Meer
Publicatiedatum: 25-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Meerjarenraming 2021 - 2023

Inleiding

Ter voldoening aan het gestelde in de Gemeentewet en in hoofdstuk III van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten leggen wij aan u voor de meerjarenramingen 2021 t/m 2023. De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, waaronder de baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen. De toelichting op de meerjarenraming bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzicht van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar. Door onder andere hiermee rekening te houden kan de meerjaren-begroting uitwijzen of de doelstelling van een sluitende begroting op termijn wordt gerealiseerd.

Uitgangspunten meerjarenraming

De begroting 2020 als basis:

  • De meerjarenramingen zijn opgesteld met als uitgangspunt 0% stijging, m.u.v. posten waarvan de stijging c.q. daling in te schatten is of vastligt voor de komende jaren
  •  Voor salarissen is een stijging van 2,5% meegenomen (inclusief periodieke verhogingen)
  • De in de begroting 2020 opgenomen raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de circulaire van mei 2019. Bij de berekening van de Algemene uitkering is geen rekening gehouden met volumegroei voor inwoners en woonruimten.
  • De opbrengst onroerende zaakbelasting is gecorrigeerd met de werkelijke opbrengsten 2019. Er is daarnaast geen verdere groei meegenomen
  • De mutaties op de reserves en voorzieningen zijn verwerkt.

Financiële ontwikkelingen

Algemene uitkering gemeentefonds

Voor de ontwikkeling van het gemeentefonds zijn vooral de volgende punten van belang;

  • De ontwikkeling van het aantal decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen naast de algemene uitkering;
  • Het groot onderhoud van het gemeentefonds dat grotendeels is uitgevoerd
  • De gevolgen van de ontwikkelingen van het accres, rekening houdend met de ontwikkelingen die genoemd zijn in de meicirculaire 2019
  • De wijzigingen op de resterende integratie- en decentralisatie-uitkeringen zijn verwerkt. De extra middelen Jeugdhulpbudget voor 2019, 2020 en 2021 zijn, conform de richtlijn van het rijk, in deze begroting als structureel verwerkt. Voor de onzekere verwachting rondom het nieuwe verdeelmodel Sociaal Domein wordt verwezen naar de doelenboom Maatschappelijke Ondersteuning.

Salarissen / sociale lasten

De gevolgen van de cao-akkoord Gemeenten 2019-2020, alsmede de toe te kennen periodieken, zijn in de raming van 2020 meegenomen.

Investeringen

Uit de in de begroting opgenomen investeringslijsten voor de periode 2021 t/m 2023 blijkt dat voor deze jaren de volgende investeringen worden geraamd, te weten:

  • 2021 € 5.873.572
  • 2022 € 2.315.548
  • 2023 € 2.711.308

 

Berekende / geraamde budgetprognose 2020 t/m 2023

De resultaten van vorenstaande leidt tot de resultaten zoals eerder vermeld in het hoofdstuk "Overzicht van baten en lasten 2020"