Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de Twenterand en laat zien in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Hiervoor presenteren we het weerstandsvermogen, de risicobeheersing en verschillende kengetallen die de financiële weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeente in beeld brengen.
De afgelopen jaren hebben de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne laten zien dat onverwachte gebeurtenissen grote maatschappelijke en financiële gevolgen kunnen hebben. Ook de gemeente heeft de impact hiervan ervaren.
De komende jaren blijven ook onzeker. Factoren zoals de oorlog, opgaven vanuit het Rijk, financiële tekorten, arbeidsmarktkrapte en stijgende rente brengen risico's met zich mee op de korte en middellange termijn. Daarom blijven wij continu alert op ontwikkelingen. We monitoren risico's, beoordelen de mogelijke gevolgen en nemen waar nodig maatregelen.
Tegelijkertijd krijgen gemeenten te maken met steeds meer complexe opgaven. Om hier goed op te kunnen inspelen, hebben wij onze organisatie ingericht op een manier die zowel robuust als wendbaar is. Hierdoor zijn we beter in staat om nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen effectief aan te pakken.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing 

Risicobeheersing is het expliciet en systematisch omgaan met en beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met beleidsmatige en/of financiële gevolgen. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat beleid en uitvoering in gevaar komen. Weerstandsvermogen is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit is samengevat in de volgende tabel. Ultimo 2027 bedraagt de weerstandscapaciteit  € 24.912.270

Omschrijving Stand 31-12-2025 rekening Stand 01-01-2027 begroot Stand 31-12-2027 begroot
Algemene risico reserve €  23.696.540 € 27.651.878 € 24.912.270 
Reserve minimabeleid € 258.228  € -  € - 
Reserve sociaal domein € 7.047.826 € -  € - 
Reserve risico's grondbedrijf € 2.172.449  € -  € - 
Totaal € 33.175.043  € 27.651.878 

€  24.912.270


De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico’s die worden gelopen. Daarvoor doen we aan risicomanagement. Doelen hiervan zijn het bevorderen van risicobewustzijn en het expliciet maken en beheersen van risico’s. Het is een continu proces gericht op:

 
• Het identificeren van risico’s: waar lopen we welke risico’s? 
• Het classificeren van risico’s: hoe groot is de kans, de impact en het financiële effect? 
• Het treffen van beheersmaatregelen

Om risico's goed in beeld te houden, organiseren we twee keer per jaar risicosessies met betrokken medewerkers uit zowel de inhoudelijke als financiële disciplines. Tijdens deze sessies brengen we risico's in kaart en beoordelen we per risico de kans dat het zich voordoet en de mogelijke gevolgen.
Daarbij kijken we naar de financiële impact, zowel incidenteel als structureel, en naar de gevolgen voor de doelstellingen van de gemeente en haar imago. Deze niet-financiële gevolgen worden beoordeeld met een rapportcijfer, waarbij een hoger cijfer staat voor een grotere impact.
Op basis van deze inventarisatie actualiseren we het risicoprofiel van de gemeente. Dit vormt de basis voor beheersmaatregelen die erop gericht zijn de kans op optreden van risico's te verkleinen en de gevolgen ervan te beperken. Het kwantificeren van risico's blijft daarbij soms een uitdaging, omdat niet alle risico's zich eenvoudig in cijfers laten uitdrukken.

De belangrijkste risico's zijn opgenomen in tabel 2: Risico's. Dit overzicht is echter niet volledig. Door ontwikkelingen zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering en migratie krijgt de gemeente steeds vaker te maken met grote en moeilijk voorspelbare opgaven.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is de oorlog in Oekraïne. Deze heeft niet alleen economische gevolgen, maar ook humanitaire gevolgen. Zo is een groot beroep gedaan op de gemeente en de samenleving om Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Daarbij is onduidelijk hoe lang deze opvang nodig is.
De organisatie is zich bewust van deze ontwikkelingen en heeft daarom een structuur die zowel robuust als wendbaar is. Het robuuste deel richt zich op de reguliere werkzaamheden, terwijl het wendbare deel zich richt op nieuwe en complexe opgaven (opgavegericht werken). Hoewel dit de onvoorspelbaarheid van maatschappelijke ontwikkelingen niet wegneemt, helpt het ons wel om hier beter en sneller op in te spelen.

Tabel risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Tabel risico's
impact
kans
vereist weerstandsvermogen
i/s
doel
imago
Risico's
in euro's
1
Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen
€ 1.000.000
s
7
7
50%
€ 1.000.000
2
Optreden majeure procesfout of incident
€ 500.000
i
7
9
20%
€ 100.000
3
Samenwerkingsaspecten
€ 500.000
i
5
8
50%
€ 250.000
4
Kwetsbaarheid informatiesystemen (digitale weerbaarheid)
€ 250.000
i
9
8
25%
€ 62.500
5
Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed
€ 500.000
i
5
8
35%
€ 175.000
6
Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving)
€ 1.000.000
i
3
8
10%
€ 100.000
7
Bodem
€ 200.000
i
3
3
20%
€ 40.000
8
Ruimtelijke ontwikkelingen, Invoering Omgevingswet (Ow) en Wkb
€ 500.000
i
3
6
20%
€ 100.000
9
Cybersecurity-risico
€ 2.000.000
i
6
10
15%
€ 300.000
10
BBV, gemeentefonds, verdeelmodellen en overige financiële regelgeving
€ 1.500.000
s
2
2
50%
€ 1.500.000
11
Opduiken van niet (goed) vastgelegde afspraken met gevolgen
€ 500.000
i
2
8
20%
€ 100.000
12
Personeel gerelateerde risico's
€ 1.000.000
i
8
7
75%
€ 750.000
13
Humanitaire ontwikkelingen
€ 500.000
i
8
8
20%
€ 100.000
14
Grondexploitatie
€ 1.000.000
i
8
8
25%
€ 250.000
Totaal
€ 4.827.500
Weerstandsvermogen is 'impact in euro's' maal 'kans' waarbij structurele risico's dubbel tellen

Toelichting risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting risico's
De gemeente voert een actiever grondbeleid door gronden aan te kopen voor toekomstige woningbouw, zoals in Vriezenveen-Zuid. Daarbij bestaan risico’s rond het verkrijgen van een woonbestemming en mogelijke veranderingen in de woningmarkt, waardoor verkoop lastiger kan worden. Hoewel het marktrisico momenteel beperkt is, zijn tijdige ontwikkeling van plannen en het vroeg betrekken van inwoners en stakeholders belangrijk om financiële risico’s te beperken en draagvlak te vergroten.


1. Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen.
Door onvoldoende voortgang van de benodigde transformatie binnen het sociaal domein, gecombineerd met onzekerheden in landelijke beleidsontwikkelingen en financiering, bestaat het risico dat maatschappelijke doelen niet worden gerealiseerd en kosten hoger uitvallen dan begroot. Gezien de omvang van de landelijke hervormingen, de onzekerheid over toekomstige financiering en de beperkte beïnvloedbaarheid van diverse maatschappelijke ontwikkelingen blijft het sociaal domein één van de grootste financiële risico's voor de gemeente in de komende jaren.

2. Optreden van een majeure procesfout of incident. 
Dit risico betreft het optreden van een procesfout of incident leidend tot een grote verstoring van het proces of in de dienstverlening. Uiteraard kunnen procesfouten en incidenten altijd plaatsvinden, maar bij dit risico gaat het om een grote verstoring. Aanleiding hiervoor kan zijn: een gebrek aan casusregie waardoor de juiste zorg niet of niet tijdig is verleend; het onvoldoende op orde zijn van het administratieve proces en het juiste gebruik van programmatuur; het verlenen van andere zorg dan bedoeld of het verlenen van te dure of te langdurige zorg door rolonduidelijkheid, wachtlijsten of gebrek aan kennis bij de medewerkers. Ten gevolge van het optreden van incidenten kan de koersvastheid onder druk komen te staan. Er kan een toename optreden van het aantal ingebrekestellingen en/of bezwaarschriften met gevolgen voor imago en kosten. Naarmate wachttijden oplopen, neemt het risico op incidenten toe. Daarom worden wachttijden actief gemonitord. Wachttijden in de toegang en in de rest van de keten vragen bijzondere aandacht.

3. Samenwerkingsaspecten.
Binnen het sociaal domein en het onderwijs werkt de gemeente samen met veel partners. Verschillen in belangen, prioriteiten, capaciteit en werkwijzen kunnen de slagkracht van deze samenwerkingen beperken en invloed hebben op de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening.
Voor de transformatie van de jeugdhulp is samenwerking nodig tussen gemeenten, zorgaanbieders, onderwijs en partners in het gedwongen kader. De slagkracht binnen de jeugdhulpregio staat onder druk. Onderzocht wordt hoe de regio structureel kan beschikken over meer uitvoeringskracht; een eerste uitwerking hiervan wordt verwacht in de begroting van SamenTwente 2028. Daarnaast wordt voor de jeugdhulpregio vanaf 2028 een structurele investering voorzien, waarvan de omvang nog nader moet worden bepaald.
Arbeidsmarktkrapte, financiële druk bij zorgaanbieders en aangescherpte wet- en regelgeving kunnen leiden tot vertragingen, verminderde beschikbaarheid van zorg en hogere kosten. Faillissementen of discontinuïteit bij aanbieders kunnen aanvullende maatregelen noodzakelijk maken om de dienstverlening aan inwoners te waarborgen.
Op het gebied van onderwijshuisvesting zijn de risico's toegenomen door de invoering van de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting. Gemeenten krijgen aanvullende verantwoordelijkheden, terwijl hiervoor geen extra structurele middelen beschikbaar zijn gesteld. Tegelijkertijd komen schoolbesturen, in afwijking van de afspraken binnen het Integraal Huisvestingsplan (IHP), niet tot een gezamenlijk scholenplan. Hierdoor bestaat het risico dat investeringen onvoldoende toekomstbestendig zijn en publieke middelen niet optimaal worden ingezet. In het begrotingsjaar 2028 onderzoekt de gemeente hoe zij hier meer regie op kan voeren.
Daarnaast bestaat een risico op zorgfraude en op financiële effecten van regionale inkoop- en samenwerkingsconstructies. Door vroegsignalering, contractmanagement, regionale samenwerking en toepassing van onder meer de Bibob-toets wordt dit risico zoveel mogelijk beperkt.

4. Kwetsbaarheid informatiesystemen (digitale weerbaarheid).
De gemeente Twenterand is in toenemende mate afhankelijk van digitale informatiesystemen voor haar dienstverlening en bedrijfsvoering. Deze afhankelijkheid neemt verder toe door het gebruik van cloudplatforms, API-koppelingen en digitale ketens met externe partners en leveranciers. Hoewel deze ontwikkelingen bijdragen aan een efficiënte en flexibele organisatie, vergroten zij ook de kwetsbaarheid voor verstoringen, cyberincidenten en datalekken. Aanvallers richten zich daarbij steeds vaker op de zwakste schakel binnen een digitale keten, zoals leveranciers of systemen met toegang tot gevoelige informatie.
Daarnaast bestaat het risico dat binnen de organisatie applicaties of digitale oplossingen worden aangeschaft en gebruikt zonder voldoende afstemming met de informatievoorzienings- en beveiligingskaders. Hierdoor kunnen systemen ontstaan die niet voldoen aan de gemeentelijke uitgangspunten voor informatiebeveiliging, architectuur en gegevensbeheer.
Ook onjuist of onvoldoende deskundig gebruik van applicaties kan leiden tot risico's. Denk hierbij aan het niet tijdig afhandelen van zaken (Djuma – subsidieaanvraag), het overschrijden van wettelijke termijnen, onvolledige of onjuiste registratie van informatie en een verminderde kwaliteit van gegevens. Dit kan gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van processen, de kwaliteit van besluitvorming en de betrouwbaarheid van de gemeentelijke informatievoorziening. Om deze risico's te beperken wordt actief gewerkt aan het verbeteren van datakwaliteit en het beschikbaar stellen van betrouwbare, reproduceerbare en begrijpelijke informatie op basis van brongegevens.

De toenemende inzet van kunstmatige intelligentie (AI) biedt kansen voor efficiëntere dienstverlening en bedrijfsvoering. Tegelijkertijd brengt ongecontroleerd gebruik risico's met zich mee, waaronder schending van privacywetgeving, verlies van vertrouwelijke informatie en reputatieschade.
Nieuwe wet- en regelgeving, waaronder de BIO2 en NIS2, stelt bovendien hogere eisen aan informatiebeveiliging, risicobeheersing en digitale weerbaarheid. Het niet tijdig voldoen aan deze verplichtingen kan leiden tot hogere herstelkosten bij incidenten, schadeclaims van derden, toezichtmaatregelen en bestuurlijke verantwoording richting raad, accountant en toezichthouders.
Het college van burgemeester en wethouders en de gemeentelijke directie dragen de eindverantwoordelijkheid voor de digitale weerbaarheid van de organisatie. De komende jaren blijft het versterken van informatiebeveiliging, datakwaliteit, digitale weerbaarheid en bewustwording binnen de organisatie een belangrijk aandachtspunt om de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening te waarborgen.

5. Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed. 
Binnen het gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed kunnen zich verschillende soorten risico’s voordoen. Deze zijn gerelateerd aan: 
• De bouwkundige staat; 
• De exploitatie van gebouwen; 
• De leegstand van gebouwen.

Gemeentelijk vastgoed is vastgoed waarvan de gemeente eigenaar is. Maatschappelijk vastgoed is vastgoed in eigendom en/of in gebruik bij maatschappelijke organisaties, zoals verenigingen en stichtingen. Wanneer zich (financiële) problemen voordoen, zal de gemeente al snel worden aangesproken. 
We benoemen het risico dat niet wordt voldaan aan de Wet Markt en Overheid, bijvoorbeeld wanneer geen kostendekkende huur in rekening wordt gebracht. Een ander risico is dat er onvoldoende scherp zicht is op gemeentelijke eigendommen, waardoor zich verrassingen kunnen voordoen op het gebied van niet voorziene onderhoudsinspanningen. Deze onderhoudsinspanningen kunnen ook het gevolg zijn van het feit dat de afgelopen jaren het onderhoud op (sommige) vastgoed niet of op een lager niveau is uitgevoerd.

Juridische risico's: 
Exploitatie van vastgoed valt onder het privaatrecht. De gemeente wordt in haar handelen gezien als marktpartij, echter gelden wel aanvullende regels om oneerlijke concurrentie te voorkomen (o.a. Wet Markt en Overheid en Didam-arrest). Op verschillende vlakken zijn juridische risico's aanwezig omdat de gemeentelijke vastgoedportefeuille niet voldoet aan de wettelijke eisen.

Financiële risico’s:
Het niet voldoen aan de wettelijke eisen levert ook financiële risico's op aangezien de gevolgen kunnen leiden tot schadevergoedingen en dwangsommen aan de gemeente.  Daarnaast is de gemeentelijke administratie nog niet voldoende passend ingericht voor effectief en efficiënt vastgoedmanagement wat leidt tot onvoldoende sturing op financiële prestaties en risico's.

In de begroting wordt rekening gehouden met huuropbrengsten van het gemeentelijke vastgoed die mogelijk niet volledig kunnen worden gerealiseerd. Een voorbeeld hiervan is het gemeentehuis. Het is de bedoeling om meerdere ruimtes extern te verhuren, maar voor een deel van deze ruimtes is nog geen eindgebruiker in zicht.
In een aantal gemeentelijke panden binnen de portefeuille en leegstandsbeheer zijn asbesthoudende materialen aanwezig. Bij een brand kunnen asbestvezels vrijkomen, met risico’s voor de volksgezondheid, hoge kosten voor sanering, claims en mogelijke boetes.

6. Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving)
Met de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente een bredere verantwoordelijkheid gekregen voor verschillende thema's. Denk hierbij aan de kaderrichtlijn water, ZZS, PFAS, luchtkwaliteit en inzet op waterbodem sturend. De verwachting is dat inzet op deze thema's resulteren in structurele taken voor het VTH uitvoeringsprogramma, waarbij het personeel voor de uitvoering van deze taken moet voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria. De structurele inzet en opleiding van personeel kan hierbij leiden tot een (financieel) risico. 
Het niet (kunnen) voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria (kennis, controles en frequenties) in relatie tot het uitvoeringsprogramma voor alle VTH-producten (bouw, milieu, afwijkend gebruik etc.) bevat risico’s t.a.v. veiligheid, gezondheid en de leefbaarheid van de fysieke leefomgeving, omdat normconform gedrag niet of verminderd wordt getoetst. Noodzakelijk herstel en sanctioneren blijven dan uit. Dit kan resulteren in ongewenste maatschappelijke, juridische en economische effecten. Denk aan toename van illegale bouwwerken, illegaal gebruik van gronden en objecten, toenemende ergernissen bij inwoners, toename van Woo verzoeken en mogelijke ingebrekestellingen bij het niet tijdig nemen van juridische besluiten, waardoor we dwangsommen verschuldigd zijn.

7. Bodem
Met de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente een bredere verantwoordelijkheid gekregen voor de bodemkwaliteit. Dit brengt diverse risico’s met zich mee, zowel in het kader van acute incidenten als structurele bodemopgaven.
De gemeente loopt een risico op onverwachte bodemverontreinigingen, onder andere door illegale activiteiten zoals drugsdumpingen, ontwikkelingen rondom PFAS, voormalige NAVOS-locaties en overige verontreinigingen.
Wanneer deze situaties zich voordoen op gronden die in eigendom zijn van de gemeente of in de openbare ruimte, komen onderzoek, beheersmaatregelen en eventuele sanering volledig voor rekening van de gemeente.

Onder de Omgevingswet zijn de bodemtaken van de Provincie overgegaan naar de gemeente. Alle uitvoerende, aan milieubelastende activiteiten gebonden, milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de adviestaak voor bodem worden uitgevoerd door de ODT.
 

PFAS
Specifiek voor het onderwerp PFAS is via de Provincie historisch onderzoek uitgevoerd naar mogelijke verontreinigingen binnen de gemeente. Eventuele bronnen worden op basis van risico nader onderzocht. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er voor Twenterand geen groot risico bestaat en er momenteel geen gevolgen zijn. 

Stikstofcrisis
Nederland kampt met een stikstofcrisis doordat landbouw, industrie en verkeer meer stikstof uitstoten dan de natuur aankan. Omdat Nederland Europese verplichtingen heeft om natuur te beschermen, moet de uitstoot worden verminderd. Beleidsmaatregelen zijn echter regelmatig gestrand, terwijl recente rechterlijke uitspraken de druk verder hebben vergroot. Hierdoor ligt de vergunningverlening voor veel projecten in het land vrijwel stil. Zonder effectieve maatregelen dreigt Nederland in een langdurig stikstofslot te blijven, met negatieve gevolgen voor onder meer de bouw, infrastructuur, landbouw en industrie.

Het Kanaal Almelo-de Haandrik blijft ook de komende jaren aandacht vragen. De gemeente leidt aanzienlijke schade aan de eigen infrastructuur, zoals wegen. Vooralsnog wordt dit niet vergoed, maar we zijn hierover op ambtelijk en bestuurlijk niveau in gesprek met de provincie. Voor de Noorderweg specifiek geldt, dat er financiële middelen zijn opgenomen in de begroting. De kans bestaat echter dat er onvoorziene maatregelen nodig zijn, waarmee veel extra geld is gemoeid.
In het gebied Hammerflier (met een sterk wisselende bodemopbouw) ontstaan vergelijkbare schades aan onze wegen. Ook die wegen vergen t.z.t. een bijzonder aanpak, leidend tot hogere (onderhoud)kosten. In 2026 zijn de eerste wegen aangepakt, waaronder de Bakkersweg. 

8. Ruimtelijke ontwikkelingen – Invoering Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) brengt verschillende risico’s en uitvoeringsuitdagingen met zich mee. Er bestaat een risico dat de Omgevingsvisie 2.0 niet tijdig wordt vastgesteld, terwijl problemen met landelijke systemen de ontwikkeling van omgevingsplannen vertragen en leiden tot een oplopende werkvoorraad. Daarnaast zorgt het uitstel van de Wkb voor verbouwingen voor een tekort aan bouwtoezichthouders en is nog onduidelijk welke gevolgen de verschuiving van taken naar marktpartijen heeft voor toezicht, aansprakelijkheid en calamiteiten. Ook de financiële effecten op legesopbrengsten vragen de komende jaren om monitoring en mogelijke bijsturing.

9. Cybersecurity-risico.
Cybersecurity omvat tegenwoordig veel meer dan alleen het risico op een hack. Organisaties worden geconfronteerd met uiteenlopende digitale dreigingen die de continuïteit van de dienstverlening, de beschikbaarheid van systemen en de vertrouwelijkheid van gegevens kunnen aantasten. Denk hierbij aan ransomware, DDoS-aanvallen, datadiefstal, malware, softwarekwetsbaarheden en incidenten bij leveranciers of ketenpartners. De snelle ontwikkeling en brede inzet van AI zorgen ervoor dat dreigingen zich sneller ontwikkelen en eenvoudiger kunnen worden ingezet, waardoor de cyberrisico’s verder toenemen.

Ondanks de getroffen technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen kunnen cyberincidenten nooit volledig worden voorkomen. Daarom blijft het vergroten van bewustzijn, kennis en alertheid binnen de organisatie een doorlopende prioriteit.

Momenteel maakt Twenterand gebruik van een ‘Incident Response Retainer’ (IRR) van NFIR i.p.v. een cyberverzekering. NFIR is een partij die snel en effectief kan reageren in het geval van een cyberincident, maar kijkt niet 24x7 mee op onze IT-infrastructuur. In Q3 van 2026 is een proces gestart om de ‘IRR' te vervangen door een ‘Managed Detectie en Response’ (MDR) oplossing waarbij Incident Response onderdeel uitmaakt van de dienstverlening. Hierdoor kijkt een gespecialiseerde partij 24x7 mee op onze IT-infrastructuur om dreigingen zo snel mogelijk te detecteren en te mitigeren. Zowel de ‘IRR’ als ‘MDR' biedt geen financiële schadevergoeding bij een incident.
De mogelijke financiële omvang van een incident wordt hieronder weergegeven:

Scenario Kosten
Beperkte hack/datalek € 300.000 - € 500.000
Gemiddeld ernstig incident € 1.000.000 - € 2.000.000
Zware ransomware-aanval € 2.000.000 - € 5.000.000


10. BBV, gemeentefonds, verdeelmodellen en overige financiële regelgeving.
Het grootste risico hier blijft de onzekerheid als gevolg van de onvoorspelbaarheid van het rijksbeleid. Dat manifesteert zich in onzekerheid over de continuïteit van onze doelrealisatie en dienstverlening en het vormt een risico voor een solide financieel beleid.
Per 2023 is een nieuw verdeelmodel voor de herverdeling van het gemeentefonds ingevoerd. Twenterand was hierin een nadeelgemeente. Fondsbeheerders hebben destijds besloten tot een ingroeipad, hiermee werd ons nadeel afgetopt, omdat de effecten van de herverdeling niet altijd goed uitlegbaar bleken.
Sindsdien is veel discussie ontstaan over de vraag of het model voldoende recht doet aan verschillen tussen gemeenten, onder meer rond jeugdzorg, armoede, centrumfuncties en de eigen belastingcapaciteit van gemeenten.
Voor de volgende actualisatie van het verdeelmodel (voorzien vanaf 2027) hebben de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG aangegeven dat de voorgestelde wijzigingen nog onvoldoende onderbouwd zijn. Het kabinet heeft daarom besloten om geen grote nieuwe herverdeling per 2027 door te voeren en aanvullend onderzoek uit te voeren naar een betere aansluiting van het verdeelmodel op de werkelijke kosten van gemeenten. Het huidige ingroeipad voor 2027 en 2028 wordt hierbij bevroren.

11. Opduiken van niet (goed) vastgelegde afspraken met gevolgen.
Er is en wordt veel tijd gestoken in het compleet krijgen van dossiers, zodat er een actueel overzicht bestaat van alle gemaakte afspraken en mogelijke verplichtingen. Toch blijkt het op orde krijgen en houden van gemaakte afspraken en daarmee het informatiebeheer dat ook nog voldoet aan alle relevante wettelijke eisen (o.a. Archiefwet) een grote uitdaging. Daarom blijft de kans bestaan dat er gemaakte (mondelinge) afspraken c.q. toezeggingen opduiken waarvan de consequenties aan de voorkant onvoldoende zijn onderkend en vastgelegd met mogelijke gevolgen. De financiële gevolgen hiervan kunnen fors zijn.

12. Personeel gerelateerde  risico’s.
Het risico bestaat dat Twenterand geen adequaat personeelsbestand heeft, zowel kwantitatief als kwalitatief. De consequentie daarvan kan zijn dat (wettelijke) taken niet meer kunnen worden uitgevoerd en (politieke) ambities niet kunnen worden waargemaakt. Het is nu al merkbaar dat taken en formatie/middelen niet altijd met elkaar in balans zijn. Hier zijn een aantal oorzaken voor te noemen:
- Er komen nieuwe opgaven/taken, waar geen middelen en/of formatie voor beschikbaar zijn gesteld;
- Toenemende regeldruk door verantwoordingstaken en verplichte audits;
- Uitstroom door pensionering (kennisverlies);
- Krappe arbeidsmarkt: Dit betekent dat soms weinig vakkennis en/of ervaring instroomt, dit vraagt meer begeleiding en levert extra werkdruk bij andere collega’s op. Dit kan leiden tot minder werkplezier, meer ontevredenheid en toename van verzuim (een vicieuze cirkel);
- Niet kunnen vervullen van vacatures door eigen werving leidt tot meer inhuur en hogere kosten;
- Overheden vissen in dezelfde vijver en andere gemeenten betalen soms meer;
- De primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden staan onder druk.
- Het ziekteverzuim laat een stijgende lijn zien sinds 2021. De stijging van het verzuimpercentage is vergelijkbaar met de landelijke trend. Gevolgen van het hogere ziekteverzuim zijn verhoging van werkdruk en stijging van uitgaven voor vervanging. De maatregelen die getroffen worden zijn aandacht voor verzuimdossiers door casemanagers, verzuimtraining voor leidinggevenden en sturing op het volgen van het verzuimprotocol.

Op de inhuurmarkt is eveneens sprake van krapte voor een aantal cruciale functies. Dit geheel kan leiden tot spanning tussen beschikbare en benodigde formatie/inzet, achterblijvende realisatie van beleid en doelen, kortom tot gevolgen voor onze dienstverlening. Het functiehuis kan een risico vormen, met een slechtere concurrentiepositie met verdere uitstroom tot gevolg. Het afscheid nemen van personeel kan aanleiding zijn tot het sluiten van zogenaamde vaststellingsovereenkomsten met financiële verplichtingen. De organisatieontwikkeling, waarbij ook inspelen op achterstallig onderhoud (scholing, gesprekscyclus, dossiervorming) aan de orde is, vraagt veel inzet op gebied van P&O. Het hiervoor onvoldoende ruimte vrijspelen is eveneens een risico.

13. Humanitaire ontwikkelingen.
Opvang Oekraïense vluchtelingen.
De inval in Oekraïne door Rusland heeft grote impact. Naast economische gevolgen zijn er ook humanitaire gevolgen waarbij een groot beroep wordt gedaan op ons gemeentelijk en maatschappelijk vermogen om vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen, voor een periode tot tenminste 4 maart 2028. Op grond van bestaande regelgeving is het Rijk verantwoordelijk voor de financiering van de kosten die dit voor gemeenten met zich meebrengt. Sinds 1 juli 2026 vervangt één centrale regeling de verschillende regelingen voor Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders. Het betreft de Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting door gemeenten, de DFR (de doelgroep flexibele regeling). In deze nieuwe regeling worden alleen de kosten van de locaties voor de opvang van Oekraïense ontheemden op aanvraag vergoed, in plaats van een normbedrag.

Opvang asielzoekers
Door de Spreidingswet moet Twenterand bijdragen aan een evenwichtige opvang van asielzoekers. Twenterand werkt hierbij samen met de gemeente Almelo en zet daarnaast in op extra opvang van Oekraïense ontheemden. De uitvoering brengt risico’s met zich mee voor de gemeentelijke capaciteit en voor beleidsterreinen zoals wonen, zorg, onderwijs, integratie en leefbaarheid. Voldoende capaciteit en draagvlak zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle uitvoering.

Huisvesten statushouders
Twenterand moet naast de reguliere taakstelling ook 60 extra statushouders huisvesten. Door de krappe woningmarkt vergroot dit de druk op de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en brengt het financiële risico’s met zich mee, onder meer door kosten voor tijdelijke huisvesting, inburgering en (bijstands)uitkeringen. Om de druk te verlichten onderzoekt de gemeente samen met Mijande Wonen de realisatie van 20 flexwoningen voor verschillende doelgroepen.

14. Grondexploitatie
Twenterand voert een actiever grondbeleid door gronden aan te kopen voor toekomstige woningbouw, zoals in Vriezenveen-Zuid. Daarbij bestaan risico’s rond het verkrijgen van een woonbestemming en mogelijke veranderingen in de woningmarkt (vraag naar woningen), waardoor verkoop lastiger kan worden. Hoewel het marktrisico, gezien de huidige woningnood, momenteel beperkt is, zijn tijdige ontwikkeling van plannen en het vroeg betrekken van inwoners en adviserende organisaties belangrijk om financiële risico’s te beperken en draagvlak te vergroten.

Conclusie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Conclusie

Het vereiste weerstandsvermogen bedraagt € 4.827.500 en de beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 24.912.270. De dekkingsratio bedraagt hiermee bijna 5,2 en ligt ver boven de norm van 1. Dit geeft een positief beeld, maar moet worden beschouwd in de context van de financiële problematiek die op gemeenten afkomt. Dan denken we bijvoorbeeld aan alle complexe taken die naar gemeenten toekomen en de naderende ravijnjaren. 

Kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen

Conform het BBV, artikel 11:2, moeten de volgende zes kengetallen verplicht worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen van de programmabegroting:

  1. netto schuldquote;
  2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  3. solvabiliteitsratio;
  4. structurele exploitatieruimte;
  5. grondexploitatie;
  6. belastingcapaciteit.


1. Netto schuldquote
De netto schuldquote bestaat uit de schuldenlast van de gemeente gedeeld door de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. De netto schuldquote bedraagt 48,62% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van (de signaleringswaarden van) het GTK 2026. 

2. netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Bij de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen gaat het om schulden exclusief doorgeleende gelden (aan bijv. een woningbouwcorporatie die jaarlijks aflost). De netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, bedraagt 39,11% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van (de signaleringswaarden van) het GTK 2026.

3. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen weer als percentage van het totale vermogen en hierbij geldt hoe hoger dit percentage, hoe beter de gemeente in staat is haar verplichtingen op de lange termijn te voldoen. De solvabiliteitsratio bedraagt 39,88% en daarmee valt Twenterand in de categorie neutraal, op basis van het GTK 2026.

4. Structurele exploitatieruimte
Structurele exploitatieruimte geeft het verschil tussen baten en lasten als percentage van de totale baten. En schetst welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke stijging van baten of structurele daling van lasten daarvoor nodig is. Het beeld van deze structurele exploitatieruimte is voor 2027 0,07% en daarmee valt Twenterand in de minst risicovolle categorie, op basis van het GTK 2026.

5. Grondexploitatie
Grondexploitatie geeft de grondpositie (waarde van de grond) weer als percentage van de totale geraamde baten. Voor deze ratio grondexploitatie geldt dat hoe lager deze is, hoe beter. De ratio grondexploitatie bedraagt 15,39% en daarmee valt Twenterand in de categorie neutraal, op basis van het GTK 2026.  

6. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft de hoogte van de van de woonlasten van een gezin weer als percentage van de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Dit percentage bedraagt 97,03% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van het GTK 2026. 

De kengetallen zijn weergegeven in onderstaande tabel.  

Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Netto schuldquote
10,61%
26,22%
48,62%
53,73%
78,06%
79,15%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
2,00%
15,42%
39,11%
44,10%
68,16%
69,65%
Solvabiliteitsratio
55,97%
50,43%
39,88%
39,50%
33,31%
31,99%
Structurele exploitatieruimte
-4,20%
0,15%
0,07%
-1,52%
-2,69%
-2,60%
Grondexploitatie
1,89%
10,81%
15,39%
16,72%
18,47%
21,19%
Belastingcapaciteit
94,00%
90,56%
97,03%
97,98%
98,59%
99,77%

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Inleiding

Kapitaalgoederen zijn een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk kapitaal en verdienen daarom zorgvuldig beheer. De kwaliteit en het onderhoud van deze goederen bepalen het serviceniveau voor de inwoners en beïnvloeden de jaarlijkse kosten. Het is daarom essentieel dat openbare voorzieningen en gebouwen goed onderhouden worden en dat er heldere onderhoudsplannen zijn.

Beleid
De kapitaalgoederen van de gemeente omvatten diverse onderdelen zoals groenvoorzieningen, speelplekken, gebouwen, wegen en riolering. Voor al deze onderdelen wordt de onderhoudsbehoefte vastgesteld op basis van beheerssystemen die door de gemeenteraad zijn goedgekeurd. Medewerkers brengen waar nodig, op basis van visuele inspecties, aanpassingen aan in deze planningen. Eind 2025/begin 2026 zijn van enkele thema's de hoeveelheden opnieuw geïnventariseerd. Daardoor kunnen de arealen gering afwijken.

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Wegen

De gemeente Twenterand heeft de volgende lengte wegen en oppervlakte verharding in onderhoud en beheer:

Wegen / verharding Areaal
Lengte wegen 440 km 
Oppervlakte verharding 242 ha


Door de CROW (landelijk kennisplatform voor de openbare ruimte) is een standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Middels deze systematiek worden de wegen geïnspecteerd en wordt de onderhoudsbehoefte bepaald op basis van de kwaliteit. In 2023 is een nieuw beheerplan vastgesteld voor Wegen.

De benodigde onderhoudsmaatregelen zijn afhankelijk van de vastgestelde (technische) staat en de feitelijk optredende slijtage van een bepaalde weg door het gebruik of weersinvloeden. Dit onderhoud wordt planmatig uitgevoerd, waarbij het doel is om binnen de beschikbare financiële middelen door tijdig en juist ingrijpen de technische levensduur en het goed functioneren van een weg zoveel mogelijk te verlengen. Daarom wordt gedurende de levensduur regelmatig de toestand van de wegen geïnspecteerd, zodat de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen kunnen worden bepaald. Onder wegen worden alle verhardingen zoals rijbanen, trottoirs, fietspaden en parkeerplaatsen verstaan.

De begroting voor het onderhoud van wegen wordt gemaakt aan de hand van ingevoerde inspectiewaarden in het beheersysteem Obsurv. In dit systeem worden per weggedeelte elke twee jaar inspectiewaarden ingevoerd. Deze waarden komen voort uit een inspectieronde, waarbij de staat van het wegdek op diverse punten beoordeeld wordt. Aan de hand van de ingevoerde inspectiewaarden en diverse instellingen worden de benodigde maatregelen bepaald en de begroting gegenereerd.

Afgevlakte planning:

De begroting voor het onderhoud wordt per jaar berekend. Hierdoor kan het zijn dat er in één jaar een laag bedrag benodigd is, terwijl het volgend jaar een hoog bedrag benodigd is. Omdat dat minder praktisch en werkbaar is, wordt een afgevlakte planning gemaakt. Hierin wordt (waar mogelijk) geschoven met onderhoudsjaren zodat per jaar een min of meer gelijk bedrag benodigd is. Aan de hand van de meest recente inspectiewaarden in het beheersysteem worden de begrotingscijfers bepaald. 

Aan onderhoud asfaltwegen wordt in eerste instantie voorrang gegeven om zoveel mogelijk kapitaalvernietiging te voorkomen. Wanneer namelijk asfaltwegen niet tijdig worden onderhouden zet het schadebeeld zich door in de fundering. waardoor de kosten van herstel fors toenemen. In de post onderhoud wegen worden ook de aanleg en het onderhoud van grasbetonstenen en bermbeton meegenomen. Indien er budget beschikbaar komt voor het verbeteren van landbouwroutes zullen deze worden uitgevoerd in bermbeton.

Financieel overzicht: Wegen
Omschrijving
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Onderhoud
1.133.883
1.183.572
1.270.203
1.295.457
1.323.956
1.353.084
Afschrijvingen
418.682
451.081
499.832
527.593
540.986
586.491
Totaal
1.552.566
1.634.653
1.770.035
1.823.050
1.864.942
1.939.575

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Het areaal van de openbare verlichting is geïnventariseerd en op basis van deze inventarisatie vindt de jaarlijkse vervanging plaats van armaturen en masten.

Openbare Verlichting Areaal
Lichtmasten/armaturen 7.874 lichtmasten/8.035 armaturen


De inventarisatie wordt periodiek bijgewerkt en actueel gehouden. In de investeringslijst is jaarlijks een bedrag opgenomen voor vervanging van lichtmasten en armaturen. Daarbij  wordt niet uitgegaan van de theoretische afschrijving van respectievelijk 40 en 20 jaren, maar van de daadwerkelijke onderhoudstoestand. In het beleidsplan 'Zo verlichten wij in Overijssel - Twenterand 2024-2034' , dat eind 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld, is ook beoordeeld of de beschikbare financiële middelen in de pas lopen met de kosten voor onderhoud en vervanging.

Financieel overzicht: Openbare verlichting
Omschrijving
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Onderhoud
53.067
112.680
115.271
117.808
120.400
123.049
Afschrijvingen
85.552
92.823
92.077
115.313
122.316
129.252
Totaal
138.619
205.503
207.348
233.121
242.716
252.301

Gebouwen en civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Gebouwen en civieltechnische kunstwerken

Er vindt driejaarlijks een herinspectie plaats van alle gemeentelijke gebouwen en zesjaarlijks van alle civieltechnische kunstwerken gelegen binnen de gemeente Twenterand (gebruik gemaakt wordt van de  systemen voor rationeel gebouwenbeheer en rationeel kunstwerkenbeheer van Antea). Het grootschalig onderhoud voor instandhouding van bestaande gebouwen en civieltechnische kunstwerken is voor de komende 10 jaren geregeld. In het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt voor 10 jaar de toekomstige onderhoudsbehoefte aangegeven. Wanneer een gebouw of gebouwonderdeel of een civieltechnisch kunstwerk onderhoud vergt, worden de gewenste activiteit en de onderhoudscyclus vermeld, inclusief de daarbij behorende kosten. De gemeente heeft de volgende aantallen accommodaties/gebouwen en civieltechnische kunstwerken in beheer:

Accommodaties/gebouwen Areaal
aantal accommodaties/gebouwen 49
Civieltechnische kunstwerken Areaal
aantal kunstwerken 60

 

Financieel overzicht: Gebouwen
Omschrijving
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Onderhoud
773.989
424.035
394.527
503.825
513.906
523.942
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud
331.187
1.401.267
1.180.390
693.519
1.122.672
1.031.096
Kapitaallasten
1.724.156
2.120.310
2.165.624
2.350.390
2.298.607
2.785.558
Totaal
2.829.332
3.945.612
3.740.541
3.547.734
3.935.185
4.340.596
Financieel overzicht: Bruggen en kunstwerken
Omschrijving
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Onderhoud
3.753
19.197
29.638
30.290
30.957
31.638
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud
47.910
16.250
191.776
174.862
188.843
636.582
Afschrijvingen
14.548
14.431
14.316
14.200
14.084
13.969
Totaal
66.211
49.878
235.730
219.352
233.884
682.189

Groen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Groen

Door de CROW (kennisplatform voor de openbare ruimte) is een landelijke standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Op basis van die standaard is in 2023 een beheerplan opgesteld voor Groen . Voor openbaar groen is een aantal kwaliteitsniveaus doorgerekend. Middels het pakket rationeel groenbeheer van Sweco zijn deze onderhoudsniveaus vertaald in de werkpakketten (technisch en financieel). De onderhoudsbudgetten staan onder druk vanwege enkele ontwikkelingen, die kosten verhogend werken (bijvoorbeeld wijziging regelgeving,  klimaatverandering, areaaluitbreiding).  Geprobeerd wordt de vastgelegde onderhoudsniveaus zoveel mogelijk te handhaven. 

Dat areaal bestaat uit: 

 

Openbaar groen Areaal
Bomen 26.300 stuks
Hagen 17  km
Oppervlakte openbaar groen 176 ha

 

Financieel overzicht: Openbaar groen
Omschrijving
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Onderhoud
2.147.768
1.879.807
1.884.725
1.884.759
1.947.912
2.013.480
Afschrijvingen
2.035
12.816
16.171
38.970
36.650
36.306
Totaal
2.149.803
1.892.623
1.900.896
1.923.729
1.984.562
2.049.786

Grondwater

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Grondwater

Het grondwaterbeheer is opgenomen in Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan, dat eind 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. In 2026 zijn we aangesloten bij het grondwatermeetnetwerk van de Twentse gemeenten. In totaal hebben we nu 25 peilbuizen die het grondwater continu meten. Deze peilbuizen zijn verdeeld over de kernen in onze gemeente. Met deze grondwatermeetpunten krijgen we een beter beeld van onze grondwaterstanden over een langere periode en dit helpt ons om betere maatregelen te treffen tegen droogte en de overlast van het grondwater.

Riolering

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Riolering

De volgende rioolvoorzieningen zijn aanwezig in de gemeente:

Riolering  Areaal
Vrij verval riolering  236 km
(mini)gemalen  701 stuks


In Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan 2024-2028 is bepaald welke maatregelen er aan het rioolstelsel getroffen dienen te worden voor met name de  planperiode van 5 jaar. In de eerste 5 jaar is daar gedetailleerd naar gekeken en zijn ook de benodigde budgetten bepaald. Voor de periode daarna is dat ook gedaan, maar dan meer op hoofdlijnen. Op het gebied van de riolering gaat het om het onderhoud en beheer van bestaande riolering en gedeelten van de riolering, die vervangen moeten worden. In het GWR 2024-2028 is verder ingespeeld op klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie houdt in dat we de meest nadelige effecten van klimaatverandering willen verminderen. Er zijn maatregelen ingepland voor de locaties, waar uit modelberekeningen is gebleken, dat daar bij extremere hoeveelheden neerslag problemen kunnen optreden. De gemeente Twenterand gaat in deze GWR-periode verder met risico gestuurd rioolbeheer. Door verbetering van methodieken kunnen wij nauwkeuriger bepalen hoe lang een riool meegaat en wat de gevolgen van bepaalde schades zijn. Door risico gestuurd rioolbeheer blijven de kosten maatschappelijk aanvaardbaar. Zowel m.b.t. het opstellen van het nieuwe GWR als de doelmatigheid van te treffen maatregelen heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap Vechtstromen. Middels het kostendekkingsplan is de hoogte van de rioolheffing bepaald op basis van 100% kostendekkendheid. Planmatig wordt het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd, waardoor de kwaliteit wordt bewaakt. Ter plekke van enkele overstorten en gemalen worden permanent metingen verricht om de werking van het stelsel te monitoren. Er wordt gewerkt met het programma rationeel rioolbeheer van Sweco.

Financieel overzicht: Riolering
Omschrijving
R2025
B2026
B2027
B2028
B2029
B2030
Onderhoud
249.445
337.697
344.451
351.339
358.366
365.534
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud
0
6.069
320
320
4.640
7.104
Afschrijvingen
636.042
654.931
724.839
882.524
1.010.651
1.221.589
Totaal
885.487
998.697
1.069.610
1.234.183
1.373.657
1.594.227

Kaderplan speelruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Kaderplan speelruimte

Voor het kaderplan speelruimte (door de Raad vastgesteld in 2018) is jaarlijks gemiddeld € 76.000,- nodig. Dit is meegenomen in de begroting 2020 en verder. Alle centrale plekken en steunplekken blijven hiermee ingericht. 
Voor meer toelichting verwijzen wij u naar het Kaderplan Speelruimte (2017-2027)

Speeltoestellen  Areaal
Aantal speeltoestellen 561 stuks

Tractie en gereedschappen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen - Tractie en gereedschappen

Tractie en gereedschappen hebben blijvend aandacht nodig in relatie tot bezetting en daarmee effectief gebruik. Door gewijzigde inzichten of anders uitvoeren van werkzaamheden is het zinvol het gebruik van deze middelen constant tegen het licht te houden. De kapitaallasten van de tractie zijn in de begroting opgenomen voor een vast bedrag. Het verschil tussen werkelijk en begroot wordt gestort c.q. onttrokken uit de reserve tractie. Jaarlijks wordt beoordeeld of de vervangingen, die zijn opgenomen in het tractieplan, noodzakelijk zijn.

Paragraaf Financiering

Terug naar navigatie - - Paragraaf Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Inleiding

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarrekening neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV, in ieder geval op:
A. de kasgeldlimiet;
B. de renterisiconorm;
C. een overzicht van verstrekte geldleningen.

Paragraaf financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Paragraaf financiering

Algemene ontwikkelingen 
De gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen waarin aangegeven wordt wat de beleidsvoornemens zijn ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geeft de paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. 
Om volledig te voldoen aan de wetgeving op het gebied van treasury heeft de gemeente Twenterand een treasurystatuut. In dit treasurystatuut zijn de uitgangspunten, de doelstellingen, de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief het toezicht op de uitvoering van de treasury) voor de treasuryfunctie vastgelegd. De wet FIDO definieert treasury als volgt: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.

Treasurybeleid 
De beleidsdoelstelling van het treasurybeleid van de gemeente Twenterand kan als volgt worden omschreven: De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdende beleid stelt de gemeente zich ten doel zo laag mogelijke kosten over leningen en/of een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen te realiseren, voor zover nog mogelijk binnen de opgelegde regeling voor schatkistbankieren. Dit binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden en ter beperking van risico’s.

Renterisico’s 
Een hoofddoel van treasury is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Aan de andere kant dient er optimaal geprofiteerd te worden van lage rentestanden.
Met het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten wordt continue geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico, eventueel ondersteund door een liquiditeitsprognose.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico's die ontstaan door het aangaan van overmatige korte-termijnfinancieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte schuld waarover de gemeente renterisico mag lopen. 
Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt voor het gehele begrotingsjaar aangehouden de omvang van de jaarbegroting per 1 januari van het betreffende jaar. Op grond hiervan is de door het rijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet voor 2027 vastgesteld op 8,5% van € 142.543.985 = € 12.116.239  Dit betekent dat de gemeente Twenterand door het jaar heen tot het hierboven berekende bedrag met kort geld mag financieren (ook investeringen). De kasgeldlimiet mag drie kwartalen worden overschreden, na overschrijding van het derde kwartaal dient een plan met maatregelen opgesteld te worden en te worden voorgelegd aan de toezichthouder.

Renterisiconorm
In de wet FIDO is door het rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. 
Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteaanpassing doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet.
De doelstelling van de renterisiconorm is in feite dat bij een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille, waarbij niet in enig jaar een onevenredig deel van de leningenportefeuille geherfinancierd hoeft te worden, het renterisico op de vaste schuld over de jaren gespreid wordt. De renterisiconorm is door het rijk vastgesteld op maximaal 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat voor het jaar 2027 de renterisiconorm als volgt kan worden berekend:

Begrotingstotaal 2027: € 142.543.985
Renterisiconorm voor 2027 bedraagt 20% = € 28.508.797
Onderstaand de berekening van het renterisico op de vaste schulden voor het jaar 2027:

1.
Begrotingstotaal
€ 142.543.985
2.
Wettelijk percentage
20%
3.
Renterisiconorm (1x2)
€ 28.508.797
4.
Renteherzieningen
€ 0
5.
Aflossingen
€ 3.419.770
6.
Bedrag van renterisico (4+5)
€ 3.419.770
7.
Ruimte onder renterisiconorm
€ 25.089.027

Rentetoerekening en kredietrisico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentetoerekening en kredietrisico's

Rentetoerekening
Rente wordt op basis van het rente-omslagpercentage doorberekend aan de taakvelden. De rente wordt samen met de afschrijvingslasten middels de kapitaallasten doorberekend aan de diverse taakvelden. Aan investeringen wordt geen rente toegerekend

Kredietrisico’s
Ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken.
Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen (het terugbetalen van de verstrekte lening). Hieronder treft u een overzicht aan van de verstrekte leningen door de gemeente.

Omschrijving
Leningbedrag per 1-1-2027
BAGL GR Vechtdal
932.591
Lening Zonnepark BV
3.786.667
Hypotheekverstrekkingen ambtenaren
2.050.564
Lening Triangel
136.712
Lening St.Kulturhus De Klaampe
34.518
Lening Activiteitencentrum
3.832.475
Lening IKB/Stadsbank
52.622
Duurzaamheidsleningen
685
Startersleningen
1.066.335
Lening korfbalvereniging TOP
5.250
Achtergestelde lening het Punt
22.507
Lening Den Ham FC Twente Madness
3.030
Lening de Groene Jager
13.617
Lening Enexis Tranche B
142.372
Blijversleningen
29.579
Lening Deto Miniveld
84.076
€ 12.193.600

Financieringspositie en -behoefte

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financieringspositie en -behoefte

Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van onze gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-)investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. De activa van de gemeente Twenterand zullen per begin 2027 naar verwachting als volgt gefinancierd zijn:

Boekwaarde vaste activa
€ 128.156.599
Vaste financieringsmiddelen
Reserves
€ 73.063.398
Voorzieningen
€ 16.707.277
Langlopende leningen
€ 25.501.938
Totaal financieringsmiddelen
€ 115.272.613
Gefinancierd met vlottende middelen
€ 12.883.985

Mutaties leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Mutaties leningenportefeuille

In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille (exclusief leningen ten behoeve van woningbouw) voor het begrotingsjaar 2027 weergegeven:

Bedrag
Gemiddelde rente
Invloed op gem.rente
Stand per 1 januari 2027
€ 25.501.938
1,271%
Nieuwe leningen
€ 0
Reguliere aflossingen
€ 3.419.770
-0,107%
Vervroegde aflossingen
€ 0
Stand per 31 december 2027
€ 22.082.168
1,378%

Renteverwachting

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteverwachting

Voor het begrotingsjaar 2027 is rekening gehouden met de volgende percentages: 
Voor aan te trekken kort geld 0,5% 
Voor aan te trekken lang geld (met looptijd van 10 jaar) 3,3%

De behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Het (rente)omslagpercentage dat gehanteerd wordt in deze begroting is 1%.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - - Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Inleiding

Bedrijfsvoering omvat het verzorgen van randvoorwaardelijke zaken, van informatie en van advies. Het betreft Personeel en Organisatie, (interne) Communicatie, Bestuursadvies en -ondersteuning van B&W, Planning & Control, Financiën , Informatisering & Automatisering, Bodediensten en Bestuurlijk Juridische zaken.  

I&A

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - I&A

Privacy

In 2027 staat de gemeente Twenterand voor een belangrijke opgave op het gebied van privacy en gegevensbescherming. De focus ligt daarbij op het verder versterken van de privacyorganisatie, het uitvoeren van gegevensbeschermingseffectbeoordelingen (DPIA's) en het verder verbeteren van de naleving van zowel de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg).

Een belangrijke prioriteit voor 2027 is het uitvoeren van een aanzienlijk aantal DPIA's. In 2026 is gestart met het inventariseren van verwerkingen waarvoor een DPIA wettelijk verplicht is en het opstellen van een meerjarige planning. Omdat in de afgelopen jaren beperkt DPIA's zijn uitgevoerd, is sprake van een achterstand die in de komende jaren moet worden weggewerkt. Het uitvoeren van deze DPIA's vraagt aanzienlijke capaciteit, zowel vanuit de organisatie als vanuit de privacyfunctie. De uitkomsten van de DPIA's zullen worden gebruikt om privacyrisico's tijdig te identificeren en passende maatregelen te treffen.

Daarnaast blijft de gemeente investeren in de verdere verbetering van de verwerking van politiegegevens binnen de organisatie. Naar aanleiding van eerdere bevindingen uit de externe Wpg-audit en de daaropvolgende hercontrole worden in 2027 verdere verbetermaatregelen doorgevoerd. Hierbij ligt bijzondere aandacht op de structurele borging van privacy by design en privacy by default, zodat privacy en gegevensbescherming vanaf het ontwerp van processen, systemen en werkwijzen worden meegenomen. Ook wordt uitvoering gegeven aan de wettelijk verplichte interne Wpg-audit.

De inzet van nieuwe technologieën en kunstmatige intelligentie (AI) vraagt eveneens nadrukkelijke aandacht. In 2027 onderzoekt de gemeente welke organisatorische, technische en juridische maatregelen nodig zijn om AI-toepassingen, zoals Microsoft Copilot, op een verantwoorde en AVG-conforme wijze te gebruiken. Hierbij wordt gekeken naar aspecten als gegevensbescherming, informatiebeveiliging, transparantie en verantwoord gebruik van AI binnen de gemeentelijke organisatie.

Naast deze specifieke ontwikkelingen blijft het reguliere privacywerk onverminderd van belang. Hieronder vallen onder andere het behandelen van privacyvraagstukken, adviseren over nieuwe verwerkingen van persoonsgegevens, toezicht op de naleving van privacywetgeving, het beoordelen van datalekken en het rapporteren aan management en bestuur over privacyrisico's en verbetermaatregelen.

Het vergroten van het privacybewustzijn binnen de organisatie blijft een belangrijk speerpunt. Medewerkers worden daarom ook in 2027 ondersteund met trainingen en voorlichtingsactiviteiten gericht op het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het awarenessplatform Guardey en worden aanvullende trainingen verzorgd voor afdelingen waar privacyrisico's extra aandacht vragen, zoals recruitment, inkoop en klantcontact.

Door deze activiteiten werkt de gemeente Twenterand verder aan een organisatie waarin privacy, zorgvuldige gegevensverwerking en digitale weerbaarheid structureel zijn verankerd.

P&O

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - P&O

HR21
In 2026 vindt er een organisatiebrede onderhoudsronde HR21 plaats. De effecten van de onderhoudsronde zijn nog niet bekend maar er wordt rekening gehouden met een stijging van de loonsom wegens het opnieuw beschrijven, indelen en waarderen van functies waardoor een actueel functieboek ontstaat met marktconforme beloning voor de functies waar wijzigingen plaatsvinden. De kosten van de effecten van de onderhoudsronde HR21 zijn nog niet inzichtelijk en derhalve ook nog niet verwerkt in deze begroting.

Verbouw en herinrichting gemeentehuis

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Verbouw en herinrichting gemeentehuis

De te verhuren ruimtes in het gemeentehuis zijn opgeleverd. Er zijn op dit moment nog geen bindende huurovereenkomsten voor deze ruimtes. Om het verhuurrisico te minimaliseren is een bedrijfsmakelaar ingeschakeld om tijdig geschikte huurders te vinden.

De gemeenteraad heeft op 30 juni 2026 besloten tot de herinrichting van de raadszaal. Momenteel wordt het ontwerp verder uitgewerkt en worden offertes opgevraagd bij de aannemer en installateur. De audiovisuele voorzieningen dienen Europees te worden aanbesteed. Naar verwachting kan de aanbestedings- en voorbereidingsfase begin 2027 worden afgerond, waarna de uitvoering van de verbouwing medio 2027 zal plaatsvinden.

Organisatieontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Organisatieontwikkeling

De organisatie blijft voortvarend doorontwikkelen in lijn met de Organisatiefilosofie en de vier pijlers; met name zetten we nu in in het blijven 'leren en ontwikkelen' en 'goed werkgeverschap'. Om met name de balans tussen; 'dat wat we moeten en willen' en 'dat wat we kunnen en kennen' te verbeteren werken we met een directieplan en teamplannen zodat de leiding samen de ambities en opgaven van de gemeente zo goed mogelijk kunnen oppakken en uitvoeren.

Bij een lerende organisatie horen ook goed opgeleide en tijdig gecertificeerde medewerkers, de teamleiders hebben in overleg met de teams opleidingsplannen gemaakt waarbij we kijken hoe de middelen goed aangewend kunnen worden zodat de benodigde kennis in de organisatie aanwezig is en persoonlijke opleidingswensen van medewerkers kunnen worden ingevuld. Een harde eis in de organisatie is dat we met elke medewerker conform onze afspraken jaarlijks het goede gesprek voeren.

We zien dat het verloop binnen de organisatie keurig afneemt en dat tegelijkertijd het animo om bij de gemeente te werken toeneemt, bij vacatures zien we veel respons van goede kandidaten. Voor wat betreft de externe inhuur wordt de komende tijd gekeken hoe dit maximaal teruggebracht wordt, waarbij er goed onderscheid gemaakt wordt tussen; inhuur ter vervanging, inhuur bij bijzondere expertise en inhuur voor project- of programmaleiding. Een belangrijke wens in overeenstemming met de organisatiefilosofie is dat we bij voorkeur demeest interessante opdrachten door vaste medewerkers uit laten voeren en, indien nodig, op regulier werk inhuren. 

Vanuit de pijler 'goed werkgeverschap', waarbij recht doen aan dat wat we van medewerkers vragen en dat wat ze daarvoor terug krijgen loopt een HR-21 weging, waarbij bijna alle functies, het opgedragen werk en de beloning opnieuw met elkaar gewogen worden. Daarover later meer. 

 

Bestuurlijk juridische zaken

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Bestuurlijk juridische zaken

Belangrijke ontwikkeling hier is de Wet open overheid (Woo), als vervanger van Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Voor meer toelichting wordt verwezen naar de (verplichte) paragraaf openbaarheid Woo.

Paragraaf Openbaarheid Woo

Terug naar navigatie - - Paragraaf Openbaarheid Woo

Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Paragraaf Openbaarheid Woo - Wet open overheid (Woo)

Vanaf 1 mei 2022 geldt de Wet open overheid (Woo), als vervanger van Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie voor iedereen beter toegankelijk wordt, makkelijk vindbaar en uitwisselbaar is. Deze wet geeft iedereen recht op toegang tot publieke informatie en verplicht overheden om meer publieke informatie actief openbaar te maken. Voor het publiceren de verschillende wettelijke verplichte informatiecategorieën geldt een fasering van enkele jaren. Voor de eerste vijf categorieën van informatiebronnen geldt vanaf 1 november 2024 een actieve openbaarmakingsplicht. Vanuit het Rijk zijn incidentele en structurele middelen beschikbaar gesteld en uitgangspunt is dat deze toereikend zijn voor een adequate implementatie van deze nieuwe wet.  Deze middelen zijn echter beschikbaar gesteld voordat er ervaring bestond met deze wet en dan met name de passieve openbaarmaking. 

Actieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Paragraaf Openbaarheid Woo - Actieve openbaarmaking

Voor dit onderwerp zetten wij in op ambitieniveau twee wat inhoudt dat wij de wettelijke fasering volgen die het Rijk voorschrijft en dat bij elke fase de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar worden gemaakt. 

Er is een projectorganisatie ingericht die de implementatie van de Woo ter hand heeft genomen. De Woo-coördinator/ concern jurist en ook de Woo-contactpersoon maakt onderdeel uit van de projectgroep. Daarnaast verzorgt de Woo-contactpersoon de beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie. Via de teamleiders worden de medewerkers op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen rondom de Woo en wat dit betekent voor het dagelijks werk. 

Passieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Paragraaf Openbaarheid Woo - Passieve openbaarmaking

Het proces voor het behandelen van Woo verzoeken is door het directie overleg (DO) vastgesteld en in het zaaksysteem vastgelegd. Woo-verzoeken mogen vormvrij worden ingediend, hoewel de gemeente een digitaal formulier heeft ingericht zodat een verzoek eenvoudig kan worden ingediend en geregistreerd.   De Woo-verzoeken worden in verband met de korte wettelijke beslistermijn zoveel mogelijk in mandaat afgedaan.  Het behandelen van Woo-verzoeken is met name door de verbetering die de gemeente nog moet gaan maken in de informatiehuishouding zeer arbeidsintensief. Dit wordt gevolgd door het anonimiseren van documenten en het ontdoen van persoonlijke beleidsopvattingen van de gevraagde documentatie. 

Ondanks dat de behandeling van verzoeken daar wordt belegd waar de informatie zich bevindt, is de capaciteit om de verzoeken tijdig af te handelen  eigenlijk ontoereikend. Dit komt vooral ook door de toename van het aantal verzoeken en de hoeveelheid aan documentatie die opgevraagd wordt. In 2022 is de wet ingevoerd. Toen zijn er 4 verzoeken geregistreerd. In 2023 kregen we 29 verzoeken en 2024 31 verzoeken. Het lukt niet om alle verzoeken binnen de wettelijke termijn af te doen, maar we pakken het zo goed mogelijk op met de huidig beschikbare capaciteit. De volgende tendens lijkt zichtbaar te worden. Verzoeken lijken omvangrijker te worden.  De tweede tendens is dat het aantal  verzoeken blijft toenemen.  In 2025 zijn er 72 verzoeken geregistreerd en voor 2026 zijn er 32 verzoeken geregistreerd in 8 maanden.  Het aantal verzoeken dat buiten de wettelijke termijn wordt afgedaan daalt vooralsnog niet. 

Verbeteren van de informatiehuishouding

Terug naar navigatie - Paragraaf Openbaarheid Woo - Verbeteren van de informatiehuishouding

Het op orde brengen van de informatiehuishouding is een verplichting die voortkomt uit de Archiefwet. Vanuit de zorgplicht is dus al (doorlopend) aandacht voor de goede, geordende en toegankelijke staat van de informatie. In het Woo-meerjarenplan van de VNG is vastgelegd aan welke eisen de gemeentelijke informatiehuishouding moet voldoen. Aansluiting wordt gezocht bij de informatie categorieën van de actieve informatieplicht. Per informatiecategorie wordt het op orde brengen van de informatiehuishouding getoetst op een aantal aspecten, zoals een informatiebeheerplan, anonimiseren, het behoud van geanonimiseerde documentversies, de kwaliteit van de zaakdossiers en van de onderliggende processen.

Paragraaf Verbonden Partijen

Terug naar navigatie - - Paragraaf Verbonden Partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Inleiding

Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en of financiële belangen en mogelijke risico’s wordt in de begroting en jaarstukken aandacht besteed aan derde rechtspersonen (de verbonden partij), waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in deze relaties van de gemeente. Onder verbonden partijen moet worden verstaan: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regeling) en/of stichtingen en publiek private samenwerkingsconstructies. Onder ‘bestuurlijk belang’ wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met een ‘financieel belang’ wordt bedoeld dat middelen ter beschikking zijn gesteld die verloren gaan in geval van faillissement van de ‘verbonden partij’ of als financiële problemen bij een ‘verbonden partij’ op de gemeente kunnen worden verhaald.

Wat willen we bereiken

Twenterand wil participeren in partijen die een publiek belang dienen, zodat de visies en beleidsdoelstellingen van de gemeente ondersteund en uitgedragen worden. Indien participatie leidt tot inkomsten voor de gemeente worden deze inkomsten ingezet als technisch onderdeel van de gemeentebegroting. Hierbij worden de risicobeperkingen, welke de Wet Financiering Decentrale Overheden gemeenten oplegt bij dergelijke deelnemingen, in acht genomen.

Wat doen we daarvoor

De gemeente Twenterand neemt actief deel in bestuurlijke overleggen van verbonden partijen, waarbij voorafgaand aan deze vergaderingen het college een standpunt inneemt ten aanzien van de agenda. Via de besluitenlijsten van het college worden de gemeenteraad en de inwoners over de externe vertegenwoordigingen geïnformeerd.

De verbonden partijen van de gemeente Twenterand zijn gerubriceerd naar de volgende categorieën:

A. Gemeenschappelijke regelingen
SamenTwente (GGD, OZJT, VTT)

Veiligheidsregio Twente
GR Stadsbank Oost Nederland
Omgevingsdienst Twente

Gemeentelijk Belastingkantoor Twente
Centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Almelo
Recreatieschap Twente

B. Deelnemingen in vennootschappen (NV’s, BV’s, VOF’s en CV’s) en coöperaties
Cogas N.V.

Twence B.V. (tot 1 juli 2027)
N.V. Rova Holding
Wadinko N.V.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Enexis
Zonnepark Oosterweilanden

C. Deelnemingen in Stichtingen en Verenigingen
Dimpact

Euregio
P-10 (plattelandsgemeenten)
Twentse Koers

Eventuele risico’s rondom de verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen.

Er is een rekenkameronderzoek geweest naar Samenwerking in Twente. De voorstellen hiervan zijn nog niet verwerkt in deze begroting.

SamenTwente

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - SamenTwente

Programma:
De samenwerking in Twente levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van alle programma’s en diverse doelenbomen. Het grootste onderdeel is de wettelijke gemeentelijke taak GGD.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en bereikbare regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten 14 Twentse gemeenten werken samen op een breed terrein: algemeen bestuurlijk, economische zaken, volksgezondheid, milieu, ruimtelijke ordening en recreatie en toerisme. SamenTwente is een organisatie voor gezondheid, veiligheid en vitaliteit,  met daarin de GGD, OZJT, Veilig Thuis Twente en Kennispunt Twente. SamenTwente is gastheer van Samen14.

Beleidsvoornemens:
SamenTwente heeft een in 2025 uitgevoerde kerntakendiscussie achter de rug. In 2026 kwam er een Strategisch Programma SamenTwente, die voortkomt uit de conclusies van de kerntakendiscussie. Hier wordt in 2027 verdere uitwerking aan gegeven door de ambities uit te werken in concrete stappen.  Ondertussen werkt men ook aan een organisatieverandering en wil men een vervolg geven aan de Samenwerkingsopdracht die het AB heeft gegeven. 

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van bovengenoemde samenwerkingsvormen in Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt in de meeste gevallen op basis van inwonertal. Een uitzondering hierop is de JGZ-bijdrage, deze wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen. De bijdrage aan SamenTwente in 2027 is ruim € 2,7 miljoen.

Veiligheidsregio Twente, Enschede

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Veiligheidsregio Twente, Enschede

Programma:
Veiligheidsregio Twente (VRT) is een samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten en de veertien gemeenten in Twente. De samenwerking is gestoeld op de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De basis voor de ambtelijke organisatie van de VRT wordt gevormd door de volgende organisatieonderdelen: ‘Veiligheidsbureau’, ‘Brandweer Twente’, ‘GHOR’ (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en ‘Gemeenten’. Deze organisatieonderdelen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken en werken onder de verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur VRT multidisciplinair samen.

Doelstelling:

Veiligheidsregio Twente zet zich in voor effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. De VRT kent meerdere programma’s, waaronder:
- Multidisciplinaire onderwerpen
- Brandweer
- GHOR
- Gemeenten

In de programmabegroting van de VRT staat per programma benoemd wat de doelstellingen zijn en wat hier voor gedaan gaat worden.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s werken de Twentse gemeenten samen binnen de gemeenschappelijke regeling op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Het Algemeen Bestuur van de VRT wordt gevormd door de Twentse burgemeesters.

Financiële relatie / financieel belang:

De gemeentelijke bijdrage wordt verdeeld over de Twentse gemeenten. Sinds 2016 wordt hierbij gebruik gemaakt van de Cebeon-verdeelsystematiek (Cebeon is het bureau dat de verdeelsystematiek voor het gemeentefonds periodiek onderhoudt.). Voor 2027 bedraagt de bijdrage van de gemeente Twenterand € 2.767.042.  Dit bedrag wordt grotendeels gedekt uit de bijdrage die de gemeente Twenterand ontvangt vanuit het Gemeentefonds (cluster Openbare Orde en Veiligheid, subcluster Brandweer en Rampenbestrijding). 

Beleidsvoornemens:
Onder het motto ‘Voorbereid op veranderende tijden’ werkt Veiligheidsregio Twente aan een toekomstbestendige brandweer- en crisisorganisatie. De komende jaren ligt de focus op:

  • Het versterken van de weerbaarheid en continuïteit van de organisatie, zodat ook tijdens langdurige crises, cyberincidenten of uitval van vitale voorzieningen de hulpverlening gewaarborgd blijft.
  • Het voorbereiden op nieuwe veiligheidsvraagstukken, waaronder geopolitieke dreigingen, sabotage, cyberaanvallen en langdurige maatschappelijke ontwrichting.
  • Het anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, zoals natuurbranden, extreme neerslag, droogte en stormen.
  • Het versterken van de zelfredzaamheid en weerbaarheid van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
  • Het toekomstbestendig houden van de brandweerorganisatie, met specifieke aandacht voor paraatheid, voldoende vrijwilligers en de gevolgen van gewijzigde wet- en regelgeving voor brandweervrijwilligers.
  • Het verder ontwikkelen van een flexibele en robuuste crisisorganisatie die voorbereid is op complexe, langdurige en grensoverschrijdende crises.
  • Het versterken van informatievoorziening, informatieveiligheid, cybersecurity en de inzet van data en nieuwe technologieën, waaronder kunstmatige intelligentie (AI).

Stadsbank Oost Nederland, Enschede

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Stadsbank Oost Nederland, Enschede

Programma:
Sociaal Domein

Doelstelling:

De Stadsbank is een kredietbank zoals bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet. De Stadsbank biedt schuldhulpverlening, beschermingsbewind en sociale kredietverlening.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

De GR wordt gevormd door 21 deelnemende gemeenten in de Achterhoek en Twente. De portefeuillehouder Sociale Zaken heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergadert circa twee keer per jaar.

Financiële relatie/financieel belang

De begrote bijdrage voor 2027 bedraagt € 225.000.

Beleidsvoornemens:
Per 2026 is de partiële uittreding een feit. Gemeente Twenterand is, naast de huidige taken, verantwoordelijk voor het uitvoeren van de intake en het stabiliseren van het inkomen. Dit heeft een klein effect op de kosten van de Stadsbank. Naast de partiele uittreding zullen wij samen met de Stadsbank de elementen vanuit basisdienstverlening (VNG) gaan onderzoeken, zodat de lokale schuldhulpverlening voldoet aan de landelijke norm. 

Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, Hengelo

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, Hengelo

Programma:
Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente) is een gemeenschappelijke regeling die een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstelling van Bedrijfsvoering.

Doelstelling:
Het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Het GBTwente wordt gevormd door de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Twenterand, Berkelland, en Bronckhorst
De gemeente Twenterand wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Financiën.

Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van het aantal aanslagen van de verschillende belastingen die voor de gemeente Twenterand worden uitgevoerd. De begrote bijdrage voor 2027 is € 934.000 (exclusief te ontvangen rentebate).

Beleidsvoornemens: 
De basis voor de koers en richting van het GBTwente wordt gevonden in het strategieplan 2027-2030  "Vertrouwd, Verbindend en Vooruitstrevend".  Koersvastheid, stabiliteit, duidelijkheid en transparantie blijven de uitgangspunten voor de dienstverlening aan gemeenten en inwoners. 

Het GBTwente richt zich in de uitvoering van de taken op:
1. Dienstverlening op maat [wat];
a. Persoonlijk
b. Betrouwbaar

2. Optimale Uitvoering [hoe]
Het werkproces van GBTwente is zorgvuldig, transparant, van hoge kwaliteit en tegen de  laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Hierbij wordt de focus gelegd op:
a.      Bevlogen & Toekomstgerichte professionals die er bewust voor kiezen bij GBTwente te werken
b.      Optimaal ingerichte processen
c.      Inzet op de kwaliteit van de data, innovatief verkregen, bewerkt en geleverd
d.      GBTwente bouwt aan vertrouwen en verbinding voor haar gemeenten en inwoners
e.      Transparant en solide zijn de uitgangspunten op financieel gebied

Bij het opstellen van de begroting van het GBTwente is wederom bewust rekening gehouden met de oproep van de deelnemende gemeenten om een bijdrage te leveren aan de financiële situatie bij gemeenten richting toekomstige jaren. In de uitvoering van de taken van het GBTwente zijn zij in feite verlengd lokaal bestuur. Het bijdragen aan de financiële situatie bij gemeenten is voor het GBTwente niet meer dan logisch.

In 2027 blijft het GBTwente investeren in de kwaliteit van de dienstverlening van Waarderen, Heffen en Innen. Een kwalitatieve organisatie begint bij vakbekwame medewerkers. Bevlogen, toekomstgerichte en deskundige medewerkers die opgewassen zijn voor hun inhoudelijke taak. Aangevuld met vernieuwende ICT-toepassingen om processen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. De focus ligt daarbij op uitlegbaarheid van de dienstverlening en op betrokkenheid van inwoners. Daarbij openstaand voor nieuwe inzichten, want stilstand is tenslotte achteruitgang. Dat alles binnen de met elkaar gemaakte afspraken en tegen de laagst mogelijke kosten. 

Centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Almelo

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Almelo

Programma: Sociaal Domein 

Doelstelling:
Op basis van de norm van opdrachtgeverschap is de gemeente Almelo namens de regio (Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Wierden en Twenterand) gemandateerd voor het uitvoeren van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De portefeuillehouder maatschappelijke ondersteuning heeft zitting in de stuurgroep die minimaal  twee keer per jaar samenkomt.  Op de agenda staan zonder meer de financiële verantwoording en de dienstverleningsovereenkomst (dvo).

Financiële relatie / financieel belang:
Centrumgemeente Almelo ontvangt jaarlijks het budget voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Eventuele overschotten of tekorten worden naar rato verdeeld over de regio. Er ligt een wetvoorstel voor een nieuw financieel verdeelmodel inclusief woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen waarbij de financiële middelen ook gedecentraliseerd worden.  Het is nog geen gelopen koers dat het wetvoorstel wordt aangenomen, het wetvoorstel is na de val van het kabinet controversieel verklaard en wordt voorlopig dus niet behandeld.

De afgelopen jaren was er per saldo sprake van een overschot op de middelen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dat dan werd teruggestort aan de regiogemeenten. De verwachting is dat dit overschot de komende periode zal dalen, en mogelijk zelfs omslaan in een tekort. Dit heeft met name te maken met de stijgende kosten per traject, en de langdurigheid/complexiteit van trajecten. 

Beleidsvoornemens:
Met het nieuwe financiële verdeelmodel  en ook de inhoudelijke decentralisatie van beschermd wonen (beschermd wonen in de eigen stad/dorp/wijk/huis) wordt de betrokkenheid van de regiogemeenten groter. De doorstroming vanuit de maatschappelijke opvang en de beschikbaarheid van beschermdwonenplekken zijn de voornaamste uitdagingen die onveranderd groot zijn in 2027.  Vanaf het eerste kwartaal 2027 komt er een aangepaste regiovisie.

Recreatieschap Twente

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Recreatieschap Twente

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van verschillende doelstellingen uit het programma Economie en Vrijetijdsbesteding.

Doelstelling:

Het Recreatieschap is een uitvoeringsorganisatie welke zorgdraagt voor de drie Twentse recreatieparken (het Hulsbeek, het Rutbeek en het Lageveld) alsmede routenetwerken (bewegwijzering, informatieborden e.d.) en onderhoud aan toeristische fietspaden. Hiermee wordt laagdrempelig recreëren in de eigen leefomgeving voor inwoners bevorderd.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

Alle 14 Twentse gemeenten zijn deelnemer in deze verbonden partij en alle verantwoordelijk portefeuillehouders hebben zitting in het bestuur.

Recreatieschap Twente:

Een lichte samenwerkingsvorm waarin recreatieparken, recreatieve routes en fietspaden voor inwoners van Twente worden beheerd en onderhouden. Het strategisch beleid op dit gebied ligt bij de Twente Board.

Financiële relatie / financieel belang:

Alle 14 deelnemers dragen naar rato van het aantal inwoners bij aan deze verbonden partij. Naast de bijdrage van de verschillende partners - wat wordt gezien als een investering met openbaar belang voor het Twentse recreatief product - kent het Recreatieschap Twente zelf ook een (gering) inkomen uit (bijv.) parkeeropbrengsten bij de recreatieparken. De afgelopen jaren is flink bezuinigd op de bedrijfsvoering door zo efficiënt mogelijk te werk te gaan.

Beleidsvoornemens:

Recreatieschap Twente zet in op het versterken van de recreatieparken Het Hulsbeek, Het Rutbeek en Het Lageveld en op het verder verbeteren van de Twentse wandel-, fiets- en ruiterroutenetwerken. Daarnaast werkt het aan een efficiënte en financieel gezonde organisatie. Met de recent voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt bovendien de democratische betrokkenheid van de Twentse gemeenteraden versterkt en sluit het bestuur beter aan op de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

Omgevingsdienst Twente

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Omgevingsdienst Twente

Programma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van programma Ruimte en heeft raakvlakken met bijna alle doelenbomen binnen dit programma. Primair gaat het om de uitvoering van alle milieutaken, maar ook milieu gerelateerde taken zoals: duurzaamheid en de invoering van de Omgevingswet.

Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en prettige regio.

Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:
De deelnemende Twentse gemeenten (14) zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Ook de provincie Overijssel is deelnemer. De werkzaamheden worden milieu breed of wel omgeving breed verricht. Belangrijke thema's betreffen, volksgezondheid, milieu en ruimtelijke ordening.

Financiële relatie/financieel belang:

De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van de Omgevingsdienst Twente. De verdeling van deze bijdrage gebeurde in de meeste gevallen op basis van inwonertal (de zogenaamde verdeelsleutel). Een uitzondering hierop was/is de bijdrage van de provincie. Deze bijdrage is gerelateerd aan de grootste gemeente binnen de regio Twente.  De herijking van de financiën van de Omgevingsdienst Twente (ODT), uitgevoerd door Seinstra & Partners (waarbij Arno Seinstra een centrale rol speelde), was een traject dat leidde tot een structurele wijziging in de financieringssystematiek vanaf 2024. Het doel was om van een "input"-gerichte financiering naar een reële kostenberekening per deelnemende gemeente te gaan, gebaseerd op werkelijke inzet.

  • Aanleiding: Het traject werd in 2022 ingezet omdat de productiviteit van de ODT bij de start van de gemeenschappelijke regeling te rooskleurig was ingeschat. Er was behoefte aan een duurzame financiële basis (rapport "Herijking financiering OD Twente", november 2022).
  • Nieuw financieringsmodel: In plaats van de oude verdeelsleutel (gebaseerd op 2019), wordt nu gekeken naar wat er daadwerkelijk nodig is per deelnemer. Dit resulteert in:
    • Eén integraal uurtarief: De totale exploitatiebegroting wordt gedeeld door het totaal aantal productieve uren.
    • Afrekening op basis van werkelijke uren: Aan het einde van het jaar wordt per deelnemer afgerekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte uren.
  • Financiële impact: De herijking leidde tot een noodzakelijke structurele hogere bijdrage van de gemeente Twenterand vanaf 2024;
  • Resultaat: De herijking is verwerkt in de begroting 2024 en is verder doorgevoerd in de Kadernota 2026, met als doel te komen tot een robuuste Omgevingsdienst Twente. 

De kosten per gemeente zijn hierdoor de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. De redenen daartoe zijn o.a. de ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen, zoals het realiseren/ontwikkelen van meer nieuwbouwplannen ten behoeve van wonen en bedrijven waardoor het omgevingsplan telkens moet worden aangepast. Maar ook diverse ontwikkelingen in wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet (1-1-2024),  de Robuustheidscriteria (1-4-2026), een overspannen arbeidsmarkt, het blijvend kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 (1-1-2025) en een verschuiving en toename in bepaalde taken hierdoor, meer adviesverzoeken van de gemeente aan de ODT vanwege bijvoorbeeld  omgevingsplannen en bouwaanvragen: geluid, bodem (PFAS) en lucht (stikstof). 

In 2027 zal de evaluatie van de “Herijking financiering OD Twente” worden opgestart. Dit is op verzoek van alle gemeenten en de Provincie een jaar naar voren gehaald en heeft invloed op het jaarresultaat in 2027 en de meerjarenbegroting. 

Beleidsvoornemens:
De gemeente Twenterand neemt deel aan de ontwikkeling en evaluatie van milieubeleidsregels voor alle VTH-Taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving). Daarnaast zijn er ook separate ontwikkelingen voor de VTH-thuistaken.
De gemeente Twenterand is vertegenwoordigd in het Portefeuillehouders overleg VTH, het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Twente, de Kerngroep VTH Beleid Omgevingsrecht en AOMD en nemen we deel aan diverse regionale werkgroepen.

Cogas, Almelo

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Cogas, Almelo

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op het beleidsveld Duurzaamheid.

Doelstelling:
De missie van Cogas is: Samen met onze maatschappelijke partners zorgen wij voor een toekomstbestendige energie-infrastructuur, dragen wij bij aan de energietransitie en de leefbaarheid in onze regio. Hierbij hoort de volgende visie: Cogas wil het duurzame netwerkbedrijf zijn dat zich vanuit haar maatschappelijke rol en regionale positionering actief richt op zowel excellent netbeheer als het bijdragen aan de energietransitie in haar regio.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten. Cogas is gevestigd in Almelo. Aandeelhouders zijn de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand en Wierden.

Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand bezit 558 aandelen à € 454; totale (nominale) waarde van €253.332. Dit betreft 11 % van de aandelen. Hierop wordt jaarlijks dividend uitgekeerd. De dividenduitkering aan Twenterand wordt in 2027 geraamd op € 558.000. 

Beleidsvoornemens: 
Het is de ambitie van Cogas, naast uitstekend netbeheer van bestaande netwerken, te investeren in de aanleg van nieuwe energie-infrastructuren, zoals warmte- en biogasnetwerken, om daarmee de verduurzaming van de warmtevoorziening mogelijk te maken en de energietransitie in de regio te faciliteren. Cogas wil een bijdrage leveren aan en positie nemen in de Energietransitie en is partner in de RES Twente.

Twence Holding BV, Hengelo

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Twence Holding BV, Hengelo

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.

Doelstelling:
Het Strategisch Beleidsplan 2024-2027 van Twence heeft de volgende twee strategische lijnen: 
I. Een actieve en substantiële bijdrage leveren aan de duurzame regionale energievoorziening.
II. Meer waardevolle grondstoffen uit afval en biomassa produceren om daarmee de grondstofkringlopen te sluiten.

Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
Behouden van verwerkingscapaciteit voor huishoudelijk afval tegen marktconforme tarieven.
In stand houding van een bedrijf dat op een duurzame wijze afval verwerkt tot grondstoffen en energie.
We stemmen alleen in met extra investeringen of strategieën als deze bij kunnen dragen aan beleidsdoelen van de gemeente Twenterand.
Beheren en exploiteren van milieuvoorzieningen, het verlenen van diensten op het gebied van milieubeheersing in het algemeen, het bewerken en verwerken van huishoudelijk afval en bedrijfsafval en het produceren en leveren van (duurzame) energie en secundaire grondstoffen.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twence is een overheidsbedrijf (uitsluitend gemeentelijke aandeelhouders) voor de verwerking van afval tot grondstoffen en energie. De Twentse gemeenten hebben gezamenlijk een aandeel van 96.35 % in Twence Holding B.V.

Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand heeft in december 2024 de aandelen in Twence Holding BV verkocht. Tot 1 juli 2027 (doorlooptermijn contract) heeft Twenterand nog 8.053 aandelen (1%). Het dividendrecht is verkocht en de 8.053 aandelen zijn uitgegeven in certificaten. Er wordt geen dividend meer ontvangen sinds 2025. Na 1 juli 2027 is Twence Holding BV geen verbonden partij.

N.V. Rova Holding, Zwolle

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - N.V. Rova Holding, Zwolle

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.

Doelstelling:
Het bevorderen van en/of het doen realiseren van integraal afvalketenbeheer en het leveren van kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op het terrein van verwijdering van afvalstoffen, waaronder begrepen beleidsondersteuning en collectieve aanbestedingen ten behoeve van deelnemende overheden.

Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
- het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval tegen zo laag mogelijke kosten voor de inwoners
- het in stand houden van een bedrijf dat op duurzame wijze diensten aan gemeenten verleend op het gebied van huisvuilinzameling, terugwinning van grondstoffen en BOR taken

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
ROVA is een afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie. Het werkgebied van ROVA telt 23 gemeenten in Midden en Oost-Nederland. Het betreft de organisatie, beheer en uitvoering van publieke taken voortvloeiend uit de afvalzorgplicht van de aangesloten gemeenten en de uitvoering van de gemeentelijke reinigingstaken.
Twenterand bezit 335 aandelen (3 %) ter waarde van €38.005,75 (nominale waarde) waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het normdividend bedraagt voor 2027 €100.000,-. Dit bedrag wordt ondergebracht bij de algemene dekkingsmiddelen.

Beleidsvoornemens:
In 2024 heeft ROVA zijn strategie geactualiseerd voor 2025 tot en met 2030. Deze nieuwe strategie leidt niet tot een grote koerswijziging. De strategie houdt nog steeds in dat afval als grondstof wordt gezien, hiervoor is een Programma Kwaliteit Grondstoffen ontwikkeld door ROVA. Ook streeft ROVA ernaar om het dienstenpakket verder uit te breiden met taken op gebied van het Beheer van openbare ruimte en dit beter in te bedden in de organisatie.  

Wadinko N.V., Zwolle

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Wadinko N.V., Zwolle

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Economie en vrijetijdsbesteding.

Doelstelling:

Wadinko is een regionale participatiemaatschappij. In wordt gezet op het bevorderen van bedrijvigheid en werkgelegenheid  in Overijssel, de Noord-Oostpolder en Zuidwest Drenthe. Zo kan Wadinko bijdragen aan de sociaaleconomische versterking van Twenterand. Daarnaast wordt jaarlijk dividend uitgekeerd aan de verbonden partijen. Op dit moment heeft Wadinko nog geen participaties in Twenterand. Inzet is dat er meer participaties komen in Twenterand.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang: 

De aandelen van de Naamloze Vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten. Wadinko is gevestigd in Zwolle.

Financiële relatie / financieel belang:

Voor 2027 en verder is € 42.500,- begroot aan dividend. 

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Den Haag

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Den Haag

Deze deelneming levert een bijdrage aan de bedrijfsvoering op het gebied van financiering.

Doelstelling:
BNG vertaalt haar missie in de volgende strategische doelstellingen:
- behoud van substantiële marktaandelen in de Nederlandse publieke sector en semipublieke domein;
- behalen van een redelijk rendement voor aandeelhouders.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De BNG is opgericht in 1914 en gevestigd in Den Haag. Het is de bank van en voor de overheid en instellingen voor het maatschappelijke belang. De BNG probeert zo goedkoop mogelijke financiële dienstverlening aan de gemeenten te bieden. Daardoor heeft zij toegevoegde waarde voor haar aandeelhouders en de Nederlandse publieke sector. De BNG is een structuurvennootschap. Met een relatief aandelenbezit van 0,04% beschouwt Twenterand BNG als een beleidsarme verbonden partij. 

Financiële relatie / financieel belang:
De aandelen zijn voor de helft in handen van de Staat, de andere helft is in handen van gemeenten en provincies. De BNG is, gemeten naar balanstotaal, de grootste overheidsbank van Nederland. De nominale waarde van de aandelen BNG van de gemeente Twenterand is € 59.670,- (23.868 aandelen à € 2,50). Voor 2027 wordt een dividend geraamd van € 24.000,-.

Enexis

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Enexis

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan de doelrealisatie op het beleidsveld Duurzaamheid en een bijdrage aan de bedrijfsvoering op het gebied van financiering.

Doelstelling:

Een op zo duurzaam mogelijke wijze verzorgen van een betrouwbaar en betaalbaar energietransport nu en in de toekomst.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

Twenterand bezit medio 2020 42.621 aandelen Enexis. Dit betreft 0,0285% van het aandelenkapitaal.  Vanwege deze geringe relatieve omvang beschouwt Twenterand Enexis als een beleidsarme verbonden partij.

Financiële relatie / financieel belang:

Voor 2027 en verder is € 29.000,- begroot aan dividend.

Zonnepark Oosterweilanden BV, Vriezenveen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Zonnepark Oosterweilanden BV, Vriezenveen

Programma:
Zonnepark Oosterweilanden B.V. wekt duurzame energie op d.m.v. zonnepanelen en levert daarmee een bijdrage aan de duurzaamheidsopgaven van de gemeente.

Doelstelling:
Het doel van Zonnepark Oosterweilanden B.V. is het opwekken van duurzame energie en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen.

Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:
De gemeente Twenterand is 100% aandeelhouder van Zonnepark Oosterweilanden B.V.

Financiële relatie/financieel belang: 
Twenterand houdt rekening met een dividenduitkering in 2027 van € 300.000.  Het realiseren van deze dividenduitkering is echter zeer onzeker.

Beleidsvoornemens:
Productie van duurzame energie.

Dimpact, Enschede

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Dimpact, Enschede

Dimpact is een coöperatieve vereniging van, voor en door Nederlandse gemeenten. De organisatie is opgericht om samen te werken aan eigentijdse, betrouwbare en digitale publieke dienstverlening. Gemeenten die lid zijn van Dimpact zijn gezamenlijk eigenaar en bepalen de koers van de vereniging. Elke gemeente heeft een gelijke stem, ongeacht grootte of inwonersaantal.

Wat doet Dimpact?
Dimpact faciliteert samenwerking tussen gemeenten en ontwikkelt digitale oplossingen die bijdragen aan moderne en efficiënte dienstverlening. Dit gebeurt onder andere via:
•    PodiumD: een open-source dienstverleningsplatform dat bestaat uit verschillende producten zoals PodiumD Contact, Formulier, Portaal en Zaak. Deze tools helpen gemeenten bij het transparant en efficiënt afhandelen van aanvragen en interacties met inwoners2.
•    Common Ground: Dimpact werkt volgens de principes van Common Ground, een landelijke visie op gemeentelijke informatievoorziening die gericht is op hergebruik van data, open standaarden en samenwerking.

Hoe werkt Dimpact?
De vereniging is formeel georganiseerd als een coöperatie. Lid gemeenten nemen actief deel aan expertiseteams en besluitvormende organen. Het Dimpact-bureau fungeert als regieorganisatie en ondersteunt gemeenten bij implementatie, beheer en doorontwikkeling van digitale producten

Lidmaatschap Dimpact?
Lidmaatschap van Dimpact biedt gemeenten:
•    Toegang tot innovatieve digitale oplossingen
•    Kennisdeling en samenwerking met andere gemeenten
•    Invloed op de ontwikkeling van producten en diensten
•    Een vliegende start bij implementatie van digitale bouwstenen
Dimpact telt inmiddels meer dan 40 aangesloten gemeenten en ondersteunt samen de dienstverlening aan ruim 3 miljoen inwoners.

Dimpact en gemeente Twenterand?
In 2022 heeft gemeente Twenterand besloten lid te blijven van Dimpact maar niet mee te gaan in de omzetting en ontwikkeling van de vervanging van het toenmalige zaaksysteem eSuite in de samenwerking Dimpact – waarvan we nu weten dat dit de PodiumD-producten betreft. Nu er gemeenten live gaan met het dienstverleningsplatform PodiumD en aanverwante PodiumD-producten is het voor gemeente Twenterand tijd om te onderzoeken wat vereniging Dimpact kan betekenen voor gemeente Twenterand (én gemeente Twenterand voor vereniging Dimpact).
-> Het inventariseren van de voordelen van de vorm van samenwerking van de Dimpactgemeenten, de denk- en werkwijze van Dimpact over doorontwikkeling van de digitale dienstverlening met Common Ground toepassingen en open source oplossingen.
-> Welke Dimpactproducten (formulier, portaal, contact, zaak, web en melding) kan en wil gemeente Twenterand inzetten voor de doorontwikkeling naar een moderne en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven en te participeren bij producten waar dit past binnen de uitgangspunten/principes van gemeente Twenterand (o.a. Common Ground). Ook gezien de noodzakelijk doorontwikkeling van de digitale dienstverlening om te kunnen voldoen aan (toekomstige) de wet- en regelgeving.

Kosten lidmaatschap Dimpact voor gemeente Twenterand in 2026: € 18.347,00

Euregio, Gronau

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Euregio, Gronau

Programma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan alle programma’s en diverse doelenbomen. Het gaat in het algemeen om grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking en internationale contacten.

Doelstelling:

De Euregio heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking. Daarbij richt de organisatie zich op het versterken van de economische ontwikkeling, arbeidsmarkt, bereikbaarheid, innovatie en leefbaarheid in het Nederlands-Duitse grensgebied. Ook bevordert de Euregio de samenwerking tussen overheden, onderwijsinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties, zodat grensbelemmeringen worden verminderd en kansen voor inwoners en ondernemers beter kunnen worden benut.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De Euregio is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van Nederlandse en Duitse gemeenten, steden en (Land-)Kreise. In 2027 proberen we de reeds ingezette weg van het actiever bezig zijn met de Euregio verder in te zetten.

Financiële relatie / financieel belang:

Voor de Nederlandse gemeenten is de bijdrage aan de Euregio € 0,29 per inwoner.

Beleidsvoornemens:

De Euregio werkt vanuit drie inhoudelijke commissies op de terreinen Maatschappelijke ontwikkeling, Economie en Arbeidsmarkt en Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling.

P-10 (Plattelandsgemeenten)

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - P-10 (Plattelandsgemeenten)

Doelstelling:
De P10 bestaat uit 34 grote plattelandsgemeenten in Nederland die een aantal kenmerken delen: veel oppervlakte, kleine kernen en een lage bevolkingsdichtheid. Veelal hebben zij vergelijkbare ambities c.q. opgaven en werken daarom samen aan uitdagingen en oplossingen voor het platteland en brengen in gezamenlijk verband hun ambities en beleidsvoornemens onder de aandacht bij de landelijke en Europese politiek. Naar verwachting stelt de P10 in het komende jaar een nieuwe strategische visie vast voor de nieuwe bestuursperiode.

Programmalijnen:

1.    Leefbaarheid (bereikbaarheid van voorzieningen en bedrijven, zowel fysiek als digitaal)
2.    Sociaal platteland  (o.a. vergrijzing, gezondheid, armoede en schulden)
3.    Duurzaam platteland (met thema's als stikstof, PFAS, klimaatadaptatie, energietransitie, kringlooplandbouw en nieuwe natuur)

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:

De gemeente Twenterand wordt in het Algemeen bestuur vertegenwoordigd door de wethouder buitengebied, landbouw en natuur.

Financiële relatie / financieel belang:

Twenterand betaalt een jaarcontributie van circa € 16.000.

Beleidsvoornemens:

Opkomen voor de gedeelde belangen van de gemeente aangesloten bij P-10.

Twentse Koers

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden Partijen - Twentse Koers

Programma: 
Sociaal Domein

Doelstelling:
De Twentse Koers (voorheen: Samenwerkingsagenda Menzis)  is een strategische domeinoverstijgende samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten, de provincie Overijssel, SamenTwente (GGD) en zorgverzekeraar Menzis op het gebied van zorg, welzijn en wonen. Er wordt gewerkt volgens het principe van de 'coalition of the willing'. Dat betekent dat partijen binnen de agenda op projectniveau kunnen bepalen of ze meedoen of niet.

Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang: 
De Twentse Koers kent een bestuurlijk overleg.  Hierin heeft de portefeuillehouder Wet maatschappelijke ondersteuning/publieke gezondheid zitting. Leden van het bestuurlijk overleg hebben  geen mandaat voor beslissingen met financiële consequenties of van  politieke/bestuurlijke lading. 

Financiële relatie / financieel belang: 
De eigenaren betalen geen structurele financiële bijdrage aan de Twentse Koers. Financiering vindt projectmatig met externe middelen plaats. Gemeente Twenterand deed in de periode 2023-2026 een incidentele bijdrage uit de lokale GALA-middelen. Hoe dit in 2027 zal gaan, is nog niet bekend. De regionale middelen vanuit AZWA zullen naar verwachting rechtstreeks naar de Twentse Koers en de GGD vloeien. Het is niet ondenkbaar dat er op projectniveau vanaf 2027 extra lokale AZWA-middelen naar de Twentse Koers en/of de GGD zullen gaan. 

Beleidsvoornemens: 
De vastgestelde strategische agenda en samenwerkingsovereenkomst van de Twentse Koers loopt nog tot eind 2026. Vanaf 2027 zal de samenwerking zich voortzetten, omdat de Twentse Koers een regiofunctie bekleedt voor het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) en het transformatieplan Mentaal Gezond Twente. Naar verwachting zal er wel een inkrimping van het personeelsbestand plaatsvinden, waarvan de eerste tekenen (veel verloop) inmiddels zichtbaar zijn. 

Op 1 juli 2026 heeft het BO Twentse Koers de bureau-organisatie opdracht gegeven om samen met de eigenaren en andere strategische partners in 2027 te starten met het uitwerken van de bestuurlijke, juridische en organisatorische consequenties van een nieuwe governance, inclusief het organiseren van draagvlak bij strategische partners (met name Sociaal Werk Twente en Twente Beter) en advies over implementatie van de nieuwe governancestructuur voor uiterlijk 2030.  Dit zal de komende periode zijn beslag krijgen.

Paragraaf Grondbeleid

Terug naar navigatie - - Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Inleiding

Een van de middelen van een gemeente om haar ruimtelijke doelstellingen te verwezenlijken bij het uitvoeren van het omgevingsbeleid van de overheid is het grondbeleid. In het kader van het omgevingsbeleid wordt de maatschappelijke gewenste bestemming van de grond, middels een plan of besluit op basis van de Omgevingswet bepaald. De raad heeft een kader stellende en controlerende functie ten aanzien het gehanteerde grondbeleid en de daarbij behorende begrotingen en verantwoordingen.
Grondbeleid gaat in belangrijke mate over de productie van bouwgrond, de wijze waarop die tot stand komt en hoe de bouwgrond verkocht en gebruikt wordt.

Hoofdlijnen van het grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Hoofdlijnen van het grondbeleid

Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een actief grondbeleid te voeren (waarbij je zelf als gemeenten de gronden koopt en bouwrijp maakt) of een faciliterend (passief) grondbeleid (waarbij de bouwgrondproductie aan anderen wordt overgelaten).  Met faciliterend grondbeleid loopt de gemeente minder financiële risico’s. Deze liggen bij marktpartijen. Daar staat tegenover dat de gemeente minder sturingsmogelijkheden heeft. Voorts kan de gemeente bij faciliterend grondbeleid geen winst maken, omdat ze alleen kosten kan verhalen. Daardoor komen verlieslatende ruimtelijke ontwikkelingen niet of moeizaam van de grond, omdat de markt deze om bedrijfseconomische redenen niet oppakt. Bij actief grondbeleid kunnen met de baten uit winstgevende grondexploitaties tekorten op verlieslatende grondexploitaties worden bekostigd, waardoor er feitelijk financiële verevening tussen verschillende ruimtelijke ontwikkelingen plaats kan vinden.
 
In juli 2023 heeft de gemeenteraad de meest recente nota grondbeleid vastgesteld. Het uitgangspunt hierbij is dat de focus ligt op een situationeel grondbeleid. Waarbij afhankelijk van de noodzaak of ambitie er wordt gekozen voor actief grondbeleid.  Elke 4 jaar zal het grondbeleid moeten worden geactualiseerd, waardoor in 2027 de actualisatie zal moeten plaatsvinden.
 
Over de financiële gevolgen van het gevoerde beleid wordt jaarlijks gerapporteerd in de paragraaf grondbeleid van de jaarrekening. Daarin wordt uitvoeriger ingegaan op de financiële positie van het grondbedrijf, de projectmatige complexen (= lopende grondexploitaties) en de functionele complexen (complex verspreide bezittingen en complex nog uit te voeren werken). In de paragraaf grondbeleid van de begroting wordt vooruit gekeken op ontwikkelingen, die mogelijk gevolgen hebben voor de vermogenspositie van het grondbedrijf.
 
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
De grondexploitaties zijn ingedeeld conform de voorschriften van het BBV. Er is een onderscheid gemaakt in:
Bouwgrond In Exploitatie (BIE);
Gronden die onder de rubriek Materieel Vast Actief (MVA) op de balans worden verantwoord, voorheen het Complex Overige gronden.

Bouwgrond in exploitatie (BIE) heeft in alle gevallen betrekking op grondexploitaties die zich (bijna) in de uitvoeringsfase bevinden. Onder BIE vallen gronden die in eigendom zijn van de gemeente en waarvoor door de gemeenteraad een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. Het startpunt van BIE is het raadsbesluit van de vaststelling. Vanaf dat moment kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie bij onderhanden werk (BIE) op de balans.
De gronden welke onder MVA worden geschaard zijn meestal in het verleden anticiperend of strategisch aangekocht. Er is voor deze (bouw)gronden (nog) geen grondexploitatie vastgesteld door de Raad. Deze (bouw)gronden kunnen in de toekomst alsnog worden overgeheveld naar BIE. Een voorbeeld hiervan zijn de recent aangekochte percelen in Vriezenven Zuid waar nog geen officiële grondexploitatie voor is vastgesteld.

De Raad stelt op grond van haar budgetrecht kredieten beschikbaar voor de uitvoering van de grondexploitatiebegroting. Deze kredieten regelen de financiering en dekking van de uitvoeringskosten en zijn bestemd voor aankopen, wegenaanleg, groenaanleg, riolering, enzovoort. Met de jaarlijkse vaststelling van de grondexploitatie autoriseert de gemeenteraad tevens de baten en lasten in de eerste jaarschijf van de grondexploitatie. De baten en lasten worden opgenomen in de gemeentelijke exploitatiebegroting.
 
Woninglocaties

IJsbaanlocatie Den Ham
In de raadsvergadering van mei 2026 is besloten om de gebiedsontwikkeling van de ijsbaan en het sportterrein verder uit te gaan werken. Een eerste verkennende grondexploitatie liet zien dat dit plan financieel haalbaar wordt geacht. Een verplaatsing van enkele sportvoorzieningen naar het sportpark zou betekenen dat er ca. 100 woningen kunnen worden gerealiseerd, waaronder ook ruimte voor woonwagenbewoners. Momenteel wordt de definitieve planvorming voorbereid. Op basis van deze plannen kan ook het financieel kader definitief worden vastgesteld in de toekomst.

Vriezenveen-Zuid
Voor Vjenne Zuid is het gelukt om de gronden die nodig zijn voor de 1e fase minnelijk te verwerven. Hierdoor is er regie op de ontwikkeling van deze fase, waar er wordt gewerkt naar het definitief maken van een stedenbouwkundig plan. Op basis hiervan kan ook een definitieve grondexploitatie worden vastgesteld. Ook bij Wonen in het groen loopt het project goed door volgens de planning, waar er een stedenbouwkundig plan ligt en wordt gewerkt aan de voorbereiding van de verkoop van de eerste fase.

Het project Bijzonder wonen is tijdelijk stopgezet als een gevolg van de regelgeving over spuitzonering. De afstand tussen landbouwgrond waar gespoten wordt en woningbouw moet een minimale afstand van 50 meter bedragen, wat de ontwikkeling van deze specifieke locatie bemoeilijkt. Er zal nu verder onderzocht worden hoe deze bijzondere woonvormen wel een plek kunnen krijgen en gerealiseerd kunnen worden.

Geactualiseerde exploitatieopzetten

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Geactualiseerde exploitatieopzetten

Per 1 januari 2026 kende het Grondbedrijf 8 lopende grondexploitaties, waarvan 3 complexen volledig zijn verkocht maar nog wachten op het woonrijp maken van het laatste deel . Dat zijn ruimtelijke projecten, met bouwgrondproductie als hoofdmoot, waarvan de raad de  grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. Deze door de raad vastgestelde grondexploitatiebegrotingen fungeren als financieel en inhoudelijk kader voor het college van B&W waarbinnen zij verder gaat met de realisatie van een project. Tevens fungeert de grondexploitatiebegroting als een ‘voorspelling’ van de te verwachten kosten en opbrengsten en het begrote financiële eindresultaat.
Voor verlieslatende grondexploitaties dient een voorziening te worden getroffen ter dekking van het begrote tekort. Dit is van toepassing op het complex Zuidmaten Oost, waar deze voorziening dient te worden genomen.
Bij winstgevende grondexploitaties moet, na rato van de voortgang, geleidelijk winst worden genomen. Daarmee mag niet worden gewacht tot het moment waarbij het project (bijna) geheel is gerealiseerd.
De geactualiseerde geconsolideerde (samengevoegde) begroting van de lopende grondexploitaties ziet er als volgt uit:

Complex Boekwaarde Reeds genomen winst Nog te verwachten inkomsten Nog te verwachten uitgaven Winstverwachting totaal
Woningbouw 41.745 2.883.794 5.567.848 2.486.172 3.039.931
Bedrijventerreinen  -1.986.492 1.800.743 5.352.814  4.404.036 2.935.269
Totaal  -1.944.747 4.684.537 10.920.661 6.890.208  5.975.200

Paragraaf Lokale Heffingen

Terug naar navigatie - - Paragraaf Lokale Heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Inleiding

De paragraaf lokale heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van de gemeente Twenterand. Hierbij wordt met name ingegaan op de onroerendezaakbelasting (OZB), de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de begraafrechten en de toeristen- en forensenbelasting.

Lokale Heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Lokale Heffingen

Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen dient door middel van een door de gemeenteraad vast te stellen verordening te geschieden. De definitieve vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad vindt plaats in de laatste raadsvergadering van 2026.

De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (zoals OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:
a. de geraamde inkomsten;
b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
d. een aanduiding van de lokale lastendruk;
e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen
2025
2026
2027
Omschrijving
Raming
Realisatie
Raming
Raming
Afvalstoffenheffing
€ 2.499.132
€ 2.418.026
€ 2.546.296
€ 2.811.746
Begraafplaatsrechten
€ 650.000
€ 712.753
€ 700.000
€ 714.000
Forensenbelasting
€ 5.649
€ 13.860
€ 5.796
€ 5.929
Leges burgerzaken
€ 536.394
€ 729.171
€ 548.943
€ 606.588
Leges omgevingsvergunning
€ 929.154
€ 793.070
€ 953.312
€ 975.238
OZB eigenaren woning
€ 5.947.695
€ 5.969.144
€ 6.066.649
€ 8.180.105
OZB eigenaren niet-woning
€ 1.928.460
€ 1.895.132
€ 1.879.091
€ 2.396.140
OZB gebruikers niet-woning
€ 1.636.708
€ 1.624.918
€ 1.689.220
€ 2.153.920
Rioolheffing
€ 3.921.238
€ 4.194.812
€ 4.264.000
€ 4.400.600
Toeristenbelasting
€ 105.841
€ 90.733
€ 107.340
€ 109.733
€ 18.160.271
€ 18.441.619
€ 18.760.647
€ 22.353.999

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Landelijk

Hervorming lokaal belastinggebied
In het hoofdlijnenakkoord van het vorige Kabinet stonden een aantal maatregelen die betrekking hadden op lokale belastingen, namelijk een planbatenheffing of vergelijkbaar systeem, maximering van de onroerende zaakbelastingen (OZB) en verlaging van de aanmanings- en incassokosten.

Het huidige Kabinet hanteert een andere visie op financieel en lokaal beleid. Omdat dit een minderheidskabinet is, moeten veel plannen via wisselende meerderheden in de Kamers worden uitonderhandeld.  Op lokaal fiscaal gebied en de verhouding met gemeenten verschuift de nadruk onder deze coalitie naar voorspelbaarheid, klimaatverandering en het sociaal domein. Door gemeenten stabieler te financieren vanuit het Rijk, hoeven lokale overheden minder snel de OZB of andere eigen belastingen drastisch te verhogen om hun begrotingstekorten te dichten. Samengevat kiest het kabinet-Jetten voor financiële stabilisering van de lokale overheden en gerichte fiscale prikkels rondom mobiliteit en klimaat, in plaats van een drastische hervorming van de structuur van de gemeentelijke belastingen.

Wetsvoorstel versterking waarborgfunctie Awb
De Wet versterking waarborgfunctie Awb is een wetsvoorstel dat beoogt de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan te passen. Het doel van deze aanpassing is om de overheid te stimuleren besluiten voor burgers begrijpelijker te maken, zich bij de uitvoering van taken meer in de burger te verplaatsen en zich minder formeel op te stellen. Kortom, het beoogt een meer empathische en toegankelijke benadering van de burger in procedures van besluitvorming en rechtsbescherming.  Twee onderdelen uit het wetsvoorstel springen er qua gevolgen uit nl.:
1.    Volledige heroverweging bestreden besluit.
2.    Verplichte afdoenings-overleg bij ieder bezwaar.
 
Dit betekent dat we in (WOZ)bezwaar niet alleen de aangedragen bezwaargronden moeten beoordelen maar altijd alle kenmerken en referenties kenbaar moeten heroverwegen. Daarbij moeten we altijd in overleg met belanghebbende en met mede-belanghebbenden zoals mede-eigenaren en (ver)huurders over de afhandeling van het bezwaar. Ook als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Dit zal meer capaciteit vragen.
De VNG staat achter dit doel maar vreest voor meer juridisering en plaatst vraagtekens bij de uitvoerbaarheid. Het wetsvoorstel bevat te veel open normen. Het gevaar bestaat dat rechters hierover duidelijkheid moeten geven, terwijl het maken van duidelijke en uitvoerbare wetgeving nu juist een taak van de wetgever is.  
Een aantal wijzigingen in het wetsvoorstel, zoals begrijpelijke motivering, de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en passend contact, zijn ook nu al belangrijke noties voor gemeenten bij het nemen van besluiten en dienstverlening aan burgers en bedrijven. De rechtspraak versterkt de aandacht hiervoor. De VNG geeft er de voorkeur aan deze cultuurverandering te versterken in plaats van een vergaande formele juridische verankering. 
Verder wijst de VNG op de grote consequenties voor de huidige, van de Awb afwijkende, regimes in bijzondere wetten zoals de Invorderingswet (voor gemeentelijke belastingen) en de wetgeving in het fysiek domein. Bij gemeentelijke belastingen, zoals de OZB, zullen vooral de no-cure-no-paybureaus voordeel hebben van dit wetsvoorstel. In het fysiek domein wordt het moeilijker en tijdrovender om een besluit te kunnen nemen, bijvoorbeeld over woningbouw en stedelijke infrastructurele ontwikkelingen. De VNG wil daarom de afwijkende regimes gehandhaafd zien.

Het nieuwe Kabinet heeft het voorstel opgenomen in het coalitieakkoord. Er is eind juni 2026 een brief van de minister verzonden naar de 2e Kamer over de voortgang. Het wetsvoorstel is officieel nog niet ingediend.

Waterzorgheffing
Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Meer percelen kunnen in de heffing worden betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. De huidige verordening Rioolheffing (model VNG) dekt dan niet meer de lading 
Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Bij belastingplichtigen die daar niet op zijn aangesloten roept dat weerstand op. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er over een droge weg kan worden gereden. Iedereen heeft daar profijt van. De VNG heeft hiervoor een nieuw modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld. Bij invoering is een zorgvuldige communicatie en belangenafweging naar nieuwe belastingplichtigen van belang. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken.

Lokaal

Ontwikkeling tarieven
De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking.

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
Gemeenten zijn beperkt in de soorten belastingen die ze mogen heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet.
Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. De opbrengsten van de belastingen en overige heffingen worden in beginsel alleen aangepast aan de inflatiecorrectie. Deze bedraagt voor 2027 2,3%.
De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2027 in de gemeente Twenterand worden geheven zijn:

Ongebonden belastingen

Forensenbelasting
Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kunnen gemeenten forensenbelasting heffen. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Met de forensenbelasting kunnen gemeenten de kosten van bepaalde voorzieningen ook verhalen op mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de voorziening. De forensenbelasting wordt door Nederlandse gemeenten alleen geheven van mensen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning ter beschikking houden.

Toeristenbelasting
Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Onroerendezaakbelastingen
Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen.

De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.

Belastingplichtige
- eigenaren van woningen;
- eigenaren van niet-woningen;
- gebruikers van niet-woningen.
Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.

Grondslag onroerendezaakbelastingen
De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt.
Zoals bij de uitgangspuntennotitie is voorgesteld en besloten, worden de OZB-tarieven in de programmabegroting vanaf 2027 met 25% verhoogd. De OZB-opbrengst wordt op basis van deze nieuwe tarieven berekend, waarbij eveneens rekening wordt gehouden met een stijging van de WOZ-waardes van woningen en niet-woningen (ontwikkeling van de vastgoedmarkt).

Gebonden belastingen

Afvalstoffenheffing
De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.
Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt sinds 2002 uitgevoerd door ROVA. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.

Belastingplichtige
Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt.

Grondslag
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. De gemeente Twenterand hanteert als grondslag een vast bedrag plus een opslag op basis van het aantal aanbiedingen.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval € 3.588.448. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval en de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Daarnaast begroten wij € 508.352  voor overheadkosten. Dit zijn kosten die worden gemaakt door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. 

Voor het vastrecht wordt voor 2027 een tarief voorgesteld van € 138,36  (€ 126,60 in 2026). Voor de aanbiedingstarieven wordt een tarief voorgesteld van € 14,00 voor een 240 l. restafvalcontainer en  € 8,50 voor een 140 l. restafvalcontainer. Daarnaast worden 2 nieuwe tarieven geïntroduceerd in verband met inzamelvoorzieningen bij hoogbouwlocaties: € 1,50 per aanbieding voor een verzamelcontainer restafval van 30 liter en € 2,50 per aanbieding voor een verzamelcontainer restafval van 60 liter.

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Afvalstoffenheffing
Lasten taakveld
Overhead
BTW
Totale lasten
Heffing
Overige baten
Totale baten
Kosten dekkendheid
7.3 Afval
2.553.389
508.352
526.707
3.588.448
2.812.758
917.300
3.730.058
100,00%
2.1 Verkeer en vervoer
71.610
71.610
6.3 Inkomensregelingen
70.000
70.000
Totaal
2.694.999
508.352
526.707
3.730.058
2.812.758
917.300
3.730.058
100,00%

Leges en rechten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Leges en rechten

Leges
De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening.
Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook moeilijk realiseerbaar zijn gezien het feit dat de kosten voor de individuele diensten moeilijk zijn te bepalen. Dat neemt niet weg dat een gemeente wel een kostendekkendheid per dienst of per samenhangende groep van diensten mag nastreven, als de gemeente in dit opzicht maar een consequente lijn volgt.

Begraafrechten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Begraafrechten

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen.
In totaal verwachten we het komende jaar € 730.267 aan kosten te maken om onze zorgplichten na te komen. De totale baten voor 2027 zijn € 730.267. 

 

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Begraafrechten
Lasten taakveld
Overhead
Mutatie reserves
Totale lasten
Heffing
Overige baten
Totale baten
Kosten dekkendheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
473.232
280.800
-23.765
730.267
714.000
16.267
730.267
100,00%
Totaal
473.232
280.800
-23.765
730.267
714.000
16.267
730.267
100,00%

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Rioolheffing

De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel.
Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing.

De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. De gemeente Twenterand hanteert één rioolheffing voor alle watertaken.
Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen.

Verwachte kosten
In totaal verwachten we het komende jaar € 4.422.009  aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering € 4.050.713.  De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en in de kosten voor heffing en invordering van de rioolheffing. Door machinaal te vegen worden onze straten gereinigd en wordt voorkomen dat het riool dichtslibt en bovenmatig slijt door (veeg)zand. De kosten van het vegen worden daarom deels (60% : € 119.420)  ten laste van het riool gebracht. 
Daarnaast begroten wij € 726.524 voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Aan de raad wordt voorgesteld om het tarief voor rioolrechten voor 2027 te verhogen met 2,5% tot € 300,12 (was € 292,80).

Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen
Rioolheffing
Lasten taakveld
Overhead
BTW
Totale lasten
Heffing
Overige baten
Totale baten
Kosten dekkendheid
7.2 Riolering
2.194.260
726.524
1.129.929
4.050.713
4.400.600
21.409
4.422.009
100,00%
2.1 Verkeer en vervoer
119.420
119.420
5.7 Openbaar groen en recreatie
108.845
22.857
131.702
6.3 Inkomensregelingen
120.174
120.174
Totaal
2.542.699
726.524
1.152.786
4.422.009
4.400.600
21.409
4.422.009
100,00%

Woonlastenontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Woonlastenontwikkeling

De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media en dan gaat het met name om de OZB. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot een aanpassing van de woonlasten.

 

Onderstaand treft u een overzicht aan van de lastendruk van een inwoner van onze gemeente die in het
kader van de afvalstoffenheffing in 2027 1 restcontainer van 240 liter in gebruik heeft, welke 5 keer
geleegd wordt. De bedragen in onderstaand overzicht zijn bedragen per maand.
Eigen woning: € 203.000
2026
2027
2028
2029
2030
Afvalstoffenheffing, vast deel
€ 10,55
€ 11,53
€ 12,64
€ 13,48
€ 14,17
Afvalstoffenheffing, variabel deel
€ 6,75
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
Rioolheffing
€ 24,40
€ 25,01
€ 25,64
€ 26,28
€ 27,61
OZB
€ 19,83
€ 24,25
€ 24,67
€ 25,17
€ 25,67
Totaal lastendruk
€ 61,53
€ 66,62
€ 68,78
€ 70,76
€ 73,28
Eigen woning: € 240.000
2026
2027
2028
2029
2030
Afvalstoffenheffing
€ 10,55
€ 11,53
€ 12,64
€ 13,48
€ 14,17
Afvalstoffenheffing, variabel deel
€ 6,75
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
Rioolheffing
€ 24,40
€ 25,01
€ 25,64
€ 26,28
€ 27,61
OZB
€ 23,42
€ 28,67
€ 29,17
€ 29,83
€ 30,42
Totaal lastendruk
€ 65,12
€ 71,04
€ 73,28
€ 75,43
€ 78,03
Eigen woning: € 386.500
2026
2027
2028
2029
2030
Afvalstoffenheffing
€ 10,55
€ 11,53
€ 12,64
€ 13,48
€ 14,17
Afvalstoffenheffing, variabel deel
€ 6,75
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
Rioolheffing
€ 24,40
€ 25,01
€ 25,64
€ 26,28
€ 27,61
OZB
€ 37,75
€ 46,17
€ 47,08
€ 48,00
€ 49,00
Totaal lastendruk
€ 79,45
€ 88,54
€ 91,20
€ 93,59
€ 96,61
Huurwoning:
2026
2027
2028
2029
2030
Afvalstoffenheffing
€ 10,55
€ 11,53
€ 12,64
€ 13,48
€ 14,17
Afvalstoffenheffing, variabel deel
€ 6,75
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
€ 5,83
Rioolheffing
€ 24,40
€ 25,01
€ 25,64
€ 26,28
€ 27,61
Totaal lastendruk
€ 41,70
€ 42,37
€ 44,11
€ 45,59
€ 47,61

Kwijtscheldingsmogelijkheden

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale Heffingen - Kwijtscheldingsmogelijkheden

De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzen gemaakt:
- Voor de ozb (voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen), riool- en voor de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
- Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 500m3
- Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
- Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
- Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;
- Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.

Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in het kader van het minimabeleid is voor 2027 uitgegaan van een totaalbedrag van €190.174. Hierbij gaat het om:
Afvalstoffenheffing €70.000
Rioolheffing € 120.174