Omschrijving

Landelijke ontwikkelingen
Het doel van de Hervormingsagenda jeugdzorg is dat het stelsel rondom jeugdigen beter gaat werken en financieel weer houdbaar zal worden. Een structurele besparing is aan de orde, evenals investeringen om deze te halen. Er ligt een grote opgave op kostenbeheersing die scherpe keuzes gaat vragen. In de Hervormingsagenda zijn zowel maatregelen opgenomen die geld kosten, zoals een verbetering in kwaliteit, als maatregelen die (op termijn) een besparing opleveren. Ook is rekening gehouden met kosten voor de uitrol van maatregelen. De richting van de aanpassingen: een inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet, een verbetering van de toegang en integraliteit van het sociaal domein en een versteviging van de sociale basis.

Vertrekpunt van de Hervormingsagenda is een structurele besparing van €1 miljard vanaf 2027 landelijk. Een externe deskundigencommissie oordeelde in januari 2025 dat deze bezuiniging onhaalbaar is en adviseerde ermee te stoppen. In reactie daarop stelde het Rijk in de voorjaarsnota extra middelen beschikbaar voor 2025–2027, die zijn verwerkt in de Kadernota 2026. Deze middelen zorgen tijdelijk voor een positief effect, maar vanaf 2028 slaat het financiële beeld om wanneer dit wordt verrekend met onze meerjarenraming. In september 2025 heeft het Rijk daarnaast toegezegd dat gemeenten worden gecompenseerd voor de jeugdzorgtekorten over 2023–2024, conform het advies van de commissie-Van Ark. Deze middelen zijn opgenomen in de Algemene Reserve van Twenterand en zullen waar nodig kunnen worden aangeboord als investering om de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd en de regionale samenwerking hierop mogelijk te maken.

Daarnaast wil het kabinet inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. Met de VNG hebben wij serieuze vraagtekens bij de haalbaarheid van de reeks zoals die er nu vanaf 2028 staat. Het is veel te ambitieus. Het doorvoeren van maatregelen vergt forse aanpassingen in het stelsel en bijbehorende wetswijzigingen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de reikwijdte van de jeugdzorg. De inwerkingtreding van het desbetreffende wetsvoorstel is voorzien voor midden 2027. Het zal daarna nog de nodige tijd vergen voordat dit werkelijk (financieel) effect sorteert. Daarnaast wordt er geen indexatie van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals dit door de deskundigencommissie was aanbevolen.

We zijn al een aantal jaren bezig om de beweging van geïndiceerde zorg naar voorliggende voorzieningen te maken. De inzet van Praktijkondersteuners Jeugd bij de huisartsen, gezinswerk en Coördinatoren Externe verwijzers (CEV-ers) hebben tot een onderbouwde besparing op geïndiceerde jeugdhulp gezorgd.  Vanuit de hervormingsagenda resteren nog meer acties zoals het stevige lokale team (toegang), de reikwijdte en de inrichting van de robuuste jeugdhulpregio (lees: SamenTwente/ OZJT). Dit is in 2025 voorbereid.

Doorontwikkeling toegang tot het sociaal domein en het lokaal team
Naast de hierboven beschreven beweging streven we ernaar een verbetering in het stelsel met besparing in de geïndiceerde jeugdhulp te realiseren door de toegang tot het sociaal domein en het lokale team verder door te ontwikkelen. Er gebeurt al veel, maar de komende jaren is een efficiëntere en effectievere samenwerking nodig om inwoners zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen, preventief te kunnen werken, inwoners waar nodig passende ondersteuning te bieden en de instroom naar geïndiceerde zorg te beperken. Dit is een gezamenlijke opgave met ons voorliggend veld.

Gemeenten zijn vanuit diverse wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de toegang tot zorg en ondersteuning in het sociaal domein. De (her)inrichting van de toegang, met stevige lokale teams, wordt breed gezien als een sleutel om zorg en ondersteuning beter te organiseren, steeds vanuit het perspectief van de inwoner. Deze beweging zien we terug in vrijwel alle landelijke akkoorden en programma’s binnen het sociaal domein en sluit bovendien aan bij bredere ontwikkelingen rondom dienstverlening.

Gemeenten hebben de opdracht te zorgen voor een laagdrempelige toegang tot ondersteuning, met krachtige en goed bereikbare lokale teams die aanwezig zijn op plekken waar inwoners van nature komen. Deze teams bieden direct hulp, schakelen waar nodig met gemeentelijke afdelingen, collectieve voorzieningen en aanvullende expertise en blijven voor inwoners het vertrouwde aanspreekpunt zolang dat nodig is. Dit sluit naadloos aan bij de twee ontwikkelrichtingen die wij in Twenterand hebben gekozen voor de doorontwikkeling van de toegang: samenhangend organiseren en de inwoner als uitgangspunt.

In 2024 is akkoord gegeven op de Bestuursopdracht Doorontwikkeling Toegang en Lokaal Team Sociaal Domein Twenterand. Op 13 mei 2025 is de eerste rapportage opgeleverd, waarin de eerste contouren zijn geschetst op basis van landelijke eisen en eerdere gesprekken met inwoners, waaronder de Week van de Toegang. In oktober 2025 heeft het college de concept-kadernotitie vastgesteld, waarna in november 2025 verschillende informatiebijeenkomsten voor inwoners en maatschappelijke partners zijn georganiseerd. De definitieve kadernotitie is op 16 december 2025 door het college vastgesteld. De behandeling en vaststelling in de gemeenteraad is de volgende stap.

Doorontwikkeling dashboard voorliggend veld 
In het coalitieakkoord is de ambitie uitgesproken om de positie van het voorliggend veld te versterken door de ontwikkeling van een dashboard. In 2024 is hiervoor een inventarisatie van de bestaande systemen gestart. Door capaciteitsproblemen is de voortgang echter beperkt gebleven en is de ambitie tijdelijk bijgesteld. Ook in 2025 kon dit traject vanwege dezelfde capaciteitsissues niet worden hervat.

Tegelijkertijd ontstonden er in 2025 ook nieuwe kansen, onder andere dankzij de nieuwe Algemene subsidieverordening van de gemeente Twenterand en het parallel lopende traject rondom Toegang. Op 24 april 2025 is besloten om een groot deel van de activiteiten binnen het sociaal domein via inkoop te organiseren. Hiermee biedt dit besluit nieuwe aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling van een dashboard. Via inkoop kan de gemeente duidelijke kaders en verwachtingen meegeven, waaronder de gezamenlijke beweging richting het werken in één systeem of het aanleveren van uniforme gegevens die de bouw van een dashboard mogelijk maken. Door gezamenlijke standaarden af te spreken wordt het bovendien eenvoudiger om één technische koppeling te realiseren, waardoor het dashboard nagenoeg automatisch kan worden opgebouwd.

Continuïteit cruciale jeugdhulp 
Binnen het huidige onrustige jeugdhulp- zorglandschap zien we dat de continuïteit van jeugdhulp bij een aantal aanbieders in gevaar komt. Redenen hiervan zijn divers en oorzaken niet eenvoudig te verhelpen. Daarbij kan gedacht worden aan personele kosten of het leveren van zeer specialistische zorg.  De risico’s op discontinuïteit van jeugdhulp worden zoveel mogelijk beperkt in het belang van de jeugdigen en hun verzorgers. In 2025 is er blijvende aandacht geweest voor het ontstaan of voortduren van continuïteitsrisico’s.  Het blijft van belang om vroegtijdig te signaleren en om de risico's te beheersen wanneer de ernst ervan toeneemt. Daar waar nodig zijn er passende, objectieve en weloverwogen besluiten genomen over het al dan niet (financieel) ondersteunen van jeugdhulpaanbieders.

Stijgende kosten jeugdhulp
Voortvloeiend uit analyses ten behoeve van de jaarrekening 2024 en de Kadernota 2026 is er in de Berap een budget van €2.200.000 opgenomen om de kostenstijging voor 2025 op te vangen. Aan de Berap lag een analyse ten grondslag die gebaseerd was op de feitelijke declaratie tot juni 2025. Deze vormde de grondslag voor de prognose die is gemaakt voor de rest van het jaar.

De analyse bij de Berap is verrijkt met oorzaken van de kostenstijging. Zo kan gesteld worden dat er met ingang van 2025 sprake is van nieuwe jeugdhulpcontracten. En gemeenten hierbinnen gebonden zijn aan reële tarieven die beïnvloed worden door o.a. personeel(stekorten). Daarnaast zijn er andere ontwikkelingen zoals dure indicaties, inzet van crisiszorg, personeelsverloop, wachtlijsten en kleinschaligheid en ombouw residentieel verblijf/JeugdzorgPlus die van invloed zijn op de kostenstijging.

In de jaarrekening 2025 is ondanks de verschillende analyses rondom de Berap een overschrijding van  € 771.000.  De oorzaken hiervan zijn zoals beschreven veelzijdig en complex in de duiding. Wel kan verklaard worden dat het declaratiegedrag van zorgaanbieders een factor is. In de prognoseberekening wordt gerekend op basis van de daadwerkelijke declaratie in voorgaande maanden en het declaratiepatroon vanuit het verleden. Aanbieders hebben in de loop van het jaar meer dan geprognotiseerd gedeclareerd over de eerste maanden van 2025. Hierdoor lopen de daadwerkelijke uitgaven niet meer in de pas met de prognoseberekening (hiermee kan circa € 300.000 worden verklaard). Tevens was de verwachting dat er een dure voorziening zou stoppen echter is deze verlengd met bijkomende kosten. Ook hebben we te maken gehad met een casus waarin Twenterand met terugwerkende kracht aansprakelijk is voor het verblijf van een jeugdige. Deze kosten zaten ook niet in eerdere prognoses. Deze twee specifieke oorzaken verklaren ook nog circa € 200.000.

Onderkend moet worden dat het prognosticeren binnen een dusdanig groot budget het risico met zich meebrengt dat een kleine afwijking zal leiden tot een flinke over- of onderschrijding. Binnen Twenterand kiezen we er vooralsnog voor om scherp te begroten. Daarnaast geldt binnen Jeugd dat sommige voorzieningen zeer kostbaar zijn. Wanneer één jeugdige bijvoorbeeld in een verblijfvoorziening wordt geplaatst, kan dit al snel leiden tot aanzienlijke financiële afwijkingen.

In 2025 werken we in de regio aan verschillende beheersmaatregelen, waaronder Team AnderS, het coördinatiepunt Wonen & Verblijf, de werkgroep Wonen & Verblijf, het project Indicatoren en uiteraard de Samenwerkingsagenda. In 2025 is geconcludeerd dat binnen de Samenwerkingsagenda onvoldoende prioritering heeft plaatsgevonden. De jeugdzorgopgave kent beperkte capaciteit en financiële middelen. Dit maakt dat prioriteren nodig is, omdat we niet alles tegelijk kunnen. Daarom heeft het Algemeen Bestuur van Samen Twente (apart van de kerntakendiscussie Samen Twente) opdracht gegeven om een Prioritaire Agenda Jeugd op te stellen. Gemeenten worden geconfronteerd met flinke kosten die ze niet altijd tijdig kunnen voorzien. Dat vergroot urgentiegevoelens en crisis; het roept om verandering en zet gemeenten, OZJT en partners steeds weer onder druk. Er mist rust om consistent en consequent te verbeteren.  Voor veel Twentse gemeenten ligt bij het beheersen van de kosten een duidelijke prioriteit en hierin kunnen wij regionaal gezamenlijk optrekken. De agenda richt zich op drie hoofdopgaven: toeleiding naar (hoog) specialistische jeugdzorg, inzet van (hoog) specialistische zorg, waaronder wonen en verblijf, sturing en partnerschap. Deze Prioritaire Agenda wordt verder uitgewerkt in 2026. Gezamenlijk dragen deze beheersmaatregelen bij aan het monitoren en inzichtelijk maken van de jeugdhulp. De Prioritaire Agenda is opgesteld aan de hand van de leidende principes uit de regiovisie Jeugd en tevens is het doel de samenwerkingsagenda jeugd te integreren. 

Aan de inkomstenkant zijn er in de meicirculaire 2025 extra middelen toegekend in het kader van de jeugdhulp. Ook is de gemeente gecompenseerd voor de jaren 2023 en 2024.