Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Doel van deze paragraaf is weergeven hoe solide de positie van de gemeente is en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Daarvoor worden weerstandsvermogen en risicobeheersing geschetst en kengetallen over de financiële weerbaarheid en wendbaarheid gepresenteerd.

Ten aanzien van de genoemde risicobeheersing merken wij het volgende op. 2020 wordt vooral gekenmerkt als het jaar van het corona virus. Dat heeft op meerdere beleidsterreinen gevolgen gehad die nog zeker tot in 2021 voortduren en het heeft grote onzekerheden gebracht, met mogelijke risico's. We hebben deze risico's en die van onze partners voortdurend gemonitord en daarop geacteerd en we hebben er specifiek over gerapporteerd in mei, augustus en november.

Dit beleid van monitoren en acteren zullen wij voortzetten zolang als nodig, ook in 2021. Want ook in 2021 zullen deze risico’s er zijn. Bij de risicosessies, zoals die zijn gehouden en gebruikt om de risico’s te specificeren en kwantificeren, is de invloed van corona wel benoemd en besproken, maar dit heeft niet tot nieuwe risico’s geleid. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zal er medio 2021 bij de Berap opnieuw worden gerapporteerd.

Algemeen

Risicobeheersing is het geheel aan activiteiten en maatregelen voor het expliciet en systematisch omgaan met en beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met – gewenste of ongewenste – gevolgen. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering ervan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare versus de benodigde weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de componenten zoals die in de volgende tabel zijn samengevat. Ultimo 2020 bedraagt de weerstandscapaciteit € 4.802.669.

Tabel weerstandscapaciteit

Omschrijving Stand 31-12-2019 Stand 31-12-2020 Stand 31-12-2020
  rekening begroot rekening
Algemene Risico Reserve € 3.256.525 € 2.739.129 € 863.521
Reserve minimabeleid € 73.433 € 0 € 34.433
Reserve Sociaal Domein € 5.525.208 € 2.765.622 € 3.904.715
Reserve risico's grondbedrijf € 0 € 850.000 € 0

De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico’s die worden gelopen. Risico’s worden bepaald in het kader van risicomanagement. Doelen van risicomanagement zijn het bevorderen van risicobewustzijn, het expliciet maken en beheersen van risico’s. Dit is een continu proces gericht op:
• Het identificeren van risico’s: waar lopen we welke risico’s?
• Het classificeren van risico’s: hoe groot is de kans, de impact en het financiële effect?
• Het treffen van beheersmaatregelen bij de grootste risico’s

De aanpak voorziet erin dat twee maal per jaar een sessie plaatsvindt met inhoudelijk en financieel betrokkenen. In die sessies worden risico’s benoemd en waarbij per risico de kans op optreden en de gevolgen (impact) ervan worden bepaald. Gevolgen in financiële zin – incidenteel of structureel (i/s in de onderstaande tabel) - en voor doelstelling en imago (in de vorm van een rapportcijfer, waarbij een hoger cijfer staat voor een groter gevolg). Zo ontstaat een actueel overzicht van alle risico’s, als basis voor beheersmaatregelen, gericht op het verminderen van de kans op optreden en/of op het beperken van de gevolgen.

De belangrijkste risico’s zijn samengevat in de tabel Risico’s en worden toegelicht. Daarmee zijn niet alle risico’s benoemd. Want de gemeente zit sterk in de Twenterandse samenleving en heeft vele relaties met bijv. sportverenigingen en culturele organisaties. Het kan dan gaan om private/ maatschappelijke organisaties met een grote betekenis voor de Twenterandse samenleving. Deze kan zo groot zijn dat, wanneer zich bijv. bedrijfsvoering risico’s voordoen bij die organisaties, de gemeente als vangnet kan optreden, bestuurlijk dan wel financieel, afhankelijk van bestuurlijke afweging. Deze scenario’s zijn slecht op voorhand te bepalen omdat de gemeente veelal geen statutaire verantwoordelijkheid draagt. Ook zijn er risico’s verbonden aan economische ontwikkelingen. Zo kan de huidige hoogconjunctuur leiden tot sterk oplopende prijzen in de bouw en tot vertraging op gewenste ontwikkelingen. Verder noemen we de klimaatverandering zoals die zich kan manifesteren in wateroverlast, droogte en/of hitte. Dit zijn evenzeer risico’s.

Specifiek noemen we nog vijf risico's: de omgang met systemen, inkoop, juridische kwaliteitszorg / contractbeheer en   Kanaal Almelo de Haandrik.

De toenemende digitalisering heeft geleid tot een toename aan systemen in een omvang die veel vraagt van medewerkers. De veelheid aan verschillende systemen maakt dat medewerkers regelmatig niet in staat zijn om vereiste systemen op de juiste manier te gebruiken, wat kan leiden tot fouten en verspilling kan blijken te zijn. Voor tijdelijk ingehuurd personeel speelt dit nog sterker. Ook speelt bij systemen dat koppelingen niet altijd goed werken. Waar voorheen keuzes per losse applicatie werden gemaakt (qua systeem, leverancier, kosten) zijn we een koers ingeslagen om meer vanuit het gebruikersgemak, en vanuit het besef van het gehele applicatielandschap te kijken bij vervanging van systemen.
Bij inkoop bestaat de kans dat niet alle inkooptrajecten in beeld zijn dan wel dat hierbij niet de juiste procedure is gevolgd. De hieruit voortvloeiende implicaties kunnen vertragingen zijn binnen het inkooptraject, schadevergoedingen aan aanbieders/overige inschrijvers en een aanwijzing door de accountant – in het uiterste geval het onthouden van een goedkeurende accountantsverklaring.
Juridische kwaliteitszorg betekent dat onze producten en diensten moeten voldoen aan de daaraan gestelde (wettelijke) normen. Indien daaraan niet wordt voldaan lopen wij bepaalde risico’s. Actuele wet- en regelgeving dienen te worden gevolgd. Overeenkomsten dienen tot stand te komen en te worden beheerd volgens een adequate systematiek, maar ook afspraken met derden of individuele medewerkers dienen adequaat te worden vastgelegd en gearchiveerd. Het niet voldoen aan de eisen van juridische kwaliteitszorg brengt risico’s met zich mee. Daarbij valt te denken aan het voeren van procedures, toegewezen schadeclaims, extra (ambtelijke) inzet, het niet behalen van beleidsdoelstellingen/termijnen/financiële taakstellingen, verlies van overheidsgezag (imagoschade) of bepaalde politiek-bestuurlijke gevolgen.
Goed contractmanagement voorkomt conflicten met aanbieders, zorgt voor heldere afspraken, brengt vooraf de risico’s in beeld van deze afspraken en zorgt voor nakoming. Voor beheersing van de risico’s, dat niet of niet geheel of te laat wordt nagekomen, boetes verschuldigd zijn wegens te late beëindiging, en al de zaken die van begin tot eind zien op de contractering is het van belang dat, naast een deugdelijk contractbeheer(systeem), het contractmanagement op orde is.

Bij het Kanaal Almelo de Haandrik speelt dat de gemeente mogelijk door de eigenaren (deels) aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die aan hun woningen of bedrijfspanden is opgetreden. Of door netwerkbeheerders wanneer de door hen aangevraagde vergunning of instemming wordt geweigerd, omdat de gemeente schade, die mogelijk door hun werkzaamheden zou kunnen optreden, wil voorkomen. Daarnaast leidt de gemeente zelf schade aan de eigen infrastructuur, omdat deze buiten de schaderegeling van de provincie valt.

Tabel risico's

Tabel Risico's
impact kans vereist weerstandsvermogen
i/s doel imago
Risico's in euro's
1 Het onvoldoende realiseren van kanteling en bijsturingsmaatregelen € 1.000.000 s 7 7 50% € 1.000.000
2 Huishoudelijke ondersteuning € 250.000 s 6 4 70% € 350.000
3 Open einde' regelingen € 1.500.000 s 7 7 50% € 1.500.000
4 Twentse visie op vervoer € 100.000 s 7 7 25% € 50.000
5 Optreden majeure procesfout of incident € 500.000 i 7 9 40% € 200.000
6 Samenwerkingsaspecten € 500.000 i 5 8 25% € 125.000
7 Wijzigingen in wetgeving en verdeelmodellen € 500.000 s 5 5 40% € 400.000
8 Uitvoering SW € 750.000 s 4 9 30% € 450.000
9 Kwetsbaarheid informatiesystemen € 750.000 i 9 8 70% € 525.000
10 Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed € 400.000 i 5 7 35% € 140.000
11 Uitvoeringsprogramma evenementen-, bouw- en milieuvergunningen € 1.000.000 i 3 8 5% € 50.000
12 Bodem € 400.000 i 3 3 15% € 60.000
13 Ruimtelijke ontwikkelingen € 300.000 i 3 6 20% € 60.000
14 Niet voldoen aan BIG / AVG € 250.000 i 4 8 5% € 12.500
15 Regelgeving en BBV € 500.000 i 2 2 25% € 125.000
16 Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen € 500.000 i 2 8 10% € 50.000
17 Personeel gerelateerde risico's € 500.000 i 6 7 50% € 250.000
Totaal € 5.347.500

Toelichting risico's

1. Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen.
De decentralisaties in 2015, waarbij tegelijk fors op de budgetten werd gekort, betekenen voor het sociaal domein een grote uitdaging. Van de gemeente wordt verwacht dat er zorg en ondersteuning wordt georganiseerd en daarvoor zijn aanzienlijk minder middelen beschikbaar als in de jaren daarvoor, en ook na 2015 zijn er negatieve correcties geweest op onze inkomsten in het sociaal domein van rijkswege. In de aanpak waarvoor de gemeente Twenterand heeft gekozen staat nu de transformatie centraal. Het vraagt een andere manier van benaderen van en kijken naar inwoners. En een daarop – waar nodig – inspelen met een aanbod, rekening houdend met eigen kracht en de omgeving van de cliënt/ het gezin en de voorliggende voorzieningen in het maatschappelijk voorveld. Dit vraagt veel van de gemeentelijke organisatie en van de medewerkers. Niet alleen lokaal maar ook regionaal in het bereiken van de doelen.

Het risico bestaat dat de transformatie onvoldoende wordt gerealiseerd op het moment dat de personele capaciteit in kwantitatieve en/of kwalitatieve zin niet toereikend is. Ook kan dit de voor kanteling en transformatie vereiste cultuuromslag doorkruisen. Dit vormt een risico voor de doelen van de transformatie en daarmee voor de exploitatie. Ontwikkelingen in de afgelopen jaren hebben geleid tot het treffen van aanvullende maatregelen en tot het besluit om het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit voor het Sociaal Domein los te laten. Voor de beheersing van de risico’s is het van belang dat het Twents model goed functioneert, dat het voorliggend veld goed wordt benut, dat er voldoende balans is tussen uit te voeren werk en beschikbare capaciteit en dat de informatievoorziening op orde is t.b.v. monitoring en sturing.

2. Huishoudelijke ondersteuning.
In 2017 heeft de meest recente aanbesteding plaatsgevonden. Daarnaast is ook het nieuwe beleidskader 2018 vastgesteld. Voor de uitvoering betekende dit nieuwe beleidskader dat alle cliënten met een HO-indicatie opnieuw geïndiceerd zijn. Afgezien van het open einde risico, bestaan risico’s eruit dat enerzijds het nieuwe beleid juridisch geen standhoudt in procedures en anderzijds dat nieuwe regelingen op dit terrein (zoals abonnementstarief eigen bijdrage en CAO-kosten) onvoldoende financieel worden gecompenseerd.

Vanaf 2019 zien we hogere kosten op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Dit komt enerzijds door een hoge indexatie in verband met diverse loonsverhogingen in de geldende CAO/contractafspraken en anderzijds doordat het abonnementstarief en vergrijzing een aanzuigende werking heeft op de vraag naar Wmo voorzieningen. De beheersing vraagt om aanpassing van het beleid en een gerichte monitoring van de ontwikkeling van dit risico. Inmiddels zijn hiertoe de eerste stappen gezet, zowel lokaal als regionaal.

3. ‘Open einde’ regelingen.
Binnen het sociaal domein zijn er verschillende gebieden waarbij sprake is van zogenaamde ‘open einde’ regelingen. Dit betekent dat in situaties waarin een aanvraag voor een voorziening niet afgewezen kan worden, de gemeente moet leveren. De hieruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de gemeente ook wanneer als gevolg hiervan het beschikbare budget wordt overschreden. Onder- / overschrijdingen worden in eerste instantie door een reserve opgevangen.
Dit risico speelt sterk in het sociaal domein en wordt versterkt door corona en daaruit voortvloeiende gevolgen.  Om de liquiditeitsrisico's voor zorgaanbieders te beperken tijdens corona is regionaal een continuiteitsregeling opgesteld en toegepast.
De beheersing richt zich o.a. op het voorliggend maatschappelijke veld, waar toenemend gebruik wordt gesignaleerd. 

4. Twentse visie op vervoer.
In samenwerking met andere Twentse gemeenten is er gewerkt aan een integrale oplossing voor de huidige situatie van verschillende naast elkaar bestaande vervoersstromen. Dit heeft geleid tot een aanbesteding in 2017. De werking van de visie is afhankelijk van de ontwikkeling van het dataknooppunt. Deze ontwikkeling verloopt niet vlekkeloos, zowel in de uitvoering als in de samenwerking in de regio en met de vervoerders.  Om de liquiditeitsrisico's voor vervoerders te beperken tijdens corona is regionaal een continuiteitsregeling opgesteld en toegepast.

5. Optreden van een majeure procesfout of incident.
Dit risico betreft het optreden van een procesfout of incident leidend tot een grote verstoring van het proces of in de dienstverlening. Uiteraard kunnen procesfouten en incidenten altijd plaatsvinden, maar bij dit risico gaat het om een grote verstoring. Aanleiding hiervoor kan zijn: Een gebrek aan casusregie waardoor de juiste zorg niet of niet tijdig is verleend; Het onvoldoende op orde zijn van het administratieve proces met de programmatuur en het juiste gebruik daarvan; Het verlenen van andere zorg dan bedoeld of het verlenen van te dure of te langdurige zorg door rolonduidelijkheid of gebrek aan kennis bij de medewerkers.

Ten gevolge van het optreden van incidenten kan de koersvastheid onder druk komen te staan. Het bestaan van onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor participatie, hulp en ondersteuning dan wel onvoldoende doorstroming (bijv. vanuit crisisopvang) kan leiden tot extra kosten. Er kan een toename optreden van het aantal bezwaarschriften met gevolgen voor imago en kosten.
Van belang is dat indien wachttijden oplopen het risico toeneemt, daarom vindt monitoring van wachttijden plaats. Wachttijden in de toegang en in de rest van de keten vragen bijzondere aandacht.

6. Samenwerkingsaspecten.
In het sociaal domein wordt met veel partijen samengewerkt. Daar spelen ook risico’s. Dat kan gaan over een verschil van inzicht over de kwaliteit van dienstverlening, hetgeen tot aansprakelijkheidskwesties kan leiden. Er zijn verschillende coalities in Twente hetgeen invloed heeft op slagkracht, duidelijkheid en efficiency, ook richting externe partijen. Verder kan het gebeuren dat problemen ontstaan bij partijen, bijv. liquiditeitsproblemen, waardoor afspraken niet worden nagekomen en er bijvoorbeeld niet “wordt geleverd”. Ook kan het leiden tot faillissement waardoor frictiekosten kunnen ontstaan en er aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om dienstverlening gecontinueerd te krijgen, bijvoorbeeld Early warning. Early warning betreft vroegsignalering bij problemen bij zorgaanbieders. Om problemen voor te zijn wordt er toenemend strakker aan de voorkant gescreend (barrièremodel). Het werken conform de privacywetgeving kan gevolgen hebben voor de boogde integrale werkwijze en kan integraal maatwerk beperken.
De samenwerking op het gebied van inkoop kan moeizaam verlopen waardoor beoogde inkoopvoordelen niet gehaald worden.

7. Wijzigingen in wetgeving en verdeelmodellen.
Dit risico betreft de noodzaak tot aanpassingen van beleid en werkwijzen door wijzigingen in de wetgeving en/of in de verdeelmodellen c.q. omvang macrobudget. Dit staat de komende jaren naar verwachting te gebeuren. De herverdeling van de algemene uitkering wordt bekend gemaakt bij de meicirculaire 2021. In het bijzonder noemen we de wijziging woonplaatsbeginsel in 2022 en de nog te trekken conclusies van het rapport "Stelsel in groei". Daarnaast speelt nog de verdeling van Beschermd Wonen.

8. SW-bedrijven vergen extra steun.
In 2020 is besloten om SOWECO op te heffen en is de doelgroep m.i.v. 1 januari 2021 in gemeentelijk dienst getreden. De uitvoering van een en ander wordt deels lokaal en deels regionaal opgepakt. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de financiele gevolgen binnen de begroting kunnen worden opgevangen.  De omvang van de liquidatiekosten is nog niet in volle omvang bekend. 

9. Kwetsbaarheid informatiesystemen
De afhankelijkheid van de bij het Sociaal Domein gebruikte informatiesystemen is groot. Op gebied van continuïteit zijn er risico’s van uitval met stagnerende dienstverlening, niet tijdige betalingen en extra inzet/ bypasses als gevolgen. Ook is de kwaliteit van het systeem een aandachtspunt. De informatie uit het systeem kan tekortschieten voor goede sturing en geeft risico’s in financiële grip (tijdigheid) en de export uit het systeem heeft een omvang die tot vervolgrisico’s kan leiden.
De komende periode zullen nieuwe ontwikkelingen m.b.t. IT in het Sociaal Domein een rol gaan spelen. Verdere doorontwikkelingen van data(analyses) worden opgepakt, zoals ook aanbevolen door de visitatiecommissie VNG.

10. Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.
Verschillende soorten risico’s kunnen zich voordoen. Die zijn gerelateerd aan:
• De staat van onderhoud;
• De bouwkundige staat;
• De exploitatie van gebouwen;
• De leegstand van gebouwen.

Bij gemeentelijk vastgoed gaat het om vastgoed waarvan de gemeente eigenaar is. Daarnaast is er maatschappelijk vastgoed dat in eigendom en/of in gebruik is bij maatschappelijke organisaties, zoals verenigingen en stichtingen. Wanneer er zich (financiële) problemen voordoen, zal de gemeente al snel worden aangesproken.

De gemeente Twenterand ziet grote maatschappelijke opgaven op zich afkomen, zoals de decentralisaties in het sociaal domein, de energietransitie en de klimaatadaptatie. Deze opgaven vragen veel van de gemeente, zowel op inzet als ook op financieel vlak. Door de energietransitie ligt er ook een uitdaging ten aanzien van de verduurzaming van (gemeentelijk) vastgoed. Om een duidelijk beeld te krijgen van deze opgave dient bekeken te worden welk vastgoed de gemeente wil (blijven) inzetten voor het behalen van de geformuleerde doelen. Hierdoor dienen er keuzes gemaakt te worden, op welke manier ons huidige vastgoed als middel kan worden ingezet om de maatschappelijke opgaven te dienen.  Ook is het goed om in het licht van de maatschappelijke opgaven het in eigendom hebben van het vastgoed te bekijken. Daarnaast kan de financiële situatie aanleiding zijn om het in bezit hebben van een deel van het vastgoed te heroverwegen. De jaarlijkse lasten van de gemeentelijke gebouwen zijn gemiddeld over de jaren 2016-2017-2018 circa € 3.000.000, = (circa 3,5% op de totale begrotingslast).

Vastgoed in gemeentelijk eigendom draagt bij aan de maatschappelijke doelen van de gemeente Twenterand. Leegstaand of commercieel vastgoed zonder bijdrage aan de maatschappelijke doelen wordt afgestoten, in beginsel door verkoop. De gemeenteraad heeft op 7 februari 2017 de Nota grondbeleid 2016 – 2020 vastgesteld. De raad gaf daarbij de opdracht om een beleidskader voor gemeentelijk vastgoed op te stellen, zodat betere sturing op de vastgoedportefeuille kan plaatsvinden. Op 12 november 2019 heeft het college het Beleidskader voor gemeentelijk vastgoed Twenterand vastgesteld. Door dit beleidskader wordt het vastgoed in kaart gebracht, met hierbij de relatie met de doelenbomen. Vervolgens worden uitgangspunten geformuleerd die de richting bepalen, waarmee de afwegingen per gebouw of categorie kunnen worden gemaakt. Bij leegstand van vastgoed in afwachting van ontwikkeling of verkoop wordt de stichting Ad Hoc ingeschakeld. De bouwkundige staat en de staat van onderhoud wordt 3-jaarlijks door een deskundig bureau geïnspecteerd en verwerkt in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Hiermee wordt dit risico afgedekt.

11. Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving).
Het niet (kunnen) voldoen aan controles en frequenties in het uitvoeringsprogramma van evenementen-, bouw- en milieuvergunningen, als gevolg waarvan er ongewenste situaties kunnen ontstaan of optreden. Bijv. verkeerde opslag van gevaarlijke stoffen (milieu), of ten onrechte afgeven van een evenementenvergunning (denk aan Haaksbergen). Dit risico kan forse gevolgen hebben zowel qua imago/doelrealisatie als financieel.

De milieu-inspecties en vergunningen zijn vanaf 1 januari 2019 bij de Omgevingsdienst Twente ondergebracht. De overige uitvoering van het Uitvoeringsplan ligt bij het team Omgeving. Wanneer dit plan wordt uitgevoerd blijven we binnen de aanvaardbaar geachte bestaande risico’s.  Het college heeft de mogelijkheid om, keuzes te maken naast de wettelijke verplichtingen, en het lokale toezicht uit te breiden in het Uitvoeringsplan. De totstandkoming van de ODT per 1 januari 2018 is van beperkte invloed op dit risico. Enerzijds zijn aan een dergelijke overgang altijd risico’s verbonden. Daarnaast blijft de gemeente verantwoordelijk. Een relevante ontwikkeling is daarnaast dat de verhaalbaarheid van kosten van verwijdering van drugsafval bij grondeigenaren een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Qua beheersing wordt geïnvesteerd in toezicht en handhaving.

12. Bodem.
Naar aanleidingen van incidenten of wijzigingen (bijv. nieuwbouw) kan het gebeuren dat bij controles zaken aan het licht komen die niet in orde zijn. Bijv. een (dreigende) verontreiniging. In die gevallen worden er maatregelen (opdracht tot sanering) genomen, al dan niet ondersteund door een dwangsom en met een termijn, een en ander ten laste van de organisatie die het betreft. Daarbij zijn situaties denkbaar waarbij de gemeente zelf bepaalde (delen van de) saneringen moet uitvoeren en de kosten ervan ook voor een deel draagt. Gedragslijn is hierbij dat aansprakelijkheid altijd direct bij de eigenaar wordt gelegd.

Deze handhavingstaken zijn per 1 januari 2019 overgegaan naar de ODT (Omgevingsdienst Twente). Qua beheersing speelt de digitalisering van het bodemsysteem, waarbij bekende verontreinigingen zoveel mogelijk in kaart worden gebracht.  Voor wat betreft de aanwezigheid of het aantreffen van asbest in de bodem is het Bureau Asbest Sanering (BAS) opgericht. Dit bureau werkt voor 7 Twentse gemeenten en neemt de onderzoeken en de sanering geheel voor haar rekening. De middelen hiervoor worden als subsidie ontvangen van de Provincie.

13. Ruimtelijke ontwikkelingen.
De komst van de nieuwe Omgevingswet brengt risico’s met zich mee. Die kunnen zich voordoen t.a.v. meerdere aspecten: niet tijdig klaar zijn, digitaliseringsproblemen (functioneel of financieel), tekortschietend omgevingsinstrumentarium (omgevingsplan/omgevingsvisie). Deze risico’s zijn op dit moment nog niet goed in te schatten. 

14. Niet voldoen aan BIO/ AVG
Dit risico bestaat eruit dat niet wordt voldaan aan vereisten uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO) of aan vereisten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Twenterand voldoet aan de minimum vereisten vanuit de BIO en vanuit de AVG. De beheersing van dit risico bestaat uit periodiek evalueren en acteren op de uitkomsten hiervan. Vanwege de cruciale rol die bewustzijn hier speelt wordt de in gang gezette bewustzijnscampagne vervolgd en uitgebreid naar proceseigenaren. Daarnaast speelt bij de beheersing de uitvoering van het geactualiseerde beveiligingsplan. Daar vanuit passen we onder meer in tweefactor autorisatie toe. We hebben een verzekering afgesloten waardoor we de impact van bepaalde risico's, zoals bijvoorbeeld een hack, beperken en we weer sneller online zijn. Naast digitale beveiliging gaat het ook om bewustzijn van zorgvuldig omgaan met papieren documenten, zeker nu thuiswerken/tijd- en plaats onafhankelijk werken gewoner is geworden.

15. Regelgeving, BBV en uitkeringen gemeentefonds
Op het gebied van de uitkeringen gemeentefonds is er sprake van samenhang waarbij een wijziging op één gebied gevolgen kan hebben voor de andere gebieden. Het zogenaamde ‘trap op, trap af’ mechanisme. Wat hier bijvoorbeeld speelt is het risico dat wanneer de rijksuitgaven achterblijven – bijvoorbeeld omdat een Ministerie er niet in slaagt de voorgenomen investeringsuitgaven te doen – dit automatisch betekent dat ook de algemene uitkering van het gemeentefonds neerwaarts wordt aangepast, waardoor de inkomsten van de gemeente dalen. Daarnaast vindt er een herverdeling plaats van de algemene uitkering. Deze herverdeling wordt bekend gemaakt in de meicirculaire 2021. De beheersing van dit risico bestaat uit het monitoren van ontwikkelingen op deze gebieden. In de meicirculaire 2020 is aangekondigd dat de accressen voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021 vastgeklikt worden op het niveau dat toen is gepubliceerd. Dit als onderdeel van het compensatiepakket corona. Dat geeft rust en stabiliteit in een roerige tijd. Een mogelijke toe- of afname van de rijksuitgaven leiden in die jaren hierdoor niet tot wijziging van het accres.
Het BBV wijzigt regelmatig, bijvoorbeeld vanwege corona. Ook is een wijziging van de financiële verhoudingswet in voorbereiding. Een onderdeel daarvan is de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, ook die zal een nadere duiding in het BBV krijgen. Er is met een Plan van Aanpak al geanticipeerd op deze ontwikkeling.

16. Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen.
Er is en wordt veel tijd gestoken in het compleet krijgen van dossiers zodat er een actueel overzicht bestaat van alle gemaakte afspraken en mogelijke verplichtingen (op basis van boetebedingen, etc.). Desalniettemin blijft de kans bestaan dat er nog iets opduikt wat gevolgen kan hebben. De financiële implicaties hiervan kunnen fors zijn.
Voor de beheersing van dit risico is het belangrijk dat contractbeheer op orde is. Bewustzijn is van groot belang inclusief aandacht voor de vraag wie bij afspraken dienen te worden ingeschakeld.

17. Personeel gerelateerde risico’s.
Twenterand beschikt over een relatief krap personeelsbestand voor de uitvoering van alle taken. In dit verband speelt een aantal risico’s. Zo komen er regelmatig opgaven/taken bij zonder dat de daarvoor benodigde middelen in voldoende mate beschikbaar worden gesteld. Denk bijv. aan de invoering van omgevingswet en de taken op het gebied van klimaat/energietransitie. Dit kan leiden tot spanning tussen beschikbare en benodigde formatie, en daardoor te hoge werkdruk/verstoorde balans wat kan leiden tot (langdurige) uitval. Daarnaast kan de krapte op de arbeidsmarkt de invulling van reguliere functies belemmeren wat mogelijk leidt tot meer verloop of hogere kosten door inhuur. Het aanbieden van arbeidsovereenkomsten voor tijdelijke functies brengt WW- en BW risico’s/verplichtingen met zicht mee. Ook kan afscheid nemen van personeel aanleiding zijn tot het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met financiële verplichtingen.

 

Conclusie:
Het vereiste weerstandsvermogen bedraagt (zie tabel risico's) € 5.347.500 en beschikbare weerstandscapaciteit € 4.802.669. De weerstandsratio komt daarmee afgerond op 0,9 en dat is lager dan 1,0. 

Kengetallen: financiële weerbaarheid en wendbaarheid

M.i.v. 2016 is een aantal kengetallen voorgeschreven om de inzichtelijkheid en de transparantie van de jaarstukken te vergroten. Deze kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Concreet gaat het om:

• Netto schuldquote
• Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
• Solvabiliteitsratio
• Grondexploitatie
• Structurele exploitatieruimte
• Belastingcapaciteit

Deze kengetallen worden hieronder gespecificeerd en toegelicht. Ze zijn bedoeld om inzicht te geven in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente en worden vermeld in deze paragraaf, omdat hier wordt weergegeven hoe solide de positie van de gemeente is.

Netto schuldquote en netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De netto schuldquote bestaat uit de schuldenlast van de gemeente gedeeld door de eigen middelen. Deze geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Een hoge schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, dat hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

Solvabiliteitsratio
Solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Grondexploitatie
Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeenten. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een toekomstig project hebben zij een schuld. Voor de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost. Als grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht loopt een gemeente weinig risico. Staat de grond tegen te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus tot een lager solvabiliteitsratio.

Structurele exploitatieruimte
Structurele exploitatieruimte geeft het verschil tussen baten en lasten als percentage van de totale baten. En schetst welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke stijging van baten of structurele daling van lasten daarvoor nodig is.

Belastingcapaciteit
Bij de belastingcapaciteit wordt de hoogte van de van de woonlasten van een gezin als percentage van de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans.

Kengetallen Jaarrekening Begroting Jaarrekening Begroting Begroting Begroting
2019 2020 2020 2021 2022 2023
Netto schuldquote 69,66% 55,90% 49,50% 52,92% 56,61% 57,69%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 51,37% 42,72% 35,10% 41,29% 45,03% 46,63%
Solvabiliteitsratio 27,40% 22,73% 25,52% 23,82% 22,80% 24,43%
Structurele exploitatieruimte -2,96% -2,03% 3,33% -0,59% -2,23% -0,98%
Grondexploitatie 14,37% 7,09% 7,54% 2,59% 1,11% 0,07%
Belastingcapaciteit 98,24% 97,81% 94,87% 101,64% 105,14% 106,28%

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De kapitaalgoederen vormen het gemeentelijk kapitaal waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard voor de (jaarlijkse) lasten. Het is van belang, dat voor de openbare voorzieningen en gebouwen goede onderhoudsplanningen aanwezig zijn.

Beleid
De gemeentelijke kapitaalgoederen bestaan uit veel uiteenlopende onderdelen, zoals groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, gebouwen voor uiteenlopende functies, bestrating wegen, rioleringen, sportterreinen, afvalcontainers en dergelijke. Voor deze onderdelen wordt op basis van beheerssystemen, die zijn vastgesteld door de raad, de onderhoudsbehoefte bepaald. Daarnaast worden door de betrokken medewerkers op basis van visuele waarnemingen de nodige correcties hierop aangebracht.

Wegen

De gemeente Twenterand heeft de volgende lengte wegen en oppervlakte verharding in onderhoud en beheer:

Wegen/verharding Areaal
Lengte wegen 437 km
oppervlakte verharding 237 ha.


 Door de CROW (landelijk kennisplatform voor de openbare ruimte) is een standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Middels deze systematiek worden de wegen geïnspecteerd en wordt de onderhoudsbehoefte bepaald.

De benodigde onderhoudsmaatregelen zijn afhankelijk van de vastgestelde (technische) staat en de feitelijk optredende slijtage van een bepaalde weg door het gebruik of andere omstandigheden zoals weersinvloeden. Dit onderhoud wordt planmatig uitgevoerd, waarbij het doel is om binnen de beschikbare financiële middelen door tijdig en juist ingrijpen de technische levensduur en het goed functioneren van een weg zoveel mogelijk te verlengen. Daarom wordt gedurende de levensduur regelmatig de toestand van de wegen geïnspecteerd, zodat de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen kunnen worden bepaald. Onder wegen worden zowel de asfaltwegen als de wegen met een elementenverharding (klinkers, trottoirs) verstaan.

De begroting voor het onderhoud van wegen wordt gemaakt aan de hand van ingevoerde inspectiewaarden in het beheersysteem Obsurv. In dit systeem worden per weggedeelte ca. elke twee jaar inspectiewaarden ingevoerd. Deze waarden komen voort uit een inspectieronde, waarbij de staat van het wegdek op diverse punten beoordeeld wordt. Aan de hand van de ingevoerde inspectiewaarden en diverse instellingen worden de benodigde maatregelen bepaald en de begroting gegenereerd.

Afgevlakte planning:
De begroting voor het onderhoud wordt per jaar berekend. Hierdoor kan het zijn dat er in 1 jaar een laag bedrag benodigd is, terwijl het volgend jaar een hoog bedrag benodigd is. Omdat dat minder praktisch en werkbaar is, wordt een afgevlakte planning gemaakt. Hierin wordt (waar mogelijk) geschoven met onderhoudsjaren zodat per jaar een min of meer gelijk bedrag benodigd is.

Aan de hand van de meest recente inspectiewaarden in het beheersysteem worden de begrotingscijfers bepaald.

Aan onderhoud asfaltwegen wordt in eerste instantie voorrang gegeven om zoveel mogelijk kapitaalvernietiging te voorkomen. Wanneer namelijk asfaltwegen niet tijdig worden onderhouden zet het schadebeeld zich door in de fundering. waardoor de kosten van herstel fors toenemen. Vanaf 2020 is voor de elementenverhardingen ook extra geld beschikbaar.

Financieel overzicht: Wegen
Omschrijving Rekening 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Onderhoud 977.311 1.112.837 1.194.855
Kapitaallasten 217.739 208.658 206.150
Totaal 1.195.051 1.321.495 1.401.005

Openbare verlichting

Het areaal van de openbare verlichting is geïnventariseerd en op basis van deze inventarisatie vindt de jaarlijkse vervanging plaats van armaturen en masten.

Openbare Verlichting Areaal
Lichtmasten/armaturen  7.225 stuks


De inventarisatie wordt periodiek bijgewerkt en actueel gehouden. In de investeringslijst is jaarlijks een bedrag opgenomen van bijna € 134.000. De onderbouwing van dit bedrag is als volgt: Bij een theoretische technische levensduur van 20 jaar voor een armatuur en 40 jaar voor een mast komt men op een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 192.500 voor vervanging. In het beleidsplan Openbare Verlichting, dat op 2 juli 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, is aangegeven dat het de verwachting is dat het bedrag van bijna € 134.000 per jaar voldoende is, aangezien in de praktijk blijkt dat de levensduur vaak enige jaren langer is. Wanneer gerekend wordt met een werkelijke vervangingstermijn van 28 jaar voor een armatuur en 50 jaar voor een mast betekent dit, dat het genoemde bedrag voldoende is.

Financieel overzicht: Openbare verlichting
Omschrijving Rekening 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Onderhoud 31.565 30.546 4.882
Kapitaallasten 34.124 68.565 37.158
Totaal 65.688 99.111 42.041

Gebouwen en civieltechnische kunstwerken

Er vindt driejaarlijks een herinspectie plaats van alle gemeentelijke gebouwen en zesjaarlijks van alle civieltechnische kunstwerken gelegen binnen de gemeente Twenterand (gebruik gemaakt wordt van van de systemen voor rationeel gebouwenbeheer en rationeel kunstwerkenbeheer van Antea). Het grootschalig onderhoud voor instandhouding van bestaande gebouwen en civieltechnische kunstwerken is voor de komende 10 jaren geregeld. In het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt voor 10 jaar de toekomstige onderhoudsbehoefte aangegeven. Wanneer een gebouw of gebouwonderdeel of een civieltechnisch kunstwerk onderhoud vergt, worden de gewenste activiteit en de onderhoudscyclus vermeld, inclusief de daarbij behorende kosten. In de meerjarenbegroting is voor de storting in het onderhoudsfonds betreffende de gemeentelijke gebouwen ieder jaar een verhoging van €45.000,- en voor de kunstwerken ieder jaar een verhoging van €6.000,- opgenomen. Uit de inspecties blijkt dat indien men bovengenoemde jaarlijkse verhoging handhaaft, er voor de komende 10 jaar voldoende dekking aanwezig is om het noodzakelijke onderhoud uit te kunnen voeren. De gemeente heeft de volgende aantallen accommodaties/gebouwen en civieltechnische kunstwerken in beheer:

Accommodaties/gebouwen Areaal
aantal accommodaties/gebouwen 49
Civieltechnische kunstwerken  Areaal
aantal kunstwerken 57

Financieel overzicht: Gebouwen
Omschrijving Rekening 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Onderhoud 278.500 252.271 346.950
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 132.818 1.466.138 415.775
Kapitaallasten 573.147 1.217.069 960.114
Totaal 984.465 2.935.478 1.722.839
Financieel overzicht: Bruggen en kunstwerken
Omschrijving Rekening 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Onderhoud 199 17.947 6.572
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 3.086 128.136 5.885
Kapitaallasten 15.609 23.043 15.127
Totaal 18.893 169.126 27.584

Groen

Door de CROW (kennisplatform voor de openbare ruimte) is een landelijke standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Op basis van die standaard heeft Sweco het rapport geschreven Keuzemodellen kwaliteitsniveaus Wegen en Groen (oktober 2010). Voor openbaar groen is een aantal kwaliteitsniveaus doorgerekend. Middels het pakket rationeel groenbeheer van Sweco zijn deze onderhoudsniveaus vertaald in de werkpakketten (technisch en financieel). De onderhoudsbudgetten staan onder druk vanwege enkele ontwikkelingen, die kosten verhogend werken (wijziging regelgeving, verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op verhardingen, areaaluitbreiding en prijsindexatie). Er wordt gezocht naar maatregelen en aanpassing van werkzaamheden om binnen de bestaande budgetten de vastgelegde onderhoudsniveaus zoveel mogelijk te handhaven. Daarbij zal het voorkomen, dat die onderhoudsniveaus niet in de volle breedte worden gehaald. Mutaties in het areaal worden op structurele wijze bijgehouden en verwerkt.

Dat areaal bestaat uit: 

Openbaar groen Areaal
bomen 25.750 stuks
hagen 16,4 km
oppervlakte openbaar groen 155 ha.

Financieel overzicht: Openbaar groen
Omschrijving Rekening 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Onderhoud 1.627.654 1.557.973 1.913.573
Kapitaallasten 23.207 28.586 22.909
Totaal 1.650.861 1.586.559 1.936.482

Grondwater

Het hoge grondwaterbeheer is opgenomen in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2019-2023. Voor zover bekend zijn binnen de gemeentegrenzen geen gebieden met grote problemen. Mochten zich toch problemen voor doen, dan zijn gelden beschikbaar binnen het product Riool om de oorzaak van de problemen te onderzoeken en zo nodig maatregelen te treffen.

Riolering

De volgende rioolvoorzieningen zijn aanwezig in de gemeente:

Riolering Areaal
vrij verval riolering 226 km
(mini)gemalen 758 stuks

In 2018 is een nieuw GRP vastgesteld en is bepaald welke maatregelen er aan het rioolstelsel getroffen dienen te worden voor met name de komende planperiode van 5 jaar. In de eerste vier jaar is daar gedetailleerd naar gekeken en zijn ook de benodigde budgetten vastgelegd. Voor de periode daarna is dat ook gedaan, maar dan meer op hoofdlijnen. Op het gebied van de riolering gaat het om het onderhoud en beheer van bestaande riolering en gedeelten van de riolering, die vervangen moeten worden. In het GRP 2019-2023 is ingespeeld op de klimaatverandering. Er zijn maatregelen ingepland voor de locaties, waar via modelberekeningen is gebleken, dat daar bij toenemende hoeveelheden neerslag problemen kunnen gaan optreden. De gemeente Twenterand gaat in deze GRP-periode ervaring opdoen met risicogestuurd rioolbeheer.Wij gaan dus vervangen op basis van risico en dus op functioneren. Door verbetering van methodieken kunnen wij nauwkeuriger bepalen hoe lang een riool meegaat en wat de gevolgen van bepaalde schades zijn. Door risicogestuurd rioolbeheer blijven de kosten maatschappelijk aanvaardbaar. Zowel m.b.t. het opstellen van het nieuwe GRP als de doelmatigheid van te treffen maatregelen heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap Vechtstromen. Het overleg met het waterschap heeft o.a. tot doel dat er zowel voor het waterschap als voor de gemeente een win- win-situatie ontstaat, m.a.w. zo slim mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten de noodzakelijke maatregelen treffen. Middels het kostendekkingsplan is de hoogte van de rioolheffing bepaald op basis van 100% kostendekkendheid. Planmatig wordt het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd, waardoor de kwaliteit wordt bewaakt. Ter plekke van de overstorten en de gemalen worden permanent metingen verricht om de werking van het stelsel te kunnen monitoren. Er wordt gewerkt met het programma rationeel rioolbeheer van Sweco.

Financieel overzicht: Riolering
Omschrijving Rekening 2019 Begroting 2020 Werkelijk 2020
Onderhoud 225.134 237.150 259.031
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud 111 2.131 1.139
Kapitaallasten 485.778 2.272.655 2.012.469
Totaal 711.023 2.511.936 2.272.639

Kaderplan speelruimte

Voor het kaderplan speelruimte (door de Raad vastgesteld in 2018) is jaarlijks gemiddeld € 76.000 nodig. Dit wordt meegenomen in de begroting 2020 en verder. Alle centrale plekken en steunplekken blijven hiermee ingericht. 

Eind 2020 had de gemeente 553 toestellen in onderhoud en beheer.
 

Tractie en gereedschappen

Tractie en gereedschappen hebben blijvend aandacht nodig in relatie tot bezetting en daarmee effectief gebruik. Door gewijzigde inzichten of anders uitvoeren van werkzaamheden is het zinvol het gebruik van deze middelen constant tegen het licht te houden. De kapitaallasten van de tractie zijn in de begroting opgenomen voor een vast bedrag. Het verschil tussen werkelijk en begroot wordt gestort c.q. onttrokken uit de reserve tractie. Jaarlijks wordt beoordeeld of de vervangingen, die zijn opgenomen in het tractieplan, noodzakelijk zijn.

Paragraaf Financiering

Algemene ontwikkelingen

De gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen, waarin aangegeven wordt op welke manier er uitvoering word gegeven aan de financieringsfunctie. Het uitgangspunt hierbij is het beheersen van risico’s, met name het renterisico. Onderstaand treft u aan de voor de gemeente Twenterand relevante informatie met betrekking tot de treasury-activiteiten van de gemeente in 2020.

Treasurybeleid

De beleidsdoelstelling van het treasurybeleid van de gemeente Twenterand kan als volgt worden omschreven: De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdende beleid stelt de gemeente zich ten doel zo laag mogelijke kosten over leningen en/of een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen te realiseren, voor zover nog mogelijk binnen de opgelegde regeling voor schatkistbankieren. Dit binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden en ter beperking van risico’s.

Renterisico's

In de Wet Fido is de renterisiconorm opgenomen. Doel van deze norm is het beperken (spreiden) van het renterisico op de vaste schuld van de gemeente. Het toezichthoudende orgaan wordt met behulp van deze norm op een transparante wijze inzicht geboden in het renterisico als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering van leningen.

Berekening renterisiconorm:

 

1. Begrotingstotaal € 94.037.913
2. Wettelijk percentage 20%
3. Renterisiconorm (1x2) € 18.807.583
4. Renteherzieningen € 0
5. Aflossingen € 9.411.635
6. Bedrag van renterisico (4+5) € 9.411.635
7. Ruimte onder renterisiconorm € 9.395.948

Renteberekening

In het jaar 2020 is over opgenomen langlopende gemeentelijke geldleningen gemiddeld 1,49% rente betaald (2019: 1,89% 2018: 2,09% 2017: 2,14%, 2016: 2,65%, 2015: 2,79%, 2014: 2,77%, 2013: 3,21%).
In de begroting 2020 zijn deze rentelasten opgenomen. Voor het aantrekken van kort geld werd begrotingstechnisch rekening gehouden met een gemiddeld percentage van 1,00% (rente financieringstekort binnen de kasgeldnorm). De werkelijke rente is verantwoord op de het product/taakveld 'treasury'.

Kasgeldlimiet

Onderstaand treft u een weergave aan van de in de loop van het jaar 2020 verzamelde gegevens met betrekking tot de renterisico’s op korte termijn. De wetgever beoogt met behulp van de kasgeldlimiet het renterisico op korte termijn van gemeenten in te perken. Dit wordt bereikt door aan gemeenten een limiet aan te geven tot hoe ver met kort geld gefinancierd mag worden. Deze (wettelijke) limiet is 8,5% van de totale lasten van de gemeente. Als de gemeente voorziet dat structureel de kasgeldlimiet wordt overschreden dan is de gemeente verplicht te consolideren, dat wil zeggen langlopende geldleningen aan te trekken.

(bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Kasgeldlimiet 7.993 7.993 7.993 7.993
Saldo gemeente 7.850 8.123 5.252 11.547
Over-/onderschrijding -143 130 -2.741 3.553

Kortlopend geld

Met de Bank Nederlandse Gemeenten is een ‘Overeenkomst financiële dienstverlening’ voor onbepaalde tijd afgesloten (opzegbaar). Hier is onder andere de kort-kredietverlening geregeld. Dit houdt in dat er een krediet in rekening-courant (kredietlimiet) van maximaal € 5,0 miljoen is overeengekomen.

Aangegane langlopende geldleningen

In 2020 is geen langlopende lening aangetrokken. In de loop van het jaar is  € 9.411.634 afgelost (waarvan  € 5.000.000 de aflossing van een in 2020 afgelopen lening betrof, het overige betreft reguliere aflossing). De som van de aangegane langlopende geldleningen bedraagt per 31 december 2020 € 37.821.263. Dit is volledig bestemd voor eigen financiering.

Schatkistbankieren

Op 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden (waaronder gemeenten) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal en bedraagt voor de gemeente Twenterand € 705.000. Er mag maximaal drie kwartalen op één volgend worden overschreden. Na de derde op één volgende overschrijding dient actie te worden ondernomen om de overschrijding de komende kwartaal op te lossen. Uit onderstaand overzicht blijkt dat in 2020 onvoldoende is voldaan aan de regeling schatkistbankieren. Dit heeft te maken met het instellen van het automatisch afromen van de overtollige middelen naar de schatkist door de bank. Dit heeft langer geduurd dan verwacht en wordt in 2021 ingesteld.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
Verslagjaar 2020
Drempelbedrag 705
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 928 2.282 2.684 1.137
Ruimte onder het drempelbedrag - - - -
Overschrijding van het drempelbedrag 223 1.577 1.978 432

Kredietrisico's

Ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken.
Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen (het terugbetalen van de verstrekte lening). Hieronder treft u een overzicht aan van de verstrekte leningen door de gemeente Twenterand.

Omschrijving Bedrag 31-12-2020
Lening Enexis tranche B € 142.372
Lening Zonnepark BV € 6.626.667
Lening Activiteitencentrum € 4.231.246
Achtergestelde lening Vitens € 172.524
BAGL GR Vechtdal € 932.591
Achtergestelde lening het Punt € 30.187
Lening Den Ham FC Twente Madness € 9.150
Lening de Groene Jager € 39.417
Lening Veenmuseum € 13.000
Lening tennisvereinging Den Ham 2002 € 1.696
Peuterspeelzaal 2002 € 191.398
Startersleningen € 1.184.541
Hypotheekverstrekkingen ambtenaren € 2.262.031
Lening korfbalvereniging TOP € 15.750
Lening Voorwaarts 2013 € 9.000
Lening St.Kulturhus De Klaampe € 86.214
€ 15.947.783

Financiering

Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van onze gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-) investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. De activa van de gemeente Twenterand zijn per ultimo 2020 als volgt gefinancierd:

Uit de tabel blijkt dat de boekwaarde van de vaste activa (investeringen) wordt gefinancierd met langlopende middelen.

Boekwaarde vaste activa € 81.290.753
Vaste financieringsmiddelen
Reserves (inclusief rekeningresultaat) € 28.368.311
Voorzieningen € 16.476.278
Langlopende leningen € 37.821.263
Totaal financieringsmiddelen € 82.665.852
Financierings overschot € 1.375.099

Rentetoerekening

De behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor de aanpassingen van het BBV is hier sprake van een verplichting.
Voor 2020 is een renteomslag gehanteerd van 1,00%. Met deze renteomslag blijft het resultaat op het taakveld treasury ruim (zie tabel hieronder) binnen de norm BBV.
De rente wordt samen met de afschrijvingslasten doorberekend aan de diverse taakvelden. Aan investeringen wordt geen rente rechtstreeks toegerekend.
Het grondbedrijf hanteert een ander percentage wordt zoals wordt voorgeschreven door het BBV.

 

Renteschema

De externe rentelasten over de korte en lange financiering 618.371
De externe rentebaten (idem) 342.398
Saldo rentelasten en rentebaten. 275.973
Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 125.957
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerend 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 125.957
Rente over eigen vermogen 351.321
Rente over voorzieningen 210.229
Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente 711.568
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 707.036
Renteresultaat op taakveld Treasury -4.531

Paragraaf Bedrijfsvoering

Algemeen

De paragraaf Bedrijfsvoering omvat de intern gerichte beleidsterreinen. Het betreft Personeel en organisatie, Communicatie, Bestuursondersteuning burgemeester en wethouders, Planning & Control, Financiën , Informatisering & Automatisering en Bestuurlijk Juridische zaken. Een goede bedrijfsvoering is een belangrijk middel om de resultaten die de gemeente wil bereiken ook daadwerkelijk te realiseren. De bedrijfsvoering draagt bij aan een klantgerichte organisatie. Bedrijfsvoering vormt een randvoorwaarde om doelen uit de andere doelenbomen te kunnen realiseren. In het programma Fundament zijn de doelen voor het thema Bedrijfsvoering geformuleerd en toegelicht en wordt ingegaan op wat in 2020 is gerealiseerd.
Naast een stukje verantwoording op het gebied van integriteit gaat deze paragraaf in op de bedrijfsvoering van de Griffie.

Corona maakt 2020 een bijzonder jaar

De medewerkers zijn in staat te doen wat de organisatie vraagt.
Het afgelopen jaar is vanwege COVID-19 het thuiswerken een onvermijdelijk fenomeen geworden. Dit was voor velen – zowel werknemer als werkgever - een verandering met grote impact. De afgelopen periode heeft een groot deel van de organisatie vooral op afstand (tijd- en plaats onafhankelijk) en digitaal gewerkt en dit blijkt geen belemmering te zijn om stappen in onze ambities en doelstellingen te zetten. Door COVID-19 en de (extra) taken die hierdoor bij de gemeente terecht zijn gekomen zijn, vooral door de omvang van deze taken, het werken op afstand en het digitaal werken, wel van invloed geweest op de daadwerkelijke voorbereiding en uitvoering van plannen en projecten. Sommige plannen dan wel projecten moesten noodgedwongen worden vertraagd/uitgesteld. Ook in bepaalde processen is het moeilijker om afstemming te zoeken en coördinatie te borgen, zeker waar het gaat om complexe trajecten als bijvoorbeeld de P & c – cyclus.
Als werkgever hebben wij geïnvesteerd in middelen (laptop, mobiele telefoon, communicatietools etc.) om efficiënt en effectief te kunnen thuiswerken. Daarnaast is veel aandacht besteed aan het delen van informatie, tips en online coaching om het thuiswerken zo goed mogelijk te laten verlopen en de thuiswerkplek zo goed en ergonomisch mogelijk in te richten
Passende communicatietools hebben ook een impact op productiviteit en tevredenheid en ze verminderen het risico op sociale isolatie. Ook is er ook voortdurend aandacht geweest voor in verbinding blijven met elkaar, de bereikbaarheid tijdens de werkdagen en waar nodig zijn maatwerkafspraken gemaakt. Voor de leiding betekent thuiswerken leidinggeven op afstand en dat vooral is gestuurd op vertrouwen, samenwerking en het (team-)resultaat i.p.v. aanwezigheid.
Het gemeentehuis is zo coronaproof mogelijk ingericht. Ook met de medewerkers die een dienstverlenende of extern gerichte functies vervullen zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop de invulling zo coronaproof mogelijk kon worden uitgevoerd. Desondanks bleef gedurende het afgelopen jaar thuiswerken de standaard met uitzondering van de functies in de directe dienstverlening aan onze inwoners.
Naast de investeringen die vanuit de organisatie zijn gedaan om het digitaal (thuis-)werken mogelijk te maken is er geïnvesteerd in cursussen projectmanagement, projectmatig werken en procesregie. De trainingen hebben als doel integraal, effectief en efficiënt samenwerken vanuit eigenaarschap. Een positief effect door de corona-maatregelen is dat medewerkers snel moesten en hebben geleerd zoveel mogelijk digitaal te werken. Het thuis- en flexibel werken heeft ook enigszins een positieve invloed gehad op de zelforganisatie. Samen met de deelnemende partijen van Twentse Kracht is bij de Twentse school is geïnvesteerd in online trainingen omdat fysieke trainingen vrijwel onmogelijk waren.

Integriteit

Het stimuleren van integer handelen bij iedereen in de organisatie vraagt om regelmatig en consequent werken aan bewustwording en het stimuleren van een open dialoog.

Nieuwe medewerkers leggen de eed of belofte af en ondertekenen een integriteitsverklaring. In het introductieprogramma van nieuwe medewerkers is een gesprek opgenomen met de interne vertrouwenspersoon. Hij stelt hen op de hoogte van zijn rol en het gemeentelijk integriteitsbeleid. Ook geeft hij informatie over de externe vertrouwenspersoon. In 2020 is zowel van de interne als van de externe vertrouwenspersoon gebruik gemaakt. Integriteit is een vast agendapunt van het Concernteam en het college van burgemeester en wethouders.

In 2020 hebben 204 van de 258 medewerkers meegedaan aan de dilemmatraining. Dat is 79% van de medewerkers en 8% minder dan in 2019. Uit de resultaten bleek dat 86% van de medewerkers overlegt met collega’s wanneer zij twijfelen of iets wel of niet mag. 76% is trots op zijn werk en 76% van de medewerkers staat voor 100% achter hetgeen zij doen.

De dilemmatraining heeft in 2020 geen vervolg gekregen.

Griffie

Maatschappelijk effect 
Een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming. Dat is het maatschappelijk effect waar de activiteiten van de griffie zich op richten. In essentie is de gemeenteraad een bestuursorgaan dat besluiten neemt. Zij doet dat vanuit haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Een hoogwaardige kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming is van belang voor het goed functioneren van de democratie. De griffie ondersteunt en adviseert de raad hierbij (conform artikel 107 van de Gemeentewet). Dit beoogde maatschappelijk effect is geen stip aan de horizon, maar een vrij constant gegeven waar voortdurend aan gewerkt moet worden. De ambitie ligt met name in de term “hoogwaardige”, waarbij het van belang is om continu aan te sluiten bij en te anticiperen op de (veranderende) vraag uit de raad en de samenleving.
 
Doelen
Om een hoogwaardige kwaliteit van besluitvorming te bereiken, werkte de griffie in 2020 in een continu proces aan de realisatie en instandhouding van de volgende doelen.
  • Competente raadsleden, zodat de raad (als geheel) haar volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taak goed kan uitvoeren.
  • Een efficiënte en gedragen vergaderpraktijk: structuur en cultuur, om de vele te nemen besluiten op een goede wijze te organiseren. Dit gebeurt volgens het principe Beeldvorming (informatie verzamelen), Oordeelsvorming (mening vormen) en Besluitvorming (besluit nemen). Daarnaast zijn gedragen omgangsvormen / cultuuraspecten van belang om de vergaderstructuur soepel te laten verlopen.
  • Goede vergaderstukken, om als raad een zorgvuldig besluit te kunnen nemen dat recht doet aan alle belanghebbenden.
  • Een competente, betrokken en flexibele griffie, om de raad te kunnen ondersteunen en adviseren.
  • Goed geïnformeerde en betrokken belanghebbenden / inwoners, voor een zorgvuldige belangenafweging en een breed draagvlak voor de democratische besluitvorming. 
Activiteiten
De griffie probeerde deze doelen te realiseren en in stand te houden door het leveren van goede advisering en ondersteuning. Dit heeft zich onder meer vertaald in activiteiten die gericht waren op:
  • goede wet- en regelgeving (waaronder verordeningen)
  • gedragen bestuurlijke procedures en processen
  • gedragen omgangsvormen
  • een passende fysieke vergaderomgeving
  • een effectief overleg binnen de driehoek
  • een efficiënt relatienetwerk (intern en extern)
  • een goed management over de griffie
  • goede en efficiënt georganiseerde vergaderingen en bijeenkomsten
  • een gedragen lange termijn agenda/vergaderschema
  • een goede ondersteuning en advisering van de raad en al haar organen, waaronder: raadspresidium, auditcommissie, vertrouwenscommissie, rekenkamer, commissie onderzoek nieuwe leden en wethouders, werkgeverscommissie, Twenteraad, presidium Twenteraad
  • een goede ondersteuning en advisering van werkgroepen en klankbordgroepen uit de raad
  • een goede en gedragen bijdrage ten behoeve van de jaarstukken
  • een goede advisering, coaching en ondersteuning van (individuele) raadsleden, o.a. bij de toepassing van de raadsinstrumenten
  • een passend aanbod van raadsinfo’s / beeldvormende raadsbijeenkomsten: informatiebijeenkomsten, opleiding, werkbezoeken, etc.
  • goede en toegankelijke vergaderstukken die zoveel mogelijk digitaal en altijd tijdig beschikbaar zijn
  • een efficiënt budgetbeheer
  • een efficiënt en gebruikersvriendelijk raadsinformatie-systeem, waaronder webcasting
  • een efficiënte administratie en post- en e-mail verwerking (waaronder archivering)
  • een efficiënte verstrekking van informatie
  • een efficiënte communicatie
Ontwikkelingen
De volgende ontwikkelingen hebben in 2020 specifieke aandacht gevraagd van de griffie.
  • Groeiende intergemeentelijke samenwerking (o.a. RES Twente, Twenteraad, Transitie Regio Twente).
  • Digitalisering van het besluitvormingsproces en de bijbehorende archivering (o.a. de wettelijk verplichting tot ondertiteling van de uitzendingen van de raadsvergaderingen en de raadsdebatten).
  • Het continueren van de bestuurlijke besluitvorming in coronatijd (o.a.  digitaal vergaderen, 1,5 meter afstand houden, intoductie van de avondklok). 
  • De personeelswisseling op de griffie.
  • De burgemeestersbenoeming, het afscheid van de waarnemend burgemeester en de introductie van de nieuwe burgemeester.
Ten aanzien van deze laatste ontwikkeling kan opgemerkt worden dat de procedure voor de benoeming van een nieuwe burgemeester in 2019 gestart is. Na voorbereidende werkzaamheden werd op 3 oktober 2019 de verordening op de vertrouwenscommissie en de profielschets voor een nieuwe burgemeester van Twenterand door de gemeenteraad vastgesteld. Kort daarna werd de vacature opengesteld door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De sollicitatieprocedure leverde te weinig sollicitaties op, om een goed gedragen keuze te maken. Daarom heeft de commissaris van de Koning in goed overleg met de vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad besloten de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verzoeken, met behoud van de huidige profielschets, de vacature begin 2020 opnieuw open te stellen. Vanaf 12 februari kon er kan weer gesolliciteerd worden naar de burgemeestersfunctie van de gemeente Twenterand. In totaal maakten maar liefst 36 personen bij de commissaris van de Koning hun interesse kenbaar voor het burgemeestersambt van Twenterand. Even dreigde de gevolgen van corona de zoektocht naar een nieuwe burgemeester opnieuw te vertragen, maar uiteindelijk kon de commissaris op 8 juni 2020 alle binnengekomen sollicitaties -één voor één- samen met de vertrouwenscommissie bespreken. Met de daarbij gegeven input vanuit de vertrouwenscommissie leidde dit tot een mooie en zeer sterke selectie van tien sollicitanten. Met deze tien sollicitanten is de vertrouwenscommissie vervolgens in juni 2020 in gesprek gegaan (onder alle beperkingen die coronatijd met zich mee bracht). Op voorstel van de vertrouwenscommissie besloot de gemeenteraad op 2 juli mr. J.C.F. Broekhuizen als eerste kandidaat aan te bevelen voor de benoeming tot nieuwe burgemeester van de gemeente Twenterand.  De nieuwe burgemeester werd met ingang van 18 september bij Koninklijk Besluit benoemd en op die datum door de commissaris van de Koning beëdigd tijdens een buitengewone vergadering van de gemeenteraad. Twee dagen daarvoor werd van waarnemend burgemeester drs. A.E.H. van der Kolk afscheid genomen.
 

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en of financiële belangen en mogelijke risico’s wordt in de begroting en jaarrekening aandacht besteed aan derde rechtspersonen (de verbonden partij), waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in deze relaties van de gemeente. Onder verbonden partijen moet worden verstaan: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regeling) en/of stichtingen en publiek private samenwerkingsconstructies.
Onder ‘bestuurlijk belang’ wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met een ‘financieel belang’ wordt bedoeld dat middelen ter beschikking zijn gesteld die verloren gaan in geval van faillissement van de ‘verbonden partij’ of als financiële problemen bij een ‘verbonden partij’ op de gemeente kunnen worden verhaald.

Wat willen we bereiken:
Twenterand wil participeren in partijen die een publiek belang dienen, zodat de visies en beleidsdoelstellingen van de gemeente ondersteund en uitgedragen worden. Indien participatie leidt tot inkomsten voor de gemeente worden deze inkomsten ingezet als technisch onderdeel van de gemeentebegroting. Hierbij worden de risicobeperkingen, welke de Wet Financiering Decentrale Overheden gemeenten oplegt bij dergelijke deelnemingen, in acht genomen.

Wat doen we daarvoor :
De gemeente Twenterand neemt actief deel in bestuurlijke overleggen van verbonden partijen, waarbij voorafgaand aan deze vergaderingen het college een standpunt inneemt ten aanzien van de agenda. Via de besluitenlijsten van het college worden de raad en de inwoners over de externe vertegenwoordigingen geïnformeerd.

De verbonden partijen van de gemeente Twenterand zijn gerubriceerd naar de volgende 3 categorieën:

Gemeenschappelijke Regelingen

- Regio Twente
- Veiligheidsregio Twente
- GR Soweco
- GR Stadsbank Oost Nederland
- Omgevingsdienst Twente
- Gemeentelijk Belastingkantoor Twente

Deelnemingen in vennootschappen (NV’s, BV’s, VOF’s en CV’s)

- Cogas N.V.
- Twence B.V.
- N.V. Rova Holding
- Wadinko N.V.
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
- Enexis 
- Zonnepark Oosterweilanden

Deelnemingen in Verenigingen en Stichtingen

- Dimpact 
- Euregio

Op de volgende bladzijden wordt conform de richtlijnen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en de financiële verordening van de gemeente Twenterand een nadere uitwerking per verbonden partij weergegeven. De eventuele risico’s rondom de verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Gemeenschappelijke regelingen: Regio Twente

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van alle programma’s en diverse doelenbomen. Het grootste onderdeel is de wettelijke gemeentelijke taak GGD en in 2020 stond de transitie van de Regio Twente centraal.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, leefbare en bereikbare regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten (14) gemeenten zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. De werkzaamheden worden op een breed terrein verricht: algemeen bestuurlijk, economische zaken, volksgezondheid, milieu, ruimtelijke ordening en recreatie en toerisme.

Financiële relatie / financieel belang:

De gemeenten dragen elk bij aan de kosten van Regio Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt in de meeste gevallen op basis van inwonertal. Een uitzondering hierop is de JGZ-bijdrage, deze wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen.  

Beleidsrealisatie:

Op een breed terrein zijn door Regio Twente in 2020 werkzaamheden verricht. Belangrijk thema daarbij was de versterking van de regionale samenwerking op geleide van een advies van de Kring van Gemeentesecretarissen geheten 'Versterking door focus en eenvoud'.  In 2020 zijn deze uitgangspunten van de transitie Regio Twente  verder uitgewerkt en de definitieve besluitvorming is voorzien in 2021. In de jaarstukken wordt door Regio Twente zowel beleidsinhoudelijk als financieel verantwoording afgelegd. 

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2019 € 10.062
Eigen vermogen 31-12-2019 € 9.992
Vreemd vermogen 1-1-2019 € 14.578
Vreemd vermogen 31-12-2019 € 24.190
Financieel Resultaat 2019 € 482
* cijfers 2020 waren niet bekend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening.

Gemeenschappelijke regelingen: Veiligheidsregio Twente

Programma:

De Veiligheidsregio Twente (VRT) is een samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten en de veertien gemeenten in Twente. De samenwerking is gestoeld op de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De VRT voert taken uit op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR) en handhaving van de openbare orde en veiligheid. Deze taken zijn bij wet opgedragen. De VRT levert voor de gemeente Twenterand met name een bijdrage aan het programma ‘Veilig leefklimaat’.

 

Doelstelling:

De Veiligheidsregio Twente zet zich in voor effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. De VRT kent vier programma’s:
- Multidisciplinaire onderwerpen
- Brandweer
- GHOR
- Gemeenten
In de programmabegroting van de VRT zijn per programma doelstellingen opgenomen.
 

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s werken de Twentse gemeenten samen binnen de gemeenschappelijke regeling op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Het Algemeen Bestuur van de VRT wordt gevormd door de Twentse burgemeesters.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeente Twenterand heeft in 2020 € 2.086.785 bijgedragen aan de VRT.

Beleidsrealisatie:
Brandweer Twente, onderdeel van de VRT,  heeft in 2020 de volgende inzetten in Twenterand gehad:
- Alarmopvolgingen openbaar meldsysteem (OMS): 17
- Uitrukken i.v.m. brand: 80
- Leefmilieu (o.a. gaslekkages, CO-meldingen, wateroverlast, stormschade): 38
- Uitrukken i.v.m. ongevallen: 26
- Diverse dienstverlening (o.a. ondersteuning andere hulpdiensten): 40

Naast deze daadwerkelijke inzetten van de brandweer in Twenterand is er conform de programmabegroting geïnvesteerd in opleiding/training. Het gaat daarbij niet alleen om opleiding en training van de brandweer, maar ook van andere kolommen. 

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2019 € 1.319
Eigen vermogen 31-12-2019 € 2.146
Vreemd vermogen 1-1-2019 € 55.048
Vreemd vermogen 31-12-2019 € 55.268
Financieel Resultaat 2019 € 56
* cijfers 2020 waren niet bekend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening.

Gemeenschappelijke regelingen: Soweco

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Maatschappelijke ontwikkeling en zelfredzaamheid en programma Economie en vrijetijdsbesteding.

 

Doelstelling:
Het doel van de GR Soweco is het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) voor de betrokken gemeenten. Deze wet is het bieden van een passende werkplek aan personen die uitsluitend onder aangepaste omstandigheden in staat zijn tot het verrichten van arbeid. Het werk is gericht op behoud, herstel en bevordering van de arbeidsgeschiktheid.

 

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten gemeenten waarmee een samenwerkingsverband bestaat zijn Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Wierden en Twenterand. De GR Soweco is ontstaan in 1969, toen de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in werking trad.

 

Financiële relatie / financieel belang:

De exploitatie van Soweco kent voor 2020 op begrotingsbasis een negatief resultaat dat gedragen moet worden door de deelnemende gemeenten, waaronder de gemeente Twenterand. Zie verder paragraaf weerstandsvermogen

 

Beleidsrealisatie:

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor alle mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodige hebben. dit is een grote opgave in het Sociaal Domein. Er stromen geen mensen meer in de Wsw, waardoor (naar verwachting) de SW populatie jaarlijks gemiddeld met 6% vermindert. In anticipatie hierop wordt de GR afgebouwd en wordt er gewerkt aan een nieuwe uitvoeringsorganisatie. Daarmee is GR-Soweco in liquidatie, de jaarrekening zal in die hoedanigheid worden opgesteld door GR-Soweco. De traditionele uitvoering voor de SW maakt steeds meer plaats voor een integrale uitvoering met de Participatiewet. Dit mede doordat de SW op slot zit en inwoners die voorheen instroomde in de SW nu instromen in de Participatiewet waar de gemeente verantwoordelijk voor is.

Het gaat hier om een zeer kwetsbare doelgroep, bij de ontwikkelingen wordt hiermee rekening gehouden.

Dit draagt bij aan de drie geformuleerde doelen in de doelenboom Sociale Zaken: 'Naar vermogen participerende (niet)-uitkeringsgerechtigden in de maatschappij, 'Financieel zelfredzame inwoners' en 'Sociaal zelfredzame inwoners'.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2019 GR € 2.173
Eigen vermogen 31-12-2019 GR € 2.592
Vreemd vermogen 1-1-2019 GR € 10.051
Vreemd vermogen 31-12-2019 GR € 6.744
Financieel Resultaat 2019 GR € -794
Eigen vermogen 1-1-2019 NV € 4.093
Eigen vermogen 31-12-2019 NV € 5.222
Vreemd vermogen 1-1-2019 NV € 3.555
Vreemd vermogen 31-12-2019 NV € 2.673
Financieel Resultaat 2019 NV € 2.343
* cijfers 2020 waren niet bekend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening.

Gemeenschappelijke regelingen: Stadsbank Oost Nederland

Programma:
Sociaal Domein

Doelstelling:
De Stadsbank is een kredietbank, zoals bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet. De Stadsbank heeft tot doel een verantwoord pakket aan te bieden van financiële dienstverlening.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De GR wordt gevormd door 22 deelnemende gemeenten in de Achterhoek en Twente. De portefeuillehouder Sociale Zaken heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergadert circa twee keer per jaar.

Financiële relatie / financieel belang:

We zien dat in het kalenderjaar 2020 het aantal afgenomen Stadsbankproducten licht is gedaald. Dit is lijn met het beeld van de afgelopen jaren. De daling is het meest zichtbaar in het aantal afgenomen budgetbeheerrekeningen. Wat opvalt is dat het coronaeffect nog niet zichtbaar in de product afname van de SON.

Beleidsrealisatie:

De Stadsbank is een belangrijke schakel in ons (financieel technische) schuldhulpverleningsbeleid zoals ook toegelicht in de raadsinformatiebijeenkomst eind 2020. De basis is op orde en door een goede schakeling tussen ons Meldpunt Schulden en de Stadsbank wordt vorm gegeven aan preventief schuldhulpverleningsbeleid.

De belangrijkste (beleids)discussie die in het kalenderjaar 2020 heeft plaatsgevonden is die over de positionering van de bewindvoering binnen de SON. De gemeente Twenterand heeft het standpunt dat de SON het beschermingsbewind op de huidige manier blijft voortzetten zodat we alle doelgroepen blijven bereiken.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 1.696
Eigen vermogen 31-12-2020 € 1.183
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 14.615
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 15.001
Financieel Resultaat 2020 € 223

Gemeenschappelijke regelingen: Omgevingsdienst Twente

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van programma Ruimte en heeft raakvlakken met bijna alle doelenbomen binnen dit programma. Primair gaat het om de uitvoering van alle milieutaken, maar ook milieu gerelateerde taken zoals: duurzaamheid en de invoering van de Omgevingswet.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en prettige regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De deelnemende Twentse gemeenten (14) zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Ook de provincie Overijssel is deelnemer. De werkzaamheden worden milieu breed of wel omgevingsbreed verricht. Belangrijke thema's betreffen, volksgezondheid, milieu en ruimtelijke ordening.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van de Omgevingsdienst Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt deels op basis van ingebrachte fte’s en deels op basis van inwoneraantal. De bijdrage van de gemeenten Twenterand aan de Omgevingsdienst Twente was in 2020 € 625.390 (inclusief € 29.593 kosten sociaal plan).

Beleidsrealisatie:
De gemeente Twenterand neemt deel aan de ontwikkeling van beleidsregels voor alle VTH-Taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving). Primair zijn deze gericht op de milieutaken, maar dezen worden zodanig lokaal 'ingekleurd' dat ze ook voor de niet milieutaken toegepast kunnen worden. Te denken valt aan Risicoanalyses waarmee op basis van risico's bij niet naleving geprioriteerd uitvoering kan worden gegeven aan de VTH-taken. VTH-beleid betreffende kwaliteitsnormen en bodemkwaliteitskaarten. De gemeente Twenterand is vertegenwoordigd in het Portefeuillehoudersoverleg VTH en het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Twente.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 1.125
Eigen vermogen 31-12-2020 € 1.671
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 1.787
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 1.616
Financieel Resultaat 2020 € 673

Gemeenschappelijke regelingen: Gemeentelijk Belastingkantoor Twente

Programma:
Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente) is een gemeenschappelijke regeling die een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstelling van programma Fundament.

Doelstelling:
Het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Het GBTwente wordt gevormd door de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal en Twenterand. De gemeente Twenterand wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Financiën.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van het aantal aanslagen van de verschillende belastingen die voor de gemeente Twenterand worden uitgevoerd. De bijdrage voor 2020 is € 615.418

Beleidsrealisatie:
De visie van het GBTwente luidt: ‘Het GBTwente maakt belastingen begrijpelijk en persoonlijk’. Deze visie geeft weer dat belastingheffing en -inning niet zomaar een uitvoeringstaak is. Het gaat om het zodanig adviseren van de partnergemeente dat recht wordt gedaan aan de uitgangspunten zoals die op rijksniveau zijn geformuleerd en om het inzicht geven in het effect van beleid. Kernwaarden die aansluiten bij deze visie (en waar het GBTwente van uit gaat) zijn: deskundig, helder, integer en behulpzaam. In 2020 is het project “Van M3 naar M2” één van de prioriteiten van het GBTwente geweest. Groei is niet langer de ambitie van het GBTwente.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 173
Eigen vermogen 31-12-2020 € 336
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 7.606
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 8.166
Financieel Resultaat 2020 € 163

Deelnemingen in vennootschappen: Cogas NV

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op het beleidsveld Milieu.

Doelstelling:

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie- en machtigingsgebieden. Twenterand valt onder het verzorgingsgebied van Cogas. Oorspronkelijk doel van de Cogas N.V. was het voorzien in een dekkende en betrouwbare energie- en kabelinfrastructuur op het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Momenteel zijn het realiseren van duurzame en innovatieve energieoplossingen belangrijke doelen geworden.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten. Cogas is gevestigd in Almelo. Aandeelhouders zijn de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand en Wierden.

Financiële relatie / financieel belang:

Twenterand bezit 558 aandelen á € 500; een totale (nominale) waarde van € 279.000.  Op 5.089 geplaatste aandelen bezit Twenterand 10,96 % daarvan.

Beleidsrealisatie:

Als netwerkbedrijf heeft Cogas het transport van gas, elektriciteit, warmte en data verzorgd naar zo'n 150.000 klanten. Toenemend zijn ook inspanningen verricht te behoeve van de energietransitie. Eind 2020 heeft Cogas haar belang in CKI (Cogas Kabel Infra B.V.) verkocht, wat gevolgen gaat hebben voor de bedrijfsresultaten en op termijn ook voor te verwachten dividendopbrengsten.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 180.505
Eigen vermogen 31-12-2020 € 199.111
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 95.252
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 95.877
Financieel Resultaat 2020 € 28.784
In 2020 heeft Twenterand  € 1.116.000 aan dividend ontvangen.

Deelnemingen in vennootschappen: Twence BV

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.

Doelstelling:
Terugwinning van grondstoffen en energie uit huishoudelijk afval door duurzame en betaalbare verwerking van afval. 

Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
Beheren en exploiteren van milieuvoorzieningen, het verlenen van diensten op het gebied van milieubeheersing in het algemeen, het bewerken en verwerken van huishoudelijk afval en bedrijfsafval en het produceren en leveren van (duurzame) energie en secundaire grondstoffen;

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twence is een overheidsbedrijf (uitsluitend gemeentelijke aandeelhouders) voor de verwerking van afval tot grondstoffen en energie. De Twentse gemeenten hebben gezamenlijk een aandeel van 94.67 % in Twence Holding B.V.

Financiële relatie / financieel belang: 

Twenterand bezit 43.909 aandelen ( 5,17 %) ter waarde van € 43.909 (nominale waarde), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het dividend en de borgstellingsvergoeding bedroegen (over 2019) ontvangen in 2020 respectievelijk € 265.388 en € 87.294. Totaal €  352.682. 

Beleidsrealisatie:

Volgens het Financieel jaarverslag behaalde Twence in 2019 een netto resultaat van € 12,1 miljoen ( 2018: 14,5 ). De aandelen van Vuilverwerkingsbedrijf Noord Groningen zijn  aangekocht door de gemeente Berkelland.  In  2020 heeft het bedrijf verder gewerkt aan de doelen van het Strategisch beleidsplan 2020-2023.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 138.029
Eigen vermogen 31-12-2020 € 142.825
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 148.445
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 132.367
Financieel Resultaat 2020 € 8.785

Deelnemingen in vennootschappen: Rova Holding NV

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.

Doelstelling:
Openbaar belang
Het bevorderen van en/of het doen realiseren van integraal afvalketenbeheer en het leveren van kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op het terrein van verwijdering van afvalstoffen, waaronder begrepen beleidsondersteuning en collectieve aanbestedingen ten behoeve van deelnemende overheden
Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
- het zo duurzaam mogelijk inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval tegen zo laag mogelijke kosten voor de inwoners
- het in stand houden van een bedrijf dat op duurzame wijze diensten aan gemeenten verleend op het gebied van huisvuilinzameling, terugwinning van grondstoffen en BOR taken.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

Rova is een afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie. Het werkgebied van Rova telt 23 gemeenten in Midden en Oost-Nederland. Het betreft de organisatie, beheer en uitvoering van publieke taken voortvloeiend uit de afvalzorgplicht van de aangesloten gemeenten en de uitvoering van de gemeentelijke reinigingstaken. Twenterand bezit 335 aandelen (3 %) ter waarde van € 38.005,75 (nominale waarde) waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het normdividend bedraagt voor 2021 € 100.000. Dit bedrag wordt ondergebracht bij de algemene dekkingsmiddelen.

Financiële relatie / financieel belang:

Twenterand bezit 335 aandelen ( 3,1 %) ter waarde van € 38.005,75 (nominale waarde) waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het dividend (over 2019) ontvangen in 2020 is € 149.905. ROVA behaalde over het boekjaar 2020 een resultaat van 5,1 miljoen euro . (2019: 5,7 miljoen). De dividenduitkering aan Twenterand bedroeg in 2019 € 159.494 . Het resultaat over 2020 is ongeveer  gelijk  aan  het resultaat in 2019 en fors hoger dan begroot (norm resultaat 4,1 miljoen euro). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat ROVA afgelopen jaren stelselmatig gewerkt heeft aan verlaging van tarieven voor de deelnemende gemeenten. 

Beleidsrealisatie:
In  2019 is het document Strategie ROVA 2020-2025 vastgesteld.  In deze strategie is bepaald dat ROVA  de focus heeft op afval & grondstoffen en het beheren van de openbare ruimte en op de hechte relatie met de gemeenten. ROVA gaat zich nog verder ontwikkelen als kennisorganisatie omdat het hebben van de juiste kennis een steeds belangrijkere voorwaarde voor succes betekent. Er zijn duidelijke keuzen gemaakt over wat ROVA niet gaat doen: de energietransitie wordt geen speerpunt voor ROVA en ROVA gaat zich niet ontwikkelen als sociaal werkbedrijf. ROVA gaat ook niet investeren in afvalverwerking, maar gaat zich wel versterken in de regierol daarop. De koers kan voor de komende jaren samengevat worden in een paar steekwoorden: dienstverlening, kennis en innovatie, verwaarding en integraal beheer van de buitenruimte met voldoende oog en aandacht voor de beleving van inwoners.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 38.200
Eigen vermogen 31-12-2020 € 38.966
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 51.450
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 53.383
Financieel Resultaat 2020 € 5.057

Deelnemingen in vennootschappen: Wadinko NV

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Economie en vrije tijdsbesteding.

Doelstelling:
Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid wil bevorderen in Overijssel, de Noord-Oostpolder en Zuidwest Drenthe. Wadinko heeft op dit moment één participatie binnen de gemeente Twenterand.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten. Wadinko is gevestigd in Zwolle.

Financiële relatie / financieel belang:

Twenterand bezit 85 aandelen á € 100; een totale (nominale) waarde van € 8.500.  Op 2.389 geplaatste aandelen bezit Twenterand 3,56 % daarvan.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2019 € 67.999
Eigen vermogen 31-12-2019 € 68.870
Vreemd vermogen 1-1-2019 € 1.512
Vreemd vermogen 31-12-2019 € 1.605
Financieel Resultaat 2019 € 2.065
In 2019 heeft Twenterand  € 42.500 aan dividend ontvangen.
* cijfers 2020 waren niet bekend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening.

Deelnemingen in vennootschappen: Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Fundament en specifiek aan het beleidsveld Middelen.

Doelstelling:
BNG vertaalt haar missie in de volgende strategische doelstellingen:
- behoud van substantiële marktaandelen in de Nederlandse publieke sector en semipublieke domein;
- behalen van een redelijk rendement voor aandeelhouders.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De BNG is opgericht in 1914 en gevestigd in Den Haag. Het is de bank van en voor de overheid en instellingen voor het maatschappelijke belang. De BNG probeert zo goedkoop mogelijke financiële dienstverlening aan de gemeenten te bieden. Daardoor heeft zij toegevoegde waarde voor haar aandeelhouders en de Nederlandse publieke sector. De BNG is een structuurvennootschap.

Financiële relatie / financieel belang:

Twenterand bezit 23.868 aandelen á € 2,50; een totale (nominale) waarde van € 59,670. Op 55.690.720 geplaatste aandelen bezit Twenterand 0,0429 % daarvan. 

Beleidsrealisatie: BNG vervult voor Twenterand een rol van bankier en wordt  vanwege de geringe omvang van het aandelenbezit als beleidsarm beschouwd.  

Financiële informatie:

In 2020 is het dividend dat Twenterand toekomt bepaald op  € 30.000.  Vanwege corona heeft de Europese Centrale Bank opgeroepen de uitbetaling op te schorten. De BNG  heeft hieraan gehoor gegeven. De uitbetaling van het dividend uitgesteld en een deel zal worden  uitgekeerd in maart 2021. 

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 4.887.000
Eigen vermogen 31-12-2020 € 5.097.000
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 144.802.000
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 155.262.000
Financieel Resultaat 2020 € 221.000

Deelnemingen in vennootschappen: Enexis

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op beleidsveld Milieu en programma Fundament.

Doelstelling:
Een op zo duurzaam mogelijke wijze verzorgen van een betrouwbaar en betaalbaar energietransport nu en in de toekomst.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

Enexis Holding B.V. beheert een energienetwerk in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2,7 miljoen huishoudens, bedrijven en overheden.  Netbeheer richt zich op een publiek belang, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt.  Het gaat om het publieke belang van een betrouwbare en continue transport van een nutsvoorziening tegen de laagst mogelijke prijs. 

Twenterand bezit 42.621 aandelen á € 1; een totale (nominale) waarde van € 42.621. Op 149.682.196 geplaatste aandelen bezit Twenterand 0,0285 % daarvan. 

Beleidsrealisatie: 

Als netwerkbedrijf heeft Enexis het transport van elektriciteit en gas ten behoeve van miljoenen klanten. Toenemend zijn ook inspanningen verricht te behoeve van de energietransitie. De energietransitie vraagt grote investeringen van Enexis. Daarom heeft Enexis haar aandeelhouders gevraagd om haar eigen vermogen te versterken. Twenterand heeft in dit verband aan Enexis een converteerbare hybride lening ad € 142.372  verstrekt. 

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € 4.112.000
Eigen vermogen 31-12-2020 € 4.116.000
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 4.146.000
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 4.635.000
Financieel Resultaat 2020 € 108.000
In 2020 heeft Twenterand € 29.800 aan dividend ontvangen.

Deelnemingen in vennootschappen: Zonnepark Oosterweilanden

Programma:

Zonnepark Oosterweilanden B.V. wekt duurzame energie op d.m.v. zonnepanelen en levert daarmee een bijdrage aan de duurzaamheidsopgaven van de gemeente.

Doelstelling:

Het doel van Zonnepark Oosterweilanden B.V. is het opwekken van duurzame energie en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen.

Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:

De gemeente Twenterand is 100% aandeelhouder van Zonnepark Oosterweilanden B.V.

Financiële relatie / financieel belang:

Twenterand bezit alle 100 aandelen waarvan de (nominale) waarde €1 bedraagt. Twenterand heeft een lening uitstaan bij Zonnepark Oosterweilanden B.V. van € 7.100.000 tegen een rentepercentage van 1,61%. Aflossing van de lening vindt plaats in 15 termijnen, voor het eerst in 2020. 

Beleidsrealisatie:

Zonnepark Oosterweilanden B.V. is per 1 september 2019 in productie gegaan.  2020 was het eerste jaar waarin het Zonnepark vol in productie was. De energieopbrengst in 2020 was volgens verwachting.

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020 € -482
Eigen vermogen 31-12-2020 € -151
Vreemd vermogen 1-1-2020 € 7.766
Vreemd vermogen 31-12-2020 € 6.809
Financieel Resultaat 2020 € 331

Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: Dimpact

Programma:
Deze deelneming levert binnen het programma Fundament een bijdrage aan het realiseren van actuele informatie die veilig, beschikbaar, betrouwbaar en toegankelijk is in efficiënte systemen als onderdeel van ‘Solide bedrijfsvoering ten behoeve van een goed functionerende gemeente’.

Doelstelling:
De coöperatie Dimpact heeft tot doel om ‘excellente publieke dienstverlening en interactie met burgers, bedrijven en instellingen’ mogelijk te maken voor gemeenten. De klant centraal stellen en de nieuwe informatie-architectuur, spelen daarin een prominente rol. De coöperatie oefent haar doel zodanig uit dat zij voorziet in behoeften van algemeen belang, niet zijnde van industriële of commerciële aard van haar leden. De coöperatie heeft geen winstoogmerk.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Op 1 januari 2020 bestond het ledenbestand uit 38 gemeenten, die gezamenlijk zo'n 2.2  miljoen inwoners vertegenwoordigen. Dimpact vertegenwoordigt daarmee zo’n 12% van Nederland.
De coöperatieve vereniging Dimpact kent de volgende officiële (statutair vastgelegde) besluitvormende organen:
• de Algemene Leden Vergadering (ALV);
• de Raad van Commissarissen (RvC);
• het bestuur.

Financiële relatie / financieel belang:

Dimpact is een coöperatieve vereniging uitgesloten aansprakelijkheid.  Als lid betalen we naast een contributie een bedrag voor de afgenomen diensten/ producten (o.a. eSuite en iBurgerzaken). We hebben geen financieel belang in de vereniging (aandelen of anderzijds) en lopen door de organisatievorm geen financieel risico.

Beleidsrealisatie:

De door Dimpact centraal ingekochte producten dragen bij aan een betere (digitale) dienstverlening aan onze inwoners.  

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2019 € 1.680
Eigen vermogen 31-12-2019 € 2.179
Vreemd vermogen 1-1-2019 € 2.247
Vreemd vermogen 31-12-2019 € 2.023
Financieel Resultaat 2019 € 500
* cijfers 2020 waren niet bekend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening.

Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: Euregio

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan alle programma’s en diverse doelenbomen. Het gaat in het algemeen om bestuurlijke samenwerking en internationale contacten.

Doelstelling:
De Euregio heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De Euregio is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van Nederlandse en Duitse gemeenten, steden en (Land-)Kreise.

Financiële relatie / financieel belang:

Net als alle andere Nederlandse deelnemende gemeenten draagt Twenterand €0,29 per inwoner bij aan de kosten van Euregio.

Beleidsrealisatie:

Financiële informatie:

(Bedragen x € 1.000)
Eigen vermogen 1-1-2020
Eigen vermogen 31-12-2020
Vreemd vermogen 1-1-2020
Vreemd vermogen 31-12-2020
Financieel Resultaat 2020
* cijfers 2020 waren niet bekend ten tijde van het opmaken van de jaarrekening.

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Het resultaat van het grondbedrijf over 2020 sluit voordelig. Oorzaak hiervan zijn de goede verkopen met name in plannen Kruidenwijk en Oosterweilanden. Door doorlopende kosten van externe inhuur vanuit besluiten uit 2019 wordt het resultaat negatief beïnvloed. Dit is echter het laatste jaar waar het grondbedrijf met deze kosten wordt geconfronteerd.

Oosterweilanden mag zich verheugen van een zeer goede belangstelling vanuit het bedrijfsleven. Er is in 2020 ruim 1,5 ha verkocht en op de overige beschikbare grond liggen opties van geïnteresseerden.

Ook voor  Almeloseweg Oost is een goede belangstelling. Op alle grond ligt een optie. De verwachting is dat een deel van de opties weer zal worden ingetrokken. Er is nog een bescheiden lijst van belangstellenden voor dit plan welke dan benaderd zullen worden.

Garstelanden heeft gezien de ligging van het gebied te maken met de invloed van natura 2000 en de daarmee gepaard gaande wetgeving. Met de provincie zijn we in gesprek met betrekking tot de stikstof problematiek. Er zijn meerdere Aerius berekening gemaakt welke allen een lichte overschrijding van de norm laten zien. Zodra deze problemen zijn opgelost zal bouwrijp gemaakt worden.

In het plan Kruidenwijk zijn nagenoeg alle kavels verkocht. Op 3 kavels ligt nog een optie omdat de potentiële kopers nog geen definitieve bouwvergunning hebben. Dit heeft meerdere oorzaken. Verwachting is dat in het 1e kwartaal van 2021 alle kavels zijn overgedragen.

Voor het plan Zuidmaten Oost is het nieuwe bestemmingsplan nog niet geldig.  Hiervoor moet eerst een nieuwe geluidsmeting gemaakt worden. Op basis van het oude bestemmingsplan zijn de verkopen gestart en deze lopen goed. Projectmatig zijn er kavels verkocht maar ook individuele kopers weten de weg naar dit plan te vinden. 

Voor de Smithoek en het Mozaïek zijn er bestemmingsplannen in ontwikkeling. Deze zullen in de eerste helft van 2021 worden vastgesteld.

Hoofdlijnen van het grondbeleid

In 2020 is een teamleider aangesteld voor het cluster grondzaken.  Ook is begonnen met een strakkere kosten bewaking. Twee keer per jaar worden de complexen nagelopen of er afwijkingen zijn in zowel de kosten als ook in operationele zin. Hierdoor kan sneller worden worden ingegrepen bij afwijkingen ten opzicht van de vastgestelde exploitatie opzetten. Hiervan wordt aan het college en de raad gerapporteerd.

 

Jaarwinst

De winst over 2020 is als volgt opgebouwd:
Resultaat van de complexen in exploitatie € 705.995,59
Vrijval vzv grondbedrijf door minder verliesverwachting € 90.996,00
Boekwinst verkoop dorpstraat 11 € 34.818,00
Totaal voordelen € 831.809,59
Inhuur derden € -264.282,65
Overige kosten grondbedrijf € -27.402,53
Totaal voordelig resultaat € 540.124,41
Begroot was een winst op de complexen van € 400.000,00
aan overige kosten € -97.727,00
Per saldo winst geraamd van € 302.273,00
Dit geeft een voordeel ten opzicht van de begroting van € 540.124,41  -/- € 302.273,00 = € 237.851,41
Voorgesteld wordt om dit voordeel van € 237.851 toe te voegen aan de reserve risico's Grondbedrijf.

Toelichting

Bij de actualisatie van de exploitatie is door grondprijsverhoging van o.a. Oosterweilanden de exploitatie van negatief in een positief verwacht resultaat veranderd. Hierdoor kon het gereserveerde verlies vrijvallen. Ook Zuidmaten Oost is door een prijsverhoging licht positiever uitgevallen. 

Voor de berekening van de winst uit de complexen is de methode aangehouden welke de BBV voorschrijft. Onderstaand vindt u hiervan een opstelling.

Bedijventerreinen
kosten inkomsten winst
totaal gemaakt % totaal gemaakt % verwacht t/m dienstjaar genomen tot dj dienstjaar
Garstelanden 3.090.252,46 1.847.107,37 59,77% 3.451.816,00 1.297.576,00 37,59% 361.563,54 81.239,64 20.342,14 60.897,50
Almeloseweg Oost 11.008.024,75 10.359.768,11 94,11% 11.923.360,35 9.610.207,35 80,60% 915.335,60 694.312,65 693.751,00
Oosterweilanden 9.907.691,85 5.771.741,24 58,26% 10.248.360,00 2.003.360,00 19,55% 340.668,15 38.794,53 0,00 38.794,53
Restkavels bedrijven 558.215,04 551.758,24 98,84% 1.055.699,42 304.474,42 28,84% 497.484,38 141.819,93 107.269,00 34.550,93
Totaal bedrijven 24.564.184,10 18.530.374,96 26.679.235,77 13.215.617,77 2.115.051,67 956.166,75 821.362,14 134.242,96
Woningbouw
kosten inkomsten winst
totaal gemaakt % totaal gemaakt % verwacht t/m dienstjaar genomen tot dj dienstjaar
Kruidenwijk 2.103.874,58 1.266.706,65 60,21% 4.314.681,87 4.070.513,37 94,71% 2.210.807,29 1.260.674,39 679.390,00 581.284,39
Zuidmaten Oost 11.127.871,89 7.689.496,58 69,10% 10.760.189,62 5.076.075,62 47,17% -367.682,27
Vroomshoop centrum 1e fase 4.928.263,19 4.836.811,94 98,14% 5.199.027,00 4.844.588,00 93,18% 270.763,81 247.622,84 247.466,00 0,00
Poorthuis 2.214.956,68 2.214.956,70 100,00% 1.719.315,16 1.719.316,16 100,00% -495.641,52
Smithoek 809.701,50 398.751,03 49,25% 1.107.350,00 7.553,00 0,68% 297.648,50 999,80 0,00
Mozaïek 1.517.592,54 79.519,16 5,24% 1.953.972,00 0,00 0,00% 436.379,46 0,00
Restkavels woningbouw 1.303.114,87 1.292.849,57 99,21% 1.674.794,44 1.304.194,44 77,87% 371.679,57 287.153,97 296.623,00 -9.469,03
Totaal woningbouw 24.005.375,25 17.779.091,63 26.729.330,09 17.022.240,59 2.723.954,84 1.796.451,00 1.223.479,00 571.815,35
Toaal exploitaties 48.569.559,35 36.309.466,59 53.408.565,86 30.237.858,36 4.839.006,51 2.752.617,75 2.044.841,14 706.058,31

Resultaten 2020

Complex Boekwaarde Uitgaven Inkomsten Overheveling Saldo complex Verwachte Verwachte Cumm genomen Totaal verwacht
1-1-2020 2020 31-12-2020 uitgaven inkomsten winst t/m 2020 resultaat
Kruidenwijk 95 626.727 -2.170.016 -1.543.194 837.168 228.450 1.260.612 2.210.807
Zuidmaten Oost 3.328.523 169.834 -884.936 2.613.421 3.438.375 5.684.114 -367.682
Smithoek 342.246 48.952 391.198 410.950 1.099.797 297.649
Centrum Vroomshoop 1e fase 852.595 91.405 -704.310 239.690 91.451 354.439 247.466 270.764
Mozaiek 62.372 17.147 79.519 1.438.073 1.953.972 436.379
Restkavels woningbouw 208.569 2.471 -9.469 74.207 275.778 10.265 370.600 287.154 371.650
Poorthuis 561.723 6.117 -493.633 -74.207 0
Garstelanden 686.392 87.109 -142.730 630.771 1.243.145 2.154.240 81.240 361.564
Almeloseweg oost 2.061.215 64.933 -877.084 1.249.064 842.504 2.313.153 693.751 915.336
Oosterweilanden 5.271.281 484.236 -1.948.340 3.807.177 4.135.951 8.245.000 38.795 340.668
Restkavels bedrijven 376.962 72.015 -59.873 389.104 6.457 751.225 141.820 497.484
13.689.601 1.716.170 -7.290.391 17.147 8.132.528 12.454.340 23.154.990 2.750.837 5.334.618

Storting voorziening

Vrijval vanuit de voorziening Grondbedrijf
Verliesgevende projecten ber.verlies vzv per 1-1-20 mutatie '20 saldo 31-12-20
Zuidmaten Oost 367.674,45 395.268,00 -27.594,00 367.674,00
Oosterweilanden - 63.402,00 -63.402,00 -
367.674,45 458.670,00 -90.996,00 367.674,00
De exploitatie van het complex Poorthuis is financieel afgesloten. Er is nog 1 kavel te koop welke overgeheveld is naar het complex restkavels woningbouw. Het complex is afgesloten met een negatief resultaat welk saldo uit de voorziening is gehaald.

Parameters actualisatie

Parameters actualisatie
Voor de actualisatie van de exploitaties van de verschillenden plannen zijn de volgende parameters aangehouden:

1. De rentetoerekening vast te stellen op 0,95%.
2. Stijgingspercentage van de kosten te stellen op 1,5% per jaar.
3. Stijgingspercentage van de kosten voor eigen personeel te handhaven op 2.5%
4. Percentage onvoorzien te handhaven op:
- Eerste verkennende berekening 20%
- Bestekberekeningen 15%
- Actualisatie lopende complexen 10%.
5. Percentages onvoorzien overige kosten te handhaven op:
- 5% bij uitgifte gronden tot 50%
- 3% bij uitgifte gronden van 51 tot 75%
- 2% bij meer dan 75% uitgegeven grond.
6. Toerekening eigen personeel
- 10% van kosten bouw- en woonrijp maken voor voorbereiding en directie
- 7,5% van de totale kosten voor overige werkzaamheden van overige afdelingen
- Voor grondzaken (incl. bedrijfscontactfunctionaris) € 188.115,= door te berekenen op
jaarbasis
- € 250 per geplande verkoop voor administratie en boekhouding
7. Voor het maken van bestekken door derden 5% van de kosten van bouw en woonrijp
maken.
8. Website, communicatie en reclame
- € 5.000 bij start van het project
- € 250 jaarlijks voor actualisatie.
9. Uitgifte tempo voor de bedrijventerreinen stellen op 2 ha. per jaar en het tempo voor
woningbouwkavels ongewijzigd te laten.
10 De uitgifte prijzen voor het bedrijventerrein Oosterweilanden te verhogen voor standaard
kavel te verhogen van € 95,- naar € 100,- per m2. Voor de ‘zichtlocaties’ langs de
Rusluieweg te verhogen naar 105,= per m2.
11 De uitgifteprijzen in Zuidmaten Oost te verhogen met € 25,= per m2.
12 De verkoopprijs van € 150,= per m2 in Kruidenwijk voor lopende opties te blijven hanteren.
13 De overige uitgifte prijzen ongewijzigd te laten.

Paragraaf Lokale heffingen

Paragraaf Lokale heffingen

De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties voor de inwoners van Twenterand. Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen wordt door de gemeenteraad, via de vast te stellen verordening, gedaan. De belastingverordeningen 2020 werden in de raadsvergadering van 17 december 2019 vastgesteld.
De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB en hondenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.
Volgens artikel 26 van het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf een verantwoording te bevatten van hetgeen in de begroting is opgenomen en bevat aldus:
a. de verantwoording van de geraamde inkomsten;
b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de heffingen, waar de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overtreffen, de inkomsten zich verhouden tot de lasten;
d. een aanduiding van de lokale lastendruk;
e. een beschrijving van het gevoerde kwijtscheldingsbeleid.
Hieronder worden in hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen benoemd op lokaal fiscaal gebied.
a. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten
Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2020 3,4% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 4,8% voor hun rekening, de rijksoverheid 95,2%. Het aandeel van de gemeente Twenterand aan ontvangen belastingen en retributies bedraagt in dit geheel bijna 14,9 miljoen euro.

Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2020

Belastingopbrengsten

Omschrijving Raming 2020 Realisatie 2020
Afvalstoffenheffing € 2.145.706 € 2.096.721
Begraafplaatsrechten € 580.000 € 856.040
Forensenbelasting € 5.000 € 4.839
Leges burgerzaken € 418.070 € 328.151
Leges omgevingsvergunning € 789.500 € 811.489
OZB eigenaren woning € 4.787.799 € 4.744.069
OZB eigenaren niet-woning € 1.480.315 € 1.466.266
OZB gebruikers niet-woning € 1.014.761 € 1.027.232
Rioolheffing € 3.432.464 € 3.522.711
Toeristenbelasting € 45.000 € 38.789
€ 14.698.615 € 14.896.308

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Beleidskaders

Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in:
• de diverse belastingverordeningen en –regelingen;
• het coalitieakkoord 2018-2022;
• landelijke wet- en regelgeving.

Hervorming lokaal belastinggebied
Het vorige kabinet heeft in een brief d.d. 24 juni 2016, kenmerk 2017-0000356712, aan de Tweede Kamer bouwstenen gegeven voor een hervorming van het lokaal belastinggebied. Verschuiving van Rijks- naar gemeentebelastingen zou op de agenda van het het nieuw te vormen kabinet moeten staan. De staatssecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het syntheserapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport over de uitbreiding bevat meerdere varianten en ondersteunt de door de VNG uitgesproken wens om te komen tot een uitbreiding van het eigen belastinggebied. De volgende kabinetsformatie is hét moment om op te koersen om e.e.a. in beleid om te zetten. In de komende periode zal de VNG in samenspraak met de leden - mede op basis van dit rapport - de koers uitzetten om een kleinere financiële afhankelijkheid te realiseren.

Bezwaar en beroep bij kwijtschelding
Momenteel is geen bezwaar mogelijk tegen een beschikking uitstel van betaling. Tegen een beschikking kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is nu administratief beroep bij het college mogelijk. In de toekomst is in beide gevallen eerst bezwaar bij de invorderingsambtenaar mogelijk en is daarna de fiscale rechter bevoegd (rechtbank in eerste aanleg, gerechtshof in hoger beroep en Hoge Raad in cassatie). Wanneer deze landelijke wijziging in werking treedt is nog niet bekend.

Afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen
Een van de instrumenten binnen het nieuwe stelsel van omgevingsrecht is het omgevingsplan. Gemeenten moeten in het nieuwe stelsel hun bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere regelingen over de fysieke leefomgeving uit andere verordeningen bundelen en omvormen tot één samenhangend en consistent omgevingsplan.
Artikel 3.1, lid 4, Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt nu nog dat wanneer een bestemmingsplan niet tijdig is vastgesteld of is verlengd, voor de gemeente 'de bevoegdheid tot het invorderen van rechten ter zake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan' vervalt (de zgn. legessanctie). In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt met deze wet de actualiseringsplicht uit de Wro voor een belangrijk deel van de bestemmingsplannen en beheersverordeningen afgeschaft. Hierdoor komt ruimte beschikbaar, zodat gemeenten in aanloop naar de Omgevingswet al kunnen starten met de voorbereiding van het tot stand te brengen omgevingsplan.

Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking. Hierdoor kan er veel veranderen. Dit is sterk afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Het principe van legesheffing verandert niet. Ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges verandert niet. Toch zijn er een aantal zaken die wel gaan veranderen:

  • Nieuwe activiteiten toegestaan om leges over te heffen
  • (Mogelijk) minder vergunningplichten
  • De ‘knip’: het splitsen van de bouwtechnische en de ruimtelijke vergunning
  • Gemeentelijke kosten worden hoger of lager
  • Gemeentelijke kosten verschuiven
  • Meer integrale vergunningen (meerdere gezagen betrokken)
  • Planactiviteiten worden minder complex (of juist complexer)

De VNG vraagt met de notitie 'Discussie-leidraad leges en de stelselwijziging Omgevingswet' aandacht voor het onderwerp en het belang voor gemeenten om hier - op basis van de eigen keuzes - over na te gaan denken. Ook worden suggesties gedaan voor de onderwerpen. Zij vragen gemeenten om hierover met hen van gedachten te wisselen. Via de regionale implementatiecoaches (RIO's) zullen er (digitale) discussies-sessies worden opgezet, om deze materie samen verder uit te diepen.

Benchmark woonlasten
Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door de benchmark woonlasten. Deze benchmark beoogt (door middel van meer vergelijking) de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening gehouden kan worden. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.

Lokale heffingen

c. Lokale heffingen

Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op beide. Ongebonden lokale heffingen (zoals de OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.

Overzicht (on)gebonden belastingen

Ongebonden belastingen Gebonden belastingen
Onroerende-zaakbelastingen Afvalstoffenheffing
Forensenbelasting Leges en Rechten
Toeristenbelasting Rioolheffing

Kostendekking

Kostendekking
Met ingang van 2017 moet door gewijzigde regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) meer inzicht gegeven worden in de kostendekkendheid van heffingen. Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, mogen ook overheadkosten en BTW worden toegerekend. De BTW is berekend als opslag over de ‘derdenkosten’. De afschrijvingslasten zijn ontstaan uit investeringen waarbij deels sprake is van derdenkosten. De BTW daarover is ook meegenomen.

Mate van kostendekking van de gebonden belastingen

De gebonden heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn. Dit wordt op begrotingsbasis bepaald. In werkelijkheid waren de lasten en baten per heffing:

Overzicht afval

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Afvalstoffenheffing Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten dekkendheid
7.3 Afval 1.966.604 400.000 403.496 2.770.100 -2.096.721 -763.317 -2.860.038 103,25%
6.3 Inkomensregelingen 89.938 89.938 -3,25%
Totaal 2.056.542 400.000 403.496 2.860.038 -2.096.721 -763.317 -2.860.038 100,00%

Overzicht riool

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Rioolheffing Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten dekkendheid
7.2 Riolering 4.052.360 555.900 213.463 4.821.723 -3.522.711 -1.549.984 -5.072.695 105,21%
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 67.892 14.257 82.149 - -1,70%
6.3 Inkomensregelingen 152.637 16.186 168.823 - -3,50%
Totaal 4.272.889 572.086 227.720 5.072.695 -3.522.711 -1.549.984 -5.072.695 100,00%

Begraafrechten

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Begraafrechten Lasten taakveld Overhead (0.4) BTW Totale lasten Heffing Overige baten (0.8) Totale baten Kosten dekkendheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria 518.433 250.000 768.433 -856.040 -26.997 -883.037 114,91%
Totaal 518.433 250.000 - 768.433 -856.040 -26.997 -883.037 114,91%

Woonlastenontwikkeling

d. Woonlastenontwikkeling
Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Onderstaand overzicht geeft de hoogte van de woonlasten in Twenterand voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2018, 2019 en 2020 weer. 

Woonlastenontwikkeling in Twenterand:

Woonlastenontwikkeling 2018 2019 2020
OZB Eigenaar 270,78 338,56 360,30
afvalstoffenheffing (meerpersoons) 175,75 165,83 169,49
Rioolheffing 250,08 240,12 249,96
Totale woonlasten 696,61 744,51 779,75

Woonlastenontwikkeling

De gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar/bewoner van een woning stegen in 2020 met 4,7%. Voor een huurder van een woning stegen deze met 3,3%, omdat deze geen onroerendezaakbelasting betalen.

In onderstaand overzicht uit de publicatie over 2020 worden de lokale lasten van de Twentse gemeenten met elkaar vergeleken.

bruto woonlasten eigenaar-gebruiker woning stijging in % tov 2019
éénpersoonshuishouden meerpersoonshuishouden 1-pers meerpers
2019 2020 2019 2020
Almelo 808 839 808 839 3,8 3,8
Borne 769 786 769 813 2,3 5,8
Dinkelland 744 752 769 778 1,1 1,2
Enschede 773 797 808 832 3,1 3
Haaksbergen 778 847 829 898 8,9 8,4
Hellendoorn 718 859 836 905 19,6 8,3
Hengelo 743 705 817 729 -5 -10,7
Hof van Twente 746 748 778 778 0,3 0,1
Losser 792 860 817 887 8,6 8,6
Oldenzaal 637 669 662 698 5 5,4
Rijssen-Holten 579 590 620 632 1,8 1,9
Tubbergen 666 678 692 705 1,9 1,9
Twenterand 710 745 745 780 4,9 4,7
Wierden 626 755 763 781 20,7 2,4
Overijssel 708 737 743 766 4,1 3,1
Nederland 672 705 740 776 4,9 4,9

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtscheldingsbeleid
Elke gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:
- Voor de ozb, riool- en voor de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
- Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 500m3
- Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
- Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
- Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;
- Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.

In 2020 is in totaal voor een bedrag van bijna € 244.000 verleend aan kwijtscheldingen.

Paragraaf Corona

Inleiding

2020 is onmiskenbaar het jaar van corona. Corona staat daarbij voor een virus waarvan de uitbraak tot een wereldwijde pandemie leidde met grote gevolgen. In dat verband spreken we van de coronacrisis, een crisis met grote impact, ook voor Twenterand. Er waren ingrijpende maatschappelijke gevolgen en ook de bijkomende economische gevolgen waren fors.

Daarmee was de agenda voor 2020 wezenlijk veranderd, en is - om daaraan een goed vervolg te geven - college en raad periodiek geïnformeerd over de financiële impact van de coronacrisis en over de gevolgen voor de programmabegroting 2020.

In deze paragraaf is de financiële impact van corona op Twenterand voor 2020 samengevat.

Onder de streep is het totale financieel effect van corona voor Twenterand op de begroting 2020 € 632.538 positief. Dat betekent dat het totaal aan ontvangen vergoedingen de kosten overschrijdt met dit bedrag. Hierbij zijn enkele kanttekeningen op zijn plaats. In 2020 zijn middelen ontvangen die in 2021 worden besteed zoals bijv. ten behoeve van verkiezingen. Daarnaast treden ook in 2021 effecten op waarvan nog niet vaststaat dat die ook volledig gecompenseerd gaan worden. Daarom is het voorstel om genoemd bedrag te reserveren ten behoeve van de financiering van coronaeffecten in 2021. Zie hiervoor het voorstel voor bestemming van het jaarrekeningresultaat

programma Onderwerp Toelichting bron omvang landelijk betreft tijdvak omvang Twenterand Werkelijke boe- kingen jaarrek. 2020 naar/uit reserve
Uitgave Sociaal Extra kosten uitvoering TOZO Extra kosten uitvoering TOZO. De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) is gericht op inkomensondersteuning en kredietverstrekking. In 2020 zijn drie regelingen van kracht geworden: - TOZO 1, vanaf 1 maart t/m 31 mei 2020; voor Twenterand leidde dit voor wat betreft inkomensondersteuning tot 438 aanvragen en 413 toekenningen en bij kredietaanvragen tot 45 aanvragen en 38 toekenningen. - TOZO 2, van 1 juni t/m 30 september 2020; voor Twenterand leidde dit voor wat betreft inkomensondersteuning tot 102 aanvragen en 90 toekenningen en bij kredietaanvragen tot 13 aanvragen en 11 toekenningen. - TOZO 3, vanaf 1 oktober 2020 t/m 31 maart 2021; voor Twenterand leidde dit in 2020 voor wat betreft inkomensondersteuning tot 89 aanvragen en 81 toekenningen en bij kredietaanvragen tot 17 aanvragen en 8 toekenningen. De uitvoering van deze regelingen liep en loopt via ROZ te Hengelo. Via het Rijk worden gemeenten voor de kosten incl. de uitvoeringskosten gecompenseerd. € 5.635.027
Inkomst TOZO De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Het voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Tozo 2 geldt tot 1 oktober 2020 , de Tozo 3 loop tot 1 april 2021, waarna de Tozo 4 zal starten. 5,5 miljard (tozo 1-3) € 5.635.027 € -
Uitgave Sociaal Toename bijstand Risico sterke instroom bijstandsgerechtigden en bijzondere bijstand. Hogere kosten bijstandsregeling. Vertraagde uitstroom door hogere werkloosheid. Twenterand: In 2020 heeft het aantal bijstandsuitkeringen geen volumestijging laten zien die afwijkt van normaal. Ook de toename op de instroom die werd verwacht medio juni (na de eerste coronagolf en i.v.m. einde 1e ww-periode) en de aanvankelik verwachte toename in september heeft niet plaatsgevonden. Wel is er een afvlakking van de uitstroom; of dit te wijden is aan Corona is onzeker. Toenemende druk op schuldhulpverlening en kwijtschelding van schulden: Er is sprake van een voorzichtige toename van aanvragen. De branchevereniging voor schuldhulpverlening (NVVK) verwacht tot 30 % meer mensen met schulden i.v.m. corona. Dit zou kunnen leiden tot een vraagstijging naar schuldhulpverleningsproducten bij Stadsbank Oost Nederland en een kostenstijging van maximaal 75.000 euro. Over 2020 is nog geen stijging waargenomen.
Uitgave Sociaal Toename BBZ Toename zelfstandigen die een beroep doen op het Bbz (Besluit bijstand zelfstandigen. Twenterand: Er hebben , anders dan verwacht, geen extra levensvatbaarheidsonderzoeken plaats gevonden. Deze zijn zelfs geringer dan "normaal". De verklaring is dat de TOZO in feite een versoepelde versie van de BBZ regeling is (geen vermogens-, partner-,en levensvatbaarheidstoets). Een toename van schuldhulpverlening bij ondernemers die onder de doelgroep van het Bbz vallen is dermate onzeker dat hiermee vooralsnog geen rekening is gehouden. ROZ voert ook schuldhulpverlening voor ondernemers uit die niet onder de doelgroep van het Bbz vallen. Daar werd een vraagstijging en daarmee een kostenstijging verwacht van 25.000 tot 75.000 euro. Ook dit heeft door "het TOZO effect" niet geleid tot een toenemend beroep.
Inkomst BUIG Rijksbijdrage is vanwege Corona gehandhaafd op niveau van voorlopig vastgesteld budget. In september is het macrobudget opnieuw herzien. In oktober is het defintieve budget gepresenteerd 400 mln PM € -
Reintegratie Flankerend beleid: re-integratie van bijstandsgerechtigden: Het kabinet stelt in 2020 en 2021 extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden beschikbaar (€ 40 miljoen in 2020; € 90 miljoen in 2021 inclusief afdracht aan het BTW-Compensatie decembercirculaire 90 mln € 43.000,00 € 43.000
Schulden en bijzondere bijstand Flankerend beleid: gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand: Het kabinet stelt in 2020 en 2021 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 15 miljoen in 2020; € 30 miljoen in 2021) en de bijzondere bijstand (€ 5 miljoen in 2020; € 10 decembercirculaire 20 mln € 25.000,00 € 25.000
Uitgave Sociaal Toename zorgvraag sociaal domein Door het lange thuis zitten en niet de deur uit mogen vereenzamen ouderen, raken jeugd en ouders in de problemen door toename huiselijk geweld, neemt het aantal echtscheidingen toe, etc. Dit leidt tot een toename in de zorgvraag, zowel acuut als na de crisis (gevolgen van lang samen thuis zitten). Specifiek kan worden gedacht aan extra inzet jeugdwerk en voorliggend veld. Twenterand: Veel van deze activiteiten worden gesubsidieerd. Subsidies zijn in stand gebleven. Maatschappelijke instanties hebben hun werkzaamheden zoveel mogelijk gecontinueerd via telefoon en beeldbellen of door contact op 1,5 meter afstand. Eventuele alternatieve activiteiten zijn dermate low budget dat deze niet hebben geleid tot extra lasten in 2020. In de tweede helft van 2020 signaleren we een toename van het aantal WMO-aanvragen (hoofdzakelijk HO), waarbij naast corona ook andere factoren een rol hebben gespeeld. De minister heeft besloten om in april en mei geen eigen bijdrage voor de WMO te innen, daarom is sprake van een lagere opbrengst. Deze gederfde inkomsten worden gecompenseerd door het Rijk. € 48.558 € -48.558
Inkomst Inkomstenderving eigen bijdrage WMO De minister van VWS heeft besloten de eigen bijdrage voor de WMO (ecl. Berschermd wonen en opvang) vrij te stellen voor de maanden april en mei 2020. aanleiding hiervoor was het feit dat als gevolg van de coronacrisis een substantieeel deel van de zorg en ondersteuning in de Wmo niet (volledig) kon worden geleverd. Vanwege een onevenredige uitvoeringslast voor gemeenten en aanbieders rond het tijdelijk opschorten van de eigen bijdrage is besloten om Wmo-clienten in genoemde maanden vrij te stellen van de eigen bijdrage. Gemeenten ontvangen een bedrag van € 18 miljoen als compensatie voor de inkomstenderving die hierdoor optreedt. Bij deze verdeling wordt de compensatie per gemeente opgebouwd uit twee delen. 1. De inkomstenderving voor maatwerkvoorzieningen 2. De inkomstenderving voor algemen voorzieningen met en duurzame hulpverleningsrelatie. septembercirculaire 18 mln april en mei € 48.558 € 48.558
Uitgave Sociaal Extra inspanningen onderwijs Extra stimuleren en bestrijden onderwijsachterstanden bij peuters en jeugd. Regelen noodopvang (evt. extra kosten m.b.t. opvang) / vitale beroepen incl. vervoer. Twenterand: Voor vele peuters uit Twenterand zijn boeken aangeschaft (grote Fiep boek) vanwege de rijksoproep tot stimulering van peuters. Deze kosten worden ook gedekt uit de extra compensatie van het Rijk. Noodopvang kinderopvanginstellingen (bv. 24-uurs opvang). Hiervoor hebben we een compensatie van het rijk ontvangen. Kosten die voor de noodopvang gemaakt zijn zijn door ons geïnventariseerd bij de kinderopvang en de scholen. Het ontvangen rijksbudget van € 52.598 was toereikend. Tot op heden hebben we nog geen compensatie van het rijk ontvangen voor de noodopvang tijdens de tweede coronagolf eind 2020/begin 2021). Daarnaast spelen in de kinderopvang eigen bijdragen van ouders. Deze zijn niet verschuldigd voor de periode waarin er geen kinderopvang werd geboden door Corona. Hier hebben verrekeningen plaatsgevonden en is compensatie van het rijk ontvangen. De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020. Er is geïnventariseerd wat de kosten hiervan bij de kinderopvang zijn geweest. Het rijksbudget van € 17.012 (plus het bovenstaande van € 52.598) was gezamenlijk voldoende toereikend. Tot op heden hebben we ook hier nog geen compensatie van het rijk ontvangen voor de vergoeding van de eigen bijdragen van ouders tijdens de tweede coronagolf (eind 2020/begin 2021). septembercirculaire 1 maart t/m 7 juni € 55.314 € -55.314
Inkomst Voorschoolse voorziening peuters De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 in verband met het coronavirus. Ouders/verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang te blijven betalen in deze periode. Dit gold ook voor ouders/verzorgers van een kind dat gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen voorschoolse educatie, peuteraanbod en sociaal medische indicatie. Op deze wijze kon het gemeentelijke aanbod rondom kinderopvang in stand worden gehouden. Daarbij is ook gecommuniceerd dat ouders een vergoeding krijgen voor het betalen van de eigen bijdrage in deze periode. Met deze eenmalige ophoging ontvangen gemeenten middelen om de eigen bijdrage van de ouders/verzorgers te vergoeden voor de hiervoor genoemde periode. junicirculaire 8,3 mln 1 maart t/m 7 juni € 17.012 € 17.012
Inkomst Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep Voor kinderen van wie één of beide ouders werken in een cruciaal beroep of vitale sector, werd voor de periode medio maart tot 1 juli gratis noodopvang aangeboden. De (gratis) noodopvang gedurende werkdagen eindigde eerder per 8 juni. Gemeenten hebben deze noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen, gecoördineerd. Voor deze periode heeft het kabinet € 23 miljoen in 2020 beschikbaar gesteld ter compensatie van de kosten van deze opvang. De kosten worden door gemeenten aan kinderopvangorganisaties en scholen vergoed. De decentralisatie-uitkering is als volgt verdeeld: iedere gemeente ontvangt een vast bedrag van € 10.000. Het restant wordt verdeeld na rato van het aantal jeugdigen van 0 tot en met 12 in gemeenten. septembercirculaire 23 mln maart - juli € 52.598 € 52.598
Uitgave Sociaal Leveranciers krijgen betaald terwijl ze niet kunnen leveren Met name in het sociaal domein wordt gedurende de crisis minder productie gedraaid waardoor ook de omzet daalt. Teveel omzet daling brengt de (afhankelijke) leveranciers echter in liquiditeitsproblemen. Twenterand: Er is een Twentse regeling zorgcontinuïteit opgesteld gericht op corona voor Wmo en Jeugd. Zoals reeds in eerdere rapportages beschreven bestaan hiervoor bestaan drie categorieën: De indienings/afdoeningstermijn van de regeling Continuïteitsbijdrage (voor huishoudelijke ondersteuning, Wmo begeleiding en jeugdhulp) liep tot 1 september 2020. Over deze periode zijn in totaliteit ruim € 8 ton verstrekt aan continuïteitsbijdragen. Dekking van deze kosten vind plaats door inzet reguliere budgetten Regionaal is een meerkostenregling opgesteld. Meerkosten moeten een duidelijk gevolg zijn van de coronamaatregelen en zouden onder reguliere omstandigheden niet zijn gemaakt. Doelmatigheid, proportionaliteit en rechtmatigheid zijn een belangrijk onderdeel in de regeling. De meerkostenregeling gaat over de periode maart t/m december. Er is tot februari gelegenheid voor het indienen van de aanvragen. Een financieel effect kan nu dan ook nog niet gemaakt worden. Deze regeling wordt gecompenseerd door het Rijk "inhaalzorg en meerkosten Jeugdwet en Wmo" € 133.190 € -133.190
UItgave Daarnaast is er een Twentse regeling voor vergoeding maatwerkvervoer en specifiek extra kosten vervoer i.v.m. (deeltijd)hervatting scholen en extra kosten voorschriften RIVM. Er zijn een aantal extra ritbewegingen gemaakt, echter deze zijn niet specifiek gemaakt en veelal gecombineerd met "bestaande" ritten. Evt. extra gemaakte kosten vloeien hierdoor weg in de reguliere kosten. Inzake meerkosten is er een Twentse regeling, waar vervoerders ook een beroep op zullen gaan doen. Daarnaast wordt momenteel gesproken over de afhechting van het 2e halfjaar rond compenserende bijdragen voor niet gereden vervoer. Dit wordt - conform de betreffende rijkscirculaire - als specifieke afspraak gezien waarbij de oplossing wordt gezocht binnen de ruimte die het vervoerscontract en de daarbij behorende aanbestedingsregels bieden. Deze onderhandelingen zijn reeds gaande. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met het eigen risico van de vervoerder. De uitgaven die in dit kader worden gedaan passen binnen de begroting. Naast de vergoeding voor maatwerkvervoer voor niet/ uitgevoerde ritten, is er sprake van inkomstenderving eigen ritbijdragen voor de regiotaxi (opdrachtgeversdeel). In de eerste golf is er sprake van ca 10.000 minder inkomsten door Eigen Bijdrage. In de 2e golf is het regiotaxivervoer nog niet op het oude niveau. Dit leidt er toe dat er minder inkomsten uit eigen ritbijdrage zijn. Dit is ca. 1000 Euro per kwartaal.
Inkomst Inhaalzorg en meerkosten Jeugdwet en Wmo Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Het Rijk heeft tegelijkertijd met gemeenten afspraken gemaakt over compensatie van de directe meerkosten die voortkomen uit de coronamaatregelen en het volgen van de RIVM-richtlijnen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in gesprek over de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat onder de gebruikelijke omzet kan worden gerealiseerd. De nadere uitwerking van deze afspraken leidt voor nu tot een voorschot op de compensatie voor gemeenten van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg. . Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2020. Van het totaalbedrag van € 144 miljoen uit het compensatiepakket van 28 mei 2020 is een bedrag van € 46 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering, te weten € 34,3 miljoen aan het cluster Jeugd (onderdeel Jeugdhulp; betreft inhaalzorg) en € 11,7 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning (onderdeel Wmo 2015 begeleiding; betreft inhaalzorg). De overige € 98 miljoen betreft een voorschot voor meerkosten. Dit is toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. junicirculaire 144 mln 1 maart - 1 juli € 154.692 € 154.692
Uitgave Ruimte Extrakosten toezicht en handhaving Gemeente moet toezicht houden op naleving van alle regels. Dit kan leiden tot toename van kosten toezicht en handhaving, door extra inzet van medewerkers, overwerk en mogelijk extra inhuur. Als gemeente is toezicht gehouden op de naleving van alle coronaregels. In 2020 is dit gebeurd door extra inzet van de Boa’s. Dat heeft plaatsgevonden vrijwel zonder extra kosten door een andere prioritering van werkzaamheden. Ook is minder tijd besteed aan beleidsmatig werk. € - € -
Inkomst extra toezicht en handhavingstaken Het kabinet stelt € 50 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezicht- en handhavingskosten als gevolg van de coronamaatregelen; onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. septembercirculaire 50 mln 2020 € 76.404 € 76.404
Uitgave Economie Borgstelling en garanties Voor wat betreft borgstellingen en garanties is in 2020 aan Het Punt een garantstelling afgegeven voor max. € 100.000 en die garantstelling is geheel aangesproken. Om de gevolgen van de corona voor de culturele infrastructuur, voor buurt- en dorpshuizen en voor vrijwilligersorganisaties jeugd op te vangen zijn van het Rijk compensatiegelden ontvangen. De gemeente heeft hiervoor een regeling in het leven geroepen waarop organisaties tot 15 april 2021 een beroep kunnen doen. Bovengenoemde garantstelling van Het Punt zal ten laste van deze regeling komen en ook is bekend dat ten behoeve van De Klaampe hierop een beroep zal worden gedaan. € 100.000 € -100.000
Inkomst lokale en regionale culturele infrastructuur De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind: openbare bibliotheken, muziekscholen, centra voor de kunsten, musea, monumenten, schouwburgen, concertzalen, vlakke vloer theaters, poppodia, filmhuizen, beeldende kunstinstellingen, amateurkunst, cultuureducatie en festivals. Voor het landelijke gesubsidieerde aanbod zijn de lokale podia essentieel als speelplekken. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Dit met het oog op borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vastelasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het bedrag is toegevoegd aan het cluster Cultuur en ontspanning van de algemene uitkering. Hoewel de maatregel geen betrekking heeft op het gemeentefonds, is daarnaast vermeldenswaard dat het kabinet heeft besloten € 24 miljoen toe te voegen aan het Tijdelijke Steunfonds voor Lokale Informatievoorziening. Het Steunfonds, dat op 7 april jl. door de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media is opgericht, wordt daarmee verlengd tot eind 2020. Door de coronacrisis vallen reclame-inkomsten weg en komt het voortbestaan van de lokale informatievoorziening, zoals huis-aan-huiskranten, lokale publieke omroepen en lokale nieuwsbladen in gevaar. Het is noodzakelijk dat mensen zich kunnen informeren over de ontwikkelingen in hun omgeving. De lokale media zien hun bereik dan ook groeien. Lokale mediaorganisaties kunnen steun aanvragen bij het Steunfonds. Uitvoerder is het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. junicirculaire 60 mln medio maart- 1 juni € 99.418 € 99.418
Inkomst Lokale en regionale culturele infrastructuur zie ook meicirculaireulaire. Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van medio maart tot en met 1 juni 2020,€ 60 miljoen verstrekt voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur (zie paragraaf 2.2-1 van de aanvullende brief juni 2020). Deze organisaties missen onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het kabinet stelt aan gemeenten nogmaals € 60 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. septembercirculaire 60 mln 1 juni - 31 december € 97.818 € 97.818
Inkomst Extra uitgaven buurt- en dorpshuizen Het kabinet stelt € 17 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen als gevolg van de coronamaatregelen. Deze extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. septembercirculaire 17 mln 2020 € 23.901 € 23.901
Inkomst instandhouden lokale vrijwilligersorganisaties jeugd (scouting speeltuinen) Het kabinet stelt € 7,3 miljoen beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren voor schade als gevolg van de coronamaatregelen. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de motie van het lid Peters c.s. (kamerstukken II 2019/20, 31839, nr. 738) septembercirculaire 7,3 mln 2020 € 16.557 € 16.557
Uitgave Economie Extra uitgaven stimulering lokale economie Extra uitgaven om de lokale economie te ondersteunen en te stimuleren. Door de gemeente is het eerste crisisarrangement van de provincie Overijssel (subsidie) aangevraagd en ontvangen, waaraan ook ondernemers en gemeente bijdragen. De bijdrage van de gemeente heeft plaatsgevonden vanuit het werkbudget en betekent ten opzichte van de begroting 2020 geen extra uitgave. € 20.000 € -20.000
Inkomst Lokale economie De provincie Overijssel heeft ook een tweede en een derde crisisarrangement beschikbaar gesteld. Het tweede crisisarrangement, waar we als gemeenten geen budget bij doen, is goedgekeurd en wordt in 2021 ontvangen. Het derde crisisarrangement wacht nog op goedkeuring, waarbij het de bedoeling is om er uit bestaand budget geld bij te doen. € 20.000 € 20.000
Uitgave Economie Lagere inkomsten uit verhuur of exploitatie Huurders kunnen de huren niet meer opbrengen of de omzet van eigen exploitaties neemt af. Twenterand: Aan de buitensportverenigingen is kwijtschelding van huur verstrekt van 1-3 t/m 31-5. De huuropbrengst van de sporthallen en sportzalen zijn ook lager. Ook aan hen is kwijtschelding van huur verstrekt van 1-3 t/m 31-5. Voor de periode van maart tot juni 2020 is een bedrag van € 47.168 gedeclareerd. Dit bedrag is in zijn geheel toegekend. Voor de periode 1-10 t/m 31-12 komt een nieuwe regeling voor tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties. De regels zijn nu nog niet duidelijk omdat sportparken nog gedeeltelijk open mogen zijn voor training. Onzeker is of dit ook geheel wordt gecompenseerd. . € 90.499 € -90.499
Inkomst Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties Q2 De regeling is bedoeld voor de verhuurders van sportaccommodaties die (een deel van) de huursom in de periode van 1 maart tot 1 juni 2020 hebben kwijtgescholden aan amateursportorganisaties. Dit kan ook met terugwerkende kracht. Zolang de kwijtschelding maar heeft plaatsgevonden vóórdat u de tegemoetkoming aanvraagt. U kunt dus tot 14 oktober (een deel van) de huursom in de periode van 1 maart tot 1 juni 2020 kwijtschelden en vervolgens de tegemoetkoming aanvragen. Hebben wij de deel kwijt gescholden? En hoe hebben we dit gedaan? Uit dit bericht blijkt dat elke vereniging hierover schriftelijk is geinformeerd. Voor de regeling is in totaal € 89,5 miljoen beschikbaar. Bij overschrijding van het beschikbare bedrag wordt er naar rato verstrekt. Alle aanvragers ontvangen dan hetzelfde percentage van hun aanvraag. De verwachting is dat dit voldoende is voor alle aanvragen. Heeft u een Tegemoetkoming schade COVID-19 (TOGS) ontvangen? En u heeft deze tegemoetkoming niet gebruikt ter compensatie van de gederfde huurinkomsten? Dan mag u ook de Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19 aanvragen. Als u meerdere sportaccommodaties heeft, dan kunt u voor alle accommodaties samen subsidie aanvragen. U ontvangt het bedrag na toekenning in één keer op uw rekening. We kunnen alles bundelen. U kunt de tegemoetkoming aanvragen van 15 september tot en met 14 oktober 2020. Inmiddels is bekend dat deze TVS-regeling voor verhuur van sportaccomodaties ook voor periode 1 oktober t/m 31 december 2020 zal gaan gelden. VSG informeert ons wanneer er meer duidelijkheid is over deze regeling. min. VWS (DUS-i) 89,5 mln. 1 maart - 1 juni € 47.168 € 47.168
inkomst Tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties Q4 Dit is een vervolg op de TVS regeling die van toepassing was op het tweede kwartaal van 2020. De voorwaarden om in aamerking te komen zijn niet gelijk als de eerste ronde. Er kan alleen een tegemoetkoming worden aangevraagd voor de kwijtgescholden huur van huurders die voldoen aan de definitie van een amateursportorganisatie. Voor niet gebruiksgebonden huur kan maximaal 45% van de huursom van het 4e kwartaal worden aangevraagd voor compensatie. Voor gebruiksgebonden huur kan een aanvraag worden gedaan voor de uren dat er geen gebruik kon worden van de sportaccommodatie. De regeling kan worden aangevraagd in de periode van 9 maart tot en met 3 mei 2021. min. VWS (DUS-i) 30 mln 1 oktober - 31 december € -
Uitgave Lagere entree opbrengsten zwembaden Lagere opbrengsten zwembaden, doordat zwembaden 2 maanden dicht waren en daarna lagere opbrengst door 1,5 meter maatschappij en tijdelijke verlaging van het entreekaartje naar € 2. Voor zwembaden is nog geen compensatie geweest in 2020, dit komt in 2021. € 99.623 € -99.623
Inkomst Spuk zwembaden en ijsbanen 2020 Zwembaden en ijsbanen Exploitanten van zwembaden en ijsbanen komen in de meeste gevallen in aanmerking voor verschillende andere regelingen zoals de TOGS en NOW. Om weer open te mogen gelden beperkende COVID-19 maatregelen zoals het maximaal aantal bezoekers. Hierdoor blijven er nog altijd significante exploitatietekorten ontstaan. Een eventuele specifieke compensatieregeling hiervoor is door de openstelling op basis van huur of bijvoorbeeld begroting 2019 moeilijk te maken. Over een eventuele compensatie van het rijk is afgesproken dat hierover vanaf oktober gesprekken plaats zullen vinden tussen VWS directie sport en Vereniging Sport en Gemeenten in nauw overleg met VNG. De berekeningen zullen dan plaatsvinden op basis van realisatiecijfers 2020 en eerder. De spuk kan worden aangevraagd van 1 april tot en met 31 mei 2021 min. VWS (DUS-i) 100 mln 1 maart - 31 dec 2020