Financiële ontwikkeling WMO
Op de financiële ontwikkelingen in de Wmo gaan wij nader in. Deze worden naast de kenmerken van een open einde regeling ook beïnvloed door plannen van het rijk. Het Rijk zet in op het beheersbaar maken van de stijgende zorgkosten, het verminderen van de administratieve lasten en het heroverwegen van het Wmo-abonnementstarief. Dit leidt de komende jaren tot verschillende landelijke wijzigingen binnen de Wmo.
Eigen bijdrage Wmo
De voorgenomen afschaffing van het vaste Wmo-abonnementstarief van € 21 per maand per huishouden, oorspronkelijk voorzien voor 2027, is uitgesteld. Het kabinet heeft besloten de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage uit te stellen tot 1 januari 2028. Doel van de wijziging is het volgende: Met deze maatregel wil het kabinet de sterke groei van het gebruik van Wmo-voorzieningen, met name huishoudelijke hulp, beheersen. Door een grotere relatie te leggen tussen de eigen bijdrage en de financiële draagkracht van inwoners wordt verwacht dat het beroep op voorzieningen afneemt. Daarnaast bevat het coalitieakkoord het voornemen om huishoudelijke hulp vanaf 2029 niet langer als Wmo-maatwerkvoorziening aan te bieden. De precieze uitwerking van dit voornemen moet nog plaatsvinden. Gemeenten dienen rekening te houden met mogelijke gevolgen voor de toegang tot ondersteuning, de uitvoering en de financiële effecten binnen het sociaal domein. Daarbij is het de vraag of de verrekening met het gemeentefonds budgettair neutraal uitvalt. Voor inwoners die deze ondersteuning niet zelf kunnen organiseren of betalen, blijft een nog nader uit te werken vangnetregeling bestaan. De inhoud, doelgroep en financiële gevolgen van deze regeling zijn op dit moment nog niet bekend.
Krachtig ouder worden
De effecten van Krachtig ouder worden naar verwachting begin 2027 geëvalueerd.
De effecten van vergrijzing blijven een rol spelen in de financiën. Wmo kosten ervaren wij als een potentiële financiële tijdbom (vergrijzing i.c.m. zorgzwaarte o.a. vanwege toename dementie).
De wijzigingen kunnen gevolgen hebben voor de omvang van het Wmo-gebruik, de uitvoeringskosten en de gemeentelijke financiële huishouding en planning. Gemeenten worden geacht de landelijke ontwikkelingen te volgen en de mogelijke effecten tijdig te verwerken in beleid, uitvoering en begroting. Vanwege de onzekerheden zijn de gecalculeerde effecten Wmo op deze regelingen zoals benoemd in de meicirculaire nog niet verwerkt, maar budgetneutraal opgenomen.
Preventie, goede sturing en datagedreven werken binnen het sociaal domein blijft heel belangrijk. Het is goed om te melden dat de adviseur bedrijfsvoering sociaal domein inmiddels onder de naam Businesscontroller sociaal domein binnen de formatieve ruimte is ingevuld. Dit gaat ons helpen in prognotisering en monitoring van de kosten.