Paragrafen
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersingInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - InleidingDoel van deze paragraaf is weergeven hoe solide de positie van de gemeente is en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Door weerstandsvermogen en risicobeheersing te schetsen, alsmede kengetallen over financiële weerbaarheid en wendbaarheid gepresenteerd.
De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben de afgelopen jaren laten zien dat er snel ernstige verstoringen kunnen optreden, op grote schaal en met een forse impact, voor vrijwel iedereen. De gevolgen ervan hebben we ook ervaren als gemeente.
Ook de nabije toekomst is onzeker. De oorlog, de opgaven vanuit het Rijk, de financiële tekorten, krapte op de arbeidsmarkt, opgelopen rente vormen risico’s op korte/ middellange termijn. Dit vraagt om continue bewustwording, om monitoren en acteren en dat is wat we doen. Er komen steeds meer complexe opgaven op gemeente af. Hierop hebben wij geanticipeerd door de organisatiestructuur in te richten met een robuust en wendbaar deel om in te kunnen spelen op deze (nieuwe) complexe opgaven.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen en risicobeheersingRisicobeheersing is het expliciet en systematisch omgaan met en beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met beleidsmatige en/of financiële gevolgen. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat beleid en uitvoering in gevaar komen. Weerstandsvermogen is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit is samengevat in de volgende tabel. Ultimo 2025 bedraagt de weerstandscapaciteit € 33.175.041.
| Omschrijving | Stand 31-12-2024 rekening | Stand 31-12-2025 begroot | Stand 31-12-2025 rekening |
| Algemene risicoreserve | 13.381.801 | 6.686.308 | 23.696.540 |
| Reserve minimabeleid | 108.720 | 146.103 | 258.228 |
| Reserve sociaal domein | 7.405.185 | 6.734.011 | 7.047.825 |
| Reserve risico's grondbedrijf | 1.172.449 | 843.225 | 2.172.448 |
| Totaal | 22.068.155 | 14.409.647 | 33.175.041 |
De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico’s die worden gelopen. Daarvoor doen we aan risicomanagement. Doelen hiervan zijn het bevorderen van risicobewustzijn en het expliciet maken en beheersen van risico’s. Het is een continu proces gericht op:
• Het identificeren van risico’s: waar lopen we welke risico’s?
• Het classificeren van risico’s: hoe groot is de kans, de impact en het financiële effect?
• Het treffen van beheersmaatregelen
We doen dit door tweemaal per jaar risicosessies te houden met inhoudelijk en financieel betrokkenen. Daarbij worden risico’s benoemd en per risico de kans op optreden en de gevolgen (impact) ervan bepaald. Gevolgen in financiële zin, incidenteel of structureel (i/s), en voor doelstelling en imago (in de vorm van een rapportcijfer, waarbij een hoger cijfer staat voor een groter gevolg). Zo actualiseren we het overzicht van risico’s, als basis voor beheersmaatregelen, gericht op verminderen van kans op optreden en/of op beperken van gevolgen. Hierbij wordt opgemerkt dat het soms lastig is om de risico’s te kwantificeren.
De belangrijkste risico’s zijn samengevat in de tabel Risico’s en worden toegelicht. Daarmee zijn niet alle risico’s benoemd.
Door allerlei ontwikkelingen in de wereld, geopolitiek, klimaat, migratie, etc. wordt de gemeente steeds meer geconfronteerd met grote onvoorspelbare opgaven. Een kenmerkend voorbeeld is de inval in Oekraïne door Rusland. Naast economische gevolgen zijn er ook humanitaire gevolgen waarbij een groot beroep wordt gedaan op ons gemeentelijk en maatschappelijk vermogen om vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen, voor een periode van ongewisse duur.
De organisatie is zich hiervan bewust en probeert steeds meer structuur te geven aan een robuuste organisatie voor het reguliere werk enerzijds en een wendbaar deel van de organisatie anderzijds dat zich richt op opgavegericht werken. Dit neemt niet de toenemende onvoorspelbaarheid van opgaven niet weg, maar geeft wel mogelijkheden hiermee om te kunnen gaan.
Energieschaarste en onvoldoende drinkwater kan gevolgen hebben voor de groei ambities van onze gemeente, uitstel van aanpassing N36 kan het vestigingsklimaat beïnvloeden en klimaatverandering kan zich manifesteren in wateroverlast, droogte en/of hitte.
Het Kanaal Almelo - de Haandrik blijft ook de komende jaren aandacht vragen van ons. De gemeente leidt aanzienlijke schade aan de eigen infrastructuur, zoals wegen. Vooralsnog wordt dit niet vergoed, maar we zijn hierover op ambtelijk en bestuurlijk niveau in gesprek met de provincie. Voor de Noorderweg specifiek geldt, dat er financiële middelen zijn opgenomen in de begroting. De kans bestaat echter dat er onvoorziene maatregelen nodig zijn, waarmee veel extra geld is gemoeid.
In het gebied Hammerflier (met een sterk wisselende bodemopbouw) ontstaan vergelijkbare schades aan onze wegen. Ook die wegen vergen t.z.t. een bijzonder aanpak, leidend tot hogere (onderhoud)kosten. Om daar een begin mee te maken zijn er financiële middelen opgenomen in de begrotingen van 2025 en 2026.
Zowel nieuwe als wijzigingen in bestaande regelgeving zorgen ervoor dat er telkens nieuwe eisen worden gesteld aan onze dienstverlening en onze werkwijzen. We noemen de Wet open overheid (Woo), de nieuwe Archiefwet en het onderwerp ‘veelschrijvers’. Het risico bestaat dat we er niet aan alle eisen voldoen door capaciteitsbeperkingen.
Tabel risico's
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Tabel risico'sTabel Risico's |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
impact |
kans |
vereist weerstandsvermogen |
|||||
i/s |
doel |
imago |
|||||
Risico's |
in euro's |
||||||
1 |
Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen |
€ 1.000.000 |
s |
7 |
7 |
50% |
€ 1.000.000 |
2 |
Optreden majeure procesfout of incident |
€ 500.000 |
i |
7 |
9 |
20% |
€ 100.000 |
3 |
Samenwerkingsaspecten |
€ 500.000 |
i |
5 |
8 |
50% |
€ 250.000 |
4 |
Kwetsbaarheid informatiesystemen |
€ 250.000 |
i |
9 |
8 |
25% |
€ 62.500 |
5 |
Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed |
€ 500.000 |
i |
5 |
8 |
35% |
€ 175.000 |
6 |
Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) |
€ 1.000.000 |
i |
3 |
8 |
10% |
€ 100.000 |
7 |
Bodem |
€ 200.000 |
i |
3 |
3 |
20% |
€ 40.000 |
8 |
Ruimtelijke ontwikkelingen, Invoering Omgevingswet (Ow) en Wkb |
€ 500.000 |
i |
3 |
6 |
20% |
€ 100.000 |
9 |
Cybersecurity-risico |
€ 2.000.000 |
i |
6 |
10 |
15% |
€ 300.000 |
10 |
BBV, gemeentefonds, verdeelmodellen en overige financiële regelgeving |
€ 1.500.000 |
s |
2 |
2 |
50% |
€ 1.500.000 |
11 |
Opduiken van onbekende afspraken met gevolgen |
€ 500.000 |
i |
2 |
8 |
20% |
€ 100.000 |
12 |
Personeel gerelateerde risico's |
€ 1.000.000 |
i |
8 |
7 |
75% |
€ 750.000 |
13 |
Humanitaire ontwikkelingen |
€ 500.000 |
i |
8 |
8 |
20% |
€ 100.000 |
14 |
Grondexploitatie |
€ 1.000.000 |
i |
8 |
8 |
25% |
€ 250.000 |
Totaal |
€ 4.827.500 |
||||||
Weerstandsvermogen is 'impact in euro's' maal 'kans' waarbij structurele risico's dubbel tellen |
|||||||
Toelichting risico's
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting risico's1. Het onvoldoende realiseren van transformatie en bijsturingsmaatregelen.
De ontwikkelingen in het sociaal domein vormen nog steeds een grote uitdaging. Er zijn diverse autonome ontwikkelingen zoals: Participatiewet in balans (vanaf 2026), Basisdienstverlening schuldhulpverlening (vanaf 2026), reeds lopende Hervormingagenda jeugd en Toekomstscenario Jeugd en Gezinsbescherming etc. Van de gemeente wordt verwacht dat er zorg en ondersteuning wordt georganiseerd en daarvoor zijn te weinig middelen beschikbaar. Daar is een hervormingsagenda voor Jeugd aangehangen, met een financieel akkoord tussen gemeenten en Rijk waarin zowel bezuinigingen als investeringen staan. Uit de hervormingsagenda volgt dat een verschuiving nodig is van geïndiceerde zorg naar vrij toegankelijke voorzieningen. Het is echter nog niet gezegd dat dit altijd goedkoper is. Ook van alle betrokken zorgaanbieders wordt een transformatie verwacht, bijvoorbeeld meer ambulantisering van hulp en ombouw naar kleinschalige woonvoorzieningen. Deze ombouw naar kleinschaligheid leidt tot hogere kosten alsmede neveneffect (bijv. gewijzigde kosten leerlingenvervoer. Het is nog onduidelijk of en in hoeverre we in deze extra kosten worden gecompenseerd. Verder is het onzeker of het alle zorgaanbieders en voorliggende veldpartijen het voldoende lukt om te transformeren en om tot benodigde samenwerking te komen. We pakken de transformatie zowel lokaal met onze voorveldpartners als regionaal in de Samenwerkingsagenda Jeugdhulp Twente op. Daarbij merken wij op dat de samenleving niet maakbaar is en externe effecten ook van invloed kunnen zijn.
Door onduidelijkheid over beleid en de te ontvangen middelen vanuit het Rijk mede in relatie tot maatschappelijke effecten is het moeilijk om reële ambities en doelen te formuleren. De toekomstige inkomsten uit het gemeentefonds zijn ongewis. We weten bijv. wel dat eerdere specifieke uitkeringen structureel worden ingeboekt maar veel al met ca. 10% aftrek.
Zo wachten we momenteel op nadere beleids- en of financiële uitwerking van de Participatiewet in balans, Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming, Beschermd Wonen, Asiel- en Migratiebeleid en de Hervormingsagenda Jeugd.
Maatschappelijke ontwikkelingen zoals:
- Personeelstekorten maakt het ongewis wanneer en waar dit precies tot wachtlijsten of onvoldoende doelmatige inzet leidt. Dit leidt niet alleen in de zorg tot problemen, maar ook in de uitvoer van onze eigen gemeentelijke toegang.
- Vergrijzing dat binnen de Wmo leidt tot beperkte sturingsmogelijkheden op de instroom van bijv. Huishoudelijke Ondersteuning (HO).
2. Optreden van een majeure procesfout of incident.
Dit risico betreft het optreden van een procesfout of incident leidend tot een grote verstoring van het proces of in de dienstverlening. Uiteraard kunnen procesfouten en incidenten altijd plaatsvinden, maar bij dit risico gaat het om een grote verstoring. Aanleiding hiervoor kan zijn: een gebrek aan casusregie waardoor de juiste zorg niet of niet tijdig is verleend; het onvoldoende op orde zijn van het administratieve proces en het juiste gebruik van programmatuur; het verlenen van andere zorg dan bedoeld of het verlenen van te dure of te langdurige zorg door rolonduidelijkheid, wachtlijsten of gebrek aan kennis bij de medewerkers. Ten gevolge van het optreden van incidenten kan de koersvastheid onder druk komen te staan. Het bestaan van onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor participatie, hulp en ondersteuning dan wel onvoldoende doorstroming (bijv. vanuit crisisopvang) kan leiden tot extra kosten.
Er kan een toename optreden van het aantal ingebrekestellingen en/of bezwaarschriften met gevolgen voor imago en kosten. Van belang is dat indien wachttijden oplopen het risico toeneemt, daarom vindt monitoring van wachttijden plaats. Wachttijden in de toegang en in de rest van de keten vragen bijzondere aandacht. Het (vervolgens) bestaan van onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor participatie, hulp en ondersteuning dan wel onvoldoende doorstroming (bijv. vanuit crisisopvang) kan leiden tot extra kosten Landelijk heeft dit ook aandacht en regionaal wordt dit ook verder opgepakt.
3. Samenwerkingsaspecten.
In het sociaal domein wordt met veel partijen samengewerkt. Daar spelen ook risico’s. Dat kan gaan over een verschil van inzicht over de kwaliteit van dienstverlening, wat tot aansprakelijkheidskwesties kan leiden. Er zijn verschillende coalities in Twente wat invloed heeft op slagkracht, duidelijkheid en efficiency, ook richting externe partijen.
Voor transformatie van de jeugdzorg is samenwerking tussen de 14 gemeenten nodig, maar ook met de partijen in het gedwongen kader, zorgaanbieders en onderwijs. Er is een risico dat er m.b.t. onderwijs onvoldoende geanticipeerd kan worden op noodzakelijke en toekomstgerichte investeringen en de samenwerking die hier binnen het onderwijs van verwacht wordt. Huidige bekostiging schiet tekort voor ENG/BENG normen en achterstallig onderhoud (integraal huisvestingsplan (IHP)).
De samenwerking staat onder druk door beperkte capaciteit, beperkende wetgeving en verschillende culturen. De slagkracht binnen de jeugdhulpregio is momenteel onvoldoende om effectief te kunnen werken aan de gezamenlijke opgaven, zoals het terugdringen van uithuisplaatsingen. Er wordt onderzocht hoe de regio structureel kan beschikken over meer slagkracht om deze uitdagingen beter aan te kunnen pakken.
Inzake arbeidsmarktkrapte binnen SamenTwente (m.n. OZJT) is er meer risico doordat gekozen is voor ambtelijke dienstverbanden boven externe inhuur. Het risico wordt (pas) geeffectueerd op termijn wanneer personeel gezien werkzaamheden en financiering daar over is. Verder kunnen er bij (zorg)partijen door fors opgelopen kosten en tekorten op de arbeidsmarkt problemen ontstaan. Bijv. liquiditeitsproblemen en “niet leveren”. Ook kan het leiden tot faillissement waardoor frictiekosten kunnen ontstaan en er aanvullende maatregelen moeten worden getroffen om dienstverlening gecontinueerd te krijgen, bijv. ‘early warning’. Early warning betreft vroegsignalering bij problemen bij zorgaanbieders. Om problemen voor te zijn wordt er toenemend strakker aan de voorkant gescreend (barrièremodel). Het werken conform de privacywetgeving kan gevolgen hebben voor de beoogde integrale werkwijze en kan integraal maatwerk beperken.
De regionale inkoop 2025 voor jeugd en Wmo is afgerond. 2025 was een overgangsjaar en is goed verlopen, evenals de check op een dekkend zorglandschap. De personeelstekorten kunnen ook een mogelijk risico zijn voor het tijdig kunnen bieden van zorg en kunnen een negatieve invloed hebben op de dienstverlening. Per mei 2026 hebben we nieuwe contracten voor hulpmiddelen en stijgen de tarieven.
Tenslotte bestaat er in algemene zin een potentieel risico op zorgfraude. In samenwerking met partners zoals het OZJT, RIEC (Regionale Informatie- en Expertise Centra) en de SRT (Sociale Recherche Twente) worden risico’s op het gebied van zorgfraude teruggebracht. Daarnaast is in de nieuwe inkoop Jeugd en Wmo de Bibob-toets toegepast. Ook wordt door de contractmanagers van gemeente Twenterand aandacht gevraagd tijdens (account)gesprekken met zorgaanbieders voor de managementrapportages, waarbij stil wordt gestaan bij de financiële verantwoording en de accountantsverklaring. Hierbij worden vragen gesteld over doel- en rechtmatigheid van de ingezette ondersteuning en wordt bij (potentiële) onregelmatigheden (denk bijv. aan een hoge verzilveringsgraad) hier nader op doorgevraagd.
Diverse zorg, hulp en voorzieningen kopen we regionaal of bovenlokaal in. Dit brengt naast schaalvoordeel ook enig risico met zich mee, bijv. bij HO; met de nieuwe raamovereenkomsten hebben we ons gecommitteerd aan het toepassen van een gewijzigd normenkader voor het vaststellen van het aantal minuten HO per week. De financiële effecten van het toepassen van dit normenkader worden nauwlettend gemonitord. Inzake onze samenwerking rond de ROZ is sprake van een bestuursopdracht voor een nieuwe financieringssystematiek. Hier is risico op hogere lasten.
Ook op het gebied van de WSW wordt er samenwerkt met Ontplooj. Conform verplichting in de DVO detacheren wij ambtelijk personeel naar deze stichting toe. Door de samenwerking in dit construct staan er geen inkomsten dan behalve de detacheringsinkomsten tegenover de loonkosten. De werkgeverslasten zijn geheel voor rekening van Twenterand in gevolg er sprake is van ziekte, leveringsplicht en/of eenzijdige beëindiging van de detachering.
In het kader van onderwijshuisvestiging is een nauwe samenwerking met het OOGO van belang. De betrokken schoolbesturen moeten, conform afspraak in het IHP, concrete afspraken maken en met voorstellen komen over ver- dan wel nieuwbouw (zgn. scholenplan). Het risico dat wij hier lopen is dat er onvoldoende geanticipeerd kan worden op noodzakelijke en toekomstgerichte investeringen. De bekostiging leidt sowieso al tot dilemma’s, omdat er meer financiële middelen nodig zijn dan het huidige stelsel levert. De bouwkosten (behoefte aan financieringsmiddelen) gaan verder oplopen om alle schoolgebouwen te laten voldoen aan de (wettelijke) duurzaamheidsdoelstellingen van het Klimaatakkoord, maar ook door aanvullende eisen; modern en inclusief onderwijs, circulair bouwen, modulair, adaptief en energieneutraal en locatie gebonden kosten. De vernieuwing/vervanging van schoolgebouwen is een complexe opgave waar de regieruimte niet geheel bij de gemeente berust.
4. Kwetsbaarheid informatiesystemen.
Informatiesystemen binnen onze organisatie hebben in de afgelopen jaren, een steeds belangrijkere positie ingenomen. Daarmee neemt de afhankelijkheid van deze informatiesystemen toe. Twenterand is sterk afhankelijk van digitale ketens zoals Cloud platforms, API-koppelingen en de digitale systemen binnen logistieke netwerken. Deze ketens maken organisaties flexibel, maar ook kwetsbaar. Aanvallers richten zich steeds vaker op de zwakste schakel, bijvoorbeeld een kleine leverancier of een systeem dat toegang geeft tot gevoelige data.
Er zijn nog te veel (niet geïntegreerde) oplossingen die niet via i-Advies worden aangeschaft en daarmee mogelijk niet voldoen aan de IT-uitgangspunten.
Verder lopen we ook risico vanwege onkundig of onjuist gebruik van systemen en vak-applicaties (bv Djuma, subsidieverzoek). Met als gevolg dat zaken niet adequaat worden opgevolgd en termijnen mogelijk overschreden. Of dat informatie niet/ niet correct wordt geregistreerd. Of dat data niet betrouwbaar, beschikbaar, begrijpelijk of reproduceerbaar is.
5. Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.
Verschillende soorten risico’s kunnen zich voordoen. Die zijn gerelateerd aan:
• De bouwkundige staat;
• De exploitatie van gebouwen;
• De leegstand van gebouwen.
Gemeentelijk vastgoed is vastgoed waarvan de gemeente eigenaar is. Ook is er maatschappelijk vastgoed, in eigendom en/of in gebruik bij maatschappelijke organisaties, zoals verenigingen en stichtingen. Wanneer er zich (financiële) problemen voordoen, zal de gemeente al snel worden aangesproken.
We benoemen het risico dat niet wordt voldaan aan de Wet Markt en Overheid, bijv. wanneer geen kostendekkende huur in rekening wordt gebracht. Een ander risico is dat er onvoldoende scherp zicht is op gemeentelijke eigendommen, waardoor zich verrassingen kunnen voordoen in de zin van niet voorziene onderhoudsinspanningen. Deze onderhoudsinspanningen kunnen ook het gevolg zijn van het feit dat de afgelopen jaren het onderhoud op (sommige) vastgoed niet of op een lager niveau is uitgevoerd.
Juridische risico's:
Exploitatie van vastgoed valt onder het privaatrecht. De gemeente wordt in haar handelen gezien als marktpartij, echter gelden wel aanvullende regels om oneerlijke concurrentie te voorkomen (o.a. Wet Markt en Overheid en Didam-arrest). Op verschillende vlakken zijn juridische risico's aanwezig omdat de gemeentelijke vastgoedportefeuille niet voldoet aan de wettelijke eisen.
Financiële risico’s:
Het niet voldoen aan de wettelijke eisen levert ook financiële risico's op daar de gevolgen kunnen leiden tot schadevergoedingen en dwangsommen aan de gemeente. Daarnaast is de gemeentelijke administratie niet voldoende passend ingericht voor effectief en efficiënt vastgoedmanagement wat leidt tot onvoldoende sturing op financiële prestaties en risico's.
In de begroting wordt rekening gehouden met huuropbrengsten van het gemeentelijke vastgoed die mogelijk niet volledig kunnen worden gerealiseerd. Een voorbeeld hiervan is het gemeentehuis, dat momenteel in verbouwing is. Het is de bedoeling om meerdere ruimtes extern te verhuren, maar voor een deel van deze ruimtes is nog geen eindgebruiker in zicht.
In een aantal gemeentelijke panden binnen de portefeuille en leegstandsbeheer zijn asbesthoudende materialen aanwezig. Bij een brand kunnen asbestvezels vrijkomen, met risico’s voor de volksgezondheid, hoge kosten voor sanering, claims en mogelijke boetes.
6. Uitvoeringsprogramma VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving)
Het niet (kunnen) voldoen aan wettelijke kwaliteitscriteria (kennis, controles en frequenties) in relatie tot het uitvoeringsprogramma voor alle VTH-producten (bouw, milieu, afwijkend gebruik etc.) bevat risico’s t.a.v. veiligheid, gezondheid en de leefbaarheid van de fysieke leefomgeving, omdat normconform gedrag niet of verminderd wordt getoetst. Noodzakelijk herstel en sanctioneren blijven dan uit. Dit kan resulteren in ongewenste maatschappelijke, juridische en economische effecten. Denk aan toename van illegale bouwwerken, illegaal gebruik van gronden en objecten, toenemende ergernissen bij inwoners, toename van Woo verzoeken en mogelijke ingebrekestellingen bij het niet tijdig nemen van juridische besluiten, waardoor we dwangsommen verschuldigd zijn.
7. Bodem
Met de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente een bredere verantwoordelijkheid gekregen voor de bodemkwaliteit. Dit brengt diverse risico’s met zich mee, zowel in het kader van acute incidenten als structurele bodemopgaven.
De gemeente loopt een risico op onverwachte bodemverontreinigingen, onder andere door illegale activiteiten zoals drugsdumpingen, ontwikkelingen rondom PFAS, voormalige NAVOS-locaties en overige verontreinigingen. Een recent incident aan de rand van de gemeente toont aan dat het risico op een drugsdumping of asbestverontreiniging actueel is.
Wanneer deze situaties zich voordoen op gronden die in eigendom zijn van de gemeente of in de openbare ruimte, komen onderzoek, beheersmaatregelen en eventuele sanering volledig voor rekening van de gemeente.
Gezien zowel de kans van optreden als de potentiële impact worden deze risico’s expliciet opgenomen in de risicoparagraaf.
Onder de Omgevingswet zijn de bodemtaken van de Provincie overgegaan naar de gemeente. Alle uitvoerende, aan milieubelastende activiteiten gebonden, milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de adviestaak voor bodem worden uitgevoerd door de ODT.
PFAS-crisis
Specifiek voor het onderwerp PFAS is via de Provincie historisch onderzoek uitgevoerd naar mogelijke verontreinigingen binnen de gemeente. Eventuele bronnen worden op basis van risico nader onderzocht. Voor Twenterand zijn er momenteel geen gevolgen en is uit onderzoek naar voren gekomen dat er geen groot risico bestaat.
Stikstof-crisis
Nederland is verwikkeld in een zogenaamde stikstofcrisis. De landbouwsector, de industrie en het verkeer stoten te veel gassen uit, die leiden tot een overschot aan stikstofverbindingen die schadelijk zijn voor de natuur. Als lid van de Europese Unie is Nederland verplicht om de natuur te beschermen. De Rijksoverheid ontwikkelt daarom beleid om de stikstofuitstoot te verminderen. Dat gaat met horten en stoten. Zo sneuvelde het Programma Aanpak Stikstof bij de Raad van State en heeft het kabinet Schoof I het Nationaal Programma Landelijk Gebied ingetrokken. Ondertussen neemt de noodzaak tot maatregelen alleen maar toe, mede dankzij gerechtelijke uitspraken die ‘intern salderen’ niet langer mogelijk maken (Raad van State, december 2024). Met deze uitspraak staat toestemmingsverlening voor veel projecten in vrijwel het hele land stil. Tevens is de overheid een dwangsom opgelegd als de stikstofdoelen in 2030 niet worden gehaald (rechtbank Den Haag, januari 2025). Het is nog onduidelijk welke maatregelen de Rijksoverheid precies gaat nemen naar aanleiding van deze uitspraken, maar er bestaat een risico dat deze gevolgen gaan hebben voor onder meer de landbouwsector en industrie. Mochten er geen daadkrachtige maatregelen worden genomen, dan blijft Nederland voorlopig in het stikstofslot en zal dat negatieve gevolgen hebben voor de realisatie van bouw- en infraprojecten, alsmede voor toestemmingsverlening.
8. Ruimtelijke ontwikkelingen – Invoering Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).
De (nieuwe) Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Op dit moment wordt druk gewerkt aan een Omgevingsvisie 2.0. Er is enig risico dat die niet op tijd (1 januari 2027) kan worden vastgesteld, vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026. Ondertussen werken we ook aan het omgevingsplan. Daar is meer tijd voor. Door problemen met de landelijke systemen, kunnen we eigenlijk geen omgevingsplannen maken. Aanvragen handelen we momenteel af met een BOPA. Dat is ook toegestaan. Alleen moet je die op een later moment inpassen in het omgevingsplan. Dat betekent dat er een werkvoorraad opstapelt.
Op 1 januari 2024 is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), gevolgsklasse 1 nieuwbouw, in werking getreden. De Wkb, gevolgsklasse 1 verbouw, zou op 1 januari 2025 in werking gaan maar deze is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Met de Wkb zijn taken van gemeenten overgedragen aan externe marktpartijen. Welke risico’s deze overdracht met zich meebrengt in het geval van calamiteiten en bij verantwoordelijkheidsvraagstukken is nog onduidelijk, maar zijn wel aanwezig. Door het uitstellen van gevolgklasse 1 verbouw kom je in de praktijk nu een toezichthouder bouw tekort omdat er al was voorgesorteerd dat deze werkzaamheden naar de markt zouden gaan. Deze risico’s zijn op dit moment niet goed in te schatten met dien verstande dat het toezicht op de bouwactiviteiten naar verwachting de komende jaren niet zal verminderen op het technische gedeelte maar wel op de ruimtelijke activiteit zal toenemen. De Omgevingswet en de Wkb vragen ook een aanpassing van de leges. We monitoren de opbrengsten in hoeverre deze overeenkomen met de begrote opbrengsten en welke aanpassingen dit vraagt naar de toekomst.
9. Cybersecurity-risico.
Onder cybersecurity vallen diverse hedendaagse technieken en acties die een veel verder gaande bedreiging zijn dan alleen het risico van een 'hack' (het risico dat onbevoegden zoals bijv. criminelen toegang krijgen tot (delen van) onze systemen waardoor systemen niet meer werken, bijvoorbeeld door data te versleutelen) Hierbij valt te denken aan zaken als: ransomware-aanvallen, DDoS-aanvallen, cyberaanvallen, gegevensdiefstal, softwarefouten, Malware, fouten bij leveranciers (lees ook Trends in 2026). Ondanks alle beveiligingsmaatregelen kan dit niet worden uitgesloten. Vanwege de cruciale rol die bewustzijn hier speelt wordt hieraan voortdurend aandacht besteed. I.p.v. een cyberverzekering heeft Twenterand gekozen voor een Incident Respons Retainer contract die veel servicecomponenten bevat bij NFIR. Dit is een partij die ook proactief meekijkt hoe we onze omgeving in moeten richten om risico's proactief te voorkomen. Het doel van het IR Retainer contract is om de organisatie zo snel en efficiënt mogelijk bij te staan in het geval van een cyberincident. Het contract biedt geen financiële schadevergoeding. In het algemeen is preventie de beste verzekering dat er niets misgaat.
10. BBV, gemeentefonds, verdeelmodellen en overige financiële regelgeving.
Het grootste risico hier blijft de onzekerheid als gevolg van de onvoorspelbaarheid van het rijksbeleid. Dat manifesteert zich in onzekerheid over de continuïteit van onze doelrealisatie en dienstverlening en het vormt een risico voor een solide financieel beleid.
In algemene zin blijft de financiële doorwerking van modellen voor Twenterand vaak niet op maat en ervaren wij ons als nadeelgemeente. Per 2023 is een nieuw verdeelmodel voor de herverdeling van het gemeentefonds ingevoerd. Twenterand was hierin een nadeelgemeente. Fondsbeheerders hebben destijds besloten tot een ingroeipad, hiermee werd ons nadeel afgetopt, omdat de effecten van de herverdeling niet altijd goed uitlegbaar bleken. Momenteel lopen die onderzoeken nog steeds. Het risico bestaat dat na afronding van de onderzoeken de bijdrage uit het gemeentefonds voor Twenterand nog lager uitpakt dan we nu voorzien
11. Opduiken van niet (goed) vastgelegde afspraken met gevolgen.
Er is en wordt veel tijd gestoken in het compleet krijgen van dossiers zodat er een actueel overzicht bestaat van alle gemaakte afspraken en mogelijke verplichtingen (op basis van boetebedingen, etc.). Toch blijkt het op orde krijgen en houden van gemaakte afspraken en daarmee het informatiebeheer dat ook nog voldoet aan alle relevante wettelijke eisen (o.a. Archiefwet) een grote uitdaging. Daarom blijft de kans bestaan dat er gemaakte (mondelinge) afspraken c.q. toezeggingen opduiken waarvan de consequenties aan de voorkant onvoldoende zijn onderkend en vastgelegd met mogelijke gevolgen. De financiële implicaties hiervan kunnen fors zijn.
12. Personeel gerelateerde risico’s.
Het risico bestaat dat Twenterand geen adequaat personeelsbestand heeft, zowel kwantitatief als kwalitatief. De consequentie daarvan kan zijn dat wettelijke taken niet meer kunnen worden uitgevoerd en (politieke)ambities niet kunnen worden waargemaakt. We merken nu al dat taken en formatie/ middelen niet altijd met elkaar in balans zijn. Hier zijn een aantal oorzaken voor te noemen:
Er komen nieuwe opgaven/taken, waar geen middelen en/of formatie voor beschikbaar zijn gesteld:
- Toenemende regeldruk door verantwoordingstaken en verplichte audits;
- Uitstroom door pensionering (kennisverlies);
- Krappe arbeidsmarkt: Dit betekent dat soms weinig vakkennis en/of ervaring instroomt, dit vraagt meer begeleiding en levert extra werkdruk bij andere collega’s op. Dit kan leiden tot minder werkplezier, meer ontevredenheid en toename van verzuim, een vicieuze cirkel);
- Niet kunnen vervullen van vacatures door eigen werving leidt tot meer inhuur en hogere kosten;
- Overheden vissen in dezelfde vijver en andere gemeenten betalen soms meer;
- De primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden staan onder druk.
- Het ziekteverzuim laat een stijgende lijn zien sinds 2021. In stijging van het verzuimpercentage is deze vergelijkbaar met de landelijke trend. Gevolgen van het hogere ziekteverzuim zijn verhoging van werkdruk en stijging van uitgaven voor vervanging. De maatregelen die getroffen worden zijn aandacht voor verzuimdossiers door casemanagers, verzuimtraining voor leidinggevenden en sturing op het volgen van het verzuimprotocol.
Op de inhuurmarkt is eveneens sprake van krapte voor een aantal cruciale functies. Dit geheel kan leiden tot spanning tussen beschikbare en benodigde formatie/inzet, achterblijvende realisatie van beleid en doelen, kortom tot gevolgen voor onze dienstverlening. Het functiehuis kan een risico vormen, met een slechtere concurrentiepositie met verdere uitstroom tot gevolg. Het afscheid nemen van personeel kan aanleiding zijn tot het sluiten van zogenaamde vaststellingsovereenkomsten met financiële verplichtingen. De reorganisatie en de organisatieontwikkeling, waarbij ook inspelen op achterstallig onderhoud (scholing, gesprekscyclus, dossiervorming) aan de orde is, vragen veel inzet op gebied van P&O. Het hiervoor onvoldoende ruimte vrij spelen is eveneens een risico.
13. Humanitaire ontwikkelingen.
Opvang Oekraïense vluchtelingen.
De inval in Oekraïne door Rusland heeft grote impact. Naast economische gevolgen zijn er ook humanitaire gevolgen waarbij een groot beroep wordt gedaan op ons gemeentelijk en maatschappelijk vermogen om vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen, voor een periode tot tenminste 4 maart 2027. Op grond van bestaande regelgeving is het Rijk verantwoordelijk voor de financiering van de kosten die dit voor gemeenten met zich meebrengt. De financieringsregeling, die van geldig is van 1 januari tot 30 april 2026 is € 44 per opvangplek/per dag. De aanname is dat de regeling na 1 mei 2026 kostendekkend blijft.
Opvang van asielzoekers.
Inmiddels is de Spreidingswet vastgesteld en heeft de minister het verdeelbesluit bekend gemaakt met als doel een evenwichtig opvang van asielzoekers over Nederland te realiseren. Twenterand moet een locatie realiseren waar 168 asielzoekers opgevangen kunnen worden. Deze wet brengt risico’s met zich mee voor onze interne bedrijfsvoering (capaciteit) en voor aanpalende terreinen als wonen, ruimte, zorg, onderwijs, integratie, leefbaarheid en daarmee ook voor het draagvlak. Voldoende capaciteit is randvoorwaardelijk voor het leveren van de prestaties. De kosten voor het realiseren van de locatie en het verzorgen van opvang komen voor rekening van het COA.
Huisvesten statushouders. Gemeenten zijn verplicht een bepaald aantal statushouders te huisvesten. De huisvesting van statushouders legt druk op de beschikbaarheid van sociale huurwoningen voor andere urgente woningzoekenden. Nieuwe voorstellen om de voorrangsregels voor statushouders te schrappen, kunnen de uitvoering voor gemeenten bemoeilijken en leiden tot onzekerheid over de huisvestingsplanning. De combinatie van de taakstelling, de krappe woningmarkt en de kosten voor inburgering/participatie zorgt voor een aanhoudend financieel risico. De belangrijkste financiële risico's zijn hoge kosten bij tijdelijke huisvesting wanneer er onvoldoende sociale huurwoningen beschikbaar komen, risico op langdurige bijstandsafhankelijkheid, druk op bijzondere bijstand.
14. Grondexploitatie
'We voeren een actiever grondbeleid. Dit houdt in dat de gemeente actief gronden verwerft. Dit komt het meest tot uiting in het gebied Vriezenveen-Zuid waar recent al gronden zijn verworven om in de toekomst woningbouw te realiseren. Er bestaat een planologisch risico voor het verkrijgen van de juiste bestemming. De huidige bestemming is agrarisch en moet worden omgezet naar wonen. Deze bestemmingswijziging zorgt ervoor dat de grond ook de waarderingsgrondslag krijgt die behoort bij de bestemming wonen. Daarnaast bestaat er ook het algemene marktrisico dat de vraag naar woningen afneemt. Dit maakt het lastiger om de gronden in de toekomst weer te verkopen. Het marktrisico is gezien de huidige woningnood nog laag, maar moet niet over het hoofd gezien worden. Om op deze mogelijke risico's in te spelen, kan het beste snel gehandeld worden zolang de markt goed is. Dit zorgt voor meer zekerheid dat de investering terug wordt verdiend. Ook is het meenemen van burgers en adviserende organisaties in een vroeg stadium van belang om het draagvlak voor een plan te kunnen vergroten.'
Conclusie
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - ConclusieHet vereiste weerstandsvermogen bedraagt € 4.827.500 en de beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 33.175.041 De dekkingsratio bedraagt hiermee bijna 7,0 en ligt ver boven de norm van 1. Dit geeft een positief beeld, maar moet worden beschouwd in de context van de financiële problematiek die op gemeenten afkomt. Dan denken we bijvoorbeeld aan alle complexe taken die naar gemeenten toekomen en de naderende ravijnjaren.
Kengetallen: Financiële weerbaarheid en wendbaarheid
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen: Financiële weerbaarheid en wendbaarheidMet ingang van 2016 is een aantal kengetallen voorgeschreven om de inzichtelijkheid en de transparantie van de jaarstukken te vergroten. Deze kengetallen beogen inzicht te geven in hoe solide de financiële positie van de gemeente is.
De kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en worden onderstaand toegelicht en geduid. Bij de duiding wordt gebruik gemaakt van het GTK 2020 (Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader), opgesteld door de twaalf provincies.
Netto schuldquote en netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De netto schuldquote bestaat uit de schuldenlast van de gemeente gedeeld door de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen gaat het om schulden exclusief doorgeleende gelden (aan bijv. een woningbouwcorporatie die jaarlijks aflost). De netto schuldquote bedraagt 10,74% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van (de signaleringswaarden van) het GTK 2020.
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft het eigen vermogen weer als percentage van het totale vermogen en hierbij geldt hoe hoger dit percentage, hoe beter de gemeente in staat is haar verplichtingen op de lange termijn te voldoen. De solvabiliteitsratio bedraagt 55,97% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van het GTK 2020.
Structurele exploitatieruimte
Structurele exploitatieruimte geeft het verschil tussen baten en lasten als percentage van de totale baten. En schetst welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke stijging van baten of structurele daling van lasten daarvoor nodig is. Het beeld van deze structurele exploitatieruimte is voor 2025 5,34% en daarmee valt Twenterand in de minst risicovolle categorie, op basis van het GTK 2020.
Grondexploitatie
Grondexploitatie geeft de grondpositie (waarde van de grond) weer als percentage van de totale geraamde baten. Voor deze ratio grondexploitatie geldt dat hoe lager deze is, hoe beter. De ratio grondexploitatie bedraagt 1,91% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van het GTK 2020.
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft de hoogte van de van de woonlasten van een gezin weer als percentage van de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Dit percentage bedraagt 94% en daarmee valt Twenterand in de categorie minst risicovol, op basis van het GTK 2020.
De kengetallen zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Kengetallen |
Jaarrekening |
Begroting |
Jaarrekening |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2024 |
2025 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
Netto schuldquote |
8,57% |
35,67% |
10,74% |
26,22% |
43,86% |
48,51% |
43,49% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen |
0,13% |
24,07% |
2,03% |
15,42% |
32,95% |
37,54% |
33,34% |
Solvabiliteitsratio |
54,32% |
41,07% |
55,97% |
50,43% |
45,00% |
43,74% |
44,51% |
Structurele exploitatieruimte |
4,06% |
1,56% |
5,34% |
0,15% |
-1,50% |
-5,18% |
-3,91% |
Grondexploitatie |
0,69% |
9,73% |
1,91% |
10,81% |
11,73% |
13,83% |
12,99% |
Belastingcapaciteit |
98,31% |
98,35% |
94,00% |
90,56% |
92,69% |
94,99% |
96,66% |
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederenInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - InleidingKapitaalgoederen zijn een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk kapitaal en verdienen daarom zorgvuldig beheer. De kwaliteit en het onderhoud van deze goederen bepalen het serviceniveau voor de inwoners en beïnvloeden de jaarlijkse kosten. Het is daarom essentieel dat openbare voorzieningen en gebouwen goed onderhouden worden en dat er heldere onderhoudsplannen zijn.
Beleid
De kapitaalgoederen van de gemeente omvatten diverse onderdelen zoals groenvoorzieningen, speelplekken, gebouwen, wegen en riolering. Voor al deze onderdelen wordt de onderhoudsbehoefte vastgesteld op basis van beheerssystemen die door de gemeenteraad zijn goedgekeurd. Medewerkers brengen waar nodig, op basis van visuele inspecties, aanpassingen aan in deze planningen.
Wegen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - WegenDe gemeente Twenterand heeft de volgende lengte wegen en oppervlakte verharding in onderhoud en beheer:
| Wegen/verharding | Areaal |
| Lengte wegen | 436 km |
| Oppervlakte verharding | 237 ha. |
Door de CROW (landelijk kennisplatform voor de openbare ruimte) is een standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Middels deze systematiek worden de wegen geïnspecteerd en wordt de onderhoudsbehoefte bepaald op basis van de kwaliteit. In 2023 is een nieuw beheerplan vastgesteld voor Wegen.
De benodigde onderhoudsmaatregelen zijn afhankelijk van de vastgestelde (technische) staat en de feitelijk optredende slijtage van een bepaalde weg door het gebruik en/of weersinvloeden. Dit onderhoud wordt planmatig uitgevoerd, waarbij het doel is om binnen de beschikbare financiële middelen door tijdig en juist ingrijpen de technische levensduur en het goed functioneren van een weg zoveel mogelijk te verlengen. Daarom wordt gedurende de levensduur regelmatig de toestand van de wegen geïnspecteerd, zodat de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen kunnen worden bepaald. Onder wegen worden alle verhardingen zoals rijbanen, trottoirs, fietspaden en parkeerplaatsen verstaan.
De begroting voor het onderhoud van wegen wordt gemaakt aan de hand van ingevoerde inspectiewaarden in het beheersysteem Obsurv. In dit systeem worden per weggedeelte ca. elke twee jaar inspectiewaarden ingevoerd. Deze waarden komen voort uit een inspectieronde, waarbij de staat van het wegdek op diverse punten beoordeeld wordt. Aan de hand van de ingevoerde inspectiewaarden en diverse instellingen worden de benodigde maatregelen bepaald en de begroting gegenereerd.
Afgevlakte planning:
De begroting voor het onderhoud wordt per jaar berekend. Hierdoor kan het zijn dat er in één jaar een laag bedrag benodigd is, terwijl het volgend jaar een hoog bedrag benodigd is. Omdat dat minder praktisch en werkbaar is, wordt een afgevlakte planning gemaakt. Hierin wordt (waar mogelijk) geschoven met onderhoudsjaren zodat per jaar een min of meer gelijk bedrag benodigd is.
Aan de hand van de meest recente inspectiewaarden in het beheersysteem worden de begrotingscijfers bepaald.
Aan onderhoud asfaltwegen wordt in eerste instantie voorrang gegeven om zoveel mogelijk kapitaalvernietiging te voorkomen. Wanneer namelijk asfaltwegen niet tijdig worden onderhouden zet het schadebeeld zich door in de fundering, waardoor de kosten van herstel fors toenemen.
In de post onderhoud wegen worden ook de aanleg en het onderhoud van grasbetonstenen en bermbeton meegenomen. Indien er budget beschikbaar komt voor het verbeteren van landbouwroutes zullen deze worden uitgevoerd in bermbeton.
Financieel overzicht: Wegen |
||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Begr.na wzg 2025 |
Werkelijk 2025 |
Onderhoud |
1.058.403 |
1.198.042 |
1.139.457 |
1.133.883 |
Kapitaallasten |
270.628 |
335.866 |
335.866 |
418.682 |
Totaal |
1.329.031 |
1.533.908 |
1.475.323 |
1.552.566 |
Openbare verlichting
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichtingHet areaal van de openbare verlichting is geïnventariseerd en op basis van deze inventarisatie vindt de jaarlijkse vervanging plaats van armaturen en masten.
| Openbare Verlichting | Areaal |
| Lichtmasten/armaturen | 7.320 |
De inventarisatie wordt periodiek bijgewerkt en actueel gehouden. In de investeringslijst is jaarlijks een bedrag opgenomen voor vervanging van lichtmasten en armaturen. Daarbij wordt niet uitgegaan van de theoretische afschrijving van respectievelijk 40 en 20 jaren, maar van de daadwerkelijke onderhoudstoestand. In het beleidsplan 'Zo verlichten wij in Overijssel - Twenterand 2024-2034', dat eind 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld, is ook beoordeeld of de beschikbare financiële middelen in de pas lopen met de kosten voor onderhoud en vervanging.
Financieel overzicht: Openbare verlichting |
||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Begr.na wzg 2025 |
Werkelijk 2025 |
Onderhoud |
78.250 |
109.824 |
109.824 |
53.067 |
Kapitaallasten |
78.359 |
93.715 |
93.715 |
85.552 |
Totaal |
156.610 |
203.539 |
203.539 |
138.619 |
Gebouwen en civieltechnische kunstwerken
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen en civieltechnische kunstwerkenEr vindt driejaarlijks een herinspectie plaats van alle gemeentelijke gebouwen en zesjaarlijks van alle civieltechnische kunstwerken gelegen binnen de gemeente Twenterand (gebruik gemaakt wordt van van de systemen voor rationeel gebouwenbeheer en rationeel kunstwerkenbeheer van Antea). Het grootschalig onderhoud voor instandhouding van bestaande gebouwen en civieltechnische kunstwerken is voor de komende 10 jaren geregeld. In het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt voor 10 jaar de toekomstige onderhoudsbehoefte aangegeven. Wanneer een gebouw of gebouwonderdeel of een civieltechnisch kunstwerk onderhoud vergt, worden de gewenste activiteit en de onderhoudscyclus vermeld, inclusief de daarbij behorende kosten. De gemeente heeft de volgende aantallen accommodaties/gebouwen en civieltechnische kunstwerken in beheer:
| Accommodaties/gebouwen | Areaal |
| aantal accommodaties/gebouwen | 52 |
| Civieltechnische kunstwerken | Areaal |
| aantal kunstwerken | 57 |
Financieel overzicht: Gebouwen |
||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Begr.na wzg 2025 |
Werkelijk 2025 |
Onderhoud |
567.279 |
541.410 |
617.134 |
703.960 |
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud |
632.016 |
809.630 |
1.747.270 |
331.269 |
Kapitaallasten |
1.117.612 |
1.479.329 |
1.479.330 |
1.506.156 |
Totaal |
2.316.906 |
2.830.369 |
3.843.734 |
2.541.385 |
Financieel overzicht: Bruggen en kunstwerken |
||||
Omschrijving |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Begr.na wzg 2025 |
Werkelijk 2025 |
Onderhoud |
1.145 |
18.711 |
18.711 |
3.753 |
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud |
98.368 |
64.881 |
176.581 |
47.910 |
Kapitaallasten |
14.664 |
14.547 |
14.547 |
14.548 |
Totaal |
114.177 |
98.139 |
209.839 |
66.211 |
Groen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - GroenDoor de CROW (kennisplatform voor de openbare ruimte) is een landelijke standaard ontwikkeld om de kwaliteit van de openbare ruimte te bepalen. Op basis van die standaard is in 2023 een beheerplan opgesteld voor Groen . Voor openbaar groen is een aantal kwaliteitsniveaus doorgerekend. Middels het pakket rationeel groenbeheer van Sweco zijn deze onderhoudsniveaus vertaald in de werkpakketten (technisch en financieel). De onderhoudsbudgetten staan onder druk vanwege enkele ontwikkelingen, die kosten verhogend werken (wijziging regelgeving, verbod op gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op verhardingen, areaaluitbreiding en prijsindexatie). Geprobeerd wordt de vastgelegde onderhoudsniveaus zoveel mogelijk te handhaven. Daarbij kan het voorkomen, dat die onderhoudsniveaus niet in de volle breedte worden gehaald b.v. in een warm en nat jaar. Mutaties in het areaal worden op structurele wijze bijgehouden en verwerkt.
Dat areaal bestaat uit:
| Openbaar groen | Areaal |
| bomen | 25.271 stuks |
| hagen | 16,5 km |
| oppervlakte openbaar groen | 156 ha |
Financieel overzicht: Openbaar groen |
||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Begr.na wzg 2025 |
Werkelijk 2025 |
Onderhoud |
2.023.750 |
1.838.680 |
1.743.681 |
2.074.059 |
Kapitaallasten |
2.055 |
2.035 |
2.035 |
2.035 |
Totaal |
2.025.805 |
1.840.715 |
1.745.716 |
2.076.094 |
Grondwater
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - GrondwaterHet hoge grondwaterbeheer is opgenomen in Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan, dat in 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Voor zover bekend zijn binnen de gemeentegrenzen geen gebieden met grote problemen. Mochten zich toch problemen voor doen, dan zijn gelden beschikbaar binnen het product Riolering om de oorzaak van de problemen te onderzoeken en zo nodig maatregelen te treffen.
Riolering
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - RioleringDe volgende rioolvoorzieningen zijn aanwezig in de gemeente:
| Riolering | Areaal |
| vrij verval riolering | 231 km |
| (mini)gemalen | 760 stuks |
Eind 2023 is een nieuw Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan vastgesteld voor de periode van 2024 tot en met 2028. Er is bepaald welke maatregelen er aan het rioolstelsel getroffen dienen te worden voor met name de komende planperiode van 5 jaar. In de eerste 5 jaar is daar gedetailleerd naar gekeken en zijn ook de benodigde budgetten bepaald. Voor de periode daarna is dat ook gedaan, maar dan meer op hoofdlijnen. Op het gebied van de riolering gaat het om het onderhoud en beheer van bestaande riolering en gedeelten van de riolering, die vervangen moeten worden. In het GWR 2024-2028 is verder ingespeeld op klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie houdt in dat we de meest nadelige effecten van klimaatverandering willen verminderen. Er zijn maatregelen ingepland voor de locaties, waar uit modelberekeningen is gebleken, dat daar bij extremere hoeveelheden neerslag problemen kunnen optreden. De gemeente Twenterand gaat in deze GWR-periode verder met risico gestuurd rioolbeheer. Door verbetering van methodieken kunnen wij nauwkeuriger bepalen hoe lang een riool meegaat en wat de gevolgen van bepaalde schades zijn. Door risico gestuurd rioolbeheer blijven de kosten maatschappelijk aanvaardbaar. Zowel m.b.t. het opstellen van het nieuwe GWR als de doelmatigheid van te treffen maatregelen heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap Vechtstromen. Middels het kostendekkingsplan is de hoogte van de rioolheffing bepaald op basis van 100% kostendekkendheid. Planmatig wordt het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd, waardoor de kwaliteit wordt bewaakt. Ter plekke van enkele overstorten en gemalen worden permanent metingen verricht om de werking van het stelsel te monitoren. Er wordt gewerkt met het programma rationeel rioolbeheer van Sweco.
Financieel overzicht: Riolering |
||||
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
Rekening 2024 |
Begroting 2025 |
Begr.na wzg 2025 |
Werkelijk 2025 |
Onderhoud |
364.604 |
331.075 |
331.075 |
249.445 |
Mutatie reserve/voorziening groot onderhoud |
0 |
1.150 |
2.250 |
0 |
Kapitaallasten |
639.547 |
635.365 |
635.365 |
636.042 |
Totaal |
1.004.151 |
967.590 |
968.690 |
885.487 |
Kaderplan speelruimte
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Kaderplan speelruimteVoor het kaderplan speelruimte (door de raad vastgesteld in 2018) is jaarlijks gemiddeld € 76.000,- nodig. Dit is meegenomen in de begroting 2020 en verder. Alle centrale plekken en steunplekken blijven hiermee ingericht.
| Speeltoestellen | Areaal |
| Aantal speeltoestellen | 569 stuks |
Tractie en gereedschappen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Tractie en gereedschappenTractie en gereedschappen hebben blijvend aandacht nodig in relatie tot bezetting en daarmee effectief gebruik. Door gewijzigde inzichten of anders uitvoeren van werkzaamheden is het zinvol het gebruik van deze middelen constant tegen het licht te houden. De kapitaallasten van de tractie zijn in de begroting opgenomen voor een vast bedrag. Het verschil tussen werkelijk en begroot wordt gestort c.q. onttrokken uit de reserve tractie. Jaarlijks wordt beoordeeld of de vervangingen, die zijn opgenomen in het tractieplan, noodzakelijk zijn.
Paragraaf Financiering
Terug naar navigatie - - Paragraaf FinancieringInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - InleidingIn de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarrekening neemt het college, naast de verplichte onderdelen op grond van het BBV, in ieder geval op:
A. de kasgeldlimiet;
B. de renterisiconorm;
C. een overzicht van verstrekte geldleningen.
Algemene ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Algemene ontwikkelingenDe gemeente dient een paragraaf Financiering in zowel de begroting als in het jaarverslag op te nemen waarin aangegeven wordt wat de beleidsvoornemens zijn ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geeft de paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Om volledig te voldoen aan de wetgeving op het gebied van treasury heeft de gemeente Twenterand een treasurystatuut. In dit treasurystatuut zijn de uitgangspunten, de doelstellingen, de beleidsmatige en organisatorische kaders (inclusief het toezicht op de uitvoering van de treasury) voor de treasuryfunctie vastgelegd. De wet FIDO definieert treasury als volgt: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.
Treasurybeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - TreasurybeleidDe beleidsdoelstelling van het treasurybeleid van de gemeente Twenterand kan als volgt worden omschreven: De gemeente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren, een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdende beleid stelt de gemeente zich ten doel zo laag mogelijke kosten over leningen en/of een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen te realiseren, voor zover nog mogelijk binnen de opgelegde regeling voor schatkistbankieren. Dit binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden en ter beperking van risico’s.
Renterisico's
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisico'sIn de Wet Fido is de renterisiconorm opgenomen. Doel van deze norm is het beperken (spreiden) van het renterisico op de vaste schuld van de gemeente. Het toezichthoudende orgaan wordt met behulp van deze norm op een transparante wijze inzicht geboden in het renterisico als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering van leningen.
Een hoofddoel van treasury is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Aan de andere kant dient er optimaal geprofiteerd te worden van lage rentestanden. Met het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten wordt continue geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico, eventueel ondersteund door een liquiditeitsprognose.
Berekening renterisiconorm:
1. |
Begrotingstotaal |
€ 121.845.436 |
|---|---|---|
2. |
Wettelijk percentage |
20% |
3. |
Renterisiconorm (1x2) |
€ 24.369.087 |
4. |
Renteherzieningen |
€ 0 |
5. |
Aflossingen |
€ 3.546.039 |
6. |
Bedrag van renterisico (4+5) |
€ 3.546.039 |
7. |
Ruimte onder renterisiconorm |
€ 20.823.048 |
Renteberekening
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RenteberekeningIn het jaar 2025 is over opgenomen langlopende gemeentelijke geldleningen gemiddeld 1,05% rente betaald (2024: 1,02%, 2023: 1,01%, 2022: 1%).
In de jaarrekening 2025 zijn deze rentelasten opgenomen. Voor het aantrekken van kort geld werd begrotingstechnisch rekening gehouden met een gemiddeld percentage van 1,00% (rente financieringstekort binnen de kasgeldnorm). De werkelijke rente is verantwoord op de het product/taakveld 'treasury'.
Kasgeldlimiet
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - KasgeldlimietDe kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico's die ontstaan door het aangaan van overmatige korte-termijnfinancieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte schuld waarover de gemeente renterisico mag lopen.
Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt voor het gehele begrotingsjaar aangehouden de omvang van de jaarbegroting per 1 januari van het betreffende jaar. Op grond hiervan is de door het rijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet voor 2025 vastgesteld op 8,5% van € 121.845.436 = € 10.356.862. Dit betekent dat de gemeente Twenterand door het jaar heen tot het hierboven berekende bedrag met kort geld mag financieren (ook investeringen). Wanneer de kasgeldlimiet structureel overschreden dreigt te worden, moeten langlopende leningen (leningen met een looptijd langer dan 1 jaar) aangetrokken worden. Tot maximaal het bedrag van de kasgeldlimiet loopt de gemeente renterisico, gebaseerd op leningen met een termijn van korter dan een jaar.
Met betrekking tot gelden in rekening-courant/kort geld loopt er met onze huisbankier een overeenkomst waarin is afgesproken dat deze dagelijks de saldi in rekening-courant in daggeld uitzet of aanvult. Daarnaast wordt, indien noodzakelijk, kasgeld aangetrokken c.q. gelden via schatkistbankieren weggezet voor periodes variërende van 1 week tot 1 jaar afhankelijk van geldbehoefte en mogelijkheden op de geldmarkt.
Renterisiconorm
In de wet FIDO is door het rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille
van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.
Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteaanpassing doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet.
De doelstelling van de renterisiconorm is in feite dat bij een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille, waarbij niet in enig jaar een onevenredig deel van de leningenportefeuille
geherfinancierd hoeft te worden, het renterisico op de vaste schuld over de jaren gespreid wordt.
De renterisiconorm is door het rijk vastgesteld op maximaal 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Dit betekent dat voor het jaar 2024 de renterisiconorm als volgt kan worden berekend:
Begrotingstotaal 2025: € 121.845.436
Renterisiconorm voor 2025 bedraagt 20% = € 24.369.087
Onderstaand de berekening van het renterisico op de vaste schulden voor het jaar 2025:
(bedragen x € 1.000) |
1e kwartaal |
2e kwartaal |
3e kwartaal |
4e kwartaal |
|---|---|---|---|---|
Kasgeldlimiet |
10.357 |
10.357 |
10.357 |
10.357 |
Saldo gemeente |
-501 |
-376 |
-407 |
-372 |
Over-/onderschrijding |
-10.858 |
-10.733 |
-10.764 |
-10.729 |
Kortlopend geld
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kortlopend geldMet de Bank Nederlandse Gemeenten is een ‘Overeenkomst financiële dienstverlening’ voor onbepaalde tijd afgesloten (opzegbaar). Hier is onder andere de kort-kredietverlening geregeld. Dit houdt in dat er een krediet in rekening-courant (kredietlimiet) van maximaal € 6,9 miljoen is overeengekomen.
Aangegane langlopende geldleningen
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Aangegane langlopende geldleningenIn 2025 is geen nieuwe langlopende lening aangetrokken. In de loop van het jaar is € 3.546.039 afgelost. De som van de aangegane langlopende geldleningen bedraagt per 31 december 2025 € 28.915.830 Dit is volledig bestemd voor eigen financiering.
Schatkistbankieren
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - SchatkistbankierenOp 15 december 2013 is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden (waaronder gemeenten) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal en bedraagt voor de gemeente Twenterand in 2025 € 2.436.909.
Er mag maximaal drie kwartalen op één volgend worden overschreden. Na de derde op één volgende overschrijding dient actie te worden ondernomen om de overschrijding de komende kwartaal op te lossen. Uit onderstaand overzicht blijkt dat in 2025 is voldaan aan de regeling schatkistbankieren.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Verslagjaar |
2025 |
|||
Drempelbedrag |
2.437 |
|||
Kwartaal 1 |
Kwartaal 2 |
Kwartaal 3 |
Kwartaal 4 |
|
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen |
357 |
269 |
292 |
267 |
Ruimte onder het drempelbedrag |
2.080 |
2.168 |
2.145 |
2.170 |
Overschrijding van het drempelbedrag |
- |
- |
- |
- |
Kredietrisico's
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kredietrisico'sTen behoeve van de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken.
Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen (het terugbetalen van de verstrekte lening). Hieronder treft u een overzicht aan van de verstrekte leningen door de gemeente Twenterand.
Omschrijving |
Bedrag 31-12-2025 |
|---|---|
BAGL GR Vechtdal |
€ 932.591 |
Lening Zonnepark BV |
€ 4.260.000 |
Hypotheekverstrekkingen ambtenaren |
€ 2.050.564 |
Lening Triangel |
€ 145.827 |
Lening St.Kulturhus De Klaampe |
€ 43.134 |
Lening Activiteitencentrum 'het Punt' |
€ 3.904.278 |
Lening IKB/Stadsbank |
€ 52.622 |
Duurzaamheidsleningen |
€ 1.608 |
Startersleningen |
€ 1.066.335 |
Lening korfbalvereniging TOP |
€ 7.000 |
Achtergestelde lening het Punt |
€ 23.787 |
Lening Den Ham FC Twente Madness |
€ 4.050 |
Lening de Groene Jager |
€ 17.917 |
Lening Enexis tranche B |
€ 142.372 |
Blijversleningen |
€ 28.301 |
€ 12.680.386 |
|
Financiering
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - FinancieringDit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van onze gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-) investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. De activa van de gemeente Twenterand zijn per ultimo 2025 als volgt gefinancierd:
Uit de tabel blijkt dat de boekwaarde van de vaste activa (investeringen) wordt gefinancierd met langlopende middelen.
Boekwaarde vaste activa |
€ 111.572.894 |
|
|---|---|---|
Vaste financieringsmiddelen |
||
Reserves (inclusief rekeningresultaat) |
€ 84.122.659 |
|
Voorzieningen |
€ 16.928.029 |
|
Langlopende leningen |
€ 28.915.830 |
|
Totaal financieringsmiddelen |
€ 129.966.518 |
|
Financierings overschot |
€ 18.393.624 |
|
Rentetoerekening
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RentetoerekeningDe behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor de aanpassingen van het BBV is hier sprake van een verplichting.
Voor 2025 is een renteomslag gehanteerd van 1,00%. Met deze renteomslag blijft het resultaat op het taakveld treasury (zie tabel hieronder) binnen de norm, zoals voorgeschreven door het BBV.
De rente wordt samen met de afschrijvingslasten doorberekend aan de diverse taakvelden. Aan investeringen wordt geen rente rechtstreeks toegerekend.
Het grondbedrijf hanteert, conform gewijzigde voorschriften van de commissie BBV, hetzelfde renteomslagpercentage.
Renteschema
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RenteschemaDe externe rentelasten over de korte en lange financiering |
341.516 |
||
|---|---|---|---|
De externe rentebaten (idem) |
254.462 |
||
Saldo rentelasten en rentebaten. |
87.054 |
a |
|
Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend |
11.271 |
||
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerend |
51.492 |
||
Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken |
110.760 |
||
(=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
|||
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente |
-47.996 |
b |
|
Rente over eigen vermogen |
787.289 |
c |
|
Rente over voorzieningen |
176.746 |
d |
|
Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente |
1.099.086 |
e (a-b+c+d) |
|
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) |
872.939 |
f |
|
Renteresultaat op taakveld Treasury |
-226.147 |
g (f-e) |
|
Procentule afwijking |
-20,58% |
h (g/e) |
|
Rente omslag percentage berekening is C15 / totaal vaste activa |
1,27% |
Paragraaf Bedrijfsvoering
Terug naar navigatie - - Paragraaf BedrijfsvoeringAlgemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - AlgemeenIn deze paragraaf Bedrijfsvoering worden relevante thema's op het gebied van bedrijfsvoering toegelicht en daarnaast bevat de paragraaf een terugblik op de griffie in 2025.
Bedrijfsvoering omvat het verzorgen van randvoorwaardelijke zaken, van informatie en van advies. Het betreft Personeel en Organisatie, (interne) Communicatie, Bestuursadvies en -ondersteuning van B&W, Planning & Control, Financiën , Informatisering & Automatisering, Bodediensten en Bestuurlijk Juridische zaken. In deze paragraaf wordt op een aantal thema’s die in 2025 speelden bij Bedrijfsvoering nader ingegaan.
Communicatie en participatie
Inwonersbetrokkenheid 2025
In 2025 is een QuickScan Participatie gestart om de huidige inwonersbetrokkenheid in Twenterand te verbeteren. De raad gaf op 15 mei 2025 input. De QuickScan wordt afgerond samen met het rekenkameronderzoek. De resultaten gaan later naar de raad, die daarna besluit over mogelijke aanpassingen in de participatie-aanpak.
Team ITIA en FBIV
De pilot datagedreven werken is gestart. Er is €100.000 per jaar beschikbaar voor drie jaar. In 2025 zijn eerste stappen gezet, zoals het vergroten van kennis, standaardisatie van processen, verbeteren van datakwaliteit en het voorbereiden van een datawarehouse. Er is €46.000 besteed; de rest wordt doorgeschoven. 2025 geldt als opstartjaar, met verdere uitbouw in 2026.
De pilot voor het e-depot is eveneens gestart. Gemeente Twenterand werkt samen met het Drents Archief, waarbij twee zaaktypes uit Djuma als proef worden overgebracht. Het doel is om te leren en te komen tot een onderbouwd advies voor een definitieve oplossing. Het resterende budget van €50.000 schuift door.
Alle archiefgegevens zijn in 2025 van Corsa naar Djuma overgezet. Begin 2026 wordt nog benodigde nabewerking uitgevoerd, binnen bestaande budgetten.
Er zijn enkele applicaties naar de cloud overgezet, waaronder het traject Logistiek Zonder Papier, al minder dan eerder gepland.
Tot slot zijn er 20 licenties voor digitaal ondertekenen beschikbaar, en de griffie maakt al gebruik van Ibabs.
Personeel & Organisatie
Opleidingen
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
| Loonsom | € 17.332.028 | € 19.376.520 | € 21.258.223 | € 22.437.116 |
| Opleidingskosten | € 155.799 | € 240.715 | € 335.124 | € 340.886 |
| % van de loonsom | 0,90% | 1,24% | 1,58% | 1,52% |
| Aantal medewerkers per december | 279 | 298 | 318 | 332* |
| Opleidingskosten per medewerker | € 558 | € 808 | € 1.113 | € 1.062 |
*Dit is het aantal medewerkers exclusief medewerkers 'Larcom' (49) en 'Ontplooj' (153) in dienst van Twenterand. In totaal komt dit neer op 534 medewerkers.
Ziekteverzuim
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
| Ziekteverzuim | 4,68% | 5,46% | 5,32% | 7,30% |
In- en uitstroom
| 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
| Instroom | 51 | 49 | 44 | 58 |
| Uitstroom | 31 | 32 | 40 | 40 |
Wetgeving
De belastingdienst is in 2025 begonnen met actieve handhaving op schijnzelfstandigheid van zzp'ers. Met elke zzp'er die wij inhuren is een scan gemaakt op schijnzelfstandigheid. Daaruit kwamen geen risico's naar voren. Bij nieuwe inhuur is standaard een scan gemaakt om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Wij doen uitvragen via Flextender. Flextender doet ook een toets bij elke zzp'er op schijnzelfstandigheid. Je ziet daarnaast dat veel zzp'ers een dienstverband aangaan met een uitzendbureau.
Verbouw en herinrichting gemeentehuis
In 2025 is verder gewerkt aan de verbouw en herinrichting van het gemeentehuis. De geraamde opbrengst van verhuur aan derden is hierop aangepast. Het is nog niet gelukt om een huurder te vinden voor het gedeelte rond en voor het Reggedok.
Eind 2025 was er nog geen zekerheid over de intrek van de Bibliotheek in de hal van het gemeentehuis, inmiddels (sinds februari 2026) is er overeenstemming.
Organisatieontwikkeling
In deze fase van de organisatieontwikkeling is ingezet op het verder professionaliseren van de organisatie, de teams en de medewerkers. Diverse werkprocessen zijn geoptimaliseerd en er is gewerkt aan teamplannen en een directieplan. Net als in voorgaande jaren zijn er ontwikkeldagen georganiseerd voor alle medewerkers.
Ondanks dat in amendement A09 van de Kadernota 2025 de gevraagde verhoging van het opleidingsbudget (€ 70.000) niet is toegekend, is er een overschrijding van € 40.000 ontstaan. Deze extra kosten kwamen vooral door noodzakelijke trainingen en opleidingen voor een groot aantal nieuw aangenomen, vaak nog onervaren collega's die intensief moesten worden ingewerkt en daarvoor externe opleidingen volgden.
Informatie- en archiefbeheer
De pilot voor het e-depot is gestart. Vanaf 1 oktober 2025 tot 1 oktober 2027 is een overeenkomst gesloten met het Drents Archief voor een proefoverbrenging. Twee zaaktypen uit Djuma (“Grond aankopen” en “Jaarrekening opstellen”) worden als proef overgebracht. Doel van de pilot is om ervaring op te doen aan de hand van concrete leerdoelen en een evaluatie, zodat daarna een goed onderbouwd advies kan worden gegeven over een definitieve oplossing. De resterende middelen van € 50.000 schuiven – conform raadsbesluit bij de slotnota – door naar de komende jaren.
Alle archiefgegevens uit Corsa zijn overgezet naar Djuma. Dit complexe traject, waarbij diverse externe partijen betrokken waren, is in 2025 uitgevoerd. Achteraf is geconstateerd dat er nog nabewerking nodig is; deze wordt begin 2026 afgerond. De werkzaamheden zijn binnen de bestaande budgetten uitgevoerd.
Rekenkameronderzoeken 2025
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rekenkameronderzoeken 2025In deze alinea doen we verslag van de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkameronderzoeken afgelopen raadsperiode. Een overzicht van rapporten publiceert de griffie op Rapporten | Twenterand
Rekenkamerbrief Minimabeleid
In 2024 is opvolging gegeven aan de rekenkamerbrief Minimabeleid #3 van maart 2022. Belangrijkste bevinding hierin was de overlap tussen verschillende regelingen. Middels een raadsbesluit op 17 december 2024 onder het agendapunt Herijking van het minimabeleid; Verordening individuele inkomenstoeslag Twenterand 2025 (IIT) is de overlap er uit gehaald (de Meedoenverordening is hierbij ingetrokken), de bedragen IIT aangepast en de regelingen geharmoniseerd naar 120% van de bijstandsnorm. Het betrof een unaniem raadsbesluit. In opdracht van de raad middels een aangenomen motie wordt als vervolg hierop de communicatie over het minimabeleid ook breder opgepakt. Dit is in 2025 gebeurd en daarmee is rekenkamerrapport afgehandeld.
Quick scan jaarstukken gemeenschappelijke regelingen 2025
Deze quick scan is betrokken bij de behandeling van de GR-stukken in 2025. Hierin zijn geen aanbevelingen vastgesteld door de raad. De quick scan is daarbij betrokken bij het vaststellen van de diverse GR-stukken en is daarmee afgehandeld.
Onderzoeksrapport 'Zicht op zeggenschap'; een rekenkamer onderzoek naar de samenwerkingen tussen gemeenten in Twente
In 2025 hebben de Twentse rekenkamers gezamenlijk onderzoek gedaan naar de Twentse samenwerking om de democratische legitimiteit van regionale samenwerking in Twente te onderzoeken. Het college heeft daarop een bestuurlijke reactie gegeven met waardering voor het grondige onderzoek en daarbij enkele kanttekeningen bij de bevindingen en conclusies van het rapport. Het college pleit o.a. voor een risicogestuurde aanpak: focus op die verbanden waar bestuurlijke en financiële impact significant is. In het debat is hierover gesproken en een toezegging gedaan. Het raadsvoorstel met de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek is door de raad in november aangenomen. De aanbevelingen - zowel aan raad als college - worden met de nieuwe raad opgepakt.
Rekenkameronderzoek inwonersbetrokkenheid
In 2025 heeft de organisatie meegewerkt aan het rekenkameronderzoek inwonersbetrokkenheid. De verwachting is dat dit onderzoek in 2026 wordt opgeleverd.
Griffie
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - GriffieEen raadswerkgroep heeft een plan opgesteld voor de vervanging van de AV-installatie en mogelijke vernieuwing van de raadzaal. De besluitvorming en uitvoering staan gepland voor 2026.
Daarnaast waren extra middelen nodig door meerwerk van de accountant. Er zijn afspraken gemaakt om dit in de toekomst te voorkomen. Ook is de rechtspositie van raadsleden gewijzigd, wat heeft geleid tot hogere kosten dan vooraf begroot.
Ontwikkelingen
In 2025 hebben diverse ontwikkelingen plaatsgevonden binnen de ondersteuning van de raad:
- Er is onderzoek uitgevoerd naar een mogelijke verbouwing van de raadzaal en de daarbij benodigde vernieuwing van audiovisuele voorzieningen.
- De functionaliteiten van Pepperflow zijn uitgebreid om de raad beter te faciliteren.
- De uitzending van de raadsvergaderingen is overgegaan naar een nieuwe leverancier.
- Tijdens een speciale raadsdag is stilgestaan bij de onderlinge samenwerking binnen de raad.
- Het Reglement van Orde is herzien en geactualiseerd.
- In samenwerking met ProDemos heeft de griffie de cursus Politiek Actief georganiseerd.
- De aanbestedingsprocedure voor de selectie van een nieuwe accountant is succesvol afgerond.
- De raadscommissie die onderzoek deed naar het kanaal Almelo – De Haandrik heeft haar werkzaamheden afgerond en het eindrapport opgeleverd.
- Er is een herstelcommissie ingesteld gericht op het verbeteren van de bestuurscultuur.
- De griffie heeft meerdere communicatiemomenten georganiseerd richting de ambtelijke organisatie ter bevordering van de samenwerking, onder andere via Gluren bij de Griffie en het platform Brede Vraagstukken.
Rechtmatigheidsverantwoording
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - RechtmatigheidsverantwoordingIn deze subparagraaf wordt het onderwerp rechtmatigheid behandeld, en wordt een toelichting gegeven op de rechtmatigheidsverantwoording van het College van Burgemeester en Wethouders. De rechtmatigheidsverantwoording zelf is opgenomen in de jaarrekening 2025.
Achtergrond
Met ingang van de Jaarstukken 2023 moet het College van Burgemeester en Wethouders een rechtmatigheidsverantwoording opstellen en in de paragraaf bedrijfsvoering ingaan op het onderwerp rechtmatigheid. De landelijke wetgever heeft deze verplichting enkele achtereenvolgende jaren uitgesteld omdat er nog veel onduidelijkheden waren over de te hanteren regels, kaders en richtlijnen. In de afgelopen jaren is meer duidelijk geworden over deze regels, kaders en richtlijnen. Hierdoor is het voor het college mogelijk geworden om bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording de regels, kaders en richtlijnen beter te interpreteren en toe te passen.
De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee voor 2025 vastgesteld op € 2.556.000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.
Bevindingen
Zoals in het controleprotocol is opgenomen, wordt in de paragraaf bedrijfsvoering een overzicht opgenomen van de geconstateerde fouten boven de rapporteringsgrens van € 100.000. Daarnaast wordt opgenomen welke maatregelen er genomen worden om deze fouten in de toekomst te voorkomen.
Via onderstaande tabel is een cumulatief overzicht opgenomen van geconstateerde rechtmatigheidsfouten over 2025:
| Monitor Rechtmatigheidsverantwoording | Bedrag (x € 1.000 ) | |
| Begrotingscriterium | ||
| 1a. Overschrijding exploitatiebudgetten programma’s begroot versus werkelijk | € 0 | |
| 1b. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) | € 50 | |
| 2. Niet geautoriseerde reserve mutaties | € 0 | |
| 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid respectievelijk zijn gemeld. | € 0 | |
|
Totaal begrotingsonrechtmatigheden (bruto) |
€ 50 | A |
| 4. Begrotingsafwijkingen waarvan de raad heeft besloten dat ze niet onrechtmatig zijn | € 50 | B |
| 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden | € 0 | C (=A-B) |
| Voorwaardencriterium | ||
| Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed | € 559 | D |
| M&O criterium | ||
| Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium | € 0 | |
| Totaal rechtmatigheidsfouten (=C+D) | € 559 | |
| Verantwoordingsgrens | ||
| Verantwoordingsgrens vastgesteld door de raad (%) | 2% | |
| Totaal lasten inclusief toevoegingen aan de reserves | € 127.812 | |
| Verantwoordingsgrens | € 2.556 |
Toelichting:
Begrotingscriterium
1a. Overschrijding exploitatiebudgetten
Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Begrotingsoverschrijdingen zijn in principe onrechtmatig. Er zijn echter situaties denkbaar waarbijoverschrijdingen binnen het door de raad uitgezette beleid vallen en binnen het doel blijven waarvoor het krediet beschikbaar is gesteld. Hierbij valt te denken aan overschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten (bijvoorbeeld via subsidies en kostendekkende omzet) en overschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen, zoals blijkt uit de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV.
In 2025 is geen sprake geweest van een overschrijding van de lasten op de programma's, zoals blijkt uit onderstaand overzicht.
| Omschrijving | Begrotingsafwijking lasten | ||
| Programma | Begroot | Werkelijk | Verschil |
| 1. Sociaal domein | 72.915.220 | 71.367.676 | -1.547.544 |
| 2. Ruimte | 34.032.175 | 30.134.235 | -3.897.940 |
| 3. Economie en vrije tijdsbesteding | 10.514.283 | 9.389.336 | -1.124.947 |
| 4. Bedrijfsvoering | 16.666.837 | 16.579.712 | -87.125 |
In 2025 is bij de programma's 'Economie en vrije tijdsbesteding' en 'Bedrijfsvoering' sprake geweest van een overschrijding van de baten, zoals blijkt uit onderstaand overzicht.
| Omschrijving | Begrotingsafwijking baten | ||
| Programma | Begroot | Werkelijk | Verschil |
| 1. Sociaal domein | 28.246.636 | 27.657.362 | -589.274 |
| 2. Ruimte | 16.837.708 | 16.028.735 | -808.937 |
| 3. Economie en vrije tijdsbesteding | 1.963.379 | 2.333.710 | 370.331 |
| 4. Bedrijfsvoering | 1.726.977 | 2.497.271 | 770.294 |
De oorzaken voor verschillen op de programma's worden nader toegelicht in de verschillenverklaringen die opgenomen zijn bij de diverse programma's.
1b. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
Onderstaand overzicht laat zien dat een aantal kredieten zijn overschreden. Gesteld kan worden dat de uitgaven passen binnen het beleid en het doel waarvoor het krediet beschikbaar is gesteld. De raad autoriseert deze kostenoverschrijdingen met het vaststellen van de jaarrekening.
| Omschrijving krediet: | Krediet | Besteed t/m 2024 | Werkelijk besteed 2025 | Overschrijding |
| Hangxa (heftruck) | 10.000 | 0 | 23.293 | 13.293 |
| John Deere 1504 (camping) | 50.000 | 0 | 73.247 | 23.247 |
| John Deere 2140 (camping) | 60.000 | 0 | 73.247 | 13.247 |
| Totaal | 120.000 | 0 | 169.787 | 49.787 |
De raad heeft besloten om het totaal aan aanschaffingen tractiemiddelen te koppelen aan een maximale hoogte van de kapitaallasten. De kapitaallasten van de tractiemiddelen zijn in de begroting opgenomen voor een vast bedrag van € 230.000. De overschrijding van deze kredieten heeft niet tot gevolg dat dit maximum wordt overschreden. Het verschil tussen werkelijk en begroot wordt gestort c.q. onttrokken uit de reserve tractie. In 2025 waren de kosten van tractie € 147.500 en dus is er een bedrag van € 82.500 in de reserve tractie gestort. Hiermee blijven de vervangingen tractie binnen de door de raad gestelde kaders (eisen). Conclusie: de overschrijding past binnen het beleid en zijn daarmee niet onrechtmatig.
Voorwaardencriterium:
Fouten in het kader van de naleving van de Europese Aanbestedingsregels van cumulatief € 559.000 is als volgt opgebouwd:
|
(a) Onrechtmatige inkoop ICT - diensten |
€26.000 |
|
|
(b) Onrechtmatige inhuur personeel |
€236.000 |
|
|
(c) Onrechtmatige inkoop verwerking groenafval |
€79.000 |
|
|
(d) Onrechtmatige inkoop landbouwkundige werken |
€219.000 |
|
In onderstaand overzicht is ook opgenomen welke maatregelen er zijn genomen om deze fouten in de toekomst te voorkomen.
|
(a) Onrechtmatige inkoop ICT - diensten |
€26.000 |
Deze diensten zullen we allen gaan onderbrengen bij de ICT-broker. De aanbesteding hiervan heeft plaatsgevonden en zodra deze ICT-contracten bij de ICT-broker zijn ondergebracht, is hiermee ook de rechtmatigheid geborgd.
|
(b) Onrechtmatige inhuur personeel |
€236.000 |
Zodra de huidige periode van inhuur is afgelopen zal dit contract niet meer worden verlengd en zal indien hier nog een inhuurbehoefte aanwezig is op basis van het inkoopstartdocument een nieuwe aanbestedingsprocedure worden opgezet.
|
(c) Onrechtmatige inkoop verwerking groenafval |
€79.000 |
|
Er zal worden onderzocht of deze verwerking in de praktijk ook op een andere wijze kan gaan plaatsvinden.
|
(d) Onrechtmatige inkoop landbouwkundige werken |
€219.000 |
|
Er zal worden onderzocht of deze verwerking in de praktijk ook op een andere wijze kan gaan plaatsvinden.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
Vanuit de vastgestelde risico’s en beheersmaatregelen welke zijn opgenomen in de beleidsnota voorkomen Misbruik & Oneigenlijk geldt dat er geen bijzonderheden zijn geconstateerd.
Privacy en Informatiebeveiliging
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Privacy en InformatiebeveiligingPrivacy
In 2025 heeft de gemeente Twenterand verschillende maatregelen genomen om de privacy van inwoners, medewerkers en andere betrokkenen beter te beschermen. Begin 2025 stelde de gemeente een nieuw Privacybeleidskader 2025–2027 vast, waarin alle uitgangspunten, verantwoordelijkheden en procedures rondom de verwerking van persoonsgegevens opnieuw zijn vastgesteld en geactualiseerd. Dit beleid sloot volledig aan op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en verving het eerdere kader uit 2021. Het nieuwe beleid beschreef hoe de gemeente zorgvuldig met persoonsgegevens moest omgaan, welke rollen en verantwoordelijkheden binnen de organisatie golden — waaronder die van de Functionaris Gegevensbescherming — en hoe privacyincidenten moesten worden gemeld en afgehandeld.
De belangrijkste maatregel om het risico op onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens te beperken, was het vergroten van privacybewustzijn. In november 2025 is de organisatie officieel gestart met Guardey, het nieuwe platform voor cybersecurity awareness. Medewerkers ontvingen een e-mail met hun eerste korte uitdaging, die helpt om hun kennis van digitale veiligheid te vergroten. Elke week kregen alle medewerkers een nieuwe korte toets/training van Guardey. Deelname is verplicht en onderdeel van de digitale weerbaarheid van de organisatie. Guardey biedt interactieve uitdagingen, inzicht in voortgang, een spelelement en aan het einde van de maand een beloning voor het best presterende team. Het doel is om menselijke fouten te verminderen en samen de organisatie digitaal sterker te maken.
Management en bestuur ontvingen kwartaalrapportages over informatiebeveiliging en privacy.
Informatiebeveiliging
De gemeente Twenterand heeft in 2025 verdere vooruitgang geboekt in de versterking van de informatieveiligheid. De implementatie van maatregelen op basis van het BIO-normenkader is doorgezet en sluit inmiddels aan op de ontwikkelingen richting de vernieuwde Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO2), die op 23 september 2025 is vastgesteld. BIO2 legt een sterker accent op risicomanagement en sluit aan op de internationale standaarden, wat het strategisch niveau van informatiebeveiliging binnen de overheid verhoogt. Vooruitkijkend naar 2026 ligt er een nieuwe set maatregelen klaar die geprioriteerd en uitgevoerd moeten worden. Daarnaast is voortgang geboekt in het formaliseren van tactisch beleid, processen en eigenaarschap, wat essentieel is voor professionele en aantoonbare borging van informatieveiligheid.
De Europese NIS2-richtlijn, die de beveiligingsvereisten voor een breed scala aan vitale en belangrijke sectoren verhoogt, treedt in Nederland later in werking dan oorspronkelijk gepland. Door vertraging in de nationale wetgevingsprocedure wordt de implementatie via de Cyberbeveiligingswet (Cbw) nu verwacht in het tweede kwartaal van 2026. NIS2 brengt strengere verplichtingen met zich mee voor governance, risicobeheersing, incidentrespons en toezicht op leveranciers verplichtingen die straks ook voor decentrale overheden zullen gelden.
In het kader van de jaarlijkse verantwoording heeft Twenterand eind 2025 de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) zelfevaluatie afgerond. De uitkomsten voor Twenterand worden in het tweede kwartaal van 2026 aan de gemeenteraad aangeboden.
De gemeente staat er beleidsmatig en organisatorisch beter voor dan voorgaande jaren, maar de komende periode vraagt om blijvende bestuurlijke aandacht voor risicosturing, implementatie van BIO2 en voorbereiding op de aankomende verplichtingen uit NIS2/Cbw. Hiermee blijft Twenterand toekomstbestendig in een toenemende digitale dreigingsomgeving.
Paragraaf openbaarheid Woo
Terug naar navigatie - - Paragraaf openbaarheid WooOpenbaarheidsparagraaf Woo
Terug naar navigatie - Paragraaf openbaarheid Woo - Openbaarheidsparagraaf WooParagraaf Verbonden partijen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Verbonden partijenInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - InleidingVanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en of financiële belangen en mogelijke risico’s wordt in de begroting en jaarstukken aandacht besteed aan derde rechtspersonen (de verbonden partij), waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in deze relaties van de gemeente. Onder verbonden partijen moet worden verstaan: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft, zoals deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regeling) en/of stichtingen en publiek private samenwerkingsconstructies. Onder ‘bestuurlijk belang’ wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stem-recht. Met een ‘financieel belang’ wordt bedoeld dat middelen ter beschikking zijn gesteld die verloren gaan in geval van faillissement van de ‘verbonden partij’ of als financiële problemen bij een ‘verbonden partij’ op de gemeente kunnen worden verhaald.
Wat willen we bereiken
Twenterand wil participeren in partijen die een publiek belang dienen, zodat de visies en beleidsdoelstellingen van de gemeente ondersteund en uitgedragen worden. Indien participatie leidt tot inkomsten voor de gemeente worden deze inkomsten ingezet als technisch onderdeel van de gemeentebegroting. Hierbij worden de risicobeperkingen, welke de Wet Financiering Decentrale Overheden gemeenten oplegt bij dergelijke deelnemingen, in acht genomen.
Wat doen we daarvoor
De gemeente Twenterand neemt actief deel in bestuurlijke overleggen van verbonden partijen, waarbij voorafgaand aan deze vergaderingen het college een standpunt inneemt ten aanzien van de agenda. Via de besluitenlijsten van het college worden de gemeenteraad en de inwoners over de externe vertegenwoordigingen geïnformeerd.
De verbonden partijen van de gemeente Twenterand zijn gerubriceerd naar de volgende categorieën:
A. Gemeenschappelijke regelingen
SamenTwente (GGD, OZJT, VTT) + Twentse Koers
Veiligheidsregio Twente
GR Stadsbank Oost Nederland
Omgevingsdienst Twente
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente
Centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Almelo
Recreatieschap Twente
B. Deelnemingen in vennootschappen (NV’s, BV’s, VOF’s en CV’s) en coöperaties
Cogas N.V.
Twence B.V.
N.V. Rova Holding
Wadinko N.V.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Enexis
Zonnepark Oosterweilanden
C. Deelnemingen in Stichtingen en Verenigingen
Dimpact
Euregio
P-10 (plattelandsgemeenten)
VNG
VNG Overijssel
Eventuele risico’s rondom de verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen.
Gemeenschappelijke regeling: Samen Twente
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling: Samen TwenteProgramma:
De samenwerking in Twente levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van alle programma’s en diverse doelenbomen. Het grootste onderdeel is de wettelijke gemeentelijke taak GGD. Coalities als Twentse Koers zijn ook als gast ondergebracht onder SamenTwente.
Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en bereikbare regio.
Twentse Koers: De Twentse Koers (voorheen: Samenwerkingsagenda Menzis) is een strategische domeinoverstijgende samenwerking tussen Samen Twente (GGD), zorgverzekeraar Menzis, provincie Overijssel en de 14 Twentse gemeenten op het gebied van zorg, welzijn en wonen. Er wordt gewerkt volgens het principe van de 'coalition of the willing'. Dat betekent dat partijen binnen de agenda op projectniveau kunnen bepalen of ze meedoen of niet.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aangesloten (14) gemeenten zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. De regionale samenwerking wordt op een breed terrein verricht van gezondheid en zorg. SamenTwente: een organisatie voor gezondheid, veiligheid en vitaliteit, met daarin de GGD, OZJT, Veilig Thuis Twente en Kennispunt Twente. SamenTwente is gastheer van Samen14. De Twentse Koers (zie onder) is er ook ondergebracht.
Twentse Koers: De Twentse Koers kent een Bestuurlijk Overleg. Hierin heeft de portefeuillehouder Wet maatschappelijke ondersteuning/publieke gezondheid zitting. Leden van het bestuurlijk overleg hebben geen mandaat voor beslissingen met financiële consequenties of van politieke/bestuurlijke lading.
Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van bovengenoemde samenwerkingsvormen in Twente. Verdeling van deze bijdrage gebeurt in de meeste gevallen op basis van inwonertal. Een uitzondering hierop is de JGZ-bijdrage, deze wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen.
De bijdrage aan de regionale samenwerking in Twente is in 2025 ruim € 2,4 miljoen.
Twentse Koers: De eigenaren betalen geen structurele financiële bijdrage aan de Twentse Koers. Financiering vindt projectmatig met externe middelen plaats. Gemeente Twenterand doet een incidentele bijdrage uit de lokale GALA-middelen.
Beleidsvoornemens:
Een kerntakendiscussie heeft geleid tot veel inzicht maar niet tot besparingen, sterker nog door groei van volume (VTT) en taken in de regio (Hervormingsagenda jeugd) worden extra investeringen verwacht de komende jaren.
Twentse Koers: De vastgestelde strategische agenda en samenwerkingsovereenkomst van de Twentse Koers loopt nog tot en met 2026. Daarna moet een besluit worden genomen over de voortgang van het programma, mede gebaseerd op een in 2025 uitgevoerde evaluatie.
Bij de inhoudelijke doelenbomen jeugd (OZJT/Samen14 en VTT) en gezondheid (GGD) staan de beleidsontwikkelingen en resultaten 2025.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 5.119 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 6.558 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 21.811 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 14.471 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 2.561 |
|||
Gemeenschappelijke regelingen: Veiligheidsregio Twente
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen: Veiligheidsregio TwenteProgramma:
Veiligheidsregio Twente (VRT) is een samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten en de veertien gemeenten in Twente. De samenwerking is gestoeld op de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De basis voor de ambtelijke organisatie van de VRT wordt gevormd door de volgende organisatieonderdelen: ‘Veiligheidsbureau’, ‘Brandweer Twente’, ‘GHOR’ (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en ‘Gemeenten’. Deze organisatieonderdelen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken en werken onder de verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur VRT multidisciplinair samen.
Doelstelling:
Veiligheidsregio Twente zet zich in voor effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. De VRT kent meerdere programma’s, waaronder:
- Multidisciplinaire onderwerpen
- Brandweer
- GHOR
- Gemeenten
In de programmabegroting van de VRT staat per programma benoemd wat de doelstellingen zijn en wat hier voor gedaan gaat worden.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s werken de Twentse gemeenten samen binnen de gemeenschappelijke regeling op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Het Algemeen Bestuur van de VRT wordt gevormd door de Twentse burgemeesters.
Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt verdeeld over de Twentse gemeenten. Sinds 2016 wordt hierbij gebruik gemaakt van de Cebeon-verdeelsystematiek (Cebeon is het bureau dat de verdeelsystematiek voor het gemeentefonds periodiek onderhoudt.). De gemeente Twenterand heeft in 2025 ruim 2,6 miljoen bijgedragen aan de VRT. Dit bedrag wordt grotendeels gedekt uit de bijdrage die de gemeente Twenterand ontvangt vanuit het Gemeentefonds (cluster Openbare Orde en Veiligheid, subcluster Brandweer en Rampenbestrijding).
Beleidsvoornemens:
‘Stabiele factor in tijden van verandering’. Dat is de rode draad van de koers voor de komende jaren. We leven in een wereld waarin ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Dit biedt kansen, tegelijkertijd stelt het ons voor een aantal uitdagingen. De Veiligheidsregio Twente focust de komende jaren op:
- Continuïteit en stabiliteit; het goed blijven doen, zoals we dat nu doen, met voldoende mensen en middelen
- Aansluiting blijven vinden en behouden bij de Twentenaren.
- Technologische veranderingen: kansen benutten en proactief reageren op potentiële bedreigingen.
- Anticiperen op crisistypen gerelateerd aan klimaatverandering
- Anticiperen op de wijziging van meerdere wetten die invloed hebben op onze taken
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 3.389 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
5904 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 77.956 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
76316 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 3.361 |
|||
Gemeenschappelijke regelingen: Stadsbank Oost Nederland
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen: Stadsbank Oost NederlandProgramma:
Sociaal Domein
Doelstelling:
De Stadsbank Oost Nederland is een kredietbank zoals bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet. De Stadsbank Oost Nederland biedt schuldhulpverlening, beschermingsbewind en sociale kredietverlening.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De GR wordt gevormd door 21 deelnemende gemeenten in de Achterhoek en Twente. De portefeuillehouder Sociale Zaken heeft zitting in het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergadert circa twee keer per jaar.
Financiële relatie/financieel belang:
De bijdrage voor 2025 bedroeg € 305.000.
Beleidsvoornemens:
Inzetten op een efficiënt en effectief schulden(uitvoerings)beleid in samenwerking met de Stadsbank Oost Nederland om zo de bestaanszekerheid van Twenteranders te verbeteren. Het college heeft in november 2024 besloten om de intake en stabilisatie voor schuldhulpverlening vanaf 2026 niet langer door de Stadsbank Oost Nederland maar door het Meldpunt Geldzorgen te laten doen (partiele uittreding). In 2025 is hiertoe een uitvoeringsplan gemaakt en personeel geworven (zie doelenboom sociale zaken).
(Bedragen x € 1.000) |
|
|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 2.236 |
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 2.186 |
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 9.982 |
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 8.953 |
Financieel Resultaat 2025 |
€ 270 |
Gemeenschappelijke regelingen: Gemeentelijk Belastingkantoor Twente
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen: Gemeentelijk Belastingkantoor TwenteProgramma:
Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBTwente) is een gemeenschappelijke regeling die een bijdrage levert aan het realiseren van de doelstelling van Bedrijfsvoering.
Doelstelling:
Het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Het GBTwente wordt gevormd door de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal en Twenterand.
De gemeente Twenterand wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Financiën.
Financiële relatie / financieel belang:
De gemeentelijke bijdrage wordt berekend op basis van het aantal aanslagen van de verschillende belastingen die voor de gemeente Twenterand worden uitgevoerd. De werkelijke bijdrage voor 2025 is bijna € 871.000
Beleidsvoornemens:
Het GBTwente anticipeert de komende jaren op het nieuwe strategieplan 2023-2026. "Met elkaar en voor elkaar" als basis. Het strategieplan is gericht op ‘koersvastheid, stabiliteit, duidelijkheid en transparantie voor gemeenten en inwoners’. De geformuleerde missie, visie, kernwaarden en doelen zijn richtinggevend voor de komende jaren.
De gekozen strategie blijft van kracht richt zich op de volgende twee pijlers:
1. Dienstverlening op maat [wat];
a. Persoonlijk
b. Begrijpelijk
2. Optimale Uitvoering [hoe]
Het werkproces van GBTwente is zorgvuldig, transparant, van hoge kwaliteit en tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Daarbij is het proces gericht op:
a. Betrokken en trotse medewerkers
b. Effectieve processen
c. Tevreden klanten (opdrachtgevers en inwoners)
d. Efficiënte inzet van financiële middelen
De organisatie is stabiel, voert een heldere koers, werkt continu verder aan procesverbetering en is financieel gezond.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 2.886 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 3.517 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 4.260 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 4.763 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 2.356 |
|||
Gemeenschappelijke regelingen: Centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Almelo
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen: Centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio AlmeloProgramma:
Sociaal Domein
Doelstelling:
Op basis van de norm van opdrachtgeverschap is de gemeente Almelo namens de regio (Hellendoorn, Rijssen-Holten, Tubbergen, Wierden en Twenterand) gemandateerd voor het uitvoeren van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Dit wordt deels gedaan door uitvoeringsorganisatie Cimot.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De portefeuillehouder maatschappelijke ondersteuning heeft zitting in de stuurgroep die minimaal twee keer per jaar samenkomt. Op de agenda staan zonder meer de financiële verantwoording, het regioplan beschermd wonen/maatschappelijke opvang en de dienstverleningsovereenkomst (dvo).
Financiële relatie / financieel belang:
Centrumgemeente Almelo ontvangt jaarlijks het budget voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Eventuele overschotten of tekorten worden naar rato verdeeld over de regio. Er ligt een wetvoorstel voor een nieuw financieel verdeelmodel inclusief woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen waarbij de financiële middelen ook gedecentraliseerd worden. Het is nog geen gelopen koers dat het wetvoorstel wordt aangenomen, het wetvoorstel is na de val van het kabinet controversieel verklaard en wordt voorlopig dus niet behandeld.
Beleidsvoornemens:
Met het nieuwe financiële verdeelmodel en ook de inhoudelijke decentralisatie van beschermd wonen (beschermd wonen in de eigen stad/dorp/wijk/huis) wordt de betrokkenheid van de regio gemeenten groter. Uitdaging bij de inhoudelijke decentralisatie is vooral de beschikbaarheid van betaalbare woningen (woonopgave). De regiovisie is verlengd en een nieuwe wordt voorzien (zie doelenboom Wmo)
Gemeenschappelijke regeling: Recreatieschap Twente
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regeling: Recreatieschap TwenteProgramma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van verschillende doelstellingen uit het programma Economie en Vrijetijdsbesteding.
Doelstelling:
Het Recreatieschap is een uitvoeringsorganisatie welke zorgdraagt voor de drie Twentse recreatieparken (het Hulsbeek, het Rutbeek en het Lageveld) alsmede routenetwerken (bewegwijzering, informatieborden e.d.) en onderhoud aan toeristische fietspaden. Hiermee wordt laagdrempelig recreëren in de eigen leefomgeving voor inwoners bevorderd.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Alle 14 Twentse gemeenten zijn deelnemer in deze verbonden partij en alle verantwoordelijk portefeuillehouders hebben zitting in het Algemeen Bestuur. Er wordt ongeveer 4 maal per jaar vergaderd in een AO/BO-structuur.
Recreatieschap Twente:
Een lichte samenwerkingsvorm waarin de recreatieparken, recreatieve routes en fietspaden voor inwoners van Twente worden beheerd en onderhouden. Het strategisch beleid op dit gebied van de vrijetijdseconomie is belegd bij de Twente Board.
Financiële relatie / financieel belang:
Alle 14 deelnemers dragen naar rato van het aantal inwoners bij aan deze gemeenschappelijke regeling. Naast de bijdrage van de verschillende partners - wat wordt gezien als een investering met openbaar belang voor het Twentse recreatief product - kent het Recreatieschap Twente zelf ook een (gering) inkomen uit (bijv.) parkeeropbrengsten bij de recreatieparken. De afgelopen jaren is flink bezuinigd op de bedrijfsvoering door zo efficiënt mogelijk te werk te gaan.
Beleidsvoornemens:
Er is op dit moment een onderzoek gaande naar de financierings-systematiek van het Recreatieschap Twente om te zien of de kosten en baten voor elke gemeente wel eerlijk zijn verdeeld op dit moment. Twenterand is hier nauw bij betrokken. Het is nog onduidelijk wanneer dit proces afgerond en door het Algemeen Bestuur vastgesteld is, maar de verwachting is dat er in de netto bijdrage geen aanzienlijke veranderingen zullen zijn.
(Bedragen x € 1.000) |
|
|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 1.566 |
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 2.418 |
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 4.569 |
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 5.543 |
Financieel Resultaat 2025 |
€ 6.607 |
Gemeenschappelijke regelingen: Omgevingsdienst Twente
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen: Omgevingsdienst TwenteProgramma:
Deze gemeenschappelijke regeling levert een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen van programma Ruimte en heeft raakvlakken met bijna alle doelenbomen binnen dit programma. Primair gaat het om de uitvoering van alle milieutaken, maar ook milieu gerelateerde taken zoals: duurzaamheid en de invoering van de Omgevingswet.
Doelstelling:
Samenwerken aan een gezonde, veilige, leefbare en prettige regio.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De deelnemende Twentse gemeenten (14) zijn: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Ook de Provincie Overijssel is deelnemer. De werkzaamheden worden milieu breed of wel omgeving breed verricht. Belangrijke thema's betreffen, volksgezondheid, milieu en ruimtelijke ordening.
Financiële relatie / financieel belang:
De gemeenten dragen gezamenlijk bij aan de kosten van de Omgevingsdienst Twente. De verdeling van deze bijdrage gebeurde in de meeste gevallen op basis van inwonertal (de zogenaamde verdeelsleutel). Een uitzondering hierop was/is de bijdrage van de provincie. Deze bijdrage is gerelateerd aan de grootste gemeente binnen de regio Twente.
De herijking van de financiën van de Omgevingsdienst Twente (ODT), uitgevoerd door Seinstra & Partners, was een traject dat leidde tot een structurele wijziging in de financieringssystematiek vanaf 2024. Het doel was om van een "input"-gerichte financiering naar een reële kostenberekening per deelnemende gemeente te gaan, gebaseerd op werkelijke inzet met uiteindelijk als doel te komen tot outputfinanciering.
- Aanleiding: Het traject werd in 2022 ingezet omdat de productiviteit van de ODT bij de start van de gemeenschappelijke regeling te rooskleurig was ingeschat. Er was behoefte aan een duurzame financiële basis (rapport "Herijking financiering OD Twente", november 2022).
- Nieuw financieringsmodel: In plaats van de oude verdeelsleutel (gebaseerd op 2019), wordt nu gekeken achteraf naar wat er daadwerkelijk nodig was per deelnemer. Dit resulteert nu in:
- Afrekening op basis van werkelijke uren: nog wel o.b.v. voorfinanciering per kwartaal en aan het einde van het jaar wordt dan per deelnemer afgerekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte uren.
- Financiële impact: De herijking leidde tot een noodzakelijke structurele hogere bijdrage voor de gemeente Twenterand vanaf 2024;
- Resultaat: De herijking is verwerkt in de begroting 2024 en verder doorgevoerd richting de Kadernota 2026, met als doel te komen tot een robuuste Omgevingsdienst Twente.
De kosten per gemeente zijn hierdoor de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. De redenen daartoe zijn o.a. de ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen, zoals het realiseren/ontwikkelen van meer nieuwbouwplannen ten behoeve van wonen en bedrijven waardoor het omgevingsplan telkens moet worden aangepast. Maar ook diverse ontwikkelingen in wet- en regelgeving zoals de nieuwe Omgevingswet (1-1-2024), de nieuwe Robuustheidscriteria (1-4-2026) waaraan de omgevingsdienst moet gaan voldoen, het blijvend kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 (1-1-2025), een verschuiving en toename in bepaalde taken hierdoor, meer adviesverzoeken van de gemeente aan de ODT vanwege bijvoorbeeld omgevingsplannen en bouwaanvragen: geluid, bodem (PFAS) en lucht (stikstof).
In 2026 zal de evaluatie van de “Herijking financiering OD Twente” worden opgestart. Dit is op verzoek van alle gemeenten en de Provincie een jaar naar voren gehaald.
Beleidsvoornemens:
De gemeente Twenterand neemt deel aan de ontwikkeling en evaluatie van milieubeleidsregels voor alle VTHA-Taken (Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Advies). Daarnaast zijn er ook separate ontwikkelingen voor de VTH-thuistaken. De gemeente Twenterand is vertegenwoordigd in het Portefeuillehouders overleg VTH, het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Twente, de Kerngroep VTH Beleid Omgevingsrecht, het AOMD en nemen we deel aan diverse regionale werkgroepen.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 3.070 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 3.377 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 4.622 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 4.560 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 1.750 |
|||
Deelnemingen in vennootschappen: Cogas NV
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: Cogas NVProgramma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling op het beleidsveld Duurzaamheid.
Doelstelling:
Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie-en machtigingsgebieden. Twenterand valt onder het verzorgingsgebied van Cogas. Oorspronkelijk doel van de Cogas N.V. was het voorzien in een dekkende en betrouwbare energie- en kabelinfrastructuur op het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Momenteel zijn het realiseren van duurzame en innovatieve energieoplossingen belangrijke doelen geworden.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De aandelen van de Naamloze Vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten. Cogas is gevestigd in Almelo. Aandeelhouders zijn de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand en Wierden.
Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand bezit 558 aandelen à €454,-; totale (nominale) waarde van €253.332,-. Dit betreft 11 % van de aandelen. Hierop wordt jaarlijks dividend uitgekeerd. De dividenduitkering aan Twenterand in 2025 over 2024 was € 1.106.240 .
Beleidsvoornemens: Het is de ambitie van Cogas, naast uitstekend netbeheer van bestaande netwerken, te investeren in de aanleg van nieuwe energie-infrastructuren, zoals warmte- en biogasnetwerken, om daarmee de verduurzaming van de warmtevoorziening mogelijk te maken en de energietransitie in de regio te faciliteren. Cogas wil een bijdrage leveren aan en positie nemen in de Energietransitie en is partner in de RES Twente.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 150.342 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 156.643 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 107.433 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 104.916 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 11.390 |
|||
In 2025 heeft Twenterand € 1.106.241 aan dividend ontvangen. |
||||
Deelnemingen in vennootschappen: Twence Holding BV, Hengelo
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: Twence Holding BV, HengeloProgramma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.
Doelstelling:
Het Strategisch Beleidsplan 2024-2027 van Twence heeft de volgende twee strategische lijnen:
I. Een actieve en substantiële bijdrage leveren aan de duurzame regionale energievoorziening.
II. Meer waardevolle grondstoffen uit afval en biomassa produceren om daarmee de grondstofkringlopen te sluiten.
Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
Behouden van verwerkingscapaciteit voor huishoudelijk afval tegen marktconforme tarieven.
In stand houding van een bedrijf dat op een duurzame wijze afval verwerkt tot grondstoffen en energie.
We stemmen alleen in met extra investeringen of strategieën als deze bij kunnen dragen aan beleidsdoelen van de gemeente Twenterand.
Beheren en exploiteren van milieuvoorzieningen, het verlenen van diensten op het gebied van milieubeheersing in het algemeen, het bewerken en verwerken van huishoudelijk afval en bedrijfsafval en het produceren en leveren van (duurzame) energie en secundaire grondstoffen.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twence is een overheidsbedrijf (uitsluitend gemeentelijke aandeelhouders) voor de verwerking van afval tot grondstoffen en energie. De Twentse gemeenten hebben gezamenlijk een aandeel van 96.35 % in Twence Holding B.V.
Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand heeft in december 2024 de aandelen in Twence Holding BV verkocht. Tot 1 juli 2027 (doorlooptermijn contract) heeft Twenterand nog 8.053 aandelen (1%). Het dividendrecht is verkocht en de 8.053 aandelen zijn uitgegeven in certificaten. Er wordt geen dividend meer ontvangen sinds 2025.
Beleidsvoornemens:
In 2025 is er verder gewerkt door Twence aan een aantal projecten die een bijdrage leveren aan de twee eerder genoemde doelen. De nieuwe installatie voor het winnen van groen gas uit GFT-afval is gerealiseerd.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 166.200 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 173.797 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 174.746 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 169.696 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 15.096 |
|||
Deelnemingen in vennootschappen: Rova Holding NV
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: Rova Holding NVProgramma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan het realiseren van de doelstelling van programma Ruimte en specifiek aan het thema Duurzaamheid en Milieu.
Doelstelling:
Het bevorderen van en/of het doen realiseren van integraal afvalketenbeheer en het leveren van kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op het terrein van verwijdering van afvalstoffen, waaronder begrepen beleidsondersteuning en collectieve aanbestedingen ten behoeve van deelnemende overheden.
Welke doelen streeft de gemeente na met deze partij?
- het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval tegen zo laag mogelijke kosten voor de inwoners
- het in stand houden van een bedrijf dat op duurzame wijze diensten aan gemeenten verleend op het gebied van huisvuilinzameling, terugwinning van grondstoffen en BOR taken
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
ROVA is een afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie. Het werkgebied van ROVA telt 23 gemeenten in Midden en Oost-Nederland. Het betreft de organisatie, beheer en uitvoering van publieke taken voortvloeiend uit de afvalzorgplicht van de aangesloten gemeenten en de uitvoering van de gemeentelijke reinigingstaken.
Twenterand bezit 335 aandelen (3 %) ter waarde van €38.005,75 (nominale waarde) waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd. Het uitgekeerde dividend in 2025 over 2024 bedraagt €138.715,-. Hiervan wordt € 100.000.- ondergebracht bij de algemene dekkingsmiddelen en € 38.715 ondergebracht in de reserve afval.
Beleidsvoornemens:
De strategie 2025-2030 blijft gebaseerd op het uitgangspunt dat afval wordt beschouwd als een waardevolle grondstof. Ter ondersteuning hiervan heeft ROVA het Programma Kwaliteit Grondstoffen ontwikkeld. Daarnaast streeft ROVA naar een verdere uitbreiding van het dienstenpakket met taken op het gebied van het beheer van de openbare ruimte, evenals naar een versterkte verankering van deze werkzaamheden binnen de organisatie.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 44.169 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 46.039 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 63.717 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 64.185 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 4.820 |
|||
In 2025 heeft Twenterand €100.000 aan dividend ontvangen. |
||||
Deelnemingen in vennootschappen: Wadinko NV
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: Wadinko NVWadinko is een regionale participatiemaatschappij en droeg ook in 2025 bij aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in Overijssel, de Noordoostpolder en Zuidwest-Drenthe. Daarnaast wordt jaarlijks dividend uitgekeerd aan de verbonden partijen. Hoewel er nog geen participaties in Twenterand waren, bleef de inzet om bedrijven in de gemeente te ondersteunen. De aandelen van Wadinko N.V. waren in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten, met een vestiging in Zwolle. In 2025 werd € 42.500,- aan dividend begroot. Er is daadwerkelijk € 53.370 uitgekeerd in 2025.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 85.006 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 86.958 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 10.249 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 10.425 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 3.451 |
|||
In 2025 heeft Twenterand € 53.370 aan dividend ontvangen. |
||||
Deelnemingen in vennootschappen: Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)Deze deelneming levert een bijdrage aan de bedrijfsvoering op het gebied van financiering.
Doelstelling:
BNG vertaalt haar missie in de volgende strategische doelstellingen:
- behoud van substantiële marktaandelen in de Nederlandse publieke sector en semipublieke domein;
- behalen van een redelijk rendement voor aandeelhouders.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De BNG is opgericht in 1914 en gevestigd in Den Haag. Het is de bank van en voor de overheid en instellingen voor het maatschappelijke belang. De BNG probeert zo goedkoop mogelijke financiële dienstverlening aan de gemeenten te bieden. Daardoor heeft zij toegevoegde waarde voor haar aandeelhouders en de Nederlandse publieke sector. De BNG is een structuurvennootschap. Met een relatief aandelenbezit van 0,04% beschouwt Twenterand BNG als een beleidsarme verbonden partij.
Financiële relatie / financieel belang:
De aandelen zijn voor de helft in handen van de Staat, de andere helft is in handen van gemeenten en provincies. De BNG is, gemeten naar balanstotaal, de grootste overheidsbank van Nederland. De nominale waarde van de aandelen BNG van de gemeente Twenterand is € 59.670,- (23.868 aandelen à € 2,50). Over 2025 is een dividend ontvangen van € 59.900,-.
(Bedragen x € 1.000) |
||
|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 4.777.000 |
|
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 4.863.000 |
|
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 123.164.000 |
|
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 110.701.000 |
|
Financieel Resultaat 2025 |
€ 172.000 |
|
In 2025 heeft Twenterand €59.908 aan dividend ontvangen |
||
Deelnemingen in vennootschappen: Enexis
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: EnexisProgramma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan de doelrealisatie op het beleidsveld Duurzaamheid en een bijdrage aan de bedrijfsvoering op het gebied van financiering.
Doelstelling:
Een op zo duurzaam mogelijke wijze verzorgen van een betrouwbaar en betaalbaar energietransport nu en in de toekomst.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
Twenterand bezit medio 2020 42.621 aandelen Enexis. Dit betreft 0,0285% van het aandelenkapitaal. Vanwege deze geringe relatieve omvang beschouwt Twenterand Enexis als een beleidsarme verbonden partij.
Financiële relatie / financieel belang:
In 2025 is € 36.228,- ontvangen aan dividend.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 5.538.000 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 5.811.000 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 5.949.000 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 7.627.000 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 400.000 |
|||
In 2025 heeft Twenterand €36.228 aan dividend ontvangen. |
||||
Deelnemingen in vennootschappen: Zonnepark Oosterweilanden
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in vennootschappen: Zonnepark OosterweilandenProgramma:
Zonnepark Oosterweilanden B.V. wekt duurzame energie op d.m.v. zonnepanelen en levert daarmee een bijdrage aan de duurzaamheidsopgaven van de gemeente.
Doelstelling:
Het doel van Zonnepark Oosterweilanden B.V. is het opwekken van duurzame energie en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen.
Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:
De gemeente Twenterand is 100% aandeelhouder van Zonnepark Oosterweilanden B.V.
Financiële relatie/financieel belang: Twenterand heeft van Zonnepark Oosterweilanden BV in 2025 een dividenduitkering ontvangen van € 300.000.
Beleidsvoornemens:
Productie van duurzame energie.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 392 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 167 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 5.618 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 4.819 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 75 |
|||
In 2025 heeft Twenterand € 300.000 aan dividend ontvangen. |
||||
Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: Dimpact
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: DimpactDimpact is een coöperatieve vereniging van, voor en door gemeenten. De leden zijn de eigenaar van de coöperatie en sturen de ontwikkelingen aan. De governance structuur van de coöperatie borgt invloed van alle lid-gemeenten in de vereniging. Elke lid heeft een gelijke stem, ongeacht het aantal inwoners.
De meer dan 40 leden hebben een gedeelde ambitie: oplossingen initiëren en realiseren voor de publieke dienstverlening van morgen. Dimpact heeft tot doel om ‘excellente publieke dienstverlening en interactie met burgers, bedrijven en instellingen’ mogelijk te maken voor gemeenten. De klant centraal stellen en de nieuwe informatie-architectuur, spelen daarin een prominente rol. De coöperatie heeft geen winstoogmerk. De leden sturen gezamenlijk de ontwikkelingen aan. Samenwerking, kennisdeling en hergebruik van oplossingen zijn daarbij de basis. Doel is om gezamenlijk toe te werken naar een digitale innovatie van dienstverlening aan inwoners en bedrijven en een moderne informatiehuishouding.
Dimpact zet zich o.a. sterk en overtuigend in voor de landelijke Common Ground ontwikkeling. Hoewel gemeente Twenterand de Common Ground gedachte omarmd hebben we gekozen om niet aan te haken bij het geambieerde tempo van Dimpact als het gaat om implementatie van deze ontwikkelingen. Als lid van Dimpact kunnen we, ook op termijn, gebruik maken van de Dimpact-innovatieaanpak en inzichten. Lidmaatschap levert Gemeente Twenterand op dit moment de relevante en zinvolle voordelen als kennisdeling en architectuurvorming op en - niet te vergeten- de mogelijkheid om van dichtbij de Common Ground ontwikkelingen te volgen, als bouwsteen voor een excellente dienstverlening!
Nu de eerste Dimpactgemeenten live gaan met het dienstverleningsplatform PodiumD en aanverwante PodiumD-producten is het voor gemeente Twenterand tijd om te onderzoeken wat vereniging Dimpact kan betekenen voor gemeente Twenterand (en gemeente Twenterand voor vereniging Dimpact).
Gemeente Twenterand onderzoekt in 2026 welke Dimpactproducten voor gemeente Twenterand de bijdrage kunnen leveren aan de noodzakelijk doorontwikkeling van de digitale dienstverlening en te kunnen voldoen aan (toekomstige) de wet- en regelgeving. Welke Dimpactproducten kan en wil gemeente Twenterand inzetten voor de doorontwikkeling naar een moderne en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven en te participeren in producten waar dit past binnen de uitgangspunten/principes van gemeente Twenterand. Het inventariseren van de voordelen van de vorm van samenwerking van de Dimpactgemeenten, de denk- en werkwijze van Dimpact over doorontwikkeling van de digitale dienstverlening met Common Ground toepassingen en open source oplossingen.
Bestuurlijke relatie/bestuurlijk belang:
De vereniging bestaat uit meer dan 40 gemeenten. De leden werken samen aan flexibele, veilige en gebruiksvriendelijke digitale dienstverlening voor miljoenen inwoners en bedrijven in Nederland.
Dimpact kent de volgende officiële (statutair vastgelegde) besluitvormende organen:
• Algemene Leden Vergadering;
• Raad van Commissarissen;
• Bestuur en directie.
Financiële relatie/financieel belang:
Gemeente Twenterand betaald in 2026 € 15.000 contributie aan vereniging Dimpact.
(Bedragen x € 1.000) |
||||
|---|---|---|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 703 |
|||
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 880 |
|||
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 7.567 |
|||
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 6.134 |
|||
Financieel Resultaat 2025 |
€ 178 |
|||
Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: Euregio
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: EuregioProgramma:
Deze deelneming levert een bijdrage aan alle programma’s en diverse doelenbomen. Het gaat in het algemeen om bestuurlijke samenwerking en internationale contacten.
Doelstelling:
De Euregio heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De Euregio is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van Nederlandse en Duitse gemeenten, steden en (Land-)Kreise.
Financiële relatie / financieel belang:
Voor de Nederlandse gemeenten is de bijdrage aan de Euregio € 0,29 per inwoner.
Beleidsvoornemens:
De Euregio werkt vanuit drie inhoudelijke commissies op de terreinen Maatschappelijke ontwikkeling, Economie en Arbeidsmarkt en Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling.
(Bedragen x € 1.000) |
|
|---|---|
Eigen vermogen 1-1-2025 |
€ 2.540 |
Eigen vermogen 31-12-2025 |
€ 2.540 |
Vreemd vermogen 1-1-2025 |
€ 39.553 |
Vreemd vermogen 31-12-2025 |
€ 55.257 |
Financieel Resultaat 2025 |
€ 137 |
Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: P-10 (Plattelandsgemeenten)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen in verenigingen en stichtingen: P-10 (Plattelandsgemeenten)In 2025 heeft de P10 aan de volgende programma's gewerkt:
1. Leefbaarheid (bereikbaarheid van voorzieningen en bedrijven, zowel fysiek als digitaal)
2. Maatwerk in financiële en wettelijke regelingen voor gemeenten met relatief weinig inwoners en een grote oppervlakte
3. Duurzaam platteland
4. Bereikbaar en toegankelijk eerste en tweede lijnszorg en onderwijs.
Een meer inhoudelijke verantwoording over de werkzaamheden van de P10 in 2025 is terug te lezen in het eigen jaarverslag van de P10.
De P10 bestaat uit 32 grote plattelandsgemeenten in Nederland die een aantal kenmerken delen: veel oppervlakte, kleine kernen en een lage bevolkingsdichtheid. Zij hebben veel dezelfde ambities c.q. opgaven en werken samen aan uitdagingen en oplossingen voor het platteland en brengen in gezamenlijk verband hun ambities en beleidsvoornemens onder de aandacht bij de landelijke en Europese politiek. Daarnaast werkt de P10 nauw samen met de VNG, K80 en Platform31.
Bestuurlijke relatie / bestuurlijk belang:
De gemeente Twenterand wordt in het Algemeen bestuur vertegenwoordigd door de wethouder plattelandsontwikkeling.
Financiële relatie / financieel belang:
Twenterand betaalt een jaarcontributie van circa € 15.000.
Beleidsvoornemens:
Opkomen voor de gedeelde belangen van de gemeente aangesloten bij P-10.
Paragraaf Grondbeleid
Terug naar navigatie - - Paragraaf GrondbeleidInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - InleidingEen van de middelen van een gemeente om haar ruimtelijke doelstellingen te verwezenlijken bij het uitvoeren van het omgevingsbeleid van de overheid is het grondbeleid. In het kader van het omgevingsbeleid wordt de maatschappelijke gewenste bestemming van de grond, middels een plan of besluit op basis van de Omgevingswet bepaald. De raad heeft een kader stellende en controlerende functie ten aanzien het gehanteerde grondbeleid en de daarbij behorende begrotingen en verantwoordingen.
Grondbeleid gaat in belangrijke mate over de productie van bouwgrond, de wijze waarop die tot stand komt en hoe de bouwgrond verkocht en gebruikt wordt.
Hoofdlijnen van het grondbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Hoofdlijnen van het grondbeleidGemeenten kunnen ervoor kiezen om een actief grondbeleid te voeren (waarbij je zelf als gemeenten de gronden koopt en bouwrijp maakt) of een faciliterend (passief) grondbeleid (waarbij de bouwgrondproductie aan anderen wordt overgelaten). Met faciliterend grondbeleid loopt de gemeente minder financiële risico’s. Deze liggen bij marktpartijen. Daar staat tegenover dat de gemeente minder sturingsmogelijkheden heeft. Voorts kan de gemeente bij faciliterend grondbeleid geen winst maken, omdat ze alleen kosten kan verhalen. Daardoor komen verlieslatende ruimtelijke ontwikkelingen niet of moeizaam van de grond, omdat de markt deze om bedrijfseconomische redenen niet oppakt. Bij actief grondbeleid kunnen met de baten uit winstgevende grondexploitaties tekorten op verlieslatende grondexploitaties worden bekostigd, waardoor er feitelijk financiële verevening tussen verschillende ruimtelijke ontwikkelingen plaats kan vinden.
In juli 2023 heeft de gemeenteraad de nieuwe nota grondbeleid vastgesteld. Het uitgangspunt hierbij is dat de focus ligt op een situationeel grondbeleid. Waarbij afhankelijk van de noodzaak of ambitie er wordt gekozen voor actief grondbeleid.
Over de financiële gevolgen van het gevoerde beleid wordt jaarlijks gerapporteerd in de paragraaf grondbeleid van de jaarrekening. Daarin wordt uitvoeriger ingegaan op de financiële positie van het grondbedrijf, de projectmatige complexen (= lopende grondexploitaties) en de functionele complexen (complex verspreide bezittingen en complex nog uit te voeren werken). In de paragraaf grondbeleid van de begroting wordt vooruit gekeken op ontwikkelingen, die mogelijk gevolgen hebben voor de vermogenspositie van het grondbedrijf.
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
De grondexploitaties zijn ingedeeld conform de voorschriften van het BBV. Er is een onderscheid gemaakt in:
Bouwgrond In Exploitatie (BIE);
Gronden die onder de rubriek Materieel Vast Actief (MVA) op de balans worden verantwoord, voorheen het Complex Overige gronden.
Bouwgrond in exploitatie (BIE) heeft in alle gevallen betrekking op grondexploitaties die zich (bijna) in de uitvoeringsfase bevinden. Onder BIE vallen gronden die in eigendom zijn van de gemeente en waarvoor door de gemeenteraad een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. Het startpunt van BIE is het raadsbesluit van de vaststelling. Vanaf dat moment kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie bij onderhanden werk (BIE) op de balans.
De gronden welke onder MVA worden geschaard zijn meestal in het verleden anticiperend of strategisch aangekocht. Er is voor deze (bouw)gronden (nog) geen grondexploitatie vastgesteld door de raad.
Deze (bouw)gronden kunnen in de toekomst alsnog worden overgeheveld naar BIE. De recent aangekochte gronden in Vjenne Zuid zijn hier een voorbeeld van.
De raad stelt op grond van haar budgetrecht kredieten beschikbaar voor de uitvoering van de grondexploitatiebegroting. Deze kredieten regelen de financiering en dekking van de uitvoeringskosten en zijn bestemd voor aankopen, wegenaanleg, groenaanleg, riolering, enzovoort. Met de jaarlijkse vaststelling van de grondexploitatie autoriseert de gemeenteraad tevens de baten en lasten in de eerste jaarschijf van de grondexploitatie. De baten en lasten worden opgenomen in de gemeentelijke exploitatiebegroting.
Werklocaties en overige
Op de bedrijfslocaties is er met name aandacht voor de openbare inrichting en daarmee ook de afronding van de grondexploitaties. Garstelanden is in het geheel verkocht en hier wordt gewerkt aan het woonrijpmaken van de 2e fase van het bedrijventerrein. Bij Almeloseweg Oost is het terrein nagenoeg afgewerkt en is er nog 1 kavel, waar nu ook een koper voor lijkt te zijn gevonden. Op Oosterweilanden zijn de eerste kavels voor fase 2 verkocht en wordt ook gewerkt aan de uitvoering van het inrichtingsplan van fase 1.
Woninglocaties
Westerbouwlanden-Noord
De grond ten behoeve van het project Westerbouwlanden Noord is middels een aanbesteding in de markt gezet. De vraag richtte zich op realisatie van een gemeleerde woonwijk waarin plek komt voor ca. 100 woningen. Eind 2025 is de ontwikkeling gegund aan Koopmans Bouwgroep, aangezien zij het beste plan hadden op basis van onder meer aspecten als aansluiting op het landschap, duurzaamheid en leefbaarheid.
Vriezenveen-Zuid
In Vriezenveen-Zuid is voor de deelprojecten Wonen in het Groen, Bijzonder Wonen en de woonwijk Vjenne Zuid fase I onder meer gewerkt aan de stedenbouwkundige uitwerking van deze plannen. Deze uitwerkingen zijn op meerdere participatieavonden aan omwonenden en geïnteresseerden voorgelegd om hier input op te halen en ook mogelijk mee te kunnen nemen in de planvorming. In het gebied zijn ook weer nieuwe percelen aangekocht ten behoeve van Vjenne Zuid en de randweg, waardoor de gemeente Twenterand het gehele gebied voor de huidige woonontwikkelingen in bezit heeft. Voor de randweg zijn dan nog wel enkele percelen nodig. Financieel gezien was het daarnaast een opsteker dat er een subsidie van een ruime 5 miljoen euro is toegekend voor de realisatie van de randweg, die cruciaal is voor de ontsluiting van het gebied.
Overige locaties
Bij het Mozaïek zijn in 2025 de laatste kavels verkocht en ligt de focus op de afwerking van de wijk. In Zuidmaten is na een lang bezwaarproces een start gemaakt met de verkoop van fase 4. De raad heeft daarnaast besloten om geen woningbouw op de Roelofsbrink toe te staan. Dit zal in de grondexploitatie zorgen voor een afwaardering van de opbrengsten ter grootte van €275.000 die hiervoor in de exploitatie waren opgenomen. Dit zorgt voor een daling in het resultaat van deze exploitatie, waardoor hiervoor een voorziening zal moeten worden opgenomen. De Kruidenwijk in Westerhaar kan worden afgesloten met een gunstig positief resultaat.
Jaarwinst
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - JaarwinstHet resultaat van de complexen in exploitatie is € 1.541.009. Van dit bedrag is €1.000.000 toegevoegd aan de reserve grondbedrijf. Het resterende bedrag (€ 541.010) valt vrij in het resultaat. Als gevolg van de toevoeging in de reserve komt het totaal van deze reserve per 31-12-2025 op € 2.172.449.
Resultaat van de complexen in exploitatie |
1.541.009 |
V |
|---|---|---|
Resultaat overige gronden |
16.112 |
N |
Totaal |
1.524.897 |
V |
Geactualiseerde exploitatieopzetten
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Geactualiseerde exploitatieopzettenPer 1 januari 2025 kende het Grondbedrijf 9 lopende grondexploitaties. Dat zijn ruimtelijke projecten, met bouwgrondproductie als hoofdmoot, waarvan de raad de grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. Deze door de raad vastgestelde grondexploitatiebegrotingen fungeren als financieel en inhoudelijk kader voor het college van B&W waarbinnen zij verder gaat met de realisatie van een project. Tevens fungeert de grondexploitatiebegroting als een ‘voorspelling’ van de te verwachten kosten en opbrengsten en het begrote financiële eindresultaat.
Voor verlieslatende grondexploitaties dient een voorziening te worden getroffen ter dekking van het begrote tekort.
Bij winstgevende grondexploitaties moet, na rato van de voortgang, geleidelijk winst worden genomen. Daarmee mag niet worden gewacht tot het moment waarbij het project (bijna) geheel is gerealiseerd. Bij 2 exploitaties zijn alle verwachte inkomsten al binnen. Deze kunnen echter nog niet worden afgesloten, aangezien een deel van de kosten nog dient te worden gemaakt
De gerealiseerde resultaten van 9 lopende grondexploitaties zien er als volgt uit:
Resultaten 2025
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Resultaten 2025Bedrijventerreinen |
2025 |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
kosten |
inkomsten |
winst |
boekwaarde |
|||||||||||
totaal |
gemaakt |
% |
totaal |
gemaakt |
% |
verwacht |
t/m dienstjaar |
genomen tot dj |
dienstjaar |
0 |
grex |
verschil |
||
Garstelanden |
2.664.625,82 |
1.894.759,65 |
71,11% |
3.166.021,00 |
3.166.021,00 |
100,00% |
501.395,18 |
356.531,62 |
345.152,14 |
11.379,47 |
-914.729,73 |
-1.271.261,35 |
356.531,62 |
|
Almeloseweg Oost |
11.642.801,90 |
10.638.093,57 |
91,37% |
12.291.533,91 |
11.968.197,27 |
97,37% |
648.732,01 |
577.157,42 |
503.657,89 |
73.499,53 |
-752.946,28 |
-1.330.103,70 |
577.157,42 |
|
Oosterweilanden |
10.520.834,13 |
7.924.956,90 |
75,33% |
11.867.382,96 |
7.273.326,00 |
61,29% |
1.346.548,83 |
621.651,43 |
453.816,07 |
167.835,36 |
1.273.282,33 |
651.630,90 |
621.651,43 |
|
restkavels bedrijven |
626.556,77 |
592.972,07 |
94,64% |
1.065.149,42 |
629.729,42 |
59,12% |
438.592,65 |
245.402,29 |
259.204,24 |
-13.801,95 |
208.644,94 |
-36.757,35 |
245.402,29 |
|
Totaal bedrijven |
25.454.818,62 |
21.050.782,19 |
28.390.087,29 |
23.037.273,69 |
2.935.268,67 |
1.800.742,76 |
1.561.830,35 |
238.912,41 |
-185.748,74 |
-1.986.491,50 |
1.800.742,76 |
|||
10547916,64 |
-27.082,51 |
10.557.780,10 |
||||||||||||
Woningbouw |
||||||||||||||
kosten |
inkomsten |
winst |
boekwaarde |
|||||||||||
totaal |
gemaakt |
% |
totaal |
gemaakt |
% |
verwacht |
t/m dienstjaar |
genomen tot dj |
dienstjaar |
0 |
grex |
verschil |
||
Kruidenwijk |
1.943.779,44 |
1.943.779,44 |
100,00% |
4.366.155,29 |
4.366.155,29 |
100,00% |
2.422.375,85 |
2.422.375,85 |
1.108.828,85 |
1.313.547,00 |
0,00 |
-2.422.375,85 |
2.422.375,85 |
|
Zuidmaten Oost |
11.672.196,98 |
10.426.906,41 |
89,33% |
11.475.939,62 |
7.411.834,62 |
64,59% |
-196.257,36 |
-113.231,25 |
131.068,31 |
-244.299,55 |
2.901.840,54 |
3.015.071,79 |
-113.231,25 |
|
Smithoek |
1.349.240,09 |
781.201,71 |
57,90% |
1.395.855,25 |
7.553,00 |
0,54% |
46.615,16 |
146,04 |
94,65 |
51,40 |
773.794,75 |
773.648,71 |
146,04 |
|
Mozaïek |
1.573.901,19 |
979.586,96 |
62,24% |
1.987.957,42 |
1.987.957,42 |
100,00% |
414.056,23 |
257.706,19 |
16.059,78 |
241.646,42 |
-750.664,27 |
-1.008.370,46 |
257.706,19 |
|
restkavels woningbouw |
1.642.026,26 |
1.563.497,91 |
95,22% |
1.995.167,74 |
1.879.727,24 |
94,21% |
353.141,48 |
316.797,22 |
325.645,29 |
-8.848,07 |
567,89 |
-316.229,33 |
316.797,22 |
|
Totaal woningbouw |
18.181.143,96 |
15.694.972,43 |
21.221.075,32 |
15.653.227,57 |
3.039.931,36 |
2.883.794,06 |
1.581.696,87 |
1.302.097,19 |
2.925.538,92 |
41.744,86 |
2.883.794,06 |
|||
Totaal exploitaties |
43.635.962,58 |
36.745.754,62 |
49.611.162,61 |
38.690.501,26 |
5.975.200,03 |
4.684.536,81 |
3.143.527,22 |
1.541.009,60 |
2.739.790,17 |
-1.944.746,64 |
4.684.536,81 |
|||
Storting voorziening
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Storting voorzieningHet BBV schrijft voor dat voor verlieslatende grondexploitaties een voorziening dient te worden getroffen ter dekking van het begrote tekort. Deze voorziening zal moeten worden getroffen voor het complex Zuidmaten Oost. Deze voorziening zal ter grootte zijn van € 196.257,00.
Parameters actualisatie
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Parameters actualisatie
Voor de actualisatie van de exploitaties van de verschillenden plannen zijn de volgende parameters aangehouden:
1. De rentetoerekening vast te stellen op 1,5%.
2. Stijgingspercentage van de kosten te stellen op 2% per jaar
3. Stijgingspercentage van de kosten voor eigen personeel te handhaven op 5,5%
4. Percentage onvoorzien te handhaven op:
- Eerste verkennende berekening 20%
- Bestekberekeningen 15%
- Actualisatie lopende complexen 10%.
5. Percentages onvoorzien overige kosten te handhaven op:
- 5% bij uitgifte gronden tot 50%
- 3% bij uitgifte gronden van 51 tot 75%
- 2% bij meer dan 75% uitgegeven grond.
6. Toerekening eigen personeel is in 2025 in totaal €557.292
Aan woningbouw in totaal € 312.014 per jaar
Aan bedrijventerreinen in totaal € 67.244 per jaar
Aan projecten in de ontwikkelfase € 178.044 per jaar
7. Voor het maken van bestekken door derden 5% van de kosten van bouw en woonrijp maken.
8. Website, communicatie en reclame
- € 2.000 bij start van het project
- € 300 jaarlijks voor actualisatie.
9. Uitgifte tempo voor de bedrijventerreinen en woningbouwkavels ongewijzigd te laten.
10. De overige uitgifteprijzen hanteren conform de meest recente grondprijzenbrief van de gemeente Twenterand
Paragraaf Lokale heffingen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Lokale heffingenParagraaf Lokale heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Paragraaf Lokale heffingenDe paragraaf lokale heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties voor de inwoners van Twenterand. Hierbij wordt met name ingegaan op de onroerendezaakbelasting (OZB), de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de begraafrechten en de toeristen- en forensenbelasting.
Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen wordt door de gemeenteraad, via vast te stellen verordeningen, gedaan. De belastingverordeningen 2025 werden in de laatste raadsvergadering van 2024 vastgesteld.
De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, welke vooral door de burgers dienen te worden opgebracht. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (bijvoorbeeld de OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zoveel mogelijk te beperken en daar waar mogelijk rechtvaardiger te verdelen. Hierdoor wordt een evenwichtige lastenverdeling bereikt.
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de paragraaf betreffende de lokale heffingen tenminste te bevatten:
a. de geraamde inkomsten;
b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
d. een aanduiding van de lokale lastendruk;
e. een beschrijving van het gevoerde kwijtscheldingsbeleid.
Hieronder worden in hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen benoemd op lokaal fiscaal gebied.
a. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten
Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2025 3,2% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 4,6% voor hun rekening, de rijksoverheid 95,4% Het aandeel van de gemeente Twenterand aan ontvangen belastingen en retributies bedraagt in dit geheel bijna 18,5 miljoen euro.

Belastingopbrengsten
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - BelastingopbrengstenOmschrijving |
Raming na wijziging 2025 |
Realisatie 2025 |
|---|---|---|
Afvalstoffenheffing |
€ 2.499.132 |
€ 2.418.026 |
Begraafplaatsrechten |
€ 650.000 |
€ 712.753 |
Forensenbelasting |
€ 5.649 |
€ 13.860 |
Leges burgerzaken |
€ 536.394 |
€ 729.171 |
Leges omgevingsvergunning |
€ 929.154 |
€ 793.070 |
OZB eigenaren woning |
€ 5.947.695 |
€ 5.969.144 |
OZB eigenaren niet-woning |
€ 1.928.460 |
€ 1.895.132 |
OZB gebruikers niet-woning |
€ 1.636.708 |
€ 1.624.918 |
Rioolheffing |
€ 3.921.238 |
€ 4.194.812 |
Toeristenbelasting |
€ 105.841 |
€ 90.733 |
€ 18.160.271 |
€ 18.441.618 |
Beleid ten aanzien van de lokale heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid ten aanzien van de lokale heffingenBeleidskaders
Het beleid betreffende de lokale heffingen is opgenomen in:
• de diverse belastingverordeningen en –regelingen;
• het coalitieakkoord 2022-2026;
• landelijke wet- en regelgeving.
Landelijk
Hervorming lokaal belastinggebied
In het hoofdlijnenakkoord, zoals deze door de verschillende formerende partijen is gepresenteerd in mei 2024, zijn ook een aantal maatregelen opgenomen die zien op lokale belastingen. Hieronder hebben we enkele maatregelen uitgelicht.
Planbatenheffing of vergelijkbaar systeem
Hoewel de exacte kaders voor deze heffing nog niet bekend zijn, is een aandachtspunt dat gemeenten die een dergelijke planbatenheffing gaan invoeren moeten bezien hoe de baten en toerekening van lasten van de grondexploitatie verloopt. Hierdoor kunnen mogelijk optimalisaties worden gerealiseerd voor de Vennootschapsbelasting.
De opbrengsten van deze heffing zijn beklemd en dienen volledig te worden aangewend voor de bereikbaarheid van de wijk en het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen.
Ten behoeve van de aanpak van de volkshuisvesting en woningnood wordt erop ingezet dat gemeenten een planbatenheffing kunnen gaan invoeren. De planbatenheffing ziet op een belasting voor onbebouwde grond met een woningfunctie. Hierbij wordt waarschijnlijk de bestemmingsplanwijziging belast voor de eigenaar, waarbij de gemeente een gemaximeerde mogelijkheid krijgt om hiertoe planbatenheffing te innen.
Waterzorgheffing
Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Meer percelen kunnen in de heffing worden betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. De huidige verordening Rioolheffing (model VNG) dekt dan niet meer de lading
Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Bij belastingplichtigen die daar niet op zijn aangesloten roept dat weerstand op. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er over een droge weg kan worden gereden. Iedereen heeft daar profijt van. De VNG heeft hiervoor een nieuw modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld. Bij invoering is een zorgvuldige communicatie en belangenafweging naar nieuwe belastingplichtigen van belang. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken.
Wijziging Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ
Met ingang van 1 januari 2024 is de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm in werking getreden. Aanleiding voor deze wet was de toenemende druk van no-cure-no-paybureaus op de uitvoering van de Wet WOZ. Met deze wet is onder meer de rechtsbijstandvergoeding op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor WOZ-bezwaarzaken verlaagd tot 25%, in de wet uitgedrukt als factor van 0,25. Echter de Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 een arrest gewezen en oordeelde in belastingzaken het lagere tarief voor proceskosten voor rechtsbijstand in bezwaar (€ 310 per proceshandeling) buiten toepassing moet blijven vanwege mogelijk discriminerend onderscheid met andere bestuursrechtelijke zaken waarvoor het hogere tarief geldt (€ 624). Daarmee werd het regulerende effect van de factor 0,25 deels ongedaan gemaakt. Met ingang van 1 januari 2025 is dit gerepareerd als onderdeel van het Belastingplan 2025. De nieuwe regeling waarbij de factor van 0,25 wordt aangepast naar 0,125 moet ervoor zorgen dat de proceskostenvergoeding die in de bezwaarfase in WOZ-zaken kan worden toegekend in lijn blijft met hetgeen de wetgever bij de invoering van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm voor ogen stond.
De Hoge Raad heeft op 17 januari 2025 bepaald dat de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm (Wet hpwb) niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Wel wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen no-cure-no-pay-bezwaren/beroepen en andere bezwaren/beroepen. In het laatste geval geldt de uitzonderingsbepaling en is de WOZ-factor niet van toepassing.
De Hoge Raad (Hoge Raad 17-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:46) laat de WOZ-factor in stand voor zaken waarin:
• (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay,
• (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en
• (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen.
In andere gevallen is er sprake van bijzondere omstandigheden (artikel 30a, lid 1, laatste volzin en lid 2, laatste volzin). De stelplicht en bewijslast dat sprake is van bijzondere omstandigheden liggen bij belanghebbende. Slaagt belanghebbende in de stelplicht en bewijslast dan blijft de WOZ-factor buiten toepassing.
Tweejaarlijkse herwaardering Wet WOZ
Het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) heeft in 2025 het onderzoek naar de mogelijkheden en gevolgen van een verruiming van het WOZ-tijdvak van één naar twee jaar opgeleverd aan de VNG. Zowel de gevolgen voor gemeentelijke organisaties en samenwerkingsverbanden als de gevolgen voor andere heffingen en maatschappelijke bredere toepassingen van de WOZ-waarde zijn in kaart gebracht. Daarnaast zijn ook de gevolgen voor eigenaren en gebruikers van onroerende zaken (burgers en bedrijven) geïnventariseerd.
De argumenten die de wetgever destijds had om te kiezen voor een jaarlijkse WOZ-waardering gelden grotendeels nog steeds:
- Een actuele WOZ-waarde vergroot de acceptatie ervan;
- Demping van schoksgewijze aanpassingen van de WOZ-waarde tussen tijdvakken;
- Een actuele WOZ-waarde maakt breder (maatschappelijk) gebruik van de WOZ-waarde mogelijk;
- Een jaarlijkse waardering voorkomt piekbelasting en verbetert de continuïteit van het uitvoeringsproces;
- Jaarlijkse waardering leidt tot minder bezwaar- en beroepsprocedures ten opzichte van meerjarige waarderingen.
Er zijn op basis van dit onderzoek bovendien een aantal argumenten bijgekomen die pleiten voor handhaving van een jaarlijks WOZ-tijdvak. Die argumenten betreffen vooral de negatieve gevolgen van een minder actuele WOZ-waarde voor zowel afnemers, het bredere gebruik van de WOZ-waarde en de grotendeels negatieve gevolgen voor burgers en bedrijven. Het lijkt erop dat Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm zijn werk doet en het aantal bezwaren en beroepen van no-cure-no-pay-gemachtigden afneemt, waarmee een belangrijke aanleiding voor het indienen van de motie mogelijk deels is weggevallen. Verder is regelgeving aangekondigd die erop is gericht de kwaliteit van de WOZ-waarden te verbeteren en de acceptatie ervan onder belanghebbenden te vergroten.
Leegstandsheffing
De Tweede Kamer heeft op 23 september 2025 een amendement aangenomen dat gemeenten de bevoegdheid geeft om een leegstandsheffing op woningen in te voeren. Deze maatregel is bedoeld om langdurige leegstand tegen te gaan en woningen beschikbaar te maken voor inwoners. De leegstandsheffing kan worden toegepast op gebouwde onroerende zaken die langer dan twaalf maanden onafgebroken leegstaan. Gemeenten kunnen zelf bepalen hoe hoog de heffing is, wanneer deze ingaat, en of het een vast bedrag of een bedrag gebaseerd op de WOZ-waarde van de leegstaande woning is. De maatregel is op een begrijpelijke en uitvoerbare manier vormgegeven, met duidelijke richtlijnen voor wat onder leegstand wordt verstaan en een redelijke termijn voor de invoering van de heffing.
De invoering laat nog even op zich wachten. Hoewel op 22 januari 2026 een besluit werd gepubliceerd over de inwerkingtreding van verschillende onderdelen van de Fiscale Verzamelwet, was de leegstandsheffing daarin niet opgenomen. Staatssecretaris Heijnen geeft aangegeven dat de leegstandsheffing nog niet is ingevoerd omdat het gaat om en wijziging van de Gemeentewet. Het Koninklijk Besluit tot inwerkingtreding van het amendement is tot op heden om procedurele redenen nog niet genomen.
Lokale heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Lokale heffingenLokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op beide. Ongebonden lokale heffingen (zoals de OZB) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend.
Forensenbelasting
Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kunnen gemeenten forensenbelasting heffen. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Met de forensenbelasting kunnen gemeenten de kosten van bepaalde voorzieningen ook verhalen op mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de voorziening. De forensenbelasting wordt door Nederlandse gemeenten alleen geheven van mensen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning ter beschikking houden.
Toeristenbelasting
Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.
Onroerende-zaakbelastingen
Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerende-zaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen.
De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.
Belastingplichtige
- eigenaren van woningen;
- eigenaren van niet-woningen;
- gebruikers van niet-woningen.
Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen.
Grondslag onroerende-zaakbelastingen
De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt.
De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt.
Overzicht (on)gebonden belastingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Overzicht (on)gebonden belastingenOngebonden belastingen |
Gebonden belastingen |
|---|---|
Onroerende-zaakbelastingen |
Afvalstoffenheffing |
Forensenbelasting |
Leges en Rechten |
Toeristenbelasting |
Rioolheffing |
Kostendekking
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - KostendekkingKostendekking
Met ingang van 2017 moet door gewijzigde regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) meer inzicht gegeven worden in de kostendekkendheid van heffingen. Bij de toepasselijke heffingen zijn de lasten-batenoverzichten en specifieke beleidsuitgangspunten vermeld. Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, mogen ook overheadkosten en BTW worden toegerekend. De BTW is berekend als opslag over de ‘derdenkosten’. De afschrijvingslasten zijn ontstaan uit investeringen waarbij deels sprake is van derdenkosten. De BTW daarover is ook meegenomen.
Mate van kostendekking van de gebonden belastingen
De gebonden heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn. Dit wordt op begrotingsbasis bepaald. In werkelijkheid waren de lasten en baten per heffing:
Overzicht afval
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Overzicht afvalAfvalstoffenheffing
De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.
Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt sinds 2002 uitgevoerd door Rova. De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.
Belastingplichtige
Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt.
Grondslag
De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. De gemeente Twenterand hanteert als grondslag een vast bedrag plus een opslag op basis van het aantal aanbiedingen.
Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval (€ 3.214.407). De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval (ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder) en de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Daarnaast zijn de kosten voor het taakveld overhead € 470.000. Dit zijn kosten die worden gemaakt door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin.
Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Afvalstoffenheffing |
Lasten taakveld |
Overhead (0.4) |
BTW |
Totale lasten |
Heffing |
Overige baten (0.8) |
Totale baten |
Kosten dekkendheid |
7.3 Afval |
2.276.514 |
470.000 |
467.893 |
3.214.407 |
2.418.026 |
933.855 |
3.351.881 |
100,00% |
2.1 Verkeer en vervoer |
70.015 |
70.015 |
||||||
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie |
- |
|||||||
6.3 Inkomensregelingen |
67.459 |
67.459 |
||||||
Totaal |
2.413.988 |
470.000 |
467.893 |
3.351.881 |
2.418.026 |
933.855 |
3.351.881 |
100,00% |
Overzicht riool
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Overzicht rioolRioolheffing
De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel.
Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de gemeente naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing.
De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. De gemeente Twenterand hanteert één rioolheffing voor alle watertaken.
Elke gemeente is verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen. In een GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel.
Verwachte kosten
In totaal hebben wij in het afgelopen jaar € 4.257.629 aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. Om deze kosten transparant te maken splitsen wij eerst uit op welke taakvelden wij deze kosten zullen maken. Vervolgens gaan wij in op de herkomst van de middelen voor het financieren van deze taken.
Uit onderstaand overzicht blijkt dat veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld riolering (€ 3.892.007). De kosten zitten vooral in daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en in de kosten voor heffing en invordering van de rioolheffing. Door machinaal te vegen worden onze straten gereinigd en wordt voorkomen dat het riool dichtslibt en bovenmatig slijt door (veeg)zand. De kosten van het vegen worden daarom deels (60% : € 105.023) ten laste van het riool gebracht.
De kosten voor het taakveld overhead zijn € 762.479. Dit zijn kosten die wij maken door de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin.
Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Rioolheffing |
Lasten taakveld |
Overhead (0.4) |
BTW |
Totale lasten |
Heffing |
Overige baten (0.8) |
Totale baten |
Kosten dekkendheid |
|
7.2 Riolering |
2.317.362 |
762.479 |
812.166 |
3.892.007 |
4.194.812 |
62.817 |
4.257.629 |
100,00% |
|
2.1 Verkeer en vervoer |
105.023 |
105.023 |
- |
||||||
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie |
121.113 |
25.434 |
146.547 |
- |
|||||
6.3 Inkomensregelingen |
114.053 |
114.053 |
- |
||||||
Totaal |
2.657.551 |
762.479 |
837.599 |
4.257.629 |
4.194.812 |
62.817 |
4.257.629 |
100,00% |
|
Begraafrechten
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - BegraafrechtenOp grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een vergoeding gevraagd voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. De heffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die in de verordening begraafrechten zijn opgenomen.
In totaal zijn het afgelopen jaar € 799.027 aan kosten gemaakt op het taakveld 'begraafplaatsen en crematoria' om onze zorgplichten na te komen. De totale baten zijn € 799.027 Per saldo resulteert een tekort op het taakveld begraafplaatsen van € 76.714. Dit bedrag is onttrokken uit de reserve exploitatie begraafplaatsen.
Overzicht van de taakvelden die geheel of deels in de heffing worden meegenomen |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begraafrechten |
Lasten taakveld |
Overhead (0.4) |
BTW |
Totale lasten |
Heffing |
Overige baten (0.8) |
Totale baten |
Kosten dekkendheid |
7.5 Begraafplaatsen en crematoria |
534.027 |
265.000 |
799.027 |
712.753 |
712.753 |
98,68% |
||
0.10 Mutatie reserves |
- |
76.714 |
9.560 |
86.274 |
1,32% |
|||
Totaal |
534.027 |
265.000 |
- |
799.027 |
789.467 |
9.560 |
799.027 |
100,00% |
Woonlastenontwikkeling
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - WoonlastenontwikkelingOnder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Onderstaand overzicht geeft de hoogte van de woonlasten in Twenterand voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2023, 2024 en 2025 weer.
Woonlastenontwikkeling in Twenterand:
Woonlastenontwikkeling |
2023 |
2024 |
2025 |
|
|---|---|---|---|---|
OZB Eigenaar |
500,17 |
501,50 |
502,25 |
|
Afvalstoffenheffing (meerpersoons) |
209,37 |
197,00 |
201,84 |
|
Rioolheffing |
271,92 |
278,72 |
285,72 |
|
Totale woonlasten |
981,46 |
977,22 |
989,81 |
|
Woonlastenontwikkeling vergelijk Twentse gemeenten
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlastenontwikkeling vergelijk Twentse gemeentenDe gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar/bewoner van een woning in Twenterand stegen in 2025 met 1,30% (meerpersoonshuishoudens). In onderstaand overzicht uit de publicatie van het COELO over 2025 worden de lokale lasten van de Twentse gemeenten met elkaar vergeleken.
bruto woonlasten eigenaar-gebruiker woning |
stijging in % tov 2024 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
éénpersoonshuishouden |
meerpersoonshuishouden |
1-pers |
meerpers |
|||
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
|||
Almelo |
996 |
1022 |
1041 |
1069 |
2,60% |
2,60% |
Borne |
1021 |
1034 |
1050 |
1070 |
1,30% |
2,00% |
Dinkelland |
929 |
942 |
957 |
972 |
1,30% |
1,50% |
Enschede |
986 |
1033 |
1013 |
1061 |
4,70% |
4,70% |
Haaksbergen |
1095 |
1125 |
1091 |
1125 |
2,70% |
3,10% |
Hellendoorn |
989 |
1007 |
989 |
1007 |
1,80% |
1,80% |
Hengelo |
935 |
960 |
972 |
996 |
2,70% |
2,50% |
Hof van Twente |
1024 |
1067 |
1055 |
1096 |
4,20% |
3,80% |
Losser |
1083 |
1052 |
1114 |
1084 |
-2,90% |
-2,80% |
Oldenzaal |
908 |
975 |
945 |
1009 |
7,30% |
6,80% |
Rijssen-Holten |
645 |
719 |
675 |
767 |
11,50% |
13,70% |
Tubbergen |
929 |
969 |
954 |
992 |
4,30% |
4,00% |
Twenterand |
936 |
951 |
977 |
990 |
1,50% |
1,30% |
Wierden |
940 |
1010 |
968 |
1037 |
7,40% |
7,10% |
Overijssel |
903 |
945 |
934 |
979 |
4,70% |
4,80% |
Nederland |
911 |
964 |
994 |
1053 |
5,80% |
5,90% |
Kwijtscheldingsbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - KwijtscheldingsbeleidElke gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt:
- Voor de ozb, riool- en voor de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen;
- Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 500m3
- Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm;
- Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren;
- Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en;
- Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.
In 2025 is in totaal voor een bedrag van bijna € 181.500 verleend aan kwijtscheldingen.