Inleiding

Terug naar navigatie - Meerjarenraming 2028-2030 - Inleiding

Ter voldoening aan het gestelde in de Gemeentewet en in hoofdstuk III van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten leggen wij aan u de meerjarenramingen 2028 t/m 2030 voor. De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar, waaronder de baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen. De toelichting op de meerjarenraming bevat tenminste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar. Door onder andere hiermee rekening te houden kan de meerjarenbegroting uitwijzen of de doelstelling van een sluitende begroting op termijn wordt gerealiseerd.

Uitgangspunten meerjarenraming

Terug naar navigatie - Meerjarenraming 2028-2030 - Uitgangspunten meerjarenraming

De begroting 2027 als basis.

De meerjarenramingen zijn opgesteld met als uitgangspunt voor inflatiestijging kosten derden:  2,2% voor 2028, 2,2% voor 2029 en 2,2% voor 2030.

Voor subsidies is een stijging meegenomen van 3,7% voor 2028, 3,9% voor 2029 en 3,9% voor 2030. 

Voor uitgaven sociaal domein is voor 2028, 2029 en 2030 een stijging meegenomen van 4%.

Voor salarissen is een stijging meegenomen van 5,2% voor 2028, 5,5% voor 2029 en 5,5% voor 2030 (inclusief periodieke verhogingen).

Algemene uitkering gemeentefonds
De in de meerjarenbegroting opgenomen raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de circulaire van mei 2026. Voor de ontwikkeling van het gemeentefonds zijn vooral de volgende punten van belang;

- De ontwikkeling van het aantal decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen naast de algemene uitkering;

- De gevolgen van de ontwikkelingen van het accres;
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Het accres wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). In de meicirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder.
Het accres is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is daarbij gebaseerd op een 8-jarig historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het prijsdeel is gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product van het lopende jaar (inflatie). In principe kan het volumedeel gebruikt worden om hogere kosten op te vangen die volgen uit bijvoorbeeld de groei van de bevolking en beleidsontwikkelingen. Het prijsdeel kan gebruikt worden om loon- en prijsstijgingen op te vangen.
Het accres is voor de komende jaren beperkt bijgesteld. Dit leidt voor Twenterand tot een minimaal effect voor de algemene uitkering.

- Vrijval Btw-compensatiefonds;
In de meicirculaire vindt altijd de afrekening met het Btw-compensatiefonds over het voorgaande jaar plaats. Het geld dat in het compensatiefonds achterblijft, omdat gemeenten minder BTW hebben gedeclareerd dan in het compensatiefonds aan middelen zit, wordt dan aan het gemeentefonds toegevoegd. 
Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2025, mag in de begroting 2027 een structurele stelpost worden opgenomen. Twenterand heeft hiervoor jaarlijks een bedrag van € 360.000 geraamd.

- Ontwikkelingen uitkeringsbasis
De uitkeringsbasis van het gemeentefonds wordt bepaald aan de hand van diverse landelijke maatstaven, zoals het aantal inwoners, woonruimten en huishoudens.
Veranderingen in deze maatstaven hebben invloed op de verdeling van het gemeentefonds. Als de omvang van de maatstaven (kwantiteit) stijgt, dan moet het bedrag per maatstaf (gewicht) dalen om de totale beschikbare gelden gelijk te houden. Dit leidt tot een ontwikkeling in de uitkeringsbasis. Voor Twenterand leidt deze ontwikkeling tot een positieve bijstelling van de algemene uitkering met € 260.000 in 2027 tot bijna € 500.000 in 2030.

- Hoeveelheidsverschillen op de maatstaven
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van diverse maatstaven (zoals inwoneraantal en oppervlakte van de gemeente) met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). Aanpassingen in het aantal eenheden (door Twenterand) en het bedrag per eenheid (door het Rijk) leidt tot een wijziging van de algemene uitkering.
Twenterand heeft voor de berekening van de algemene uitkering een aantal maatstaven bijgesteld, maar ook het Rijk heeft de waarde per maatstaf (in enkele gevallen) naar beneden bijgesteld. De maatstaf ‘huishoudens met een laag inkomen met drempel’ heeft hierbij het grootste effect. Deze maatstaf hebben wij aan moeten passen op basis van de actualisatie van de aantallen voor deze maatstaf door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Gezien het grote gewicht van deze maatstaf (bedrag per eenheid) in de berekening, is het effect voor Twenterand door deze bijstelling erg nadelig. Het totale negatieve effect van alle hoeveelheidsverschillen loopt op van € 1.000.000 in 2027 tot € 1.300.000 in 2030

- Integratie Uitkering (IU) Participatie
De omvang van de integratie uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 84,1 miljoen macro in 2026, aflopend naar € 68,1 miljoen macro in 2031). Voor Twenterand betekent dit een positieve bijstelling van de uitkering met ongeveer € 350.000 per jaar voor 2027-2029 en € 235.000 in 2030.

- Huishoudelijke hulp uit de WMO
Mensen die dit kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Dit betekent dat de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo met ingang van 1 januari 2029 wordt geschrapt. Voor de mensen die hulp niet zelf kunnen betalen, blijft de gemeente daarin voorzien. Met ingang van 2029 wordt de uitkering uit het gemeentefonds verlaagd met € 1,4 miljard (macro). Voor de vangnetregeling wordt € 430 miljoen toegevoegd, waardoor per saldo een netto verlaging resteert van € 1 miljard (macro). Voor Twenterand betekent dit vanaf 2029 een structureel nadeel van ruim € 1,7 miljoen.
Het is nog onduidelijk hoe het vangnet eruit komt te zien en wie hiervan gebruik kan maken. Als gevolg hiervan kunnen gemeenten nog niet inzichtelijk maken wat de daadwerkelijke financiële gevolgen zijn van het nieuwe beleid. Voor de begroting 2027 staan de toezichthouder daarom toe een stelpost op te nemen voor de netto-uitname uit het gemeentefonds ter hoogte van € 1 miljard (macro). Hierdoor heeft deze maatregel een budgetneutraal effect op de begroting. Zodra bij de begroting 2028 meer bekend is over de beleidsmatige invulling vraagt de toezichthouder de gemeenten om een reële raming van de financiële gevolgen op te nemen en de stelpost te laten vervallen. Dit is conform het begrotingsadvies 2027-2030 van de VNG.

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)
Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling. Met dit geld kunnen gemeenten bijvoorbeeld extra personeel aantrekken. Gemeenten moeten ervanuit kunnen gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan.
In de meicirculaire 2026 zijn de CDOKE-middelen voor 2027 (totaal € 671 miljoen macro) via een decentralisatie-uitkering beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.
Het bedrag dat Twenterand hierbij ontvangt, bestaat uit 2 delen:
-        Basisfinanciering
-        Planfinanciering (extra middelen die door gemeenten aangevraagd kunnen worden voor specifieke plannen)
Op dit moment is nog onduidelijkheid hoe de CDOKE-middelen na 2027 beschikbaar worden gesteld. Desondanks is het toegestaan, op aangeven van de toezichthouder, om het bedrag wat wij in 2027 ontvangen aan basisfinanciering voor de klimaat- en energiegelden op te nemen als structurele baat in de begroting 2027 voor de jaren vanaf 2028. Voor wat betreft de planfinanciering geldt dat dit bedrag alleen geraamd mag worden op basis van de verkregen beschikking.

Herverdeling gemeentefonds
De verdeling van de middelen uit het gemeentefonds is vanaf 2023 gewijzigd. Door deze herverdeling van het gemeentefonds zijn er voor- en nadeelgemeenten ontstaan. Vanaf 2023 houden gemeenten rekening met een ingroeipad vanwege de invoering van dit nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie-uitkering. Op die manier worden voor- en nadelen voorlopig beperkt in afwachting op een nieuwe verdeling.
Het Rijk stelt in de meicirculaire 2026 de nieuwe verdeling van het gemeentefonds met twee jaar uit. De nieuwe verdeling gaat nu pas per 2029 in, in plaats van per 2027. Ook wordt het ingroeipad voor 2027 en 2028 tijdelijk bevroren. Het ministerie van BZK volgt hiermee het advies op van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG, omdat de plannen over de herverdeling nog niet voldoende zijn uitgewerkt. Zodra dit het geval is, is de volgende stap in het ingroeipad voorzien per 1 januari 2029. Wat het effect hiervan voor Twenterand zou zijn, is nog niet in te schatten. Het is echter wel een risico dat in beeld moet blijven.

Investeringen
Uit de in de begroting opgenomen investeringslijsten voor de periode 2028 t/m 2030 blijkt dat voor deze jaren de volgende investeringen worden geraamd, te weten:

2028 € 4.745.969
2029 € 8.093.258
2030 € 4.121.334

Berekende / geraamde budgetprognose 2027 t/m 2030
De resultaten van vorenstaande leidt tot de resultaten zoals eerder vermeld in het hoofdstuk "Overzicht van baten en lasten"