatie 13,59% 7,02% 7,09% 2,59% 1,11% 0,07%
Belastingcapaciteit 93,91% 97,03% 97,81% 101,64% 105,14% 106,28%

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De kapitaalgoederen vormen het gemeentelijk kapitaal waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten. Het is van belang, dat voor de openbare voorzieningen en gebouwen goede onderhoudsplanningen aanwezig zijn.

Beleid
De gemeentelijke kapitaalgoederen bestaan uit veel uiteenlopende onderdelen, zoals groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, gebouwen voor uiteenlopende functies, bestrating wegen, rioleringen, sportterreinen, afvalcontainers en dergelijke. Voor deze onderdelen wordt op basis van beheerssystemen, die zijn vastgesteld door de raad, de onderhoudsbehoefte bepaald. Daarnaast worden door de betrokken medewerkers op basis van visuele waarnemingen de nodige correcties hierop aangebracht.

Wegen

De gemeente Twenterand heeft de volgende lengte wegen en oppervlakte verharding in onderhoud en beheer:

Wegen/verharding Areaal
Lengte wegen 436 km
oppervlakte verharding 236 ha.


 Door de CROW (landelijk kennisplatform voor de openbare ruimte) is een standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Middels deze systematiek worden de wegen geïnspecteerd en wordt de onderhoudsbehoefte bepaald.

De benodigde onderhoudsmaatregelen zijn afhankelijk van de vastgestelde (technische) staat en de feitelijk optredende slijtage van een bepaalde weg door het gebruik of andere omstandigheden zoals weersinvloeden. Dit onderhoud wordt planmatig uitgevoerd, waarbij het doel is om binnen de beschikbare financiële middelen door tijdig en juist ingrijpen de technische levensduur en het goed functioneren van een weg zoveel mogelijk te verlengen. Daarom wordt gedurende de levensduur regelmatig de toestand van de wegen geïnspecteerd, zodat de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen kunnen worden bepaald. Onder wegen worden zowel de asfaltwegen als de wegen met een elementenverharding (klinkers, trottoirs) verstaan.

De begroting voor het onderhoud van wegen wordt gemaakt aan de hand van ingevoerde inspectiewaarden in het beheersysteem Obsurv. In dit systeem worden per weggedeelte ca. elke twee jaar inspectiewaarden ingevoerd. Deze waarden komen voort uit een inspectieronde, waarbij de staat van het wegdek op diverse punten beoordeeld wordt. Aan de hand van de ingevoerde inspectiewaarden en diverse instellingen worden de benodigde maatregelen bepaald en de begroting gegenereerd.

Afgevlakte planning:
De begroting voor het onderhoud wordt per jaar berekend. Hierdoor kan het zijn dat er in 1 jaar een laag bedrag benodigd is, terwijl het volgend jaar een hoog bedrag benodigd is. Omdat dat minder praktisch en werkbaar is, wordt een afgevlakte planning gemaakt. Hierin wordt (waar mogelijk) geschoven met onderhoudsjaren zodat per jaar een min of meer gelijk bedrag benodigd is.

Aan de hand van de meest recente inspectiewaarden in het beheersysteem worden de begrotingscijfers bepaald.

Aan onderhoud asfaltwegen wordt in eerste instantie voorrang gegeven om zoveel mogelijk kapitaalvernietiging te voorkomen. Wanneer namelijk asfaltwegen niet tijdig worden onderhouden zet het schadebeeld zich door in de fundering. waardoor de kosten van herstel fors toenemen. Vanaf 2020 is voor de elementenverhardingen ook extra geld beschikbaar i.v.m. achterstallig onderhoud.

Financieel overzicht: Wegen
Omschrijving R 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023
Onderhoud 1.185.480 1.262.453 1.112.837 1.133.629 1.154.836 1.176.732
Kapitaallasten 209.518 214.443 259.614 312.801 366.206 366.206
Totaal 1.394.998 1.476.896 1.372.451 1.446.430 1.521.042 1.542.938

Openbare verlichting

Het areaal van de openbare verlichting is geïnventariseerd en op basis van deze inventarisatie vindt de jaarlijkse vervanging plaats van armaturen en masten.

Openbare Verlichting Areaal
Lichtmasten/armaturen  
7.211 stuks


De inventarisatie wordt periodiek bijgewerkt en actueel gehouden. In de investeringslijst is jaarlijks een bedrag opgenomen van bijna € 134.000. De onderbouwing van dit bedrag is als volgt: Bij een theoretische technische levensduur van 20 jaar voor een armatuur en 40 jaar voor een mast komt men op een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 192.500 voor vervanging. In het beleidsplan Openbare Verlichting, dat op 2 juli 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, is aangegeven dat het de verwachting is dat het bedrag van bijna € 134.000 per jaar voldoende is, aangezien in de praktijk blijkt dat de levensduur vaak enige jaren langer is. Wanneer gerekend wordt met een werkelijke vervangingstermijn van 28 jaar voor een armatuur en 50 jaar voor een mast betekent dit, dat het genoemde bedrag voldoende is.

Financieel overzicht: Openbare verlichting
Omschrijving R 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023
Onderhoud 8.952 30.472 30.546 30.623 30.623 30.623
Kapitaallasten 39.413 57.707 56.690 55.674 54.658 54.658
Totaal 48.365 88.179 87.236 86.297 85.281 85.281

Gebouwen en civieltechnische kunstwerken

Er vindt tweejaarlijks een herinspectie plaats van alle gemeentelijke gebouwen en van alle civieltechnische kunstwerken gelegen binnen de gemeente Twenterand (gebruik gemaakt wordt van van de systemen voor rationeel gebouwenbeheer en rationeel kunstwerkenbeheer van Antea). Het grootschalig onderhoud voor instandhouding van bestaande gebouwen en civieltechnische kunstwerken is voor de komende 10 jaren geregeld. In het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt voor 10 jaar de toekomstige onderhoudsbehoefte aangegeven. Wanneer een gebouw of gebouwonderdeel of een civieltechnisch kunstwerk onderhoud vergt, worden de gewenste activiteit en de onderhoudscyclus vermeld, inclusief de daarbij behorende kosten. In de meerjarenbegroting is voor de storting in het onderhoudsfonds betreffende de gemeentelijke gebouwen ieder jaar een verhoging van € 45.000,- en voor de kunstwerken ieder jaar een verhoging van € 6.000 opgenomen. Uit de inspecties blijkt dat indien men bovengenoemde jaarlijkse verhoging handhaaft, er voor de komende 10 jaar voldoende dekking aanwezig is om het noodzakelijke onderhoud uit te kunnen voeren. De gemeente heeft de volgende aantallen accommodaties/gebouwen en civieltechnische kunstwerken in beheer:

Accommodaties/gebouwen Areaal
aantal accommodaties/gebouwen 41
Civieltechnische kunstwerken  Areaal
aantal kunstwerken 54

 

Financieel overzicht: Gebouwen
Omschrijving R 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023
Onderhoud 63.768 88.630 87.556 88.342 89.144 90.387
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 214.616 489.863 1.459.546 484.996 946.818 228.576
Kapitaallasten 1.308.709 1.021.688 490.052 481.744 463.357 462.773
Totaal 1.587.093 1.600.181 2.037.154 1.055.082 1.499.319 781.736
Financieel overzicht: Bruggen en kunstwerken
Omschrijving R 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023
Onderhoud 2.037 17.250 17.947 18.306 18.672 18.719
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 34.523 7.947 128.136 27.615 82.576 25.363
Kapitaallasten 20.815 23.030 21.558 21.239 20.920 20.920
Totaal 57.375 48.227 167.641 67.160 122.168 65.002

Groen

Door de CROW (kennisplatform voor de openbare ruimte) is een landelijke standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Op basis van die standaard heeft Sweco het rapport geschreven Keuzemodellen kwaliteitsniveaus Wegen en Groen (oktober 2010). Voor openbaar groen is een aantal kwaliteitsniveaus doorgerekend. Middels het pakket rationeel groenbeheer van Sweco zijn deze onderhoudsniveaus vertaald in de werkpakketten (technisch en financieel). De onderhoudsbudgetten staan onder druk vanwege enkele ontwikkelingen, die kosten verhogend werken (wijziging regelgeving, verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op verhardingen, areaaluitbreiding en prijsindexatie). Er wordt gezocht naar maatregelen en aanpassing van werkzaamheden om binnen de bestaande budgetten de vastgelegde onderhoudsniveaus zoveel mogelijk te handhaven. Daarbij zal het voorkomen, dat die onderhoudsniveaus niet in de volle breedte worden gehaald. Mutaties in het areaal worden op structurele wijze bijgehouden en verwerkt.

Dat areaal bestaat uit: 

Openbaar groen Areaal
bomen 25.810 stuks
hagen 15,6 km
oppervlakte openbaar groen 155 ha.

 

Financieel overzicht: Openbaar groen
Omschrijving R 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023
Onderhoud 1.655.856 1.691.722 1.808.360 1.832.468 1.857.059 1.884.325
Kapitaallasten 24.747 22.142 26.579 22.578 13.011 13.011
Totaal 1.680.603 1.713.864 1.834.938 1.855.046 1.870.071 1.897.336

Grondwater

Het hoge grondwaterbeheer is opgenomen in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2019-2023. Voor zover bekend zijn binnen de gemeentegrenzen geen gebieden met grote problemen. Mochten zich toch problemen voor doen, dan zijn gelden beschikbaar binnen het product Riool om de oorzaak van de problemen te onderzoeken en zo nodig maatregelen te treffen.

Riolering

De volgende rioolvoorzieningen zijn aanwezig in de gemeente:

Riolering Areaal
vrij verval riolering 219 km
(mini)gemalen 762 stuks

In 2018 is een nieuw GRP vastgesteld en is bepaald welke maatregelen er aan het rioolstelsel getroffen dienen te worden voor met name de komende planperiode van 5 jaar. In de eerste vier jaar is daar gedetailleerd naar gekeken en zijn ook de benodigde budgetten vastgelegd,. Voor de periode daarna is dat ook gedaan, maar dan meer op hoofdlijnen. Op het gebied van de riolering gaat het om het onderhoud en beheer van bestaande riolering en gedeelten van de riolering, die vervangen moeten worden. In het GRP 2019-2023 is ingespeeld op de klimaatverandering. Er zijn maatregelen ingepland voor de locaties, waar via modelberekeningen is gebleken, dat daar bij toenemende hoeveelheden neerslag problemen kunnen gaan optreden. De gemeente Twenterand gaat in deze GRP-periode ervaring opdoen met risicogestuurd rioolbeheer.Wij gaan dus vervangen op basis van risico en dus op functioneren. Door verbetering van methodieken kunnen wij nauwkeuriger bepalen hoe lang een riool meegaat en wat de gevolgen van bepaalde schades zijn. Door risicogestuurd rioolbeheer blijven de kosten maatschappelijk aanvaardbaar. Zowel m.b.t. het opstellen van het nieuwe GRP als de doelmatigheid van te treffen maatregelen heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap Vechtstromen. Het overleg met het Waterschap heeft o.a. tot doel dat er zowel voor het waterschap als voor de gemeente een win- win-situatie ontstaat, m.a.w. zo slim mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten de noodzakelijke maatregelen treffen. Middels het kostendekkingsplan is de hoogte van de rioolheffing bepaald op basis van 100% kostendekkendheid. Planmatig wordt het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd, waardoor de kwaliteit wordt bewaakt. Ter plekke van de overstorten en de gemalen worden permanent metingen verricht om de werking van het stelsel te kunnen monitoren. Er wordt gewerkt met het programma rationeel rioolbeheer van Sweco.

Financieel overzicht: Riolering
Omschrijving R 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 B 2023
Onderhoud 98.828 206.460 237.150 241.894 246.731 231.099
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 0 762 2.131 417 0 1.312
Kapitaallasten 865.356 1.049.405 1.031.895 1.020.371 1.007.952 996.449
Totaal 964.184 1.256.627 1.271.176 1.262.682 1.254.683 1.228.860

Kaderplan speelruimte

Voor het kaderplan speelruimte (door de Raad vastgesteld in 2018) is jaarlijks gemiddeld € 76.000 nodig. Dit is meegenomen in de begroting 2020 en verder. Alle centrale plekken en steunplekken blijven hiermee ingericht. 

Speeltoestellen Areaal
aantal speeltoestellen 551 stuks

Tractie en gereedschappen

Tractie en gereedschappen hebben blijvend aandacht nodig in relatie tot bezetting en daarmee effectief gebruik. Door gewijzigde inzichten of anders uitvoeren van werkzaamheden is het zinvol het gebruik van deze middelen constant tegen het licht te houden. De kapitaallasten van de tractie zijn in de begroting opgenomen voor een vast bedrag. Het verschil tussen werkelijk en begroot wordt gestort c.q. onttrokken uit de reserve tractie. Jaarlijks wordt beoordeeld of de vervangingen, die zijn opgenomen in het tractieplan, noodzakelijk zijn.

Paragraaf Financiering

Inleiding

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarrekening neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV, in ieder geval op:
A.   de kasgeldlimiet;
B.   de renterisiconorm;
C.   een overzicht van verstrekte geldleningen.

Paragraaf financiering

Algemene ontwikkelingen
De gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen waarin aangegeven wordt wat de beleidsvoornemens zijn ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geeft de paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Om volledig te voldoen aan de wetgeving op het gebied van treasury heeft de gemeente Twenterand een treasurystatuut. In dit treasurystatuut zijn de uitgangspunten, de doelstellingen, de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief het toezicht op de uitvoering van de treasury) voor de treasuryfunctie vastgelegd. De wet FIDO definieert treasury als volgt: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.

Treasurybeleid
De beleidsdoelstelling van het treasurybeleid van de gemeente Twenterand kan als volgt worden omschreven: De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdende beleid stelt de gemeente zich ten doel zo laag mogelijke kosten over leningen en/of een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen te realiseren, voor zover nog mogelijk binnen de opgelegde regeling voor schatkistbankieren. Dit binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden en ter beperking van risico’s.

Renterisico’s
Een hoofddoel van treasury is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Aan de andere kant dient er optimaal geprofiteerd te worden van lage rentestanden.
Met het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten wordt continue geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico, eventueel ondersteund door een liquiditeitsprognose.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico's die ontstaan door het aangaan van overmatige korte-termijnfinancieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte schuld waarover de gemeente renterisico mag lopen.
Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt voor het gehele begrotingsjaar aangehouden de omvang van de jaarbegroting per 1 januari van het betreffende jaar. Op grond hiervan is de door het rijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet voor 2020 vastgesteld op 8,5% van € 94.724.000 = € 8.051.540. Dit betekent dat de gemeente Twenterand door het jaar heen tot het hierboven berekende bedrag met kort geld mag financieren (ook investeringen). Wanneer de kasgeldlimiet structureel overschreden dreigt te worden, moeten langlopende leningen (leningen met een looptijd langer dan 1 jaar) aangetrokken worden. Tot maximaal het bedrag van de kasgeldlimiet loopt de gemeente renterisico, gebaseerd op leningen met een termijn van korter dan een jaar.
Met betrekking tot gelden in rekening-courant/kort geld loopt er met onze huisbankier een overeenkomst waarin is afgesproken dat deze dagelijks de saldi in rekening-courant in daggeld uitzet of aanvult. Daarnaast wordt, indien noodzakelijk, kasgeld aangetrokken c.q. gelden via schatkistbankieren weggezet voor periodes variërende van 1 week tot 1 jaar afhankelijk van geldbehoefte en mogelijkheden op de geldmarkt.

Renterisiconorm
In de wet FIDO is door het rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteaanpassing doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet.

De doelstelling van de renterisiconorm is in feite dat bij een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille, waarbij niet in enig jaar een onevenredig deel van de leningenportefeuille geherfinancierd hoeft te worden, het renterisico op de vaste schuld over de jaren gespreid wordt. De renterisiconorm is door het rijk vastgesteld op maximaal 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat voor het jaar 2020 de renterisiconorm als volgt kan worden berekend:

Begrotingstotaal 2020: € 94.724.000
Renterisiconorm voor 2020 bedraagt 20% = € 18.944.800

Onderstaand de berekening van het renterisico op de vaste schulden voor het jaar 2020

1. Begrotingstotaal € 94.724.000
2. Wettelijk percentage 20%
3. Renterisiconorm (1x2) € 18.944.800
4. Renteherzieningen € 0
5. Aflossingen € 9.411.635
6. Bedrag van renterisico (4+5) € 9.411.635
7. Ruimte onder renterisiconorm € 9.533.165
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er wordt voldaan aan de eisen zoals in de wet FIDO zijn gesteld.

Rentetoerekening en kredietrisico's

Rentetoerekening
Rente wordt op basis van het rente-omslagpercentage doorberekend aan de taakvelden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het grondbedrijf een ander percentage wordt berekend op de in het BBV voorgeschreven wijze. De rente wordt samen met de afschrijvingslasten middels de kapitaallasten doorberekend aan de diverse taakvelden. Aan investeringen wordt geen rente rechtstreeks toegerekend.


Kredietrisico’s
Ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken.
Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen (het terugbetalen van de verstrekte lening). Hieronder treft u een overzicht aan van de verstrekte leningen door de gemeente.

Omschrijving Bedrag
Lening Zonnepark BV € 6.634.426
Lening Activiteitencentrum € 4.290.684
Achtergestelde lening Vitens € 345.058
BAGL GR Vechtdal € 932.591
Lening tennisvereinging Den Ham 2002 € 3.398
Renteloze lening tafeltennisverenigi € 9.076
Peuterspeelzaal 2002 € 200.513
Startersleningen € 984.243
Hypotheekverstrekkingen ambtenaren € 3.514.337
Lening korfbalvereniging TOP € 17.500
Lening Voorwaarts 2013 € 12.000
Lening St.Kulturhus De Klaampe € 171.454
€ 17.115.278

Financieringspositie en -behoefte

Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van onze gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-)investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. De activa van de gemeente Twenterand zullen per begin 2020 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:

Boekwaarde vaste activa € 96.387.464
Vaste financieringsmiddelen
Reserves € 29.312.637
Voorzieningen € 12.761.696
Langlopende leningen € 47.232.898
Totaal financieringsmiddelen € 89.307.230
Gefinancierd met vlottende middelen € 7.080.234

Mutaties leningenportefeuille

In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille (exclusief leningen ten behoeve van woningbouw) voor het begrotingsjaar 2020 weergegeven:

Bedrag Gemiddelde rente Invloed op gem.rente
Stand per 1 januari 2020 € 47.232.898 1,480%
Nieuwe leningen € 5.000.000
Reguliere aflossingen € 9.411.635 0,262%
Vervroegde aflossingen € 0
Stand per 31 december 2020 € 42.821.263 1,218%

Renteverwachting

Voor het begrotingsjaar 2020 is rekening gehouden met de volgende percentages:
Voor aan te trekken kort geld 1%                                     Voor aan te trekken lang geld 2%

De behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor de aanpassingen van het BBV is hier sprake van een verplichting.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf Bedrijfsvoering omvat de intern gerichte beleidsterreinen. Het betreft Personeel en organisatie, (interne) Communicatie, Bestuursondersteuning burgemeester en wethouders, Planning & Control, Financiën , Informatisering & Automatisering en bestuurlijk juridische zaken. Een goede bedrijfsvoering is een belangrijk middel om de resultaten die de gemeente wil bereiken ook daadwerkelijk te realiseren. De bedrijfsvoering draagt bij aan een klantgerichte organisatie. Bedrijfsvoering vormt een rand-voorwaarde om doelen uit de andere doelenbomen te kunnen realiseren. In deze paragraaf wordt op een aantal zaken binnen de ambtelijke organisatie nader ingegaan. In het programma Fundament zijn de volgende doelen voor het thema Bedrijfsvoering gesteld: Een goed functionerende organisatie waar met trots en betrokkenheid gewerkt wordt, waarbij:

  • De focus ligt op zaken die voor organisatie en personeel belangrijk zijn;
  • Participatie en betrokkenheid is van medewerkers op organisatievraagstukken;
  • Dialoog is vanuit verschillende inzichten naar hoger niveau;
  • Medewerkers worden uitgedaagd om mee te doen in plaats van toeschouwer/criticaster te zijn;
  • Wordt ingezet op creativiteit van professionals;
  • Medewerkers zich ontwikkelen

Griffie

Maatschappelijk effect

Een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming. Dat is het maatschappelijk effect waar de activiteiten van de griffie zich op richten.

In essentie is de gemeenteraad een bestuursorgaan dat besluiten neemt. Zij doet dat vanuit haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming is van belang voor het goed functioneren van de democratie. De griffie ondersteunt en adviseert de raad hierbij (conform artikel 107 van de Gemeentewet).

Dit beoogde maatschappelijk effect is geen stip aan de horizon, maar een vrij constant gegeven waar voortdurend aan gewerkt moet worden. De ambitie ligt met name in de term “hoogwaardige”, waarbij het van belang is om continu aan te sluiten bij en te anticiperen op de (veranderende) vraag uit de raad en de samenleving.

 Doelen

 Om een hoogwaardige kwaliteit van besluitvorming te bereiken, werkt de griffie in een continu proces aan de realisatie en instandhouding van de volgende doelen.

  • Competente raadsleden, zodat de raad (als geheel) haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak goed kan uitvoeren.
  • Een  efficiënte  en gedragen vergaderpraktijk: structuur en cultuur, om de vele te nemen besluiten op een goede wijze te organiseren. Dit gebeurt volgens het principe Beeldvorming (informatie verzamelen), Oordeelsvorming (mening vormen) en Besluitvorming (besluit nemen). Daarnaast zijn gedragen omgangsvormen / cultuuraspecten van belang om de vergaderstructuur soepel te laten verlopen.
  • Goede vergaderstukken, om als raad een zorgvuldig besluit te kunnen nemen dat recht doet aan alle belanghebbenden.
  • Een competente, betrokken en flexibele griffie, om de raad te kunnen ondersteunen en adviseren.
  • Goed geïnformeerde en betrokken  belanghebbenden / inwoners, voor een zorgvuldige belangenafweging en een breed draagvlak voor de democratische besluitvorming. Belanghebbenden / inwoners worden daarom op een goede wijze betrokken en van informatie voorzien.

Activiteiten

De griffie probeert deze doelen te realiseren en in stand te houden door het leveren van goede advisering en ondersteuning. Dit vertaalt zich onder meer in activiteiten die gericht zijn op:

  • goede wet- en regelgeving (waaronder verordeningen)
  • gedragen bestuurlijke procedures en processen
  • gedragen omgangsvormen
  • een passende fysieke vergaderomgeving
  • een effectief overleg binnen de driehoek
  • een efficiënt relatienetwerk (intern en extern)
  • een goed management over de griffie
  • goede en efficiënt georganiseerde vergaderingen en bijeenkomsten
  • een gedragen lange termijn agenda / vergaderschema
  • een goede ondersteuning en advisering van de raad en al haar organen, waaronder:

    • raadspresidium
    • auditcommissie
    • vertrouwenscommissie
    • rekenkamer
    • commissie onderzoek nieuwe leden en wethouders
    • werkgeverscommissie
  • een goede ondersteuning en advisering van werkgroepen en klankbordgroepen uit de raad
  • een goede en gedragen bijdrage ten behoeve van de jaarstukken
  • een goede advisering, coaching en ondersteuning van (individuele) raadsleden, o.a. bij de toepassing van de raadsinstrumenten
  • een passend aanbod van raadsinfo’s / beeldvormende raadsbijeenkomsten: informatiebijeenkomsten, opleiding, excursies, werkbezoeken, scholing, hoorzittingen etc.
  • goede en toegankelijke vergaderstukken die zoveel mogelijk digitaal en altijd tijdig beschikbaar zijn
  • een efficiënt budgetbeheer
  • een efficiënt en gebruikersvriendelijk raadsinformatiesysteem, waaronder webcasting, iPad ondersteuning en een vertrouwelijke subsite
  • een efficiënte administratie en post en e-mail verwerking (waaronder archivering)
  • een efficiënte verstrekking van informatie
  • een efficiënte communicatie

 Ontwikkelingen

De volgende ontwikkelingen zullen in 2020 (en daarna) actueel zijn. Deze ontwikkelingen behoeven veelal een zoektocht om er op de juiste wijze mee om te gaan. Uitgangspunt daarbij is steeds: een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming.

  • Verminderde belangstelling voor “politiek” en opkomstbevordering
  • Burgers worden mondiger: opkomst van burgerparticipatie en overheidsparticipatie (inwonersbetrokkenheid).
  • Groeiende intergemeentelijke samenwerking, met name binnen de Regio Twente.
  • Meer aandacht voor integriteit.
  • Digitalisering van het besluitvormingsproces: nieuwe communicatiemiddelen en digitaal vergaderen.
  • Burgemeestersbenoeming.

Middelen

 Het budget voor griffie en raad is beperkt. Desalniettemin zijn er voor 2020 voldoende middelen beschikbaar om de meeste van de hierboven genoemde ontwikkelingen te volgen en waar nodig van een passende Twenterandse invulling te voorzien. De volgende twee ontwikkelingen gaan de reguliere uitgaven evenwel te boven.

  • Burgemeestersbenoeming. In 2019 is gestart met de procedure voor de benoeming van een nieuwe burgemeester. Deze procedure zal volgens planning in het tweede kwartaal van 2020 worden voltooid. Hiervoor zijn in 2018 en 2019 gelden gereserveerd. Het restant kan ‘meegenomen’ worden naar 2020, waardoor de burgemeestersbenoeming geen aanvullende dekking behoeft voor 2020.
  • Project Democracity. In een poging om de belangstelling voor de politiek (met name onder de jeugd) te stimuleren, organiseert de griffie al enkele jaren het project Democracity. Dit project is zo populair bij de scholen, dat de belangstelling inmiddels meer dan verdubbeld is. Momenteel nemen zo’n 20 groepen deel aan het project. De keerzijde is dat de kosten daardoor ook met EUR 3000 stijgen. Om deze kosten te dekken is in de begroting 2020 het budget met dit bedrag verhoogd.

 

 

 

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en of financiële belangen en mogelijke risico’s wordt in de begroting en jaarstukken aandacht besteed aan derde rechtspersonen (de verbonden partij), waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in deze relaties van de gemeente. Onder verbonden partijen moet worden verstaan: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regeling) en/of stichtingen en publiek private samenwerkingsconstructies. Onder ‘bestuurlijk belang’ wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stem-recht. Met een ‘financieel belang’ wordt bedoeld dat middelen ter beschikking zijn gesteld die verloren gaan in geval van faillissement van de ‘verbonden partij’ of als financiële problemen bij een ‘verbonden partij’ op de gemeente kunnen worden verhaald.

Wat willen we bereiken
Twenterand wil participeren in partijen die een publiek belang dienen, zodat de visies en beleidsdoelstellingen van de gemeente ondersteund en uitgedragen worden. Indien participatie leidt tot inkomsten voor de gemeente worden deze inkomsten ingezet als technisch onderdeel van de gemeentebegroting. Hierbij worden de risicobeperkingen, welke de Wet Financiering Decentrale Overheden gemeenten oplegt bij dergelijke deelnemingen, in acht genomen.

Wat doen we daarvoor
De gemeente Twenterand neemt actief deel in bestuurlijke overleggen van verbonden partijen, waarbij voorafgaand aan deze vergaderingen het college een standpunt inneemt ten aanzien van de agenda. Via de besluitenlijsten van het college worden de gemeenteraad en de inwoners over de externe vertegenwoordigingen geïnformeerd.

De verbonden partijen van de gemeente Twenterand zijn gerubriceerd naar de volgende categorieën:
A. Gemeenschappelijke regelingen

  • Regio Twente
  • Veiligheidsregio Twente
  • GR Soweco
  • GR Stadsbank Oost Nederland
  • Gemeentelijk Belastingkantoor Twente

B. Deelnemingen in vennootschappen (NV’s, BV’s, VOF’s en CV’s) en coöperaties

  • Cogas N.V.
  • Twence B.V.
  • N.V. Rova Holding
  • Wadinko N.V.
  • Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
  • Enexis
  • Zonnepark Oosterweilanden

C. Deelnemingen in Stichtingen en Verenigingen

  • Dimpact
  • Euregio


In bijlage D van deze begroting wordt, conform de richtlijnen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en de financiële verordening van de gemeente Twenterand, een nadere uitwerking per verbonden partij weergegeven. De eventuele risico’s rondom de
verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen.

Regio Twente, Enschede

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van alle programma’s en diverse doelenbomen. Het grootste onderdeel is de wettelijke gemeentelijke taak GGD.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en bereikbare regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten (14) gemeenten zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. De werkzaamheden worden op een breed terrein verricht: algemeen bestuurlijk, economische zaken, volksgezondheid, milieu, ruimtelijke ordening en recreatie en toerisme.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van de Regio Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt in de meeste gevallen op basis van inwonertal. Een uitzondering hierop is de JGZ-bijdrage, deze wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen.
De bijdrage aan Regio Twente bedraagt in 2020 € 1.935.000. Dit is € 129.000 meer dan in 2019. Deze stijging hangt vooral samen met de geraamde loon- en prijsontwikkeling en voor € 74.000 met de gewijzigde financiering van het Rijksvaccinatieprogramma. Hiervan loopt de financiering met ingang van 2020 via de gemeenten; daarvoor gingen de financiële middelen rechtstreeks  naar de GGD.

Beleidsvoornemens:
De gemeente Twenterand neemt deel aan de Agenda voor Twente voor de periode 2018-2022. In deze regionale agenda, bedoeld om de sociaaleconomische structuur van Twente te versterken, staan vier actielijnen centraal: Techniek als motor; Arbeidsmarkt & talent; Bereikbaarheid & vestigingsklimaat; Circulaire economie & duurzaamheid.

Veiligheidsregio Twente, Enschede

Programma:
Veiligheidsregio Twente (VRT) is een samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten en de veertien gemeenten in Twente. De samenwerking is gestoeld op de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De organisatie is met ingang van 1 januari 2011 een zelfstandige entiteit. Tot en met 2010 maakte zij als Hulpverleningsdienst onderdeel uit van het meervoudige samenwerkingsverband Regio Twente. De basis voor de ambtelijke organisatie van de VRT wordt gevormd door de volgende organisatieonderdelen: ‘Veiligheidsbureau’, ‘Brandweer Twente’, ‘GHOR’ (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en ‘Gemeenten’. Deze organisatieonderdelen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken en werken onder de verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur VRT multidisciplinair samen.

Doelstelling:
Veiligheidsregio Twente zet zich in voor effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. De VRT kent meerdere programma’s, waaronder:
- Multidisciplinaire onderwerpen
- Brandweer
- GHOR
- Gemeenten
In de programmabegroting 2020 van de VRT staat per programma benoemd wat de doelstellingen zijn en wat hier voor gedaan gaat worden.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s werken de Twentse gemeenten samen binnen de gemeenschappelijke regeling op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Het Algemeen Bestuur van de VRT wordt gevormd door de Twentse burgemeesters.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt verdeeld over de Twentse gemeenten. Sinds 2016 wordt hierbij gebruik gemaakt van de Cebeon-verdeelsystematiek (Cebeon is het bureau dat de verdeelsystematiek voor het gemeentefonds periodiek onderhoudt.) De gemeente Twenterand draagt in 2019 € 1.987.932 bij aan de VRT. Dit bedrag wordt gedekt vanuit de bijdrage die de gemeente Twenterand ontvangt vanuit het Gemeentefonds (cluster Openbare Orde en Veiligheid, subcluster Brandweer en Rampenbestrijding).

Beleidsvoornemens:
Mede door de verschillende bezuinigingen die de laatste jaren zijn doorgevoerd, is het besef gegroeid dat op een andere wijze met veiligheid moet worden omgegaan. Innovatie en samenwerking vormen hierbij de sleutelwoorden op basis waarvan verder vorm gegeven wordt aan de inspanningen om te komen tot een meer betaalbare veiligheid. Veiligheidsregio Twente wil de komende jaren op een innovatieve wijze uitvoering blijven geven aan haar wettelijke taken en op een innovatieve manier verder door ontwikkelen.

Soweco NV, Almelo

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Maatschappelijke ontwikkeling en zelfredzaamheid en programma Economie en vrijetijdsbesteding.

Doelstelling:
Het doel van de GR Soweco is het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) voor de betrokken gemeenten. Deze wet is het bieden van een passende werkplek aan personen die uitsluitend onder aangepaste omstandigheden in staat zijn tot het verrichten van arbeid. Het werk is gericht op behoud, herstel en bevordering van de arbeidsgeschiktheid.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten gemeenten waarmee een samenwerkingsverband bestaat zijn Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Wierden en Twenterand. De GR Soweco is ontstaan in 1969, toen de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in werking trad.

Financiële relatie / financieel belang:
De exploitatie van Soweco kent een negatief resultaat (2020 € 5.258.000) dat gedragen moet worden door de deelnemende gemeenten, waaronder de gemeente Twenterand. Zie verder paragraaf weerstandsvermogen.

Beleidsvoornemens:

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor alle mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. Dit is een grote opgave in het Sociaal Domein. Er stromen geen mensen meer in de Wsw, waardoor (naar verwachting) de SW populatie jaarlijks gemiddeld met 6% vermindert. In anticipatie hierop wordt de GR afgeslankt  door bijvoorbeeld het afstoten van vastgoed. De traditionele uitvoering voor de SW maakt steeds meer plaats voor een uitvoering voor alle doelgroepen binnen de Participatiewet.

Vanaf eind 2016 is er gewerkt aan de vorming van een maatschappelijke onderneming door SOWECO om zo het negatieve resultaat deels op te vangen. Een van de stappen in de vorming van een maatschappelijke onderneming is onderzoek naar het aandeelhouderschap van SOWECO NV en de afbouw van de GR. Door het onderzoek goed uit te werken worden de kosten in beeld gebracht en zal een goed onderbouwde keuze worden voorgelegd. De uitkomsten van het onderzoek worden verwacht in de tweede helft van 2019.

Het gaat hier om een zeer kwetsbare doelgroep, bij de ontwikkelingen wordt hiermee rekening gehouden.

Dit draagt bij aan de drie geformuleerde doelen in de doelenboom Sociale zaken: ‘Naar vermogen participerende (niet)-uitkeringsgerechtigden in de maatschappij, ‘’Financieel zelfredzame inwoners’’ en ‘’Sociaal zelfredzame inwoners’’.

Stadsbank Oost Nederland, Enschede

Programma:
Sociaal Domein

Doelstelling:
De Stadsbank is een kredietbank, zoals bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet. De Stadsbank heeft tot doel een verantwoord pakket aan te bieden van financiële dienstverlening.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De GR wordt gevormd door 22 deelnemende gemeenten in de Achterhoek en Twente. De portefeuillehouder Sociale Zaken heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergadert circa twee keer per jaar.

Financiële relatie / financieel belang:
De begrote bijdrage voor 2020 bedraagt € 255.000. Door genomen (preventieve) schuldhulpmaatregelen is al jaren lang het begrote bedrag vrijwel hetzelfde.  In het kalenderjaar 2020 zal de nieuwe integrale schuldenaanpak worden geïmplementeerd; de focus in deze nieuwe aanpak zal nog meer liggen op preventie van schulden. 

Beleidsrelatie:
De laatste jaren laat de gemeente Twenterand een stabiel uitgavenpatroon zien, namelijk een lichte daling van het aantal afgenomen budgetbeheerrekeningen en een lichte stijging van het aantal producten op het gebied van beschermingsbewind en bewindvoering.
De daling van het aantal budgetbeheerrekeningen is een resultaat van het gevoerde beleid en de economische hoogconjunctuur. De toename van het aantal producten op het gebied van beschermingsbewind en bewindvoering is een landelijke trend.

Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, Hengelo

Programma:
Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente) is een gemeenschappelijke regeling die een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstelling van programma Fundament.

Doelstelling:
Het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Het GBTwente wordt gevormd door de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal en Twenterand.
De gemeente Twenterand wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Financiën.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van het aantal aanslagen van de verschillende belastingen die voor de gemeente Twenterand worden uitgevoerd. De begrote bijdrage voor 2020 is € 597.731

Beleidsvoornemens:
De visie van het GBTwente luidt: ‘Het GBTwente maakt belastingen begrijpelijk en persoonlijk’. Deze visie geeft weer dat belastingheffing en -inning niet zomaar een uitvoeringstaak is. Het gaat om het zodanig adviseren van de partnergemeente dat recht wordt gedaan aan de uitgangspunten zoals die op rijksniveau zijn geformuleerd en om het inzicht geven in het effect van beleid. Kernwaarden die aansluiten bij deze visie (en waar het GBTwente van uit gaat) zijn: deskundig, helder, integer en behulpzaam. In 2020 is het project “Van M3 naar M2” één van de prioriteiten van het GBTwente. Groei is niet langer de ambitie van het GBTwente.

Cogas, Almelo

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op het beleidsveld Milieu.


Doelstelling:

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie-en machtigingsgebieden. Twenterand valt onder het verzorgingsgebied van Cogas. Oorspronkelijk doel van de Cogas N.V. was het voorzien in een dekkende en betrouwbare energie- en kabelinfrastructuur op het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Momenteel zijn het realiseren van duurzame en innovatieve energieoplossingen belangrijke doelen geworden.


Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten. Cogas is gevestigd in Almelo. Aandeelhouders zijn de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand en Wierden.


Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand bezit 558 aandelen à € 454; totale (nominale) waarde van € 253.332. Dit betreft 11 % van de aandelen. Hierop wordt jaarlijks dividend uitgekeerd. De dividenduitkering aan Twenterand wordt voor 2020 geraamd op € 1.116.000.

Twence Holding BV, Hengelo

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.


Doelstelling:
Openbaar belang
Terugwinning van grondstoffen en energie uit huishoudelijk afval door duurzame en betaalbare verwerking van afval en bevordering van de samenwerking op het gebied van innovatief afvalbeleid (circulaire economie).


Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
behouden van verwerkingscapaciteit voor huishoudelijk afval tegen marktconforme tarieven
In stand houding van een bedrijf dat op een duurzame wijze afval verwerkt tot grondstoffen en energie.
We stemmen alleen in met extra investeringen als deze bij kunnen dragen aan beleidsdoelen van de gemeente Twenterand
Beheren en exploiteren van milieuvoorzieningen, het verlenen van diensten op het gebied van milieubeheersing in het algemeen, het bewerken en verwerken van huishoudelijk afval en bedrijfsafval en het produceren en leve-ren van (duurzame) energie en secundaire grondstoffen;


Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twence is een overheidsbedrijf (uitsluitend gemeentelijke aandeelhouders) voor de verwerking van afval tot grondstoffen en energie. De Twentse gemeenten hebben gezamenlijk een aandeel van 96.35 % in Twence
Holding B.V.


Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand bezit 43.909 aandelen ( 5,17 %) ter waarde van € 43.909 (nominale waarde), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. De dividenduitkering in 2020 wordt geraamd op € 345.841 (op basis van 40% winstuitkering incl. borgstellingsvergoeding). In 2019 bedroeg het dividend € 461.928 (50 % winstuitkering incl. borgstellingsvergoeding).


Beleidsvoornemens:
In april 2017 heeft een meerderheid van de aandeelhouders besloten om Twence niet te verkopen en dat de stad Munster mag toetreden als aandeelhouder. De gemeenten hebben in dit verband besloten dat het bedrijf verder gaat als duurzaamheidsbevorderaar en zich meer gaat richten op het opwekken van duurzame energie en hergebruik van afvalstoffen. Twence verwacht voor de komende jaren een gemiddeld resultaat na vennootschapsbelasting van €10 miljoen.  in de aandeelhoudersvergadering op 8 december 2016 is afgesproken dat ten minste 40 % van de aan de aandeelhouders als dividend wordt uit uitgekeerd. Als de uitkeringstoets het toestaat en aan de met de banken afgesproken ratio's kan worden voldaan , zal 50% van het resultaat als dividend worden uitgekeerd.   In de aandeelhoudersvergadering in december 2019 wordt  het Strategisch beleidsplan 2020-2023 behandeld. Dit plan bevat twee strategische lijnen:  I. Een actieve en substantiële bijdrage leveren aan de duurzame regionale energievoorziening. II. Meer waardevolle grondstoffen uit afval en biomassa produceren om daarmee de grondstofkringlopen te sluiten.

N.V. Rova Holding, Zwolle

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.


Doelstelling:
Openbaar belang
Het bevorderen van en/of het doen realiseren van integraal afvalketenbeheer en het leveren van kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op het terrein van verwijdering van afvalstoffen, waaronder begrepen
beleidsondersteuning en collectieve aanbestedingen ten behoeve van deelnemende overheden
Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
- het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval tegen zo laag mogelijke kosten voor de inwoners
- het in stand houden van een bedrijf dat op duurzame wijze diensten aan gemeenten verleend op het gebied van huisvuilinzameling, terugwinning van grondstoffen en BOR taken


Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Rova is een afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie. Het werkgebied van Rova telt 23 gemeenten in Midden en Oost-Nederland. Het betreft de organisatie, beheer en uitvoering van publieke taken voortvloeiend uit de afvalzorgplicht van de aangesloten gemeenten en de uitvoering van de gemeentelijke reinigingstaken
Twenterand bezit 335 aandelen (3 %) ter waarde van € 38.005,75 (nominale waarde) waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het normdividend bedraagt voor 2020 € 100.000. Dit bedrag wordt ondergebracht bij de algemene dekkingsmiddelen. De dividenduitkering aan Twenterand bedroeg in 2019 € 159.494. 

 Beleidsvoornemens:
De ontwikkelvisie van ROVA houdt onder andere in dat afval als grondstof wordt gezien en dat ROVA
er naar streeft om het dienstenpakket verder uit te breiden met taken op gebied van het Beheer van openbare ruimte. Nagenoeg alle ROVA gemeenten hebben de afgelopen jaren nieuwe afvalbeleidsprogramma’s aangenomen in de vorm van een grondstoffenplan. In alle gemeenten zijn de resultaten zeer positief. Een aantal ROVA-gemeenten laat nu al resultaten zien tot minder dan 50 kilo per inwoner per jaar. Toch ziet ROVA nog voldoende ambities. Verdere optimalisaties in de inzameling waaronder het vinden van oplossingen voor hoogbouw en het vinden van recycling oplossingen voor overblijvende reststromen zoals luiers vormen nog steeds een uitdaging.

Wadinko N.V., Zwolle

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Economie en vrije tijdsbesteding.


Doelstelling:
Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid wil bevorderen in Overijssel, de Noord-Oostpolder en Zuidwest Drenthe. Wadinko heeft op dit moment één participatie binnen de gemeente Twenterand.


Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten. Wadinko is gevestigd in Zwolle.


Financiële relatie / financieel belang:
Voor 2020 en verder is € 42.500 begroot aan dividend.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Den Haag

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Fundament en specifiek aan het beleidsveld Middelen.


Doelstelling:
BNG vertaalt haar missie in de volgende strategische doelstellingen:
- behoud van substantiële marktaandelen in de Nederlandse publieke sector en semipublieke domein;
- behalen van een redelijk rendement voor aandeelhouders.


Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De BNG is opgericht in 1914 en gevestigd in Den Haag. Het is de bank van en voor de overheid en instellingen voor het maatschappelijke belang. De BNG probeert zo goedkoop mogelijke financiële dienstverlening aan de gemeenten te bieden. Daardoor heeft zij toegevoegde waarde voor haar aandeelhouders en de Nederlandse publieke sector. De BNG is een structuurvennootschap.


Financiële relatie / financieel belang:
De aandelen zijn voor de helft in handen van de Staat, de andere helft is in handen van gemeenten en provincies. De BNG is, gemeten naar balanstotaal, de grootste overheidsbank van Nederland. De nominale waarde van de aandelen BNG van de gemeente Twenterand is € 59.670 (23.868 aandelen à € 2,50). Voor 2020 wordt een dividend verwacht en geraamd van € 24.000.

Enexis

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op beleidsveld Milieu en programma Fundament.


Doelstelling:
Een op zo duurzaam mogelijke wijze verzorgen van een betrouwbaar en betaalbaar energietransport nu en in de toekomst.


Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twenterand bezit medio 2019   42.621 aandelen Enexis. Dit betreft 0,0285% van het aandelenkapitaal. Ook is er nog een uitstaande lening aan Enexis van € 99.660, met een rentepercentage van 7,2 %. Jaarlijkse rente van € 7.176. Aflossing van deze lening vindt plaats in 2019.


Financiële relatie / financieel belang:
Voor 2020 en verder is € 32.000 begroot aan dividend.


Beleidsvoornemens:
Geen bijzonderheden

Zonnepark Oosterweilanden BV, Vriezenveen

Programma:

Zonnepark Oosterweilanden B.V. wekt duurzame energie op d.m.v. zonnepanelen en levert daarmee een bijdrage aan de duurzaamheidsopgaven van de gemeente.

Doelstelling:

Het doel van Zonnepark Oosterweilanden B.V. is het opwekken van duurzame energie en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen.

Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:

De gemeente Twenterand is 100% aandeelhouder van Zonnepark Oosterweilanden B.V.

Financiële relatie/financieel belang:

Zonnepark Oosterweilanden B.V. is bezig met de bouw van een zonnepark op ca. 13,9 ha. Voor 2019 en 2020 worden door voorbereidingskosten nog geen residuen uit de B.V. verwacht. Vanaf 2021 zijn de eerste winsten meegenomen in de meerjarenbegroting. 

Beleidsvoornemens:

De dividenduitkeringen worden gestort in een duurzaamheidsfonds. Vanuit dit fonds worden duurzaamheidsinitiatieven binnen de gemeente Twenterand bevorderd. De stortingen van de opbrengsten in en de uitnames uit het duurzaamheidsfonds zijn gezamenlijk budgetneutraal.

Dimpact, Enschede

Programma:
Deze deelneming levert binnen het programma Fundament een bijdrage aan het realiseren van actuele informatie die veilig, beschikbaar, betrouwbaar en toegankelijk is in efficiënte systemen als onderdeel van ‘Solide bedrijfs-voering ten behoeve van een goed functionerende gemeente’.

Doelstelling:
De coöperatie Dimpact heeft tot doel om ‘excellente publieke dienstverlening en interactie met burgers, bedrijven en instellingen’ mogelijk te maken voor gemeenten. De klant centraal stellen en de nieuwe informatie-architectuur, spelen daarin een prominente rol. De coöperatie oefent haar doel zodanig uit dat zij voorziet in behoeften van algemeen belang, niet zijnde van industriële of commerciële aard van haar leden. De coöperatie heeft geen winstoogmerk.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Op 1 januari 2020 bestaat het ledenbestand uit 28 gemeenten, die gezamenlijk zo'n 2.121.400 inwoners vertegenwoordigen. Dimpact vertegenwoordigt daarmee zo’n 12% van Nederland.
De coöperatieve vereniging Dimpact kent de volgende officiële (statutair vastgelegde) besluitvormende organen:
• de Algemene Leden Vergadering (ALV);
• de Raad van Commissarissen (RvC);
• het bestuur.

Financiële relatie / financieel belang:
Over de basiscontributie wordt een inflatiecorrectie toegepast van 2,4%. Hiermee komt het basistarief in 2020 uit op € 3,44 EPIJ. 

Beleidsvoornemens:
Het Dimpact Bedrijfsplan 2020 geeft inzicht in de speerpunten op hoofdlijnen:
1. Excellente publieke dienstverlening en klantinteractie mogelijk maken voor gemeenten;
2. Goed (her)gebruik van bestaande diensten door leden;
3. Innovatiekracht vergoten;
4. Inspelen op de landelijke beweging en Common Ground - door (mee) te bouwen aan een moderne informatie-architectuur als fundament voor de publieke dienstverlening;
5. We werken samen vanuit een integraal dienstverleningsconcept;
6. Diensten-portfolio uitbouwen vanuit deze strategische doelen en inzichten; en
7. Onze coöperatie wendbaarder en slagvaardiger organiseren.

Euregio, Gronau

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan alle programma’s en diverse doelenbomen. Het gaat in het algemeen om bestuurlijke samenwerking en internationale contacten.

Doelstelling:
De Euregio heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De Euregio is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van Nederlandse en Duitse gemeenten, steden en (Land-)Kreise.

Financiële relatie / financieel belang:
Voor de Nederlandse gemeenten is de bijdrage aan de Euregio € 0,29 per inwoner.

Beleidsvoornemens:
De Euregio werkt vanuit drie inhoudelijke commissies op de terreinen Maatschappelijke ontwikkeling, Economie en Arbeidsmarkt en Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Onder grondbeleid kan worden verstaan het op zodanige wijze handhaven van bestaand grondbeleid dan wel het realiseren van gewenste veranderingen in dit grondgebruik dat dit past binnen de door de gemeenteraad vastgestelde doelstellingen in het kader van de ruimtelijke ordening. Het gemeentelijk grondbeleid is geen doel op zich maar een instrument voor het te voeren ruimtelijk beleid. Het gemeentelijk grondbeleid is sterk verbonden met doelstellingen uit andere beleidsvelden. Hierbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, economische zaken, recreatie en toerisme, veiligheid en leefomgeving. De uitvoering van het grondbeleid is grotendeels onder gebracht bij het grondbedrijf. Maar binnen de Algemene Dienst bevinden zich gronden die kunnen bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen. Hierbij valt onder meer te denken aan sport, recreatie, dorpscentra en veiligheid.

Hoofdlijnen van het grondbeleid

De hoofdlijnen van het grondbeleid

In de nota grondbeleid 2016-2020 zijn de hoofdlijnen voor het beleid vastgelegd.  Door de economische tijden is een faciliterende grondbeleid ingezet en zal verder gehanteerd worden. Voor de gebieden die de gemeente in ontwikkeling heeft  is het uitgangspunt dat deze tenminste kostendekkend zijn. De Nota Grondbeleid is geactualiseerd, ter inzage gelegd en wordt in december 2019 aan de raad aangeboden. In deze paragraaf wordt de opgave geven van de voortgang van de uitvoering ervan in de bedrijfsvoering.

 

Bedrijfsverplaatsingen

Na de locaties van Bakkerij Holland  zijn ook op de Poorthuislocatie de in optie gegeven kavels op één kavel na verkocht. Het inbreidingsgebied is inmiddels bouwrijp gemaakt.

 

Almeloseweg Oost

Er is nog 3,4 ha beschikbaar. Daarvan is 1,5 ha in optie gegeven. 

 

Oosterweilanden (niet in ontwikkeling)

Dit plan is inmiddels in ontwikkeling genomen en de eerste face van het bedrijventerrein is bouwrijp. Vier bedrijven  (0,9 ha)hebben optie op een bedrijfskavel genomen.

 

Kruidenwijk

Met het verlagen van de grondprijzen naar € 150,00 per m2 exclusief BTW en kosten koper is het aantal geïnteresseerden toegenomen. Aan de Tijm worden de 4 twee onder één kappers inmiddels bewoond. Aan de overzijde is begonnen met de bouw van vier twee onder één kappers waar vervolgens nog eens 4 twee onder één kappers naast gaan komen. Kavel 28 is teruggenomen en is opnieuw voor verkoop aangeboden aan een aspirant koper. Verder zijn de kavels 15, 23, 25,26,27, 39, 40 en 51 t/m 58 zijn verder in optie gegeven aan aspirant kopers.   Verwacht wordt dat de bouwactiviteiten zich zullen uitbreiden in Kruidenwijk.

 

Garstelanden IV

Voor een verdere uitbreiding van Garstelanden is het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Er is op dit moment nog 5.084 m2 aan bedrijfsgrond om uit te geven. Hiervan is 1.966 m2 in optie gegeven. 

 

Centrumvisie Vroomshoop

Er wordt volop gebouw. Voor de invulling van het MCC gebied met een appartementengebouw met 15 appartementen moet een uitwerking procedure van het plaatse geldende bestemmingsplan gevoerd worden. De eerste koopovereenkomsten zijn voor de gemeentelijke woningbouwkavels opgesteld voor notariële overdracht. 

 

Vroomshoop Oost

De door de gemeente uit te geven kavels binnen fase 2A zijn notarieel overgedragen. Met de volgende fase (2B) kan de VOF  kavels woningbouw blijven bieden.

 

Zuidmaten Oost

Er resteren nog een drietal kavels voor vrijstaande woningen. Om nieuwe bouwkavels te kunnen uitgeven wordt de volgende woningbouwfase bouwrijp gemaakt.

 

Smithoek

Voor locatie De Smithoek wordt een stedenbouwkundig plan opgesteld.

 

Kroezenhoek-West

De ontwikkelaar van dit gebied  heeft een eerste fase  met woon-werk locaties op de markt gebracht en heeft twee aspirant-kopers.

 

Restkavels woningen

De gemeente heeft nog voor enkele voormalige projectgebieden bouwrijpe kavels te koop staan.  Het gaat om 4 kavels die opgevangen zijn in dit complex.

 

Restkavels bedrijven

In dit complex zijn diverse bouwrijpe kavels opgenomen die nog uit voormalige, afgesloten projecten verkocht moeten worden. Het gaat om  9.997 m2. Hiervan is 3.531 m2 in optie gegeven.

 

Verwachte exploitatie uitkomsten

Woningbouw
complex Boekwaarde 31-12-2017 Mutaties 2018 Boekwaarde 31-12-2018 Nog te maken kosten Nog te realiseren opbrengsten Genomen winst Verwacht resultaat
Poorthuis 570.980 -15.195 555.785 9.706 77.960 487.531
Kruidenwijk III 299.251 -130.762 168.489 721.460 3.213.483 574.027 -2.897.561
Vroomshoop centrum -371.464 804.473 433.009 572.198 1.107.435 229.884 -332.112
Zuidmaten oost 2.750.532 177.909 2.928.441 3.195.200 6.050.894 72.747
Smithoek 319.819 -1.178 318.642 666.142 865.117 119.667
Restkavels woningbouw 687.122 -208.665 478.457 13.057 727.657 337.980 -574.123
Totaal 4.256.240 626.583 4.882.823 5.177.763 12.042.546 1.141.891 -3.123.852
Bedrijventerreinen
complex Boekwaarde 31-12-2017 Mutaties 2018 Boekwaarde 31-12-2018 Nog te maken kosten Nog te realiseren opbrengsten Genomen winst Verwacht resultaat
Oosterweilanden 3.101.391 385.857 3.487.248 6.599.387 9.932.875 153.760
Almeloseweg Oost 2.513.249 604.115 3.117.364 560.480 4.305.520 997.187 -1.624.863
Garstelanden IV 723.407 -20.632 702.775 1.657.526 2.264.958 22.847 72.496
Restkavels bedrijven 351.117 16.008 367.125 41.602 784.685 105.784 -481.742
Totaal 6.689.164 985.348 7.674.512 8.858.995 17.288.038 1.125.818 -1.880.349
totaal 10.945.404 14.036.758 29.330.584 -5.004.201

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De intentie van deze paragraaf is om inzicht te bieden in de lokale belastingdruk binnen de gemeente Twenterand. Hierbij wordt met name ingegaan op de onroerendezaakbelasting (OZB), de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de hondenbelasting, de baatbelastingen en de toeristen- en forensenbelasting.

Lokale heffingen

Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vindt plaats in de laatste raadsvergadering van 2019.

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB en hondenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:

a. de geraamde inkomsten;

b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;

c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

d. een aanduiding van de lokale lastendruk;

e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van de gemeente Twenterand

Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen

2018 2019 2020
Omschrijving Raming Realisatie Raming Raming
Afvalstoffenheffing € 1.921.074 € 1.976.864 € 2.092.571 € 2.145.706
Begraafplaatsrechten € 580.000 € 644.072 € 580.000 € 580.000
Forensenbelasting € 5.000 € 5.024 € 5.000 € 5.000
Hondenbelasting € 172.000 € 172.502 € 0 € 0
Leges burgerzaken € 569.370 € 553.494 € 432.870 € 418.070
Leges omgevingsvergunning € 520.000 € 787.320 € 669.500 € 669.500
OZB eigenaren woning € 3.440.228 € 3.558.842 € 4.300.285 € 4.515.299
OZB eigenaren niet-woning € 1.089.764 € 1.028.024 € 1.362.205 € 1.430.315
OZB gebruikers niet-woning € 716.008 € 706.389 € 895.010 € 939.761
Rioolheffing € 3.432.562 € 3.467.311 € 3.297.762 € 3.432.464
Toeristenbelasting € 45.000 € 57.476 € 45.000 € 4.500

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Landelijk
Hervorming lokaal belastinggebied
Het vorige kabinet heeft in een brief d.d. 24 juni 2016, kenmerk 2017-0000356712, aan de Tweede Kamer bouwstenen gegeven voor een hervorming van het lokaal belastinggebied. Verschuiving van Rijks- naar gemeentebelastingen zou op de agenda van het het nieuw te vormen kabinet moeten staan. In het meest recente regeerakkoord (oktober 2017) is niets opgenomen over de uitbreiding van het lokaal belastinggebied. De staatsecretaris van Financiën heeft in antwoord op Kamervragen aangegeven dat verruiming van de mogelijkheden van gemeenten om belasting te heffen niet tot een van zijn vijf prioriteiten, die grotendeels uit het regeerakkoord voortvloeien, behoren.

Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een interbestuurlijk programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Uitgangspunt hierbij is dat de maatschappelijke opgaven van nu zich manifesteren op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau. Vaak spelen ze op meerdere schaalniveaus tegelijk en liggen oplossingen niet in het bereik van één overheidslaag. Een toenemend aantal maatschappelijke opgaven is alleen op te lossen wanneer gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk als één overheid samenwerken richting partners. Over de fiscale thema’s zijn in het IBP de volgende procesafspraken gemaakt:

  • Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.
  • We spreken af om eventuele knelpunten in de fiscale regelgeving, op het niveau van zowel de Rijksoverheid als de medeoverheden, te inventariseren die belangrijke doelstellingen van zowel Rijk als decentrale overheden in de weg staan (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en de circulaire economie) en om te bezien of er, met inachtneming van bestaande wet- en regelgeving, oplossingen kunnen worden geboden.

Bezwaar en beroep bij kwijtschelding
Momenteel is geen bezwaar mogelijk tegen een beschikking uitstel van betaling. Tegen een beschikking kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is momenteel administratief beroep bij het college mogelijk. In de toekomst is in beide gevallen eerst bezwaar bij de invorderingsambtenaar mogelijk en is daarna de fiscale rechter bevoegd (rechtbank in eerste aanleg, gerechtshof in hoger beroep en Hoge Raad in cassatie). Deze landelijke wijziging treedt naar verwachting na 2021 in werking.

Afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen
Een van de instrumenten binnen het nieuwe stelsel van omgevingsrecht is het omgevingsplan. Gemeenten moeten in het nieuwe stelsel hun bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere regelingen over de fysieke leefomgeving uit andere verordeningen bundelen en omvormen tot één samenhangend en consistent omgevingsplan.
Artikel 3.1, lid 4, Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt nu nog dat wanneer een bestemmingsplan niet tijdig is vastgesteld of is verlengd, voor de gemeente 'de bevoegdheid tot het invorderen van rechten ter zake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan' vervalt (de zgn. legessanctie). In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt met deze wet de actualiseringsplicht uit de Wro voor een belangrijk deel van de bestemmingsplannen en beheersverordeningen afgeschaft. Hierdoor komt ruimte beschikbaar, zodat gemeenten in aanloop naar de Omgevingswet al kunnen starten met de voorbereiding van het tot stand te brengen omgevingsplan. Het wetsvoorstel vormt een onderdeel in de overgang naar het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht, zoals dat naar verwachting in 2021, met onder meer de Omgevingswet (Stb. 2016, nr. 156), in werking treedt. De wet is 1 juli 2018 in werking getreden.

Lokaal

Ontwikkeling tarieven
De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De opbrengst OZB stijgt t.o.v. 2019 met 5%.

c. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet.
Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. De opbrengsten van de belastingen en overige heffingen worden in beginsel alleen aangepast aan de inflatiecorrectie. Deze bedraagt 1,72%.
De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2020 in de gemeente Twenterand worden geheven zijn:

Ongebonden belastingen

Forensenbelasting
Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kunnen gemeenten forensenbelasting heffen. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Met de forensenbelasting kunnen gemeenten de kosten van bepaalde voorzieningen ook verhalen op mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de voorziening. De forensenbelasting wordt door Nederlandse gemeenten alleen geheven van mensen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning ter beschikking houden.

Toeristenbelasting
Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Onroerendezaakbelastingen
Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen.

De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.

Belastingplichtige
- eigenaren van woningen;
- eigenaren van niet-woningen;
- gebruikers van niet-woningen.
Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.

Grondslag onroerendezaakbelastingen
De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt.

De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt.

Gebonden belastingen
Afvalstoffenheffing
De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt sinds 2002 uitgevoerd door Rova. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.

Belastingplichtige
Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt.

Grondslag
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. De gemeente Twenterand hanteert als grondslag een vast bedrag plus een opslag op basis van het aantal aanbiedingen.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval (€ 2.093.970). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval (ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder) en de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Daarnaast begroten wij € 400.000 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Door een jaarlijkse onttrekking uit de voorziening afvalverwerking kan het vastrecht de komende jaren gedempt worden. We verwachten dat de voorziening afvalverwerking eind 2023 nihil is. Voor het vastrecht wordt een tarief voorgesteld van € 100,20 Voor de ledigingstarieven stellen wij voor om deze voor 2020 te bevriezen op het niveau van 2019 zijnde € 11,21 voor een 240 l. restafvalcontainer en € 6,80 voor een 140 l. restafvalcontainer.

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Afvalstoffenheffing Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten dekkendheid
7.3 Afval 2.093.970 400.000 427.575 2.921.545 -2.145.706 -858.839 -3.004.545 102,84%
6.3 Inkomensregelingen 83.000 83.000 -2,84%
Totaal 2.176.970 400.000 427.575 3.004.545 -2.145.706 -858.839 -3.004.545 100,00%

Leges en rechten

Leges

De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening.

Begraafrechten

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen.

In totaal verwachten we het komende jaar € 796.632 aan kosten te maken om onze zorgplichten na te komen. De totale baten voor 2020 zijn € 591.625. Per saldo resulteert dit in een tekort op het taakveld begraafplaatsen van € 205.006,82 Omdat het saldo maximaal € 200.000 mag zijn, wordt een bedrag van € 5.007 onttrokken uit de reserve exploitatie begraafplaatsen.

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Begraafrechten Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten dekkendheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria 546.632 250.000 796.632 -580.000 -11.625 -591.625 74,27%
Totaal 546.632 250.000 - 796.632 -580.000 -11.625 -591.625 74,27%

Rioolheffing

De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel.

Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing.

De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. De gemeente Twenterand hanteert één rioolheffing voor alle watertaken.

Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. In 2018 heeft de gemeenteraad het GRP 2019-2023 vastgesteld.

Verwachte kosten

In totaal verwachten we het komende jaar € 4.694.021 aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering (€ 4.458.431). De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en in de kosten voor heffing en invordering van de rioolheffing. Daarnaast begroten wij € 555.900 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Aan de raad wordt voorgesteld om het tarief voor rioolrechten voor 2020 te verhogen met 4% (t.o.v. 2019) conform het GRP.

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Rioolheffing Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten dekkendheid
7.2 Riolering 3.674.361 555.900 228.170 4.458.431 -3.432.465 -1.259.120 -4.691.585 105,23%
0.64 Belastingen overig - -306 -306 0,01%
0.8 Overige baten en lasten - -2.131 -2.131 0,05%
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 80.901 16.989 97.890 - -2,20%
6.3 Inkomensregelingen 137.700 137.700 - -3,09%
Totaal 3.892.962 555.900 245.159 4.694.021 -3.432.465 -1.261.557 -4.694.022 100,00%

Woonlastenontwikkeling

De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor 2020:

Onderstaand treft u een overzicht aan van de lastendruk van een inwoner van onze gemeente die in het kader van de afvalstoffenheffing in 2020 1 restcontainer van 240 liter in gebruik heeft, welke 6 keer geleegd wordt. De bedragen in onderstaand overzicht zijn bedragen per maand.
Eigen woning: € 203.000 2019 2020 2021 2022 2023
Afvalstoffenheffing, vast deel € 8,13 € 8,35 € 8,58 € 8,84 € 9,11
Afvalstoffenheffing, variabel deel € 4,67 € 4,67 € 4,67 € 4,67 € 4,67
Rioolheffing € 20,01 € 20,83 € 21,67 € 22,11 € 22,55
OZB € 26,17 € 27,50 € 28,83 € 30,33 € 30,33
Totaal lastendruk € 58,98 € 61,35 € 63,75 € 65,95 € 66,66
Eigen woning: € 240.000 2019 2020 2021 2022 2023
Afvalstoffenheffing € 8,13 € 8,35 € 8,58 € 8,84 € 9,11
Afvalstoffenheffing, variabel deel € 4,67 € 4,67 € 4,67 € 4,67 € 4,67
Rioolheffing € 20,01 € 20,83 € 21,67 € 22,11 € 22,55
OZB € 30,92 € 32,50 € 34,08 € 35,83 € 35,83
Totaal lastendruk € 63,73 € 66,35 € 69,00 € 71,45 € 72,16
Huurwoning:
Afvalstoffenheffing € 8,13 € 8,35 € 8,58 € 8,84 € 9,11
Afvalstoffenheffing, variabel deel € 4,67 € 4,67 € 4,67 € 4,67 € 4,67
Rioolheffing € 20,01 € 20,83 € 21,67 € 22,11 € 22,55
Totaal lastendruk € 32,81 € 33,85 € 34,92 € 35,62 € 36,33
Omdat ten tijde van het maken van deze programmabegroting de definitieve WOZ-waardes van alle panden (woningen en niet-woningen) nog niet bekend waren, zijn bovenstaande bedragen voor te betalen OZB-heffing nog indicatief. Bij het vaststellen van de tarieven voor 2020 wordt een definitief overzicht aangeleverd.

Kwijtscheldingsmogelijkheden

De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:

  • Voor de ozb, riool- en voor de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
  • Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 500m3
  • Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
  • Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
  • Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;
  • Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.